Punt zeven: Ze zijn boosaardig, verraderlijk en bedrieglijk (deel 2)
Aanvulling: Het oplossen van misverstanden van mensen over de aanpak van een kerk in Canada
Er gebeurde iets ongebruikelijks tijdens onze laatste bijeenkomst. Wat was dat? (Het was het aanpakken van een Canadese kerk.) Dit gebeurde een maand geleden. Ligt het nog vers in jullie geheugen? (Ja.) Heeft deze zaak jullie diep geraakt? (Ja.) Wanneer er problemen ontstaan met bepaalde kerken of sommige mensen, neem Ik een beslissing op basis van de omstandigheden en handel Ik ze af in overeenstemming met principes; dit was in feite het geval toen Ik de kwestie van de Canadese kerk afhandelde. Zeg Mij eens, waarom heb Ik de zaak op die manier afgehandeld toen er een antichrist in de Canadese kerk verscheen die mensen misleidde? Wat zijn jullie gedachten hierover? Blijkbaar heeft het sommige mensen laten schrikken. Waarom zijn ze erdoor geschrokken? Sommige mensen zeggen: “Het werd zo hard aangepakt. Was het zo ernstig? Hoe kon het op die manier worden afgehandeld? Werd het wel afgehandeld in overeenstemming met principes? Werd het niet afgehandeld in een opwelling? Wat zullen de gevolgen zijn van zo’n aanpak? Was wat die mensen deden echt zo ernstig? Op basis van wat er daar aan mensen werd gevraagd, en op basis van hun houding, verklaringen en de informatie die van hen werd gehoord, lijkt het erop dat ze niet zo hard aangepakt hadden moeten worden, toch?” Zo denken sommige mensen. Er zijn anderen die zeggen: “Misschien had God Zijn redenen en ideeën om het op die manier af te handelen.” Welke ideeën zijn dat precies? Was er een oorspronkelijke bedoeling of reden om de zaak op die manier af te handelen? Was het redelijk om die mensen op die manier aan te pakken? (Ja.) Jullie zeggen allemaal dat het redelijk was, dus laten we de zaak vandaag bespreken en kijken waarom het precies redelijk was om de zaak zo af te handelen, wat jullie precies van deze zaak vinden, welke invloed het achteraf op jullie heeft, of jullie ideeën erover juist of onjuist zijn, en of er iets foutief of verwrongen is aan jullie ideeën. Als jullie je altijd inhouden, op jullie tong bijten en jullie niet uitspreken, en altijd weerstand voelen, dan zullen problemen nooit op de beste manier worden opgelost. Daarom moeten we een consensus bereiken. Wat zijn de principes voor het bereiken van een consensus? Als jullie dit oordeel dat Ik heb geveld niet kunnen aanvaarden, en jullie er ideeën en noties over hebben, er weerstand tegen voelen en er zelfs misvattingen over koesteren, en er vragen of slechte ideeën opkomen, wat moeten we dan doen? We zouden de zaak moeten bespreken. Als we verschillende meningen hebben, dan is er geen consensus tussen ons. Hoe kunnen we dan een consensus bereiken? Is het goed om een gemeenschappelijke basis te zoeken met behoud van onze verschillen? Als we eventuele geschillen beslechten door middel van een compromis, als Ik wat toegeef en jullie wat toegeven, zou dat dan goed zijn? Duidelijk niet. Dit is niet de manier om verenigbaarheid te bereiken. Dus, als we een consensus willen bereiken en tot een consistent begrip en besluit over deze zaak willen komen, wat is dan de manier om dat te doen? Jullie moeten de waarheid zoeken, naar de waarheid streven en ernaar streven de waarheid te begrijpen, en het is noodzakelijk dat Ik het hele verhaal aan iedereen uitleg en verduidelijk. Niemand zou er in zijn hart misvattingen over moeten koesteren. Op deze manier zullen we een consistente kijk op de zaak bereiken, en dan is het klaar en afgehandeld. Als Ik in de toekomst een soortgelijke kwestie tegenkom, handel Ik die misschien op precies dezelfde manier af, of misschien handel Ik die niet op deze manier af, maar gebruik Ik in plaats daarvan een andere manier. Dus, wat moeten jullie uit deze zaak halen? (We moeten leren hoe we de waarheid kunnen zoeken en begrijpen waarom God de zaak op die manier heeft afgehandeld.) Jullie hebben twee aspecten genoemd, uitstekend. Zijn er nog meer? (We moeten proberen de principes van Gods handelen te begrijpen om te voorkomen dat we Gods gezindheid beledigen. Dit is een waarschuwing voor ons.) Dit is een ander aspect.
Om de aanpak van de Canadese Kerk duidelijk uit te leggen, moeten we bij het begin beginnen. Waar moeten we dan beginnen? We beginnen bij het moment dat deze mensen China verlieten. Is dat te ver terug? Jullie vinden het misschien grappig, maar eigenlijk is dit geen grap. Gaat het hier om oude rekeningen vereffenen? Nee. Als jullie horen wat Mijn redenen zijn, zullen jullie begrijpen waarom Ik daar begin. Laten we, los van de vraag of iedereen die naar het buitenland gaat dit doet met een opdracht, een missie en een verantwoordelijkheid, beginnen met iets kleins: is het toeval dat iedereen China kan verlaten? (Nee.) Dit gebeurt niet toevallig. Van het moment dat jij de vastberadenheid en de bereidheid had om China te verlaten om je plicht te vervullen, tot het moment dat je in het buitenland aankwam – zeg Mij, afgezien van jouw samenwerking, wie bepaalt of je China vlot kunt verlaten? (God.) Juist. Dat wordt niet bepaald door welke sociale connecties je hebt, of door hoeveel geld je hebt, of doordat je alle formaliteiten geregeld hebt – iedereen die naar het buitenland komt, heeft hierin een gemeenschappelijk inzicht en ervaring. Wat ervaren ze allemaal? Dat het onder Gods soevereiniteit valt of iemand China vlot kan verlaten; het heeft niets te maken met iemands bekwaamheid of grote talenten. Dit is niet alsof je van de ene provincie naar de andere verhuist binnen een land; dit betekent je land verlaten, en dat vergt veel ingewikkelde formaliteiten. Zeker in deze tijd, waarin de grote rode draak gelovigen krankzinnig onderdrukt en vervolgt en ieder van hen nauwlettend in de gaten houdt, zijn de formaliteiten om China te verlaten niet zo gemakkelijk af te handelen. Daarom is het volledig aan Gods soevereiniteit te danken dat deze mensen soepel in het buitenland konden aankomen – het toont Gods almacht. Wie China kan verlaten, of de formaliteiten vlot verlopen en hoelang dat duurt, wordt allemaal door God bepaald; het is Gods hand die dit alles orkestreert en regelt. Je kunt niet weigeren dit te geloven of te erkennen – dit zijn de feiten. De zaak komt tot stand door de medewerking van mensen en door Gods soevereiniteit. Als we dus zouden vaststellen hoe jij China kon verlaten – wie heeft dat mogelijk gemaakt? (God.) God heeft het gedaan. Mensen hebben niets om zich op te beroemen, maar moeten juist God danken. Wat moet jij dan doen? (Ons inspannen om onze plicht te vervullen.) Je moet je inspannen om je plicht te doen, met toewijding en concentratie. Als we alles in zijn geheel bekijken, kunnen we dan met zekerheid zeggen dat het verlaten van China om je plicht te vervullen te danken is aan Gods regelingen en begeleiding, en niet aan je eigen kunnen? (Ja.) Sommigen zeggen: “Hoezo niet aan mijn eigen kunnen? Ook al had ik Gods begeleiding, als God me niet begeleid had dan zou China verlaten nog niet moeilijk zijn geweest, want ik ben afgestudeerd met een TEM8-diploma in Engels, en een TOEFL-examen is voor mij geen probleem.” Er zijn maar heel weinig mensen die in zo’n situatie verkeren. Sommigen zijn rijk en kunnen via een investeerdersvisum emigreren, maar zulke omstandigheden zijn uitzonderingen. Gebeurt het verlaten van China dus onder Gods soevereiniteit en met Zijn toestemming? Ja. We zullen niet ingaan op individuele situaties; we hebben het hier over degenen die China kunnen verlaten en later oprecht hun plicht gaan vervullen. Dat komt niet uitsluitend voort uit hun eigen bedoelingen. Eén aspect van je vertrek uit China is dat je een missie hebt, een ander aspect is dat je China verliet onder Gods begeleiding. Vanuit dat perspectief: waarvoor heb je China verlaten? (Om onze plicht te vervullen.) Ongeacht hoelang het duurde om in de beginfase de procedures te voltooien, hoeveel je je hebt ingezet of hoe soeverein God over de zaak regeert – in elk geval kunnen we, aangezien je China kon verlaten en je plicht kunt doen in Gods huis, met zekerheid zeggen dat je in het buitenland een missie hebt. Je draagt een verantwoordelijkheid en een zware last, en je doel om naar het buitenland te gaan moet duidelijk zijn. Ten eerste ben je niet geëmigreerd om van het leven te genieten; ten tweede ben je niet naar het buitenland gekomen om een bron van inkomsten te zoeken; ten derde ben je niet naar het buitenland gekomen om een ander soort leven te vinden; en ten vierde ben je niet naar het buitenland gekomen om het jezelf goed te laten gaan. Nietwaar? Je bent niet naar het buitenland gekomen om de wereld na te jagen, maar met een missie en met Gods opdracht om je plicht te vervullen. Vanuit dat standpunt: wat zou je hoogste prioriteit moeten zijn wanneer je naar het buitenland komt? (Onze plicht doen.) Je hoogste prioriteit is naar Gods huis gaan, je plaats vinden en op een nuchtere en gehoorzame manier je plicht vervullen volgens de regelingen van Gods huis. Klopt dat niet? (Ja, dat klopt.) Inderdaad. Bovendien ben je niet naar het buitenland gegaan omdat iemand je bedreigde of ontvoerde – je bent vrijwillig gekomen. Hoe je het ook bekijkt, je bent naar het buitenland gekomen, dus je moet je plicht doen. Dat is juist, toch? Is dit een hoge eis om van mensen te vragen? (Nee.) Het is geen hoge eis en geen buitensporige. Het is ook niet onredelijk. Op basis van wat Ik zojuist heb gezegd: hoe moet je omgaan met je plicht en hoe moet je die vervullen om te voldoen aan de opdracht die God je gegeven heeft? Moet je daarover nadenken? Het eerste waar je aan moet denken is: ik ben niet langer zomaar een gewoon persoon; ik draag nu een last op mijn schouders. Welke last? De opdracht, de last die God mij heeft gegeven. God heeft mij begeleid om naar het buitenland te gaan, en ik moet de verantwoordelijkheid en verplichtingen vervullen die een schepsel behoort te vervullen bij het verspreiden van Gods evangelie – dat is mijn plicht. Eerst moet ik nadenken over welke plicht ik kan vervullen, en vervolgens over hoe ik die goed kan doen, zodat ik Gods soevereiniteit over mij en Zijn regelingen voor mij niet tekortdoe. Is dat niet hoe je zou moeten denken? Is dit overdreven denken? Is het een leugen? Nee, dat is het niet – het is precies wat iemand met verstand, menselijkheid en geweten hoort te overwegen. Als sommigen zeggen: “Sinds ik in het buitenland ben, heb ik ontdekt dat het niet is zoals ik dacht, en ik heb er spijt van dat ik gekomen ben”, wat voor mensen zijn dat? Zulke mensen hebben geen menselijkheid en zijn ontrouw geworden. Maar de meeste mensen die naar het buitenland komen, zijn bereid zich volledig op de vervulling van hun plicht te storten. Daar laten we het bij. Laten we dit nu in verband brengen met de kwestie van de Canadese kerk. De mensen in de Canadese kerk zijn hier niet vrij van. Was het toeval dat ze naar Canada gingen? Nee, het was geen toeval, het was onvermijdelijk. Waarom zeg ik dat het onvermijdelijk was? Ik zeg dat omdat God al lang geleden had vastgesteld welke mensen naar welk land zouden gaan, en dit ‘onvermijdelijke’ werd soeverein door God bepaald. Als God soeverein bepaalt dat jij naar een bepaald land moet gaan, dan gebeurt dat ook. De mensen in de Canadese kerk hadden ook een missie en kwamen naar het buitenland door Gods soevereiniteit en beschikking. God leidde hen naar Canada, en op basis van hun respectievelijke talenten en hun professionele vaardigheden en sterke punten enzovoort, wees de kerk hun verschillende functies toe en liet hen hun plicht vervullen. Ze vervulden hun plicht vanaf het begin enigszins rigide. Met ‘rigide’ bedoel ik niet dat ze saai en traag waren, maar eerder dat, hoewel de meesten van hen gekomen waren om hun plicht te vervullen, ze de waarheid niet nastreefden. Waarom zeg ik dat ze de waarheid niet nastreefden? Als ze problemen tegenkwamen, zochten ze de waarheid niet en zochten ze niet naar de principes van hun handelen. Soms, als de Boven iets voor hen regelde of hen iets opdroeg, waren ze niet erg meewerkend – dat was de houding waarmee ze hun plicht vervulden. Ze gingen op deze plichtmatige manier door en de uitvoering van hun plicht raakte in een slechte staat, een totale puinhoop. Er was niets goeds aan het kerkleven of de ingang in het leven van deze mensen, het effect van hun plicht was slecht, er was geen werkelijkheid in hun communicatie over de waarheid en ze hadden helemaal geen onderscheidingsvermogen ten aanzien van valse leiders en antichristen – er was niets goeds aan wat ze deden. Na verloop van tijd kwam er een antichrist genaamd Yan op, en zij werden één met deze antichrist. Wat betekent ‘zij werden één’? Deze antichrist was slechts een jonge man van 26 jaar, die al tweeënhalf jaar in de kerk werkte. In die tijd had hij veel zusters aangetrokken, misschien wel tien. Sommige van hen vond hij leuk, andere niet, en die negeerde hij, maar al deze mensen verafgoodden deze antichrist. Tweeënhalf jaar eerder waren de mensen in de Canadese kerk niet erg actief in het uitvoeren van hun taken en verkeerden ze in een gesteldheid van levenloze lusteloosheid. Welk werk er ook voor hen werd geregeld door de Boven, ze behandelden het op een plichtmatige manier en waren niet erg meewerkend, en het kostte veel moeite om het werk uitgevoerd te krijgen. Nadat de Boven hen had gesnoeid, werden ze terneergeslagen, raakten ze in een sombere stemming, communiceerden ze zelden met de Boven en werd hun houding ten opzichte van het werk ook erg moedeloos. Nadat de antichrist genaamd Yan leider werd, verslechterde hun situatie met de dag en de meesten van hen lummelden maar wat aan. Waarom konden ze in deze fase van voortmodderen terechtkomen? Waar had dit mee te maken? Een objectieve oorzaak zou kunnen zijn dat het te maken had met de leiders. Ze hadden geen goede leiders; geen van hun leiders streefde de waarheid na, maar in plaats daarvan cultiveerden ze interpersoonlijke relaties en hielden ze zich bezig met valse activiteiten. En wat was de subjectieve oorzaak? Het was dat geen van hen de waarheid nastreefde. Is het makkelijk voor een bende mensen die de waarheid niet nastreven om hun plicht loyaal en op een manier die aan de norm voldoet te vervullen? (Nee.) Maar is het makkelijk voor een bende mensen die gewoon niet de waarheid nastreven en een paar niet-gelovigen om zich bezig te houden met valse praktijken, plichtmatig te zijn en zich te verzetten tegen de Boven? (Ja.) En is het makkelijk voor zo'n bende mensen om bergafwaarts te gaan en te degenereren zoals de niet-gelovigen? Het is zo makkelijk, en dit was de weg die ze volgden. Onder het mom van het vervullen van hun plicht aten ze het voedsel van Gods huis, woonden ze in accommodatie die aan Gods huis toebehoorde en Gods huis ondersteunde hen. Ze maakten Gods huis eten en drinken afhandig, maar toch keken ze ernaar uit om het koninkrijk van de hemel binnen te gaan en beloningen te ontvangen – ze leefden op deze manier, vertrouwend op bedrog. Toen de antichrist het kerkwerk verstoorde, meldde niemand van hen iets aan de Boven. Slechts één vrouw meldde het probleem aan een valse leider, met als gevolg dat de zaak niet werd opgelost. De anderen waren blind en zagen zoveel problemen in de kerk ontstaan, maar meldden die niet. De werkregelingen van Gods huis vermelden duidelijk de principes voor het ontheffen van leiders en werkers, maar niemand besteedde daar aandacht aan. In plaats daarvan ploeterden ze zich maar door de dagen heen, samen met die antichrist. Onder deze niet-gelovigen waren er aan de ene kant mensen die al meer dan twintig jaar in God geloofden, en aan de andere kant mensen die minstens vijf jaar geloofden, maar niemand meldde deze problemen. Maar wat was erger? Er waren veel vrouwelijke teamleiders en plaatsvervangende teamleiders die met deze antichrist flirtten en met elkaar wedijverden om zijn aandacht. Wanneer een man en een vrouw met elkaar beginnen te daten, is dat voor volwassenen en ouderen in één oogopslag te zien. Mensen zijn allemaal gevoelig voor de kwestie van relaties tussen mannen en vrouwen en kunnen met één blik zien wat er aan de hand is. Toch meldde niemand dit, niemand stond op om hen te berispen of te ontmaskeren, en niemand was in staat om hen te onderscheiden. Kwam er iemand naar voren die, toen hij zag dat zij een bende waren onder leiding van deze antichrist, tegen zichzelf zei: “Ik kan jullie niet volgen. Ik moet dit melden aan het hogere leiderschap en jullie laten ontheffen, of anders een aantal broeders en zusters met rechtvaardigheidsgevoel organiseren om jullie te verdrijven.”? Nee, niemand deed dat. Niemand meldde het, tot het moment dat deze zaak onthuld werd. Wat voor soort dingen waren deze mensen? Waren zij ware gelovigen in God? Waren zij strevers naar de waarheid? (Nee.) Konden deze mensen, die de waarheid niet nastreefden, hun plicht goed vervullen terwijl er zoiets groots onder hun neus gebeurde en zij zich daar niet bewust van waren? Hoe stonden ze tegenover hun plicht? Het is duidelijk dat ze gewoon profiteurs waren, die dag in dag uit profiteerden. Ze dachten dat ze makkelijk konden voortmodderen in Gods huis, dat niemand iets mocht zeggen als ze een probleem opmerkten, dat niemand iemand mocht beledigen en dat als ze ‘de baas’ beledigden, dat vreselijk zou zijn en dat de gevolgen voor hen slecht zouden zijn. Als je bang bent om mensen te beledigen en het niet durft, durf je dan wel God te beledigen? Zullen de gevolgen goed voor je zijn als je God beledigt? Hoe zal God met je omgaan? Zullen er geen gevolgen zijn? (Ja, die zullen er wel zijn.) Er zullen gevolgen zijn. Dat ze bang waren om iemand te beledigen, was natuurlijk geen belangrijke factor. De belangrijkste factor was dat het boosaardige mensen waren die geen liefde voor de waarheid hadden. Behalve dat ze de waarheid niet nastreefden, deden ze ook veel domme dingen. Er waren niet veel mensen in de Canadese kerk, maar ze hadden wel veel wilde ambities. Het uitvoeren van hun plichten had duidelijk geen effect, maar toch wilden ze de reikwijdte van hun werk uitbreiden en waren ze druk bezig met het kopen van onroerend goed, maar uiteindelijk deden ze voor niets een aanbetaling op een pand. Nu zijn de meeste van deze mensen in isolatie geplaatst. Zeg Mij, dit stel mensen, wat voor dingen zijn ze? Zijn ze geen stel beesten en ellendelingen? Het is duidelijk dat ze niets zijn, en toch verspilden ze op deze manier offers. Niemand waakte over de belangen van Gods huis, niemand had enig gevoel van gerechtigheid – het is gewoon een stel demonen! Het is echt om woedend van te worden!
Er waren niet veel mensen in de Canadese kerk, slechts enkele honderden. Ze staken niet veel moeite in hun plicht, ze verzaakten hun plicht en vormden kliekjes, en modderden maar wat aan om de dagen door te komen. Is dat niet om woedend van te worden? Ze werkten niet efficiënt en boekten geen vooruitgang, ze spanden allemaal tegen elkaar samen en werkten niet harmonieus samen. Leiders hielden zich bezig met valse praktijken met bepaalde anderen, en niemand had enig gevoel van urgentie, niemand werd boos en niemand voelde zich hier verdrietig over. Niemand bad over deze zaak, noch zochten zij leiding bij de Boven of vroegen ze hen om bijstand. Niemand deed dit, en niemand stapte naar voren om te zeggen: “Het is niet juist dat we onze plicht op deze manier doen. Deze plicht die we doen is onze door God gegeven opdracht, en we kunnen God niet teleurstellen!” Het ontbrak hun aan niets, ze hadden genoeg mensen, ze hadden genoeg apparatuur. Waar ontbrak het hun aan? Het ontbrak hun aan integere mensen. Niemand voelde een last voor het kerkwerk, noch kon iemand het werk van Gods huis beschermen, naar voren stappen en zich uitspreken, of communiceren over de waarheid van onderscheidingsvermogen, zodat iedereen kon opstaan en valse leiders en antichristen kon onderscheiden en ontmaskeren; niemand deed dit. Kwam het doordat deze ellendelingen blind waren en niet zagen wat er aan de hand was, of doordat het hun aan kaliber ontbrak en ze verward waren door hun gevorderde leeftijd? (Geen van beide.) Het was geen van beide. Wat was dan de ware situatie? Ze heulden allemaal met de antichrist, beschermden elkaar allemaal en likten elkaars hielen, niemand ontmaskerde iemand, ze hingen allemaal maar wat rond in dat demonenhol. Dachten ze ooit na over hun plicht of Gods opdracht? (Nee.) Ze wilden gewoon op deze manier aanmodderen zonder enige gevoelens van zelfverwijt. Wat is dit fenomeen, dat ze geen gevoelens van zelfverwijt hadden? Het is dat de Heilige Geest niet in hen werkte, en God hen had verlaten. Er is nog een andere verklaring voor Gods verlating van hen, en dat is dat God, vanwege hun houding ten opzichte van hun plicht en hun houding ten opzichte van de waarheid en God, evenals hun gedachten, van hen was gaan walgen en zij niet langer verdienden om die plicht te doen. Daarom was er geen verwijt of discipline in hen te zien, geen ontwaken van hun geweten, en ontvingen ze al helemaal geen verlichting of illuminatie, geen snoeien, geen oordeel of tuchtiging. Deze dingen waren niet relevant voor hen, ze waren allemaal afgestompt, en ze verschilden niet van duivels. Ze luisterden al jaren naar preken in Gods huis, en hadden ook geluisterd naar preken over het herkennen van antichristen en preken over hoe men zijn plicht doet op een manier die aan de norm voldoet, maar zochten en aanvaardden ze in deze tijd de waarheid? Herkenden ze antichristen? Hielden ze enig debat over de verschillende uitingen van antichristen? Nee, dat deden ze niet. Als ze dat werkelijk hadden gedaan, dan was er zeker een minderheid van mensen geweest die had kunnen opstaan en de antichrist had kunnen ontmaskeren en rapporteren, en waren de zaken niet zo erg geworden als ze werden. Het was gewoon een stel verwarde en nutteloze mensen! In overeenstemming met hun feitelijke situatie, hun gedrag en de typering die hun gegeven was, degradeerde Ik hen naar een B-groep voor een periode van afzondering en reflectie. Was het overdreven van Mij om de zaak op deze manier af te handelen? (Nee.) Nee, het was helemaal niet overdreven. En als het niet overdreven was, kan het dan niet als volkomen gepast worden beschouwd? Het werd gedaan om hen enige kans te geven. Welke kans? Als ze werkelijk enige menselijkheid en geweten hebben, als ze berouw kunnen tonen en van koers kunnen veranderen, dan zullen ze de kans hebben om terug te keren naar de kerk; als ze niet eens het verlangen hebben om berouw te tonen, dan zullen ze gewoon de rest van hun leven afgezonderd blijven, en zelfs door de kerk worden verwijderd. Zo zit het. Ze werden niet onmiddellijk verwijderd om hen een kans te geven berouw te tonen. Ze zeggen misschien: “Wij hebben dit slechte ding gedaan, en U werd boos en zonderde ons af. Dus ook al hebben we voorheen geen prestaties geleverd bij het doen van onze plicht, we hebben er zeker voor geleden. Waarom ziet U dat niet?” maar feitelijk toont het afzonderen van hen voldoende clementie, en volgens hun daden en gedrag hadden ze verwijderd moeten worden. Kijk eens naar deze houding die ze hebben – ze verkeren in zo'n gevaar! Dus, hoe moet deze zaak worden afgehandeld? Ik moet Mijn aanpak in twee fasen verdelen: de eerste fase is om hen af te zonderen, en de tweede fase is om hen te behandelen zoals Mij goeddunkt op basis van hun situatie tijdens hun periode van afzondering en hun individuele gedrag, en te beslissen of ze in de kerk worden gehouden of worden verwijderd. Toont dit niet voldoende clementie jegens hen?
Die mensen in de Canadese kerk hebben zoveel slechte dingen gedaan en hen isoleren op basis van hun gedrag getuigde van grote mildheid, dus waarom hebben sommige mensen nog steeds hun eigen ideeën over hoe de zaak is aangepakt? Sommigen zeggen: “Het was misschien wel goed dat U de zaak zo hebt aangepakt, maar er is nog steeds een klein probleem. Die mensen in de Canadese kerk hebben dit zichzelf aangedaan en ze hebben gekregen wat ze verdienden, maar door het op deze manier aan te pakken, straf je hen dan niet streng om een voorbeeld voor anderen te stellen?” Is dit een juist begrip? (Nee.) Ik heb sommige mensen horen zeggen: “Dit is de juiste manier om het aan te pakken. Je moet hen streng straffen om een voorbeeld te stellen voor anderen, hen tot een waarschuwing voor anderen maken en kracht tonen om anderen een boodschap te sturen.” Is dit niet iets wat een ongelovige zou zeggen? Dit is de kijk op dingen die een ongelovige zou hebben. Jullie zijn misschien nog niet in staat om de essentie van dit probleem te doorgronden, en daarom kunnen jullie nog steeds de mening van een ongelovige uiten. Vinden jullie het niet een beetje walgelijk als iemand dit zegt? Als jullie zulke woorden gebruiken om deze kwestie uit te leggen, dan zeggen jullie dingen die niet ter zake doen, en zo liggen de zaken niet. Hoe zouden jullie dan de manier beschrijven waarop ik deze kwestie heb aangepakt? (U hebt het volgens de principes aangepakt.) Dat klopt, Ik heb het volgens de principes aangepakt; dat is een praktische manier om het te zeggen. Iemand anders? Hebben ze dit niet over zichzelf afgeroepen? (Ja.) En wat is de eenvoudigste manier om dit te omschrijven? (Ze hebben hun verdiende loon gekregen.) Dat klopt, op basis van hoe ze zich hebben gedragen, hebben ze hun verdiende loon gekregen en hebben ze dit over zichzelf afgeroepen. God handelt volgens de waarheidsprincipes; Hij oefent vergelding uit op mensen overeenkomstig hun gedrag. Bovendien moeten mensen de gevolgen van hun daden dragen, en als ze dingen doen die verkeerd zijn, moeten ze gestraft worden – dat is gepast. God oefent vergelding uit op mensen overeenkomstig hun gedrag; dit is het uitoefenen van vergelding op die mensen in de Canadese kerk en, om het in hedendaagse bewoordingen te zeggen, zij worden behandeld volgens de principes. Vertel Me eens, welke van deze dingen die ik over hen heb blootgelegd, zijn geen feiten? Welke van mijn analyses en definities van deze zaken, welke van mijn karakteriseringen van hen zijn geen feiten? Het zijn allemaal feiten. Daarom wordt er vergelding op hen uitgeoefend op basis van deze uitingen en op basis van hun daden en gedrag – wat is daar mis mee? Dus is de aard van deze acties – kracht tonen om anderen een boodschap te sturen, mensen streng straffen om een voorbeeld voor anderen te stellen, en mensen tot een waarschuwing voor anderen maken – hetzelfde als de manier waarop ik de Canadese kerk heb behandeld? (Nee.) Dus waarom zou je mensen streng straffen om een voorbeeld voor anderen te stellen? Wat is de aard hiervan? Mensen streng straffen om een voorbeeld te stellen voor anderen, kracht tonen om anderen een boodschap te sturen en mensen tot een waarschuwing voor anderen maken – de aard van deze drie handelingen is in wezen hetzelfde. Wat is die aard? Het is de handeling van een heerser of een machtig persoon die in een specifieke situatie iets doet wat hij nodig acht om zijn gezag te vestigen en dit gebruikt om anderen te intimideren. Dit wordt het streng straffen van mensen om een voorbeeld te stellen voor anderen genoemd. Wat zou hun doel hiermee zijn? Het zou zijn om anderen hun te laten gehoorzamen, hen te laten vrezen en zich door hen geïntimideerd te laten voelen, zodat ze niets onbezonnen doen in hun aanwezigheid en niet doen wat ze willen in hun aanwezigheid. Zou dit in overeenstemming zijn met principes? (Nee.) Waarom zeg je dat het niet in overeenstemming zou zijn met principes? Een heerser zou zijn motivatie hebben om te handelen, en zijn motivatie zou zijn om zijn regime te consolideren en zijn macht te waarborgen. Hij zou er een punt van willen maken, en dat zou de aard van zijn handelen zijn. De kwestie van de aanpak van de Canadese kerk was gebaseerd op de waarheidsprincipes, en niet op de satanische filosofieën van de ongelovigen. De antichrist misleidde mensen, hij hinderde en verstoorde het kerkwerk, hij zette de kerk op zijn kop, en de meeste mensen spraken zich nog steeds uit ter verdediging van hem – de aard van hun handelen is echt zo verfoeilijk! Door op deze manier voort te modderen, zouden ze beter de kerk kunnen verlaten en hun eigen leven gaan leiden. Dan zouden tenminste de middelen van Gods huis niet verspild zijn, en dat zou een goede zaak geweest zijn. Maar hebben ze dat gedaan? Hun geweten had dit besef niet, en ze verspilden de financiële en materiële middelen van Gods huis. Ze deden geen moeite om hun plicht te vervullen en ze werkten samen met de antichrist en deden samen met hem kwaad – de aard van deze daden is echt ernstig! Daarnaast moeten mensen de gevolgen van hun daden dragen, en wanneer ze verkeerde dingen doen, horen ze gestraft te worden – dit is gepast! Gods huis heeft hen op deze manier behandeld om hen te laten nadenken over zichzelf en zichzelf te leren kennen, zodat zij weten dat zij van koers moeten veranderen en berouw moeten tonen, en dit is in hun eigen belang. Als ze niet waren aangepakt, hadden ze misschien over een jaar allemaal God verraden en waren ze teruggegaan naar de wereld. Gelukkig werden ze op tijd geïsoleerd en aangepakt, waardoor werd voorkomen dat nog meer mensen kwaad deden en dat het werk van de kerk nog meer schade opliep. Worden ze hierdoor gered of geëlimineerd? (Ze worden gered.) Ze worden echt gered. Het werd gedaan om hen te helpen, om hen te waarschuwen, om een alarmsignaal voor hen te laten klinken, om hun te vertellen dat het niet juist was om zich zo te gedragen, dat als ze zo doorgingen, ze naar de verdoemenis zouden gaan en zouden omkomen en elke hoop op redding zouden verliezen. Als ze dit punt kunnen begrijpen, dan hebben ze nog steeds hoop. Als ze dit niet kunnen begrijpen en ze blijven zich somber voelen, degenereren en in wanhoop vervallen, zich verzetten tegen de Boven en hun noties in een negatieve bui loslaten, dan komen ze in de problemen. Wat wensen jullie hen toe? (Dat ze zich bekeren.) Jullie wensen allemaal dat ze beter worden en zich bekeren. En wat wens Ik voor hen? Wens Ik dat ze zich niet bekeren, dat Ik ze allemaal kan wegzuiveren, dat de kerk beter af is zonder deze mensen? Is dat wat Ik wil? (Nee.) Nee, dat is niet wat Ik wil. Ik wens dat ze beter worden en zich bekeren, dat ze na hun bekering terugkeren naar Gods huis en dat ze hun plicht niet opnieuw vervullen zoals voorheen. Hoe gaat dat vers ook alweer? “Iedereen moet het slechte pad verlaten en het geweld uit hun handen laten varen” (Jona 3:8). Wat hen betreft, als ze dit kunnen bereiken, dan zal dat een herinnering zijn die ze hun hele leven lang nooit zullen vergeten en een buitengewone ervaring voor hen. Het zal een prachtige gebeurtenis worden. Dit hangt af van wat ze individueel nastreven.
Toen de kwestie van de antichrist in de Canadese kerk eenmaal was afgehandeld, dachten sommige mensen: deze mensen hebben jarenlang hun plicht gedaan, en toch zijn ze geïsoleerd omdat er een antichrist opdook die voor onrust zorgde. Ze hebben een gevoel van crisis en denken: o, dit is de eerste keer dat ik zie dat God boos wordt en mensen vervloekt. Zelfs de medestanders, medeplichtigen en volgelingen van de antichrist werden niet gespaard. God houdt echt geen rekening met iemands gevoelens! Normaal gesproken wordt er vaak gezegd dat God van de mens houdt en hem genadig is, maar Zijn woede is deze keer echt ondraaglijk! Ze beginnen zich ongemakkelijk te voelen in hun hart. Zeg Me, is het juist dat mensen zo denken? (Nee.) Waarom niet? Hoe moeten mensen deze kwestie benaderen? Hoeveel jaar luisteren jullie al naar preken? Is dat niet minstens vijf jaar? En zouden we het niet eens moeten kunnen worden over veel zaken, vooral over bepaalde zaken waar de principes redelijk duidelijk zijn? (Ja.) Wat betekent ‘overeenstemming’? Het betekent een soort stilzwijgend begrip. Ik doe iets zonder jullie de reden te vertellen, en jullie weten heel goed waarom; jullie kunnen het begrijpen, accepteren en het vanuit een positieve invalshoek interpreteren – dat is wat een stilzwijgend begrip hebben betekent. Hoe ontstaat dit stilzwijgende begrip? Stel dat jullie naar veel preken hebben geluisterd, een bepaald niveau van begrip van de waarheid hebben bereikt en we elkaar beter hebben leren kennen. Ik heb je veel dingen uitgelegd en je verteld wat Mijn standpunten, Mijn ideeën en Mijn handelingsprincipes zijn, evenals de dingen die jullie moeten begrijpen en doen. Ik heb jullie al deze dingen verteld en wat Mijn standpunten zijn, en jullie hebben Mijn standpunten vervolgens aanvaard en hebben dingen, jullie plicht, geloof, leven en andere mensen benaderd in overeenstemming met Mijn standpunten. Zal het stilzwijgende begrip tussen ons dan niet steeds groter zijn geworden? (Ja.) Hebben we dus dit soort stilzwijgend begrip bereikt met betrekking tot de aanpak van de Canadese kerk? Als Ik de kwestie niet had uitgelegd zoals Ik dat heb gedaan, waar zou ons stilzwijgende begrip dan op zijn neergekomen? ‘Mensen streng straffen om een voorbeeld voor anderen te stellen’ en ‘mensen tot een waarschuwing voor anderen maken’ – is dat ons stilzwijgende begrip? (Nee.) Deze mensen hebben jarenlang naar preken geluisterd, dus hoe kon Mijn handelen dan zo'n reactie bij hen oproepen? Zeg Me eens, hoe voelde Ik Me toen ik hen zulke opvattingen hoorde uiten? Het deed Me voelen hoe tragisch dit is, dat mensen zulke dingen konden zeggen! Ik vraag jullie: had Ik Me zo moeten voelen? (Ja.) Waarom zeggen jullie dat? Omdat dit soort uitspraken, dit soort perspectieven, dit soort begrip en dit soort inzicht niet hadden mogen bestaan of op hadden mogen komen. Nu zijn ze wel ontstaan en ze hebben Mijn verwachtingen overtroffen. Ze wijken zo ver af van Mijn beoordeling en verwachtingen dat Ik Me hierover schaam! Iemand zal zeggen: “Is het zo ernstig? Maakt U zich niet druk om niets?” Laat Me jullie zeggen: dit is geen grote kwestie, maar ook geen kleinigheid. Vanaf het moment dat je in God begint te geloven, vanaf het moment dat je erkent dat God jouw God en jouw Heer is, vanaf het moment dat je Gods woorden wilt eten en drinken, God wilt volgen, Zijn orkestraties en regelingen wilt accepteren en je wilt onderwerpen aan alles wat God van je vraagt, vanaf die dag heb je een relatie met God opgebouwd. Zodra je deze relatie hebt opgebouwd, bestaat er een uiterst cruciaal probleem tussen jou en God. Wat is dat probleem? Dat is dat, als je de dingen die God doet en de manieren waarop God Zich gedraagt niet kunt accepteren, als je deze dingen niet kunt begrijpen en je niet het initiatief kunt nemen om ze te zoeken en te doorgronden, je relatie met God op elk moment in een crisistoestand zal verkeren. En wat betekent deze crisistoestand? Hoeveel woorden van God je ook eet en drinkt, hoezeer je ook van plan bent je aan God te onderwerpen, zolang deze crisistoestand ook maar één dag aanhoudt, kan het feit dat je God wilt volgen en je verlangen om Gods redding te aanvaarden worden vernietigd, onhoudbaar worden en slechts een fantasie worden. Waarom zeg Ik dit? Zul je, zolang je relatie met God niet normaal is en zolang deze crisistoestand bestaat, in staat zijn een normale relatie met God te onderhouden? Wat voor soort relatie zul je dan met God hebben? Zal het een compatibele relatie zijn? Een familiale relatie, of een relatie tussen collega's? Wat voor relatie zal het precies zijn? Zolang je relatie met God in een crisistoestand verkeert, zul je in staat zijn om op elk moment en elke plaats over Gods daden en gedrag te oordelen en ze verkeerd te begrijpen, en zul je zelfs in staat zijn om je te verzetten tegen de dingen die God doet en te weigeren ze te accepteren. Zou je dan niet in gevaar zijn? Hoe ontstaat dit gevaar? Het ontstaat omdat je God niet kent. We zullen niet vanuit de positieve kant spreken, maar vanuit de negatieve. Jullie zien God bijvoorbeeld altijd op een bepaalde manier en denken dat God een koning op aarde is, een zeer belangrijke functionaris, een oppermachtig persoon die op aarde macht uitoefent. In je gedachten zie je God altijd als iemand in zo'n positie, en welk perspectief neem je op basis daarvan dan aan ten aanzien van de dingen die God doet en zegt? Laat Me jullie een paar voorbeelden geven, dan zullen jullie misschien begrijpen welk perspectief Ik bedoel. Er is een gezegde in de wereld: ‘Dicht bij een koning zijn, is net zo gevaarlijk als bij een tijger liggen’. Zijn er mensen die dit gezegde toepassen op hun relatie met God? (Ja.) Er zijn zulke mensen, en veel mensen hebben dit perspectief op God. Dan is er nog het gezegde dat we eerder noemden: ‘Mensen tot een waarschuwing voor anderen maken’. Maakt dit God niet ook tot een koning op aarde of iemand met invloed en status? (Ja, dat doet het.) Zij hebben dit begrip van God omdat zij deze kijk op God hebben, en het is omdat zij zo’n relatie met God hebben, omdat zij Hem op deze manier zien en Zijn identiteit en status zo begrijpen, dat zij God op dezelfde manier beschouwen als iemand met status in de wereld – dat is heel natuurlijk. Er is nog een ander gezegde dat luidt: ‘Hoe kan iemand tolereren dat iemand anders zijn invloedssfeer binnendringt?’ Dit is een manier om wereldse koningen en mensen met status en invloed te beschrijven. Sommigen van jullie kennen misschien zulke mensen of hebben eerder met zulke mensen te maken gehad, en misschien passen jullie dit gezegde ook toe op God. Dat wil zeggen, wanneer God iets doet of zegt, verbinden jullie deze uitspraken met Hem en beschouwen jullie God op die manier. Als je God op die manier ziet en dat perspectief op Hem hebt, hoe zal je relatie met God dan precies zijn? Zij zal tegendraads zijn. Hoezeer je ook de god in je gedachten bewondert en vreest, hoe gehoorzaam je ook bent en hoezeer je je ook aan hem overgeeft, en wat je houding ten opzichte van hem ook is, je relatie met God zal nog steeds tegendraads zijn. Jullie denken misschien dat Mijn woorden een beetje abstract klinken, wanneer Ik zo spreek, maar als jullie ze zorgvuldig over overdenken, zien jullie dan niet dat de zaken werkelijk zo liggen? Toen Ik de kwestie van de antichrist in de Canadese kerk had afgehandeld, heb Ik jullie de zaak niet zorgvuldig en gedetailleerd uitgelegd en heb Ik jullie niet verteld waarom Ik die mensen zo heb behandeld, en zoveel mensen begonnen zich zorgen te maken over hun vooruitzichten en hun bestemming. Waar kwam deze bezorgdheid vandaan? Ze kwam voort uit het verkeerd begrijpen van God en uit het niet kennen van God – dat was de hoofdoorzaak! Als jullie begrip van God in overeenstemming is met Gods essentie – bijvoorbeeld, als je begrip van Gods gerechtigheid, gezag en wijsheid in lijn is met de waarheid – zul je dan, ongeacht wat God doet, zelfs als je de redenen en Gods bedoelingen niet begrijpt, God verkeerd begrijpen? Nee, absoluut niet. Nadat Ik de kwestie van de Canadese kerk had afgehandeld, zeiden sommige mensen: “Dit werd gedaan om van hen een waarschuwing te maken en ons angst aan te jagen.” Wat is hun probleem? Is wat zij zeiden in overeenstemming met de waarheid? Getuigt het van een juist begrip? (Nee.) Waarom niet? Laat me jullie iets uiterst eenvoudigs zeggen: hun begrip stond haaks op de werkelijke situatie; de feiten waren niet zo, en zij begrepen het verkeerd. Is dat niet eenvoudig? (Ja.) Waarom doen jullie dan zo’n grote moeite om deze kwestie uit te leggen? Ik heb dat nooit gedacht en Ik heb nooit iemand bang willen maken. De meeste mensen zijn in de loop der jaren voortdurend effectiever geworden in hun plicht, dus doen zij hun plicht nu op een manier die aan de norm voldoet? Nee, dat doen zij niet, maar zij zijn bezig om aan de norm te gaan voldoen in hun plicht, en als er kleine problemen zijn, laat Ik die passeren. Tijdens dit proces kunnen sommige mensen verstoringen veroorzaken, kunnen sommige mensen treuzelen, of kunnen er bij bepaalde mensen kleine problemen optreden, maar over het geheel genomen doen zij het vrij goed. Er is echter één ding dat jullie niet mogen vergeten: jullie zijn gekomen om jullie plicht te doen. Hoe hard jullie ook werken, hoeveel jullie ook lijden of hoeveel jullie ook worden gesnoeid, jullie moeten God danken. God heeft jullie deze gelegenheid gegeven zodat jullie allerlei verschillende situaties kunnen ervaren en allerlei persoonlijke ervaringen kunnen opdoen. Dit is een goede zaak, en het is allemaal bedoeld om jullie de waarheid te laten begrijpen. Dus waar maken jullie je zorgen over? Voor wie zijn jullie op je hoede? Dat is helemaal niet nodig. Streef gewoon op normale wijze de waarheid na, vind jullie juiste plaats en doe jullie plicht en het werk dat jullie toekomt goed – en dat is genoeg. Dat is niet veel gevraagd van jullie.
Vanaf het moment dat de antichrist in de Canadese kerk verscheen en verstoringen begon te veroorzaken, totdat deze mensen het stadium bereikten waarin zij zich nu bevinden, hoe lang heb Ik hen verdragen? Ik was niet volledig onwetend over wat er met hen aan de hand was, Ik heb het lange tijd verdragen. Hoeveel heb Ik verdragen? Lange tijd waren zij niet in staat om voltooid werk te leveren, boekten zij geen vooruitgang in hun werk en hield geen van hen zich bezig met zijn eigenlijke zaken; zij handelden allemaal willekeurig en roekeloos, losbandig en ongebreideld, en hadden al lang geleden moeten worden aangepakt. Als jullie ook in staat zijn om willekeurig en roekeloos te handelen, en jullie je niet met jullie eigenlijke zaken bezighouden, wacht dan niet tot Ik jullie aanpak. Neem in plaats daarvan het initiatief en trek je terug; dat zou waardiger zijn. Zou dat de juiste beslissing zijn? Nee, dat zou ook niet de juiste beslissing zijn. Blijf niet nadenken over vertrekken, jullie moeten je hier vastberaden vestigen en jullie plicht goed vervullen. Of jullie je plicht nu goed kunnen vervullen of niet, zet jullie er in ieder geval met heel jullie hart voor in en zorg ervoor dat jullie uiteindelijk al jullie taken hebben voltooid. Wees geen deserteur. Sommige mensen zeggen: ‘Mijn kaliber is zwak, ik ben niet erg goed opgeleid en ik heb geen talent. Ik heb tekortkomingen in mijn persoonlijkheid en ik loop altijd tegen moeilijkheden aan bij het vervullen van mijn plicht. Wat moet ik doen als ik mijn plicht niet goed kan vervullen en ontheven word?’ Waar ben je bang voor? Kan dit werk door jou alleen worden gedaan? Je hebt net een functie aangenomen, er wordt niet van je verwacht dat je alles op je neemt. Doe gewoon wat je moet doen, dat is voldoende. Heb je dan niet je verantwoordelijkheid genomen? Het is zo eenvoudig, waarom ben je altijd zo wantrouwig? Je bent bang dat vallende bladeren je hoofd zullen raken en openbreken, en je denkt eerst en vooral aan je eigen noodplannen – is dat niet nutteloos? Wat betekent ‘nutteloos’? Het betekent dat je geen vooruitgang probeert te boeken, niet bereid bent om alles te geven, altijd een vrijkaart wilt krijgen en van goede dingen wilt genieten – zulke mensen zijn niets waard. Sommige mensen zijn te bekrompen. Hoe kunnen we zulke mensen omschrijven? (Ze zijn extreem kleingeestig.) Een extreem kleingeestig persoon is een verachtelijk persoon, en elke verachtelijke persoon kan het karakter van een gentleman meten aan zijn eigen verachtelijke normen en anderen als net zo egoïstisch en laaghartig beschouwen als hijzelf. Deze mensen zijn niets waard, en zelfs als ze in God geloven, zal het voor hen niet gemakkelijk zijn om de waarheid te accepteren. Wat zorgt ervoor dat iemand te weinig geloof heeft? Dat komt doordat zij de waarheid niet begrijpen. Als je te weinig waarheden begrijpt en je begrip ervan te oppervlakkig is, en je daardoor niet elk werk dat God onderneemt, alles wat God doet en elke eis die God aan je stelt, kunt begrijpen, als je dit begrip niet kunt bereiken, dan zullen er allerlei vermoedens, verbeeldingen, misverstanden en noties in je opkomen met betrekking tot God. Als je hart alleen maar met deze dingen gevuld is, kun je dan echt geloof in God hebben? Jullie hebben geen waar geloof in God en daarom voelen jullie je altijd ongemakkelijk en maken jullie zich zorgen dat jullie niet weten wanneer jullie ontheven zouden kunnen worden. Jullie zijn bang en denken: ‘God kan hier elk moment een inspectie komen uitvoeren.’ Maak je geen zorgen. Zolang jullie het werk dat Gods huis jullie toevertrouwt goed doen, zal Ik dat door de vingers zien, zelfs als jullie enigszins tekortschieten in jullie zoektocht naar de waarheid en het leven. Wat betreft jullie aanwezigheid bij bijeenkomsten en het luisteren naar preken, jullie kerkelijk leven en het eten en drinken van Gods woorden, Ik ga die dingen niet controleren en Ik zal jullie niet lastigvallen als het om jullie werk gaat. Waarom zal Ik jullie niet lastigvallen? Daar zijn verschillende redenen voor. Een daarvan is dat jullie meer vertrouwd zijn met verschillende professionele vaardigheden dan Ik. In de loop van de afgelopen jaren zouden jullie je ervaring of professionele vaardigheden moeten hebben verbeterd en een programma voor jullie werk moeten hebben opgesteld. Of dat nu schriftelijk of mondeling is, jullie zouden een aantal regels en voorschriften samengevat moeten hebben. Ik ben niet op de hoogte van jullie werkwijze en Ik wil jullie werkplannen en -methoden niet verstoren. Jullie kunnen je eigen stijl of patroon, of regels en voorschriften volgen en het werk doen op een manier die gemakkelijk en handig is, waardoor iedereen zich vrij en ongebonden voelt en die resulteert in een hoge mate van efficiëntie. Dat wil zeggen dat Ik jullie volledige vrijheid geef in jullie werk. Hoewel Ik soms rondloop in de kerken, houd Ik me op de achtergrond, zodat jullie Mij niet zien – Ik doe Mijn best om jullie een vrij en ongebonden gevoel te geven. Waarom doe Ik dit? Niemand van jullie is erg bekend met de professionele vaardigheden; jullie moeten geleidelijk je weg vinden als onderdeel van het leerproces. Of mensen nu professionele vaardigheden leren of de waarheid binnengaan, ze hebben allemaal hun eigen tempo en efficiëntieniveau. Je kunt mensen niet dwingen om dingen te doen die hun capaciteiten te boven gaan. Mensen moeten een proces doorlopen, mislukkingen en tegenslagen ervaren, of lessen leren uit hun fouten, en vervolgens geleidelijk een weg voorwaarts samenvatten en bepaalde principes op alle gebieden onder de knie krijgen. Dan zullen zij vooruitgang boeken. Jullie hebben je eigen werkstijl en jullie eigen methoden – het zou ongepast zijn als Ik jullie hierover zou lastigvallen. Daarom meng Ik me zelden in discussies over zaken die met jullie werk te maken hebben. Dit is de reden die met jullie te maken heeft. Er is ook een primaire reden die met Mij te maken heeft. Ik zal eerlijk tegen jullie zijn: wat jullie kunnen zien en denken, of het nu gaat om professionele vaardigheden of kunst, of nog meer om de waarheid, lijkt Mij allemaal erg oppervlakkig. Zouden jullie het kunnen verdragen als Ik jullie zou dwingen om sneller vooruitgang te boeken? Nee, dat zouden jullie niet kunnen. Als Ik onder jullie zou handelen zoals Ik dat zou willen, dan zouden Mijn eisen aan jullie je huidige werkelijke niveau van professionele vaardigheden en jullie werkelijke gestalte met betrekking tot de ingang in het leven overschrijden. Dat wil Ik niet, omdat het voor Mij erg vermoeiend zou zijn en voor jullie erg inspannend. We zouden allebei in een lastige situatie terechtkomen, en dat zou niet goed zijn; dat is niet wat Ik wil. Dit zijn Mijn gedachten over deze kwestie, en dit is hoe de zaken staan. Om twee redenen: één die betrekking heeft op jullie, en één die te maken heeft met het feit dat ik Mijn mening over deze kwestie, en Ik de zaken op deze manier heb aangepakt. Deze manier van aanpakken is geschikt voor jullie geleidelijke groei. Wat betreft de ingang in het leven, beschikken jullie over boeken met Gods woorden, er zijn allerlei bijeenkomsten en preken, en er zijn ook leiders en werkers die jullie begieten en ondersteunen; er zijn zoveel dingen die jullie kunnen eten, drinken en ontvangen. Een ander aspect is dat het proces van de groei van het leven van mensen te vergelijken is met een zaadje dat in de grond wordt gezaaid, water en mest krijgt en dan geleidelijk ontkiemt en groeit totdat het uiteindelijk vrucht draagt. Het is een zeer langzaam proces. Natuurlijk kan het langzame proces dat jullie doormaken nog langzamer zijn dan een zaadje dat groeit van ontkieming tot vruchtvorming. Waarom is dat zo? Daar zijn veel praktische en objectieve redenen voor die in mensen zelf liggen. Een daarvan is dat mensen een verdorven gezindheid hebben, maar daar zullen we het niet over hebben. Een andere reden is dat mensen passief zijn en vaak negatief worden. Ze zijn lui en gevoelloos, en traag als het gaat om de waarheid en positieve dingen. Bovendien houden mensen niet van positieve dingen. Daarom hebben mensen, wanneer ze de waarheid proberen binnen te gaan en toegang tot het leven proberen te verkrijgen, een zware strijd te voeren en varen ze tegen de stroom in. Voor mensen is het makkelijk om mee te gaan met de stroom, mee te liften, het wereldse na te streven en de trends te volgen, mee te drijven met de stroom, en subjectief gezien willen mensen echt zo handelen. Streven naar de waarheid, doen wat gerechtvaardigd is en mensen zijn met een gevoel van gerechtigheid die hun eigenlijke taken kunnen uitvoeren, is echter zeer inspannend voor hen. Zij moeten in opstand komen tegen hun subjectieve verlangens, hun eigen gevoelens, hun eigen opvattingen, en zij moeten ook in opstand komen tegen hun luiheid en andere negatieve zaken. Wanneer zij geconfronteerd worden met mensen, collega's of omgevingen die niet zijn zoals zij zich hadden voorgesteld, of zelfs wanneer zij verontrustende of onaangename dingen horen, moeten zij vertrouwen op gebed om dit te overwinnen, en dus ondervinden zij enorme weerstand op het pad van het nastreven van de waarheid in hun geloof in God. Als zij bijzonder vastberaden zijn en de waarheid met ongelooflijke energie nastreven, zullen zij na een jaar of twee ervaring enige vooruitgang zien. Maar als zij doen wat zij willen en de dingen gewoon op hun natuurlijke beloop laten, zullen zij zeer langzaam vooruitgang boeken. Misschien zullen zij na enige tijd een bijzondere gebeurtenis meemaken, een gebeurtenis die voor hen van buitengewone betekenis is, en zullen zij een les leren, gesnoeid worden en in hun diepste hart enorme pijn lijden en sterk worden geraakt, en pas daarna zullen zij in staat zijn om een kleine positieve wending te geven wat betreft hun ingang in het leven. Kan deze positieve wending hen in staat stellen om vooruitgang te boeken? Nee, dat kan niet. Hun vooruitgang hangt af van hoe zij in deze periode naar de waarheid zoeken. Als zij mensen zijn die alleen maar uitvluchten kunnen zoeken, vleselijk gemak begeren en niet echt van de waarheid houden, dan zouden zij uit deze gebeurtenis niets meer dan een oppervlakkige les halen en zouden zij geen begrip van de waarheid bereiken. Gezien het trage tempo van de vooruitgang die jullie in je leven boeken, houd Ik deze afstand in Mijn omgang met jullie en pas Ik deze methode toe. Vinden jullie dit gepast? (Ja.) Dit is zeer gunstig voor jullie; jullie voelen je in ieder geval ontspannen. Ik zal jullie geen extra lasten opleggen door jullie de hele dag in de gaten te houden, jullie 24 uur per dag niet te laten ontspannen en jullie ijverig en onvermoeibaar te laten werken. Dat zal Ik niet proberen te doen, maar in plaats daarvan laat ik de dingen met jullie op hun natuurlijke beloop. Betekent dit dat jullie je kunnen overgeven aan zelfgenoegzaamheid? (Nee.) Hoe kan Ik dan met vertrouwen deze keuze maken om jullie niet in de gaten te houden? Omwille van het nauwkeurige onderzoek van de Heilige Geest. Bovendien, als iemand de waarheid nastreeft, deze behoefte heeft en bereid is om de waarheid in zijn diepste hart na te streven, dan zal hij, zelfs als je hem niet in de gaten houdt, nog steeds de waarheid nastreven – hij is een fatsoenlijk persoon die zich met zijn eigenlijke zaken bezighoudt. Als hij geen fatsoenlijk persoon is, dan heeft het geen zin om hem in de gaten te houden. Wanneer je hem in de gaten houdt, gedraagt hij zich aan de oppervlakte op een bepaalde manier om je plichtmatig te behandelen, en wanneer je even niet kijkt, gedraagt hij zich gewoon zoals hij normaal doet en valt hij terug in zijn oude gedrag. Het nastreven van de waarheid is niet iets wat mensen kunnen controleren. Dit begrijp Ik heel goed, en daarom pas Ik deze methode toe om met jullie om te gaan en te communiceren. Het is volkomen gepast dat Ik dit doe.
Is de kwestie van de Canadese kerk nu niet duidelijk uitgelegd? En hebben jullie enkele waarheden uit deze kwestie begrepen? Als jullie in de toekomst opnieuw met een dergelijke kwestie worden geconfronteerd, zullen jullie dan nog steeds zeggen dat het een geval is van mensen streng straffen om een voorbeeld voor anderen te stellen en hen tot een waarschuwing voor anderen te maken? Voordat dit gebeurde, had je het gevoel dat niemand je relatie met God kon verbreken en dat je al verenigbaar was met God. Toen je echter met deze kwestie werd geconfronteerd, werd dat beetje kleine gestalte dat je bezit, onthuld. Welke gestalte? Je dacht dat je zware lasten kon dragen en lijden kon verdragen, dat je vastberadenheid en geloof groter waren dan voorheen en dat je spoedig vervolmaakt zou worden; dit was de verkeerde perceptie die je in je hart koesterde. En wat denk je nu? Je denken was een beetje voorbarig! Kijk naar Mij: aan de buitenkant zie Ik er zo uit, Ik kan worden aangeraakt en gezien – kan Mijn persoonlijkheid als open en duidelijk worden beschouwd? Afgaande op Mijn persoonlijkheid ben Ik niet iemand die achter jullie rug om handelt wanneer er zich een probleem voordoet en jullie niets vertelt, in het geheim actie onderneemt en jullie vervolgens laat raden wat Mijn bedoelingen zijn. Ik ben niet zo iemand. Wat voor probleem er ook opduikt, Ik leg het jullie altijd duidelijk uit, en toch zijn jullie in staat om zo’n reeks theorieën samen te vatten en te zeggen: ‘dit is mijn hoogste begrip van God.’ Wat vinden jullie van dit begrip? Jullie hebben nu een les geleerd, nietwaar? Kan men niet zeggen dat dit jullie grootste mislukking is geweest in jullie begrip van God? Jullie kunnen de woorden horen die Ik spreek en Mijn verschijning zien, en Ik ben een persoon van vlees en bloed die aangeraakt en gezien kan worden. Ik heb die beslissing genomen en niemand van jullie kon die begrijpen, en we konden geen consensus bereiken – we hadden zelfs geen oppervlakkig stilzwijgend begrip. Je bent zo ver verwijderd van God! Je bent nog lang niet zover dat je God begrijpt! Dit zijn ware woorden; dit is de werkelijke situatie. Denk niet dat je God begrijpt alleen omdat je een beetje je plicht kunt vervullen, al vele jaren in God gelooft en over enkele doctrines kunt praten. Laat Mij je zeggen dat je denken voorbarig is! Denk niet dat je echt iets weet. In werkelijkheid ben je nog ver verwijderd van het begrijpen van God; je hebt nog niet eens een glimp opgevangen van dit begrip. Mensen kunnen in elke kwestie worden onthuld, en sommige mensen zijn onthuld door deze kwestie van de aanpak van de Canadese kerk. Mensen moeten voortdurend groeien en zichzelf en God voortdurend leren begrijpen door middel van deze verschillende situaties en gebeurtenissen, om te leren over Gods daden en gezindheid, hun opstandigheid te begrijpen, precies te begrijpen wat hun relatie met God is, en duidelijk te zien op welk niveau hun begrip en kennis van de waarheid en hun begrip van God zich bevinden. Door middel van deze zaken zal je ware gestalte en ware gesteldheid worden gemeten. Hebben jullie deze keer een les geleerd? Probeer de volgende keer niet meer zo te denken. Het is zo pijnlijk, het is allemaal zo ongelooflijk! Vinden jullie dat deze kwestie het waard was om zo lang uitgelegd te worden? Dat had niet nodig moeten zijn. Waarom zeg Ik dat het niet nodig had moeten zijn? Volgens de woorden en doctrines die jullie hebben begrepen, hadden jullie de hindernis van deze kwestie moeten kunnen nemen; door er zelf over na te denken en door er met z'n allen over te communiceren, hadden jullie het op een relatief zuivere manier moeten kunnen begrijpen, zonder dat jullie begrip zo extreem werd. Maar het blijkt dat er extreme interpretaties zijn ontstaan en dat het voor Mij noodzakelijk is geworden om over bepaalde details te communiceren. Zijn jullie harten nu niet verlicht na het beluisteren van deze communicatie? Jullie zouden nu geen verdere ideeën over deze kwestie meer moeten hebben, toch? Vinden jullie de manier waarop Ik met die mensen ben omgegaan dan overdreven? (Nee.) Laten we de discussie over deze kwestie hier beëindigen, dan ga ik verder met het communiceren over het hoofdonderwerp.
Een ontleding van hoe antichristen boosaardig, verraderlijk en bedrieglijk zijn
De vorige keer hebben we gecommuniceerd over de zevende uiting van antichristen – ze zijn boosaardig, verraderlijk en bedrieglijk. Over welk aspect hebben we voornamelijk gecommuniceerd? We hebben het erover gehad hoe antichristen boosaardig zijn. Waarom zeggen we dat ze boosaardig zijn? Welke speciale gezindheden, uitingen en kenmerken in hun aard-essentie kunnen hen kenmerken als boosaardig, verraderlijk en bedrieglijk? Wat zijn de duidelijke trekken die bewijzen dat hun boosaardigheid bestaat en dat die overeenkomt met hun werkelijke omstandigheden? Wat zijn de belangrijkste kenmerken van hun aard-essentie die ons reden geven om te zeggen dat zulke mensen boosaardig zijn? Deel alsjeblieft jullie gedachten. (Veel antichristen begrijpen de waarheid, maar gaan er schaamteloos tegenin. Ze staan er obstinaat op hun eigen pad te kiezen, ook al weten ze duidelijk wat juist is. De boosaardigheid van antichristen uit zich ook in hun ongegronde vijandigheid jegens degenen die oprecht de waarheid nastreven en jegens positieve individuen.) (Antichristen willen niet dat het goed gaat met anderen. Wanneer Gods huis regelt dat er voordelen worden verstrekt aan de broeders en zusters, willen antichristen uitsluitend zelf van die voordelen – ze willen niet dat de broeders en zusters ervan genieten, dus voeren ze dit werk niet uit.) (God, Uw vorige communicatie heeft een sterke indruk op mij gemaakt wat betreft hoe antichristen God en de waarheid gebruiken als instrumenten om status te verkrijgen; ik vind dit bijzonder boosaardig.) De meesten van jullie herinneren zich wel wat dingen, namelijk een paar van de voorbeelden die Ik gaf toen Ik communiceerde over de boosaardige essentie van antichristen. Jullie herinneren je de voorbeelden, maar jullie zijn de inhoud van Mijn communicatie over de boosaardige essentie van antichristen en de ontleding daarvan vergeten. Hoeveel begrijpen jullie dan van de waarheden die Ik heb aangestipt tijdens het communiceren over en het ontleden van de boosaardige aard-essentie van antichristen? Geeft het feit dat jullie je deze dingen niet kunnen herinneren niet aan dat jullie er destijds niets van begrepen hebben? Als Mijn communicatie een sterke indruk op jullie had gemaakt, zouden jullie je die dan niet tot op zekere hoogte kunnen herinneren? Zijn de dingen die in jullie geheugen opkomen niet de dingen die jullie begrijpen? Zijn de dingen die jullie je niet kunnen herinneren niet de dingen die jullie erg moeilijk te begrijpen vinden, of die jullie gewoonweg niet kunnen begrijpen? Toen jullie die waarheden destijds hoorden, dachten jullie dat ze juist waren, en jullie onthielden ze in termen van doctrines, en het kostte jullie grote moeite om dat te doen. Maar na een nachtje slapen waren jullie ze vergeten. Een maand later zijn ze helemaal weg. Gaat het niet zo? Om een zaak of iemands essentie te doorzien, moet je de waarheid begrijpen. Als je nog steeds vasthoudt aan de zienswijzen van ongelovigen, en dingen bekijkt en beschouwt op basis van de uitspraken van ongelovigen, bewijst dat dat je de waarheid niet begrijpt. Als je tijdens al de jaren dat je naar preken en communicatie hebt geluisterd niets hebt verworven en als je het niet kunt begrijpen wanneer mensen over de waarheid met je communiceren, hoe ze het ook uitleggen, duidt dit op je gebrek aan vermogen om de waarheid te bevatten; dit wordt een laag kaliber genoemd. Is dat niet het geval? (Ja.) Wat de boosaardigheid van antichristen betreft, heeft niemand van jullie de meest cruciale uitspraak genoemd. Waarom hebben jullie die niet genoemd? Enerzijds komt het doordat het al een tijd geleden is en jullie het vergeten zijn. Anderzijds komt het doordat jullie het belang van deze uitspraak niet beseften; jullie wisten niet dat deze uitspraak een essentiële uitspraak is die de boosaardige essentie van antichristen blootlegt en ontmaskert. Wat is deze uitspraak? Het is dat de boosaardigheid van antichristen zich voornamelijk manifesteert in hun vijandigheid en afkeer jegens alle positieve dingen en alles wat met de waarheid te maken heeft. Waarom voelen antichristen vijandigheid en afkeer jegens deze positieve dingen? Hebben deze positieve dingen hen schade berokkend? Nee. Raken ze hun belangen? Soms misschien wel, soms helemaal niet. Waarom voelen antichristen dan ongegronde vijandigheid en afkeer jegens positieve dingen? (Het is hun aard.) Ze hebben zo’n aard, ze voelen vijandigheid en afkeer jegens alle positieve dingen en waarheden. Dit bevestigt de boosaardige aard van antichristen. Is deze uitspraak belangrijk of niet? Jullie herinneren je zo'n belangrijke uitspraak niet; jullie herinneren je alleen dingen die niet cruciaal zijn. Waarom stelde Ik jullie die vragen? Zodat jullie zouden spreken, en zodat Ik kon zien in hoeverre jullie deze dingen bevatten, hoeveel ervan jullie je in je hart kunnen herinneren en hoeveel jullie destijds konden begrijpen. Zoals verwacht herinneren jullie je slechts een paar onbeduidende dingen. Jullie behandelen alle dingen waarover Ik sprak als onzinnig geklets. Ik ben hier niet gekomen om te kletsen – Ik ben hier gekomen om jullie te vertellen hoe je mensen moet onderscheiden. De uitspraak die Ik heb gedaan is het hoogste waarheidsprincipe voor het onderscheiden van de boosaardige aard van antichristen. Als je deze uitspraak niet kunt toepassen, zul je de boosaardige aard van antichristen niet kunnen onderscheiden of kennen. Wanneer iemand bijvoorbeeld als een antichrist wordt gekenmerkt, zeggen sommige mensen misschien: “Hij is goed voor ons, hij is liefdevol en hij helpt ons. Waarom moet zo’n goed mens als antichrist worden bestempeld?” Ze begrijpen niet dat zelfs wanneer antichristen zich aan de oppervlakte liefdevol tegenover anderen kunnen gedragen, ze toch Gods werk verstoren en hinderen, en zich specifiek tegen God verzetten. Deze verraderlijke en sluwe kant van hen is iets wat de meeste mensen niet kunnen zien. Ze kunnen het helemaal niet onderscheiden, en ze begrijpen God verkeerd, ontwikkelen noties over God, en veroordelen God zelfs en klagen hierdoor over Hem. Zulke mensen zijn gewoon schurken en ze kunnen Gods redding niet ontvangen. Dit komt doordat ze alleen oppervlakkige zaken zien, zoals hoe antichristen mensen verstrikken, verleiden en paaien, en ze merken de boosaardige essentie van antichristen niet op, noch zien ze de methoden die antichristen gebruiken om God te weerstaan en onafhankelijke koninkrijken te vestigen. Waarom kunnen ze deze dingen niet zien? Dat komt doordat ze de waarheid niet begrijpen en mensen niet kunnen onderscheiden. Ze worden altijd misleid door uiterlijke verschijnselen en kunnen de essentie en de gevolgen van het probleem niet doorzien. Ook gebruiken ze altijd traditionele menselijke noties van moraliteit en manieren van de wereld om mensen de maat te nemen en een oordeel over hen te vellen. Als gevolg daarvan worden ze misleid door antichristen, staan ze aan de kant van antichristen, en ontstaan er conflicten en botsingen tussen hen en God. Wiens schuld is dit? Hoe is deze fout ontstaan? Dit is het gevolg van het feit dat ze de waarheid niet begrijpen, Gods werk niet kennen, en mensen en dingen altijd bekijken op basis van hun noties en verbeeldingen.
II. Een ontleding van de liefde van antichristen voor negatieve dingen
Vandaag gaan we verder met de communicatie over de zevende uiting van antichristen – ze zijn boosaardig, verraderlijk en bedrieglijk. De focus van deze uiting ligt op hun boosaardigheid, aangezien boosaardigheid zowel verraderlijkheid als bedrieglijkheid omvat. Boosaardigheid is representatief voor de essentie van antichristen, terwijl verraderlijkheid en bedrieglijkheid ondergeschikt zijn. De vorige keer hebben we gecommuniceerd over de boosaardige essentie van antichristen en die blootgelegd. We hebben gecommuniceerd over enkele brede concepten en wat relatief definiërende inhoud, waarbij we enkele woorden hebben aangestipt over het blootleggen van dit aspect van de essentie van antichristen. Vandaag zullen we onze communicatie over dit onderwerp voortzetten. Sommigen vragen misschien: “Valt er nog iets te communiceren over dit onderwerp?” Ja, dat valt er. Er zijn hier nog enkele details waarover gecommuniceerd moet worden. We zullen vandaag op een andere manier en vanuit een ander perspectief over dit onderwerp communiceren. Wat was het belangrijkste kenmerk en de belangrijkste uiting van de boosaardige aard van antichristen waarover we de vorige keer hebben gecommuniceerd? Mensen als antichristen voelen vijandigheid en afkeer jegens alle positieve dingen en de waarheid. Hun vijandigheid en afkeer jegens de waarheid en positieve dingen hebben geen reden nodig, noch ontstaan ze als gevolg van iemands aansporing, en het is zeker niet het gevolg van het feit dat ze bezeten zijn door een boze geest. In plaats daarvan houden ze inherent gewoon niet van deze dingen. Ze voelen vijandigheid en afkeer jegens deze dingen; in hun leven en in hart en nieren voelen ze weerzin wanneer ze positieve dingen tegenkomen. Als je getuigenis aflegt van God of met hen over de waarheid communiceert, zullen ze een haat jegens je ontwikkelen en het zal misschien zelfs in hen opkomen je aan te vallen. We hebben dit aspect van antichristen die vijandigheid en afkeer voelen jegens positieve dingen in onze vorige communicatie behandeld, we zullen het dus deze keer niet opnieuw bespreken. In deze communicatie zullen we een ander aspect verkennen. Wat is dat andere aspect? Antichristen voelen vijandigheid en afkeer jegens positieve dingen, waar houden ze dan wel van? Vandaag zullen we de boosaardige aard van antichristen van deze kant en vanuit dit perspectief analyseren en ontleden. Is dit nodig? (Ja.) Het is nodig. Zouden jullie daar zelf op kunnen komen? (Nee.) De afkeer van antichristen van positieve dingen en de waarheid is hun boosaardige aard. Overweeg dus op deze basis zorgvuldig waar antichristen van houden, wat voor soort dingen ze graag doen, welke methode en middelen ze inzetten om dingen te doen, en het soort mensen waar ze van houden – is het niet beter om hun boosaardige aard vanuit dit perspectief en deze kant te bekijken? Dit biedt een concreter en objectiever beeld. Ten eerste houden antichristen niet van positieve dingen, wat impliceert dat ze er vijandig tegenover staan en van negatieve dingen houden. Wat zijn enkele voorbeelden van negatieve dingen? Leugens en bedrog – zijn dit geen negatieve dingen? Ja, leugens en bedrog zijn negatieve dingen. Wat is dan de positieve tegenhanger van leugens en bedrog? (Eerlijkheid.) Juist, het is eerlijkheid. Houdt Satan van eerlijkheid? (Nee.) Hij houdt van bedrog. Wat is het eerste wat God van mensen vereist? God zegt: “Als je in Mij wilt geloven en Mij wilt volgen, wat voor soort persoon moet je dan allereerst zijn?” (Een eerlijk persoon.) Wat is dan het eerste wat Satan mensen leert te doen? Liegen. Wat is het eerste bewijs van de boosaardige aard van antichristen? (Bedrog.) Ja, antichristen houden van bedrog, ze houden van leugens, en ze verafschuwen en haten eerlijkheid. Hoewel eerlijkheid iets positiefs is, houden ze er niet van, en in plaats daarvan voelen ze weerzin en haat jegens eerlijkheid. Daarentegen houden ze van bedrog en leugens. Als iemand vaak de waarheid spreekt in het bijzijn van antichristen en iets zegt als: “Je houdt ervan werk uit te voeren vanuit een positie van status, en soms ben je lui”, wat vinden antichristen daar dan van? (Ze aanvaarden het niet.) Het niet aanvaarden is een van de houdingen die ze bezitten, maar is dat alles? Wat is hun houding tegenover deze persoon die de waarheid spreekt? Ze voelen weerzin en mogen hem niet. Sommige antichristen zeggen tegen de broeders en zusters: “Ik leid jullie nu al een tijdje. Vertel me alsjeblieft allemaal jullie mening over mij.” Iedereen denkt: ‘Aangezien je zo oprecht bent, zullen we je wat feedback geven.’ Sommigen zeggen: “Je bent heel serieus en ijverig in alles wat je doet, en je hebt veel lijden doorstaan. We kunnen het nauwelijks aanzien en we voelen ons bedroefd voor jou. Gods huis zou meer leiders zoals jij kunnen gebruiken! Als we een tekortkoming zouden moeten aanwijzen, zou het zijn dat je te serieus en ijverig bent. Als je jezelf overwerkt en opbrandt, zul je niet kunnen blijven werken, en zijn we dan niet verloren? Wie zal ons leiden?” Wanneer antichristen dit horen, voelen ze zich tevreden. Ze weten dat het een leugen is, dat deze mensen hen paaien, maar ze zijn bereid ernaar te luisteren. In feite houden de mensen die dit zeggen deze antichristen voor de gek, maar deze antichristen houden zich liever voor de domme dan dat ze de ware aard van deze woorden onthullen. Antichristen houden van mensen die op deze manier hun hielen likken. Deze individuen brengen de fouten, verdorven gezindheden of tekortkomingen van de antichristen niet ter sprake. In plaats daarvan prijzen en verhogen ze hen heimelijk. Ook al is het duidelijk dat hun woorden leugens en vleierij zijn, de antichristen aanvaarden deze woorden graag en vinden ze troostend en aangenaam. Voor antichristen smaken deze woorden beter dan de meest voortreffelijke delicatessen. Wanneer ze deze woorden horen voelen ze zich zelfvoldaan. Wat illustreert dit? Het toont aan dat er een bepaalde gezindheid in antichristen is die van leugens houdt. Stel dat iemand tegen hen zegt: “Je bent te arrogant en je behandelt mensen oneerlijk. Je bent goed voor degenen die je steunen, maar als iemand afstand van je houdt of niet bij je slijmt, kleineer en negeer je hem.” Zijn dit geen waarheidsgetrouwe woorden? (Ja.) Hoe voelen antichristen zich wanneer ze dit horen? Ze zijn er niet blij mee. Ze willen het niet horen en ze kunnen het niet aanvaarden. Ze proberen excuses en redenen te vinden en dingen weg te redeneren en glad te strijken. Degenen die antichristen voortdurend persoonlijk vleien, die altijd mooi klinkende woorden spreken om hen heimelijk te prijzen, en hen zelfs duidelijk met hun woorden bedriegen, worden nooit door de antichristen onderzocht. In plaats daarvan gebruiken antichristen hen als belangrijke figuren. Ze zetten zelfs eeuwige leugenaars op belangrijke posities, dragen hun op om bepaalde belangrijke en waardige plichten te vervullen, terwijl ze regelen dat degenen die altijd eerlijk spreken en vaak problemen rapporteren, hun plichten op minder opvallende posities doen, waardoor ze geen toegang hebben tot het hoger leiderschap of niet bekend zijn bij de meeste mensen of dicht bij hen staan. Het maakt niet uit hoe getalenteerd deze mensen zijn of welke plichten ze in Gods huis kunnen doen – antichristen negeren dat allemaal. Ze geven alleen om wie zich met bedrog kan bezighouden en wie hen voordeel oplevert; dit zijn de individuen die ze op belangrijke posities zetten, zonder ook maar enigszins rekening te houden met de belangen van Gods huis.
Antichristen houden van bedrog en leugens. Stel bijvoorbeeld dat de kerken waarvoor ze verantwoordelijk zijn geen aandacht besteden aan het evangeliewerk en zich niet richten op het opleiden van mensen om het evangelie te prediken, en dat het evangeliewerk daardoor slechte resultaten oplevert en er weinig mensen worden gewonnen. Antichristen zijn echter bang dat mensen de werkelijke situatie rapporteren. Ze haten iedereen die eerlijk spreekt en houden van degenen die kunnen liegen, zich met bedrog bezighouden en alle nadelige informatie in de doofpot stoppen. Wat voor soort praatjes horen antichristen dus het liefst? “Iedereen die in onze kerk het evangelie predikt, is in staat om te getuigen, en ieder van hen is een expert in het prediken van het evangelie.” Zijn deze woorden niet bedoeld om mensen te bedriegen? Maar antichristen horen zulke dingen graag. Hoe reageren antichristen wanneer ze dit horen? Ze zeggen: “Geweldig, de resultaten van het evangeliewerk van onze kerk worden steeds beter, ze zijn veel beter dan die van andere kerken. De mensen die in onze kerk het evangelie prediken, zijn er allemaal meesters in.” Antichristen en degenen die hen vleien, prijzen elkaar op deze manier, en antichristen stellen hun schaamteloze vleierij niet aan de kaak. De antichristen werken op deze manier: wanneer hun ondergeschikten hen bedriegen, trappen ze er gewillig in. Antichristen pakken het totaal niet serieus aan. Als iemand de werkelijke situatie kent en naar voren stapt om te zeggen: “Dit klopt niet. Van de tien personen aan wie we het evangelie hebben gepredikt, hebben we vastgesteld dat twee van hen de waarheid niet aanvaarden, en ze doen er geen onderzoek meer naar. Slechts drie van de andere acht geloven oprecht in God. Laten we ons uiterste best doen om die drie binnen te halen.” Wanneer de realiteit van de situatie wordt blootgelegd, hoe reageren antichristen dan? Ze denken: ‘Ik wist niets van die dingen!’ Wanneer iemand naar waarheid spreekt over de werkelijke situatie van zaken waarvan antichristen niet op de hoogte waren, zijn ze het dan met hem eens of oneens, zijn ze blij of niet blij? Ze zijn niet blij. Waarom zijn ze niet blij? Ze zijn leiders, en toch zijn ze niet op de hoogte van en hebben ze geen grip op de bijzonderheden en de feiten die betrekking hebben op het werk van de kerk – ze hebben zelfs iemand nodig die begrijpt wat er werkelijk aan de hand is om het allemaal aan hen uit te leggen. Wanneer iemand die de situatie begrijpt en eerlijk spreekt deze zaken verduidelijkt, wat is dan het eerste gevoel van de antichristen? Ze hebben het gevoel dat ze volledig gezichtsverlies hebben geleden en dat hun prestige een flinke deuk zal oplopen. Wat zullen de antichristen doen gezien hun boosaardige aard? Er zal haat in hen opkomen en ze zullen denken: ‘Jij kletsmajoor! Als jij je mond niet had opengedaan, was dit onopgemerkt voorbijgegaan. Dankzij jou weet iedereen ervan, en misschien gaan ze jou wel bewonderen in plaats van mij. Kom ik hierdoor niet onbekwaam over, alsof ik geen werkelijk werk verricht? Ik zal je onthouden. Je vertelt de waarheid en daagt me voortdurend uit en werkt me tegen. Ik zal ervoor zorgen dat je er spijt van krijgt!’ Denk er eens over na: hoe zien ze degenen die gewetensvol werken, die eerlijk spreken en die trouw hun plichten vervullen? Ze zien hen als tegenstanders. Is dit niet het verdraaien van de feiten? Niet alleen werken ze niet onmiddellijk mee en maken ze hun werkgerelateerde fouten niet goed, maar ze blijven ook hun plichten verwaarlozen. Ze koesteren zelfs haat jegens degenen die naar waarheid spreken en die zorgvuldig en verantwoordelijk zijn in hun werk. Ze proberen hen misschien zelfs te kwellen. Is dit niet het gedrag van antichristen? (Ja.) Wat voor soort gezindheid is dit? Dit is boosaardigheid. De boosaardigheid van antichristen wordt op deze manier blootgelegd. Telkens wanneer er een eerlijk persoon verschijnt, telkens wanneer iemand eerlijke, waarheidsgetrouwe woorden spreekt, en telkens wanneer iemand zich aan de principes houdt en de ware aard van de zaak onderzoekt, voelen antichristen weerzin en verafschuwen ze hem, en barst hun boosaardige aard los en openbaart die zich. Telkens wanneer er sprake is van bedrog en telkens wanneer er leugens worden verteld, raken antichristen verheugd, genieten ze ervan en vergeten ze zichzelf zelfs. Hebben sommigen van jullie ‘De nieuwe kleren van de keizer’ gelezen? Het gedrag van antichristen is enigszins vergelijkbaar van aard. In dat verhaal paradeerde de keizer naakt door de straten en duizenden mensen riepen uit: “De nieuwe kleren van de keizer zijn werkelijk prachtig! De keizer ziet er zo geweldig uit! De keizer is zo groot! De nieuwe kleren van de keizer zijn inderdaad magisch!” Iedereen vertelde leugens. Wist de keizer het? Hij was volledig naakt, hoe kon hij zich niet bewust zijn van het feit dat hij geen kleren droeg? Dit wordt dwaasheid genoemd. Deze boosaardige antichristen ontbreekt het dus aan wijsheid, ondanks dat ze verraderlijk en bedrieglijk zijn. Waarom zeg Ik dat het ze aan wijsheid ontbreekt? Dat komt doordat ze zijn als die naakte keizer. Hij had geen onderscheidingsvermogen ten opzichte van woorden die bedoeld waren om hem te bedriegen. Hij was zelfs in staat om naakt rond te lopen en zijn lelijkheid bloot te geven. Is dit geen dwaasheid? Wat is het dus dat de boosaardigheid van antichristen vaak openbaart? Het is hun dwaasheid.
In kerken die onder de heerschappij van antichristen staan, worden degenen die eerlijk zijn of ernaar streven eerlijk te zijn, die de waarheid beoefenen en niet willen bedriegen of liegen, vaak gekweld. Dit komt doordat antichristen een boosaardige aard hebben, van bedrog en leugens houden maar niet van eerlijkheid, en omdat ze waarheidsgetrouwe uitspraken verafschuwen. Is dit niet het geval? Hoe meer je naar waarheid spreekt, hoe meer een antichrist je zal kwellen, en hoe meer je naar waarheid spreekt, hoe minder hij je zal mogen. Daarentegen winnen degenen die hen vleien en bedriegen hun gunst en zijn ze geliefd in hun ogen. Zijn antichristen niet boosaardig? Hebben jullie zulke boosaardige antichristen om je heen? Zijn jullie ze ooit tegengekomen? Ze staan mensen niet toe naar waarheid te spreken; wie naar waarheid spreekt, wordt de mond gesnoerd. Als het je ooit lukt om te liegen en je aan te sluiten bij wat ze zeggen, en hun medeplichtige te worden, dan zullen ze niet langer je tegenstander zijn. Als je volhardt in het naar waarheid spreken en het afhandelen van zaken volgens de waarheidsprincipes, zullen ze je vroeg of laat kwellen. Zijn sommigen van jullie gekweld? De enige reden dat je werd gekweld was dat je de slechte daden van valse leiders en antichristen aan het licht bracht. Uiteindelijk werd je gekweld tot het punt dat je niets meer durfde zeggen, zelfs als je dat wilde. Is dit ooit gebeurd? Doordat je naar waarheid sprak en problemen rapporteerde werd je gekweld. Zijn er in de verschillende kerken onder jullie mensen geweest die gekweld werden voor het rapporteren van problemen? Als iemand die leugens vertelt en de kerk bedriegt wordt gesnoeid, wordt hij dan gekweld? (Nee.) Dit is normale discipline; het is niet hetzelfde als kwelling. Dit gebeurt omdat je je verantwoordelijkheid verzaakt, de principes schendt en met verkeerde bedoelingen handelt, liegt en bedriegt. Dat leidt ertoe dat je wordt gesnoeid. In Gods tegenwoordigheid zul je dus nooit enige gevolgen dragen voor het naar waarheid spreken. In de tegenwoordigheid van Satan en van antichristen moet je echter voorzichtiger zijn. Dit weerspiegelt het gezegde: ‘Dicht bij een koning zijn is even gevaarlijk als bij een tijger liggen.’ Wanneer je met hen praat, moet je altijd rekening houden met hun stemming, peilen hoe blij ze zijn en of hun gezichtsuitdrukking somber of zonnig is. Op basis daarvan moet je beslissen wat je moet zeggen zodat wat je zegt overeenkomt met wat zij denken. Als een antichrist bijvoorbeeld zegt: “Gaat het vandaag niet regenen?”, moet je zeggen: “Volgens de weersvoorspelling gaat het vandaag regenen.” In werkelijkheid is het zo dat wanneer de antichrist zegt dat het vandaag misschien gaat regenen, hij dat zegt omdat hij niet naar buiten wil om zijn plicht te vervullen. Als je zegt: “Volgens de weersvoorspelling zal het vandaag zonnig zijn”, zal hij boos worden. Je zult dan snel moeten zeggen: “O, ik heb me verkeerd uitgedrukt. Het gaat vandaag regenen.” De antichrist zegt: “Je zei net dat het niet zou regenen. Hoe kun je nu zeggen dat het wel gaat regenen?” Je zult moeten antwoorden: “Dat het nu zonnig is, betekent niet dat het zo zal blijven. Zoals de ouden zeiden: “De hemel heeft zijn onverwachte stormen.” Weersvoorspellingen zijn niet altijd nauwkeurig, maar jouw oordeel is altijd raak!” Wanneer de antichrist dit hoort, verheugt hij zich en prijst hij je omdat je verstandig bent. Gedragen jullie je ooit zo? Dat doen jullie, nietwaar? Zijn jullie in staat om te doen wat antichristen vaak doen: mensen niet toe te staan naar waarheid te spreken en iedereen die dat wel doet te kwellen? Hebben jullie niet allemaal paleisdrama’s gekeken? Wat is de relatie tussen de keizer en zijn ministers aan het hof? Hun relatie is misschien niet gemakkelijk in één zin uit te drukken, maar één fenomeen kenmerkt ze allemaal, namelijk dat de keizer niemands woorden voor waar aanneemt. Hij analyseert en onderzoekt alles wat zijn ministers zeggen nauwkeurig en neemt het nooit als de waarheid aan. Dit is het principe dat hij hanteert wanneer hij naar zijn ministers luistert. Wat de ministers betreft, zij moeten bedreven zijn in het luisteren naar onuitgesproken implicaties. Wanneer de keizer bijvoorbeeld zegt: “Eerste minister Wang noemde vandaag iets”, enzovoort, enzovoort, luistert iedereen hiernaar en denkt: ‘De keizer lijkt eerste minister Wang te willen promoveren, maar hij is het bangst voor mensen die facties vormen, op eigen winst uit zijn en in opstand komen. Ik kan eerste minister Wang dus niet openlijk steunen. Ik moet een middenpositie innemen, hem noch tegenwerken noch steunen, zodat de keizer mijn ware bedoelingen niet kan doorzien – maar ik verzet me ook niet tegen de wil van de keizer.’ Zie je, in hun gedachten vergt zelfs een enkele uitspraak ontzettend veel denkwerk, met kronkels en wendingen die nog ingewikkelder zijn dan het pad van een slang. De kern van wat ze zeggen blijft ongrijpbaar, gehuld in dubbelzinnigheid. Het vergt jaren van opgebouwde ervaring om te analyseren welke uitspraken waar of onwaar zijn, en je moet op basis van hoe ze zich gewoonlijk gedragen en praten ontcijferen wat ze bedoelen. Kortom, wat ze zeggen bevat geen enkele waarheidsgetrouwe uitspraak en alles wat ze zeggen bestaat uit leugens. De dialogen van iedereen, of ze nu van een lagere of hogere rang zijn, bevatten hun eigen manier van spreken. Ze spreken vanuit hun eigen standpunt, maar de betekenis van wat ze zeggen is nooit wat je letterlijk hoort – het zijn alleen maar leugens. Hoe ontstaan leugens? Omdat mensen met hun uitspraken en handelingen bepaalde bedoelingen, doelen en motivaties hebben, zijn ze wanneer ze spreken voorzichtig met hun woorden en de implicaties van hun woorden, draaien ze om de hete brij heen en hanteren ze hun eigen methode van spreken. Spreken ze nog steeds de waarheid als ze een methode hanteren? Nee, dat is het niet. Hun woorden bevatten vele betekenislagen, een combinatie van waarheid en onwaarheid – sommige waar, sommige onwaar – en sommige bedoeld om te bedriegen. In ieder geval zijn ze niet waarheidsgetrouw. Neem het voorbeeld van eerste minister Wang dat zojuist werd genoemd. Iemand verzet zich openlijk tegen eerste minister Wang aan het hof. Het is niet onmiddellijk duidelijk of zijn verzet echt of gespeeld is. Je moet verder kijken. In de volgende scène zit hij te drinken in een geheime salon in het huis van eerste minister Wang. Het blijkt dat de twee samenwerken. Als je alleen de scène bekijkt waarin deze persoon zich tegen eerste minister Wang verzet, kun je niet weten dat de twee samenwerken. Waarom verzette hij zich dan tegen hem? Om verdenking te vermijden zodat de waakzaamheid van de keizer verslapt en de keizer niet zal vermoeden dat ze onder één hoedje spelen. Is dit geen tactiek? (Ja, dat is het.) Deze mensen leven in die kring waar ze geen waar woord durven spreken. Als het zo vermoeiend is om elke dag leugens te vertellen, waarom vertrekken ze dan niet? Ze bezoeken zelfs het graf van een overleden tegenstander – wat moet men daarvan denken? Ze houden er gewoon van om de strijd met anderen aan te gaan; zonder conflicten vinden ze het leven maar saai. Ze denken dat dit leven te rustig is als er geen conflict is. Met al deze plannen en complotten in hun hoofd maar zonder gelegenheid om ze te gebruiken, hebben ze een rivaal nodig om tegen te strijden, om te zien wie superieur is. Pas dan voelen ze dat hun leven waarde heeft. Als hun tegenstander sterft, hebben ze het gevoel dat er geen betekenis meer in hun leven is. Zeg Mij, kunnen mensen zoals deze worden hervormd? (Nee, dat kunnen ze niet.) Dit is hun aard. Antichristen hebben zo’n aard: ze vechten elke dag tegen anderen en met leiders en werkers. Ze vechten zelfs tegen God, vertellen elke dag leugens en bedriegen, en verstoren en hinderen het werk van Gods huis. Ze kunnen geen moment stilzitten. Ze kunnen de waarheid niet aanvaarden, hoe er ook met hen over wordt gecommuniceerd. Net als de grote rode draak zullen ze niet rusten totdat ze volledig vernietigd zijn.
Antichristen houden niet van mensen die de waarheid spreken, ze houden niet van eerlijke mensen. Ze houden van bedrog en leugens. Wat is dan hun houding ten opzichte van God? Wat is bijvoorbeeld hun houding ten aanzien van Gods vereiste dat mensen eerlijk moeten zijn? Ten eerste minachten ze deze waarheid. Dat ze positieve dingen kunnen minachten, zegt veel over hun probleem en bewijst al dat hun aard boosaardig is. Dit is echter niet het volledige plaatje. Als we dieper graven: hoe begrijpen antichristen Gods eis dat mensen eerlijk moeten zijn? Ze zeggen misschien: “Een eerlijk mens zijn, over alles met god spreken, hem alles vertellen en alles openlijk delen met de broeders en zusters – betekent dat niet dat ik mijn waardigheid verlies? Het betekent dat ik geen waardigheid meer heb, geen eigen ik, en zeker geen privacy. Dit is verschrikkelijk; wat voor waarheid is dit?” Bekijken ze het niet zo? Antichristen minachten Gods woorden en eis om eerlijk te zijn niet alleen diep in hun hart, maar veroordelen die misschien zelfs. Als ze die kunnen veroordelen, kunnen ze dan eerlijke mensen zijn? Absoluut niet, ze kunnen absoluut niet eerlijk zijn. Wat is de reactie van antichristen wanneer ze zien dat sommige mensen toegeven dat ze hebben gelogen? Vanuit het diepst van hun hart bespotten en honen ze zulk gedrag. Ze geloven dat mensen die proberen eerlijk te zijn te dwaas zijn. Is het niet boosaardig van hen om eerlijke mensen als dwazen te definiëren? (Ja.) Dit is boosaardig. Ze denken: ‘Wie spreekt er in de huidige maatschappij nu de waarheid? God vraagt je om eerlijk te zijn en je probeert daadwerkelijk eerlijk te zijn – je spreekt zelfs eerlijk over zulke zaken. Je bent werkelijk ongelooflijk dwaas!’ De minachting die ze diep in hun hart voelen voor eerlijke mensen, bewijst dat ze deze waarheid veroordelen en verafschuwen, en dat ze die noch aanvaarden, noch zich eraan onderwerpen. Is dit niet de boosaardigheid van antichristen? Deze waarheid is duidelijk iets positiefs en een aspect van het uitleven van een normale menselijkheid dat mensen zouden moeten bezitten wat betreft hun gedrag, maar antichristen veroordelen het. Dit is boosaardig. In de kerk zijn er vaak mensen die, omdat ze problemen rapporteren of de werkelijke stand van zaken aan de Boven beschrijven, uiteindelijk door bepaalde leiders worden ‘gesnoeid’ – ze worden gekweld. Soms, wanneer de Boven naar de situatie in de kerk vraagt, zijn er leiders die alleen maar positieve dingen rapporteren en de negatieve dingen weglaten. Wanneer er mensen zijn die horen dat de rapporten van deze leiders niet feitelijk zijn en hun vragen de waarheid te vertellen, schuiven deze leiders hen aan de kant en verhinderen ze dat ze de waarheid vertellen. Sommige mensen aanvaarden de manier van doen van de antichristen niet Ze denken: ‘Aangezien jij niet eerlijk wilt spreken, zal ik je niet als een leider behandelen. Ik zal de waarheid aan de Boven vertellen. Ik ben niet bang dat ze me snoeien.’ Dus rapporteren ze trouw de werkelijke situatie aan de Boven. Wanneer ze dit doen, veroorzaakt dat grote opschudding in de kerk. Hoe komt dat? Omdat deze mensen de feiten over die antichristen hebben blootgelegd – ze hebben de werkelijke stand van zaken blootgelegd. Stemmen de antichristen hiermee in? Kunnen ze het tolereren? Ze zullen de mensen die de kwestie hebben gerapporteerd absoluut niet sparen. Wat doen de antichristen? Ze beleggen kort hierop een vergadering over deze kwestie, vragen mensen erover te discussiëren en observeren hun reacties. De meeste mensen, die met alle winden meewaaien, overwegen de zaak en denken: ‘Iemand heeft de feiten gerapporteerd en nu is deze leider in gevaar. Wij hebben niet gerapporteerd wat er aan de hand was – als de Boven besluit deze leider te straffen, zullen wij er dan niet samen met hem bij betrokken raken?’ Dus vinden deze mensen manieren om de leiders te verdedigen en als gevolg daarvan raken de mensen die de waarheid hebben gerapporteerd geïsoleerd. Op deze manier kunnen de antichristen hun gang gaan, want welke slechte dingen ze ook doen, er is niemand die de situatie aan de Boven durft te rapporteren, en zo bereiken ze hun doelen. Daarom brengt het rapporteren van de situatie aan de Boven voor sommige mensen veel werkelijke moeilijkheden met zich mee. Ze kennen de feiten, maar antichristen willen hen altijd het zwijgen opleggen. Uit angst en beschroomdheid sluiten ze een compromis. Vallen ze daardoor niet ten prooi aan de dwang van de antichristen? Hoe denk je dat de mensen die een compromis hebben gesloten zich voelen wanneer deze antichristen uiteindelijk worden onthuld en van hun functie ontheven? Hebben ze er spijt van? (Ja, ze hebben er spijt van.) Ze voelen zich zowel blij als spijtig en denken: ‘Als ik had geweten dat het zo zou aflopen, had ik het niet opgegeven. Ik had moeten doorgaan met hen te ontmaskeren en hun problemen te rapporteren totdat ze van hun functie werden ontheven.’ Maar de meeste mensen kunnen dat niet; ze zijn te laf.
Antichristen houden van bedrog en leugens en verafschuwen eerlijkheid; dit is de eerste duidelijke uiting van hun boosaardige aard. Zie je, sommige mensen spreken altijd op een manier die het voor mensen moeilijk maakt om er wijs uit te worden. Soms hebben hun zinnen een begin maar geen einde, soms een einde maar geen begin. Je kunt totaal niet zeggen wat ze bedoelen te zeggen, niets van wat ze zeggen klinkt logisch voor je, en als je hun vraagt het duidelijk uit te leggen, doen ze dat niet. Ze gebruiken vaak voornaamwoorden in hun spraak. Ze rapporteren bijvoorbeeld iets en zeggen: ‘Die man – eh, hij dacht dat, en toen waren de broeders en zusters niet erg …’ Ze kunnen uren doorgaan en zich nog steeds niet duidelijk uitdrukken, stotterend en hakkelend, hun zinnen niet afmakend, slechts enkele losse woorden uitbrengend die geen verband met elkaar houden, waardoor je na ernaar te hebben geluisterd niets wijzer bent geworden – en zelfs ongerust. In feite hebben ze veel gestudeerd en zijn ze goed opgeleid –waarom zijn ze dan niet in staat een volledige zin uit te spreken? Dit is een probleem van gezindheid. Ze zijn zo glad dat het ze grote inspanning kost om ook maar een beetje van de waarheid te spreken. In niets wat antichristen zeggen zit focus, er is altijd een begin maar geen einde; ze flappen er een halve zin uit en slikken dan de andere helft in, en ze tasten altijd de situatie af, omdat ze niet willen dat je begrijpt wat ze bedoelen, ze willen dat je het raadt. Als ze het je rechtstreeks vertellen, zul je beseffen wat ze zeggen en hen doorzien, nietwaar? Dat willen ze niet. Wat willen ze wel? Ze willen dat je het zelf raadt, en ze laten je graag geloven dat wat je raadt waar is – in dat geval hebben zij het niet gezegd, dus dragen ze geen enkele verantwoordelijkheid. Bovendien, wat winnen ze ermee als je hun vertelt wat je denkt dat hun bedoeling is? Wat jij zei, is precies wat ze uit je probeerden te trekken en het vertelt hun jouw ideeën en zienswijzen over de zaak. Van daaruit zullen ze selectief spreken, kiezen wat ze wel en niet zeggen, en hoe ze het zeggen, en dan zullen ze de volgende stap in hun plan zetten. Elke zin eindigt met een valstrik, en als je naar hen luistert en hun zinnen blijft afmaken, ben je volledig in de val gelopen. Is het vermoeiend voor hen om altijd zo te spreken? Hun gezindheid is boosaardig – ze voelen zich niet moe. Het is volkomen natuurlijk voor hen. Waarom willen ze deze valstrikken voor je creëren? Omdat ze jouw zienswijzen niet helder kunnen zien, en ze bang zijn dat je hen zult doorzien. Terwijl ze proberen te voorkomen dat jij ze begrijpt, proberen ze jou te begrijpen. Ze willen je jouw zienswijzen, ideeën en methoden ontlokken. Als ze slagen, hebben hun valstrikken gewerkt. Sommige mensen rekken tijd door vaak ‘hmm’ en ‘hah’ te zeggen; ze drukken geen specifiek standpunt uit. Anderen rekken tijd door ‘zoals’ en ‘nou …’ te zeggen, waarmee ze verhullen wat ze werkelijk denken. Ze gebruiken dit in plaats van wat ze eigenlijk willen zeggen. In elk van hun zinnen zitten veel nutteloze functiewoorden, bijwoorden en hulpwerkwoorden. Als je hun woorden zou opnemen en uitschrijven, zou je ontdekken dat geen ervan hun zienswijzen of houding ten opzichte van de zaak onthult. Al hun woorden bevatten verborgen valstrikken, verzoekingen en verlokkingen. Wat is deze gezindheid? (Boosaardig.) Heel boosaardig! Is er sprake van bedrog? Deze valstrikken, verleidingen en lokmiddelen die ze creëren, worden bedrog genoemd. Dit is een gemeenschappelijk kenmerk van mensen met de boosaardige essentie van antichristen. Hoe uit dit gemeenschappelijke kenmerk zich? Ze rapporteren het goede nieuws maar niet het slechte, ze spreken uitsluitend in aangename bewoordingen, ze spreken haperend, ze verbergen gedeeltelijk hun ware bedoeling, ze spreken verwarrend, ze spreken vaag en hun woorden dragen verzoekingen in zich. Al deze dingen zijn valstrikken en het zijn allemaal een vorm van bedrog.
De meerderheid van de antichristen vertoont deze uitingen en spreekt en handelt op deze manier. Zouden jullie dit kunnen onderscheiden als jullie lange tijd met hen in contact zouden komen? Zouden jullie hen kunnen doorzien? Ten eerste moet je vaststellen of het eerlijke mensen zijn. Hoezeer ze ook van anderen eisen dat ze eerlijk zijn en de waarheid spreken, je moet kijken of ze zelf eerlijke mensen zijn, of ze ernaar streven eerlijk te zijn, en wat hun zienswijze en houding ten opzichte van eerlijke mensen is. Kijk of ze diep in hun hart afkerig zijn van eerlijke mensen, hen verafschuwen en discrimineren, of dat ze diep vanbinnen ook eerlijke mensen willen zijn, maar het moeilijk en uitdagend vinden om dat te doen, en het daarom niet kunnen bereiken. Je moet uitzoeken wat bij hen het geval is. Zou je dit kunnen onderscheiden? Op korte termijn kun je dat misschien niet, want als hun bedrieglijke methoden slim zijn, doorzie je ze misschien niet. Na verloop van tijd zal echter iedereen hen kunnen doorzien; ze kunnen de waarheid over zichzelf niet voor altijd verbergen. Het is net zoals de grote rode draak vaak zegt dat hij ‘het volk dient’ en ‘optreedt als dienaar van het volk’. Maar wie gelooft er tegenwoordig nog dat het de partij van het volk is? Wie gelooft er nog dat hij beslissingen neemt namens het volk? Niemand gelooft dat toch meer? Aanvankelijk had het volk optimistische verwachtingen en dacht het dat het met de Communistische Partij zijn lot kon veranderen en meester kon worden, dat die het volk zou dienen en als zijn dienaar zou optreden. Maar wie gelooft er tegenwoordig nog haar duivelse woorden? Hoe beoordelen mensen de partij nu? De partij is een vijand van het volk geworden. Hoe veranderde de partij dan van een dienaar van het volk in een vijand van het volk? Door haar daden, en door haar daden te vergelijken met haar woorden, ontdekten mensen dat alles wat de partij zei slechts bedrieglijke leugens, onwaarheden en woorden waren die bedoeld waren om zichzelf schoon te praten. De partij sprak de aangenaamst klinkende woorden, maar deed de ergste dingen. Antichristen zijn ook zo. Ze vertellen de broeders en zusters bijvoorbeeld: “Jullie moeten je plichten trouw vervullen – laat ze niet verontreinigd raken door persoonlijke onzuiverheden.” Maar denk er eens over na, gedragen ze zichzelf op deze manier? Wanneer je hen iets voorstelt, zodra je ook maar een beetje van je mening openbaart, stemmen ze er niet mee in en aanvaarden ze het niet. Wanneer hun persoonlijke belangen botsen met hun plichten of de belangen van Gods huis, vechten ze voor elke cent winst en geven ze geen duimbreed toe. Denk na over hun gedrag en vergelijk het dan met wat ze zeggen. Wat merk je op? Hun woorden klinken mooi, maar het zijn allemaal onwaarheden die bedoeld zijn om mensen te bedriegen. Wanneer ze konkelen en vechten voor hun belangen, is hun gedrag, evenals de bedoelingen, middelen en methoden van hun handelingen, allemaal echt – ze zijn niet nep. Op basis van deze dingen kun je enig onderscheidingsvermogen ten aanzien van antichristen verkrijgen.
Antichristen houden van leugens en bedrog – waar houden ze nog meer van? Ze houden van tactieken, plannen en complotten. Ze werken volgens Satans filosofie, zoeken nooit de waarheid, vertrouwen volledig op leugens en bedrog en gebruiken plannen en complotten. Ongeacht hoe duidelijk je over de waarheid communiceert, zelfs als ze instemmend knikken, zullen ze niet handelen volgens de waarheidsprincipes. In plaats daarvan zullen ze hun hersens pijnigen en handelen met behulp van plannen en complotten. Het maakt niet uit hoe duidelijk je over de waarheid communiceert, het lijkt erop dat ze het niet kunnen begrijpen. Ze doen de dingen gewoon zoals zij bereid zijn ze te doen, zoals zij ze graag doen, en op welke manier dan ook zolang die maar in hun eigen belang is. Ze spreken vlot, verbergen hun ware gezicht en ware aard, houden mensen voor de gek en bedriegen hen, en wanneer anderen erin trappen, voelen ze zich tevreden en zijn hun ambities en begeerten vervuld. Dit is de consistente methode en aanpak van antichristen. Antichristen zijn innerlijk afkerig van en discrimineren die eerlijke mensen die recht door zee zijn in de manier waarop ze praten, die eerlijk spreken en openlijk communiceren over hun eigen negativiteit, zwakheid en opstandige gesteldheid, en die vanuit het hart spreken. Ze houden van mensen die, net als zij, op een valse en bedrieglijke manier spreken en de waarheid niet beoefenen. Wanneer ze zulke mensen tegenkomen, voelen ze zich blij in hun hart, alsof ze iemand hebben gevonden die net als hen is. Ze maken zich geen zorgen meer dat anderen beter zijn dan zij of hen kunnen onderscheiden. Is dit geen uiting van de boosaardige aard van antichristen? Kan dit niet aantonen dat ze boosaardig zijn? (Ja, dat kan het.) Waarom kunnen deze zaken illustreren dat antichristen boosaardig zijn? Elk rationeel schepsel met een geweten zou positieve dingen en de waarheid moeten liefhebben. Antichristen beschouwen deze positieve dingen echter als een last en een doorn in het oog. Iedereen die zich eraan houdt of ze beoefent, wordt hun vijand, en ze staan vijandig tegenover zulke individuen. Lijkt dit niet op de aard van Satans vijandigheid jegens Job? (Ja.) Het is dezelfde aard, dezelfde gezindheid als die van Satan, en dezelfde essentie. De aard van antichristen komt voort uit Satan, en ze behoren tot dezelfde categorie als Satan. Daarom heulen antichristen met Satan. Is deze uitspraak overdreven? Helemaal niet; het is volkomen juist. Waarom? Omdat antichristen niet van positieve dingen houden. Ze houden ervan zich bezig te houden met bedrog, ze houden van leugens, illusoire verschijningen en veinzerij. Als iemand hun ware gezicht blootlegt, kunnen ze zich dan onderwerpen en het vreugdevol aanvaarden? Ze zouden het niet alleen niet kunnen aanvaarden, ze zouden reageren met een stortvloed aan beledigingen. Mensen die de waarheid vertellen of hun ware gezicht blootleggen, zouden hen woedend maken en hen in woede doen ontsteken. Er kan bijvoorbeeld een antichrist zijn die heel bedreven is in veinzerij. Iedereen ziet hem als een goed mens: liefdevol, in staat om met mensen mee te voelen, in staat om de moeilijkheden van anderen te begrijpen, iemand die vaak degenen die zwak en negatief zijn ondersteunt en helpt. Wanneer anderen moeilijkheden ondervinden, zijn ze in staat om begrip te tonen en hen te verontschuldigen. In de harten van mensen is deze antichrist groter dan God. Wat betreft deze persoon die zich voordoet als deugdzaam, als je zijn veinzerij en bedrog blootlegt, als je hem de feiten vertelt, kan hij dat dan aanvaarden? Niet alleen zal hij het niet aanvaarden, maar hij zal zijn veinzerij en bedrog nog verder opvoeren. Zeg Mij, als jij het bedrog van de farizeeën zou hebben blootgelegd toen ze hun geschriften naar de straathoeken droegen om te bidden en anderen hun geschriften voor te lezen zodat ze het konden horen, en jij hen zou hebben verteld dat ze het voor de show deden, zouden ze dan toegeven dat wat je zei waar was? Zouden ze het graag hebben aanvaard? Zouden ze nadenken over je woorden? Zouden ze kunnen toegeven dat wat ze deden bedrog en misleiding was? Bestond de kans dat ze zouden nadenken, berouw tonen en nooit meer zo handelen? Absoluut niet. Als je door zou zijn gegaan en had gezegd: “Je daden misleiden mensen en je zult naar de hel gaan en gestraft worden”, zou dat dan niet de waarheid vertellen zijn? (Ja.) Het is de waarheid vertellen. Zouden ze het hebben aanvaard? Nee, ze zouden onmiddellijk in woede zijn ontstoken en zeggen: “Wat? Je zegt dat ik naar de hel ga en gestraft wordt? Dat is de wereld op zijn kop! Ik geloof in God, niet in jou! Je woorden betekenen niets!” Is dat het einde van het verhaal? Wat zouden ze vervolgens hebben gedaan? Ze zouden doorgaan en zeggen: “Ik heb wijd en zijd gereisd, het evangelie aan heel veel mensen gepredikt, heel veel vrucht gedragen, heel veel kruisen op me genomen, en ik heb heel veel geleden in de gevangenis – jij kind, toen ik in de Heer begon te geloven zat jij nog in je moeders buik!” Hun aard is blootgelegd, nietwaar? Prediken ze geen geduld en tolerantie – waarom kunnen ze deze kleine zaak dan niet tolereren? Waarom kunnen ze het niet tolereren? Omdat je de waarheid hebt verteld, je hebt hun ware zelf onthuld, en ze hebben geen bestemming. Kunnen ze dit blijven tolereren? Als ze geen antichristen zijn, als ze zich op het pad van antichristen bevinden maar de waarheid kunnen aanvaarden en ze daarnaast een uiting van bedrog vertonen, wat zullen ze dan doen als je hun bedrog blootlegt? Ze zullen misschien niet onmiddellijk op zichzelf reflecteren, en als je zegt dat ze dat wel doen klinkt dat misschien onrealistisch en hol. De eerste reactie van de meeste normale mensen op het horen hiervan is echter dat ze een stekende pijn in hun hart voelen. Wat betekent deze stekende pijn? Het betekent dat ze geraakt zijn door wat ze horen; ze hadden niet verwacht dat iemand zo lichtzinnig zou durven handelen, de waarheid zou vertellen en hen zo in hun gezicht zou veroordelen – deze woorden hadden ze nooit verwacht en hadden ze nooit eerder gehoord. Bovendien hebben ze een gevoel van schaamte en willen ze gezichtsverlies voorkomen. Wanneer ze nadenken over wat je hen hebt verteld, namelijk dat het misleidend is om op straathoeken te bidden en uit de schrift voor te lezen, komen ze na zelfonderzoek tot de conclusie dat ze hiermee inderdaad de mensen wilden laten zien hoe toegewijd ze waren, hoeveel ze van de Heer hielden en hoeveel ze konden lijden, dat dit bedrog was en dat wat je zei waar was. Ze ontdekken dat als ze zo blijven handelen, ze zich niet meer aan andere mensen kunnen vertonen. Ze kennen een gevoel van schaamte, en met dat gevoel van schaamte kunnen ze zich misschien enigszins inhouden en stoppen met hun slechte daden of hun handelingen die schaamteloos zijn en waardoor ze gezichtsverlies zouden lijden. Wat betekent het als ze niet langer zo blijven handelen? Het impliceert een vleugje berouw. Het is niet zeker dat ze daadwerkelijk berouw zullen tonen, maar er is tenminste een mogelijkheid tot berouw, wat veel beter is dan bij antichristen en farizeeën. Wat maakt het beter? Omdat ze een geweten en gevoel van schaamte hebben, treffen de onthullende woorden van andere mensen hen diep in het hart. Hoewel ze zich misschien beschaamd voelen en hun waardigheid gekrenkt is, kunnen ze tenminste erkennen dat deze woorden juist zijn. Zelfs als ze geen gezichtsverlies kunnen voorkomen, hebben ze diep van binnen die woorden al erkend en zich eraan onderworpen. Hoe verschillen antichristen? Waarom zeggen we dat antichristen boosaardig zijn? De boosaardigheid van antichristen ligt in het feit dat wanneer ze iets horen wat juist is, ze het niet alleen niet kunnen aanvaarden, maar ze het juist haten. Bovendien nemen ze hun toevlucht tot hun eigen manieren, en zoeken ze naar excuses, redenen en diverse objectieve factoren om zichzelf te verdedigen en te verklaren. Welk doel willen ze bereiken? Ze willen negatieve dingen in positieve dingen veranderen en positieve dingen in negatieve – ze willen de situatie omdraaien. Is dit niet boosaardig? Ze denken: ‘Hoezeer je ook gelijk hebt, of hoezeer je woorden ook in overeenstemming zijn met de waarheid, ben je bestand tegen mijn gladde tong? Ook al zijn alle woorden die ik spreek duidelijk onwaar, bedrieglijk en misleidend, ik zal toch ontkennen en veroordelen wat je zegt.’ Is dat niet boosaardig? Inderdaad, dat is boosaardig. Denk je dat antichristen, wanneer ze goede mensen zien, hen in hun hart niet als eerlijk beschouwen? Ze beschouwen hen wel degelijk als eerlijke mensen en najagers van de waarheid. Maar wat is hun definitie van eerlijkheid en het najagen van de waarheid? Ze denken dat eerlijke mensen dwaas zijn. Ze zijn afkerig van het najagen van de waarheid, verafschuwen het en staan er vijandig tegenover. Ze kunnen niet geloven dat iemand zo dwaas kan zijn om alles op te geven om de waarheid na te streven, alles tegen iedereen te zeggen en alles aan God toe te vertrouwen. Niemand is zo dwaas. Ze vinden dat al deze handelingen onwaar zijn, en ze geloven in geen ervan. Geloven antichristen dat God almachtig en rechtvaardig is? (Nee.) Ze zetten dus in hun gedachten vraagtekens bij al deze dingen. Wat is hier de implicatie? Hoe interpreteren we deze hoop vraagtekens? Ze twijfelen er niet alleen aan of trekken het in twijfel; uiteindelijk ontkennen ze het ook en willen ze de situatie omdraaien. Wat bedoel ik met de situatie omdraaien? Ze denken: “Wat voor nut heeft het om zo rechtvaardig te zijn? Als een leugen duizend keer wordt herhaald, wordt het de waarheid. Als niemand de waarheid spreekt, dan is het niet de waarheid en heeft het geen nut – dan is het gewoon een leugen!” Is dit niet het verdraaien van goed en kwaad? Dit is de boosaardigheid van Satan – feiten verdraaien en goed en kwaad verdraaien – dit is waar ze van houden. Antichristen blinken uit in veinzerij en bedrog. Waarin ze uitblinken, is natuurlijk inherent aan hun kern, en wat inherent is aan hun kern, is precies datgene wat in hun aard-essentie zit. Sterker nog, het is datgene waar ze naar hunkeren en liefhebben, en het vormt ook de regel voor hoe ze in de wereld overleven. Ze geloven in gezegden als ‘De goeden sterven jong terwijl de slechten heel oud worden’, ‘Ieder voor zich en God voor ons allen’, ‘je lot ligt in je eigen handen’, ‘De mens zal de natuur overwinnen’, enzovoort. Komt ook maar één van deze uitspraken overeen met de menselijkheid of de natuurwetten die normale mensen kunnen bevatten? Geen enkele. Hoe kunnen antichristen dan zo dol zijn op deze duivelse woorden van Satan en ze zelfs als hun motto’s behandelen? Men kan alleen maar zeggen dat het komt doordat hun aard te boosaardig is.
Er was een zekere kerkleider met wie Ik in de loop van ongeveer een jaar een paar keer contact had. We hadden verschillende kansen om elkaar te ontmoeten, maar onze gesprekken waren beperkt omdat hij niet iemand was die vrijuit sprak. Wat betekent dat – ‘niet iemand die vrijuit sprak’? Het betekent dat hij niet veel zei, zelfs niet als jij hem vragen stelde. Was hij ook zo in zijn omgang met anderen in de kerk? Er waren twee mogelijke situaties. Tegen degenen die die dezelfde mening waren toegedaan, had hij heel wat te zeggen. Maar bij degenen die niet dezelfde mening waren toegedaan, was hij op zijn hoede en sprak hij minder vrijuit. Later concludeerde Ik dat hij tijdens Mijn interacties met hem in totaal vijf ‘klassieke’ uitspraken deed. Hij sprak niet vrijuit, en als hij iets zei, werd het een ‘klassieke’ uitspraak. Wat voor soort persoon is dit? Kunnen we hem een ‘voornaam persoon’ noemen? Het is toch heel normaal dat kerkleiders of werkers contact met Mij hebben en zaken bespreken? Deze persoon was echter uniek. Hij deed slechts vijf uitspraken, vijf ongelooflijk ‘klassieke’ uitspraken. Luister naar wat deze uitspraken zo ‘klassiek’ maakt. Elk van zijn uitspraken heeft zijn eigen context en er zit een verhaaltje achter. Laten we beginnen met waar zijn eerste uitspraak vandaan kwam.
In de kerk die door deze leider werd geleid, was er een kwaadaardige persoon die verschillende slechte dingen had gedaan en het werk van de kerk had gehinderd. Iedereen zag dat hij een kwaadaardige persoon was, dus begonnen ze over hem te communiceren en hem te bespreken. Als hij verdreven en weggestuurd moest worden, zou er in de kerk een mededeling over hem gedaan moeten worden, zodat iedereen zou weten welke slechte dingen hij had gedaan en waarom hij als een kwaadaardige persoon werd gekenmerkt en weggestuurd. Terwijl enkele van de slechte dingen die die kwaadaardige persoon had gedaan werden blootgelegd, nam deze leider, die gewoonlijk niet veel zei, het woord en zei: “Hij bedoelde het goed.” Hoe beschouwde hij die kwaadaardige persoon die die slechte dingen deed en het werk van de kerk hinderde? “Die man bedoelde het goed.” Hij geloofde dat de slechte dingen die een slecht mens doet in overeenstemming zijn met de waarheid, zolang die persoon het maar goed bedoelt. Voor hem zijn zelfs de verstoringen en hinder die ze veroorzaken, ongeacht de aard van hun daden, of die nu goed of slecht zijn, of ongeacht de gevolgen van hun daden, in overeenstemming met de waarheid zolang ze het maar goed bedoelen. ‘Hij bedoelde het goed.’ Dat was de eerste uitspraak die deze leider deed. Hebben jullie ooit zulke uitspraken gehoord? Een kwaadaardige persoon doet duidelijk kwaad, en toch zegt iemand dat die persoon goede bedoelingen koesterde tijdens het doen van deze dingen. Heeft iedereen onderscheidingsvermogen wat betreft deze uitspraak? Ik geloof dat sommige mensen door deze uitspraak misleid zouden kunnen worden, omdat de meerderheid van de mensen denkt dat zolang iemand het goed bedoelt, hij niet aangepakt zou moeten worden, en dat als iemand iets slechts doet met goede bedoelingen, hij niet opzettelijk kwaad doet. Na zo door deze leider te zijn opgehitst en misleid, bestond de mogelijkheid dat sommige mensen naar de kant van de leider zouden overgaan en zouden beginnen te sympathiseren met de kwaadaardige persoon. Als deze leider hen niet had misleid, zou de meerderheid van de mensen deze zaak correct hebben begrepen en hebben gedacht dat die kwaadaardige persoon verdreven en weggestuurd moest worden vanwege het kwaad dat hij had gedaan. Sommige mensen dachten echter nadat ze door deze leider waren opgehitst en misleid: hij bedoelde het goed, dat klinkt logisch. Soms zijn wij ook zo. Dus, als wij iets slechts doen met goede bedoelingen, worden wij dan ook verwijderd en weggestuurd? Het gevolg hiervan was dat ze de kant van deze leider kozen. Waarom? Ze dachten aan hun eigen toekomst. Was het niet gemakkelijk voor mensen om de uitspraak die deze leider deed te aanvaarden? Wat waren de gevolgen als ze die aanvaardden? Ze ontwikkelden twijfels over God, over Zijn rechtvaardige gezindheid en over Zijn principes voor het doen van dingen. Ze ontwikkelden twijfels over de principes die Gods huis hanteert voor het doen van dingen, zetten er vraagtekens bij en veroordeelden ze vervolgens. Ze koesterden deze twijfels in hun hart. In werkelijkheid werd deze kwaadaardige persoon niet weggestuurd omdat hij één slecht ding had gedaan. In Gods huis wordt niemand weggestuurd simpelweg omdat hij af en toe een fout maakt, ongeacht of hij fysiek werk verricht, een speciale plicht vervult of een plicht die technische vaardigheden vereist. Ze worden allemaal onderworpen aan een gezamenlijke beoordeling van hun consistente gedrag door kerkleiders en de broeders en zusters, waarna ze worden aangepakt. Als iemand bijvoorbeeld altijd lui is wanneer hij zou moeten werken en smoesjes verzint om werk te vermijden, is het dan gepast om hem op basis van dit gedrag weg te sturen? (Ja.) Dat klopt, het is gepast. Als jij bijvoorbeeld bent aangewezen om schoon te maken, en jij eet vaak zonnebloempitten, drinkt thee, leest de krant en gooit achteloos de schillen van de zonnebloempitten in het rond, verwaarloos jij je verantwoordelijkheden dan niet? Niet alleen maak je niet schoon, je maakt er ook een rommeltje van, wat betekent dat jij je verantwoordelijkheden verwaarloost. Als jij incompetent bent in je werk is het volledig in overeenstemming met de principes om jou weg te sturen, en je zou daar niet over in discussie moeten gaan. Deze kerkleider beweerde echter dat de persoon het goed bedoelde, wat mensen misleidde. Nadat de leider mensen op deze manier had opgehitst en misleid, volgden sommigen van hen zijn voorbeeld en bereikten ze een consensus. Maar waar plaatsten ze God en de waarheidsprincipes toen ze op deze manier handelden? Ze werden als een familie en spraken over ‘onze kerk’ en ‘ons huis van God’. Hoe worden ‘kerk’ en ‘Gods huis’ gedefinieerd? Kan er een huis van God zijn waar geen God is? (Nee.) Als er op een bepaalde plaats geen God is, kan daar dan een kerk bestaan of worden opgericht? (Nee, dat kan niet.) Wat betekende het dus toen ze ‘ons’ zeiden? Het betekende dat ze zich van God hadden afgescheiden. De kerk werd de kerk van deze verwarde leider, hij werd de meester van de kerk, terwijl die zogenaamde broeders en zusters en verwarde mensen een bende met hem vormden en zich tegenover hem als familieleden gedroegen. Ze distantieerden zich van God, en dus nam God een rol op zich buiten het ‘huis van God’. Dit waren de gevolgen van die eerste uitspraak die deze leider onder deze omstandigheden deed. Iedereen was bijzonder over hem te spreken en dacht: onze kerkleider is eerlijk, hij houdt rekening met ons, vergeeft onze zwakheden en neemt het zelfs voor ons op. Wanneer wij fouten maken, legt God ons altijd bloot en snoeit Hij ons. Maar onze leider beschermt ons altijd, net zoals een moederkip haar kuikens beschermt. Met hem in de buurt zullen we geen onrecht lijden. Iedereen was hem dankbaar. Dit waren de gevolgen van de eerste uitspraak die door deze leider werd gedaan.
Laten we doorgaan met de tweede uitspraak die door deze leider werd gedaan. Er was in de kerk wat werk met betrekking tot externe zaken dat de meeste mensen niet konden uitvoeren of waarvoor ze het te druk hadden vanwege hun plichten. Er waren enkele zogenaamde gelovigen die bedreven waren in het afhandelen van externe zaken. Het huis van God wees dus een beetje geld toe om zo iemand deze taken te laten uitvoeren. En soms gaf Gods huis zelfs wat meer uit zodat hij behoorlijk wat taken namens het huis kon afhandelen. Zeg Mij, was het in strijd met de principes dat Gods huis 200 RMB extra uitgaf om zaken als deze af te handelen? Dit was de enige manier om die zaken af te handelen, en het leverde goede resultaten op, dus zo werden ze afgehandeld. Door die persoon 200 RMB extra te geven, werd het voor Gods huis gemakkelijk om deze zaken af te handelen, en veel kwesties werden opgelost. Was het de moeite waard om die extra 200 RMB uit te geven? (Het was de moeite waard.) Het was absoluut de moeite waard. Het was gepast om de dingen op deze manier te doen. Het zou gewoon verspilling zijn als Gods huis die 200 RMB aan iemand zou geven die die taken niet kon afhandelen. Door hem die 200 RMB te geven konden die taken goed uitgevoerd worden. Was het dus in overeenstemming met de principes dat Gods huis de dingen op deze manier afhandelde? (Het was in overeenstemming met de principes.) Was het dus in overeenstemming met de principes om dit niet met de broeders en zusters te bespreken of erover te communiceren? (Het was in overeenstemming met de principes.) Heeft de Boven het recht om de dingen op deze manier af te handelen? (Ja.) Ja, dat is zeker. Maar deze kerkleider zei: ‘De broeders en zusters zeiden dat die persoon nog eens 200 RMB kreeg … Ik vraag alleen maar naar deze zaak namens de broeders en zusters. Ze begrijpen dit principe niet, en we willen zoeken hoe we over dit aspect van de waarheid moeten communiceren.’ Hij sprak slechts in halve zinnen. Dit was zijn tweede uitspraak. Het was duidelijk dat deze uitspraak een vraag was, die betekende: ‘Jij zegt dat alles wat jij doet in overeenstemming is met de principes, maar dit is dat niet, en sommige broeders en zusters hebben er meningen en noties over. Ik moet jou er dus namens hen over ter verantwoording roepen. Hoe leg jij deze zaak uit? Geef me een verklaring.’ Dat is een vraag, nietwaar? Ga nu verder en analyseer hoeveel boodschappen hierin vervat zaten – wat is jullie zienswijze wanneer jullie zoiets horen? Hoe bezien jullie deze persoon op basis van deze zaak? (God, er zat een ondervragende ondertoon in deze uitspraak van hem. Hij riep God ter verantwoording. In wezen had hij zijn eigen noties over deze zaak. Hij drukte echter niet uit wat hij echt dacht, maar zei hij dat het de broeders en zusters waren die de beslissing van de Boven niet konden aanvaarden, dat zij er bepaalde opinies over hadden. Toen de broeders en zusters noties hadden had hij als kerkleider de waarheid met hen moeten communiceren om dit probleem op te lossen. Maar niet alleen loste hij het niet op, hij kwam God met deze noties ter verantwoording roepen. Er zit een bedrieglijke en boosaardige gezindheid in hem.) Er zijn twee punten genoemd: het ene is dat hij de Boven ter verantwoording riep, en het andere is het feit dat hij al noties in zichzelf had, en toch zei: “De broeders en zusters begrijpen de principes niet, en ze willen die zoeken.” Is er een probleem met deze uitspraak? Waren de broeders en zusters zo belangrijk voor hem? Aangezien hij de ingang in het leven van de broeders en zusters zo belangrijk vond, waarom loste hij het dan niet op toen ze zulke sterke noties ontwikkelden? Was hij niet nalatig in zijn verantwoordelijkheid? Hij was nalatig. Hij loste het probleem niet op, en hij bracht zelfs schaamteloos de noties van de broeders en zusters met zich mee om de Boven ter verantwoording te roepen. Wat had hij dus voor nut? Wat gaf hem het recht om de Boven ter verantwoording te roepen? Had hij zelf niet ook noties? Had hij niet evengoed een mening over de beslissing van de Boven? Vond hij niet ook dat deze zaak op ongepaste wijze was afgehandeld? Omdat die 200 RMB niet aan hem werd besteed, had hij het gevoel dat hij iets misliep, nietwaar? Hij dacht: ‘Ik had die extra 200 RMB moeten krijgen, wij verdienen het. Die man is een niet-gelovige, hij zou het niet moeten krijgen. Wij geloven werkelijk in god en wij zijn mensen van gods huis, hij is dat niet.’ Is dat niet wat hij bedoelde? (Ja.) Dat is precies wat hij bedoelde. En hij zei dit niet in één keer; hij hakkelde het eruit. Nu jullie die hebben gehoord, begrijpen jullie het, of niet? Wat is jullie zienswijze op deze kwestie van het uitgeven van geld? De meeste mensen kunnen deze kleine zaak begrijpen. Gezien het immense werk van Gods huis, moest die leider zich echt druk maken om een extra 200 RMB die werd uitgegeven? Bovendien kwam het niet uit zijn zak, dus waarom voelde hij zich er zo ellendig over? Was hij niet gewoon jaloers toen hij zag dat anderen de weldoener uithingen? Was dat niet wat hij bedoelde? Begrijpen jullie wat Ik jullie zojuist heb uitgelegd? Zijn er onder jullie die het er niet mee eens zijn en zeggen: “Nee! 200 RMB extra uitgeven zonder dat wij het weten – het is verschrikkelijk dat wij niet het recht hebben om hiervan op de hoogte te zijn. Is dit niet het verkwisten van de offergaven van Gods huis?” Wat is het concept van Gods huis? Wat is het concept van offergaven? Laat Mij je vertellen: “De offergaven behoren niet aan iedereen toe, ze behoren niet aan de broeders en zusters toe. Als er alleen broeders en zusters waren en geen God, zou het niet Gods huis worden genoemd. Wanneer God verschijnt en werkt, wanneer Hij mensen voor Zich roept en de kerk opricht – dat is Gods huis. Wanneer de broeders en zusters tienden offeren, wordt dat niet geofferd aan Gods huis, noch aan de kerk, en het wordt zeker niet geofferd aan enig individu. Het is aan God dat zij deze tienden offeren. In gewone taal: dat geld wordt aan God gegeven; het is Zijn privé-eigendom. Wat houdt Zijn privé-eigendom in? Dat God het naar believen kan toewijzen, en dat de leider niet bevoegd was om zich ermee te bemoeien. Laat Mij je vertellen dat vragen stellen en de waarheid willen zoeken vanwege deze zaak een beetje overdreven en onnodig was. Dat was pure aanstellerij en huichelarij van hem! Er waren zoveel belangrijke zaken waarover deze leider de waarheid niet had gezocht, en toch koos hij ervoor om die in deze zaak wel te zoeken. Waarom pakte hij die kwaadaardige persoon niet aan? Waarom zocht hij de waarheid niet en zei hij niet: “Deze persoon heeft enkele uitingen van het doen van kwaad vertoond; de broeders en zusters walgen allemaal van hem. Moet ik dit niet aanpakken?” De leider stelde hier geen vragen over; hij was volledig blind voor deze kwaadaardige persoon. Is dat geen probleem? Wat was de eerste uitspraak die door deze leider werd gedaan? (Hij bedoelde het goed.) ‘Hij bedoelde het goed.’ Kijk eens hoe ‘welwillend’ deze man was; wat een hypocriet! Hij was boosaardig, en toch was er volop welwillendheid en moraliteit in zijn woorden; hij had honing op de tong, maar gal in het hart, en hij gedroeg zich niet als een mens. Wat was zijn tweede uitspraak? ‘Gods huis gaf 200 RMB extra aan iemand om een taak uit te voeren. Ik wil namens de broeders en zusters onderzoeken hoe we het principe in deze zaak moeten begrijpen en bevatten.’ Ik citeer dit als een volledige uitspraak; natuurlijk zei hij het niet zo. Hij sprak aarzelend, waardoor het moeilijk te begrijpen was wat hij bedoelde. Zo praatte hij gewoon. Dit was de tweede uitspraak die door die leider werd gedaan.
Luister nu naar de derde uitspraak die door die leider werd gedaan. Iedereen werkte samen en was aan het graven. Iedereen had de taak gekregen om één mand met aarde te vullen. Er was één persoon die snel werkte en als eerste klaar was, en daarna wat water zat te drinken en uit te rusten, wachtend op alle anderen. Toen ging er iets mis. Wat ging er mis? Het derde probleem ontstond. Deze leider kwam opnieuw met een vraag bij de Boven en zei: “We hebben hier iemand die snel werkt en vlug beweegt. Er is echter één ding mis met hem. Nadat hij klaar is met het werk, zit hij daar maar en helpt hij niemand van de anderen. Het gevolg is dat iedereen een mening over hem begint te vormen.” De broeder Boven vroeg: “Is hij gewoonlijk lui als hij werkt?” Deze leider antwoordde: “Nee, dat is hij niet. Hij werkt gewoon snel, en nadat hij klaar is, zit hij daar maar te wachten en helpt hij niemand. Daarom vormen de broeders en zusters een mening over hem, ze zeggen dat hij geen mededogen heeft.” Deze leider raakte van streek toen de broeders en zusters dit aankaartten. Hij dacht: ‘Oh jee, kijk eens hoe wreed die persoon is! Mijn broeders en zusters zijn moe van het werken, ze werken langzaam, en niemand helpt hen. De hele groep was van streek, dus hij was ook van streek. Hoe ‘empathisch’ van hem! Hij bracht deze ‘last’ met zich mee om aan de Boven te rapporteren. Het eerste wat hij vroeg was: “Kan zo iemand worden gestraft?” Zeg Mij, denken jullie dat zo iemand kan worden gestraft? (Nee.) Wat is dan jullie reactie wanneer jullie dit horen? Hebben jullie er gemengde gevoelens over? Voelen jullie je van streek? (Ja.) Gods huis heeft altijd gecommuniceerd dat mensen de waarheid moeten begrijpen en anderen eerlijk moeten behandelen, maar hij kon zelfs dit kleine ding niet doen. Hij geloofde dat het eerlijk zou zijn om die persoon te straffen. Is dit niet boosaardig? (Ja, dat is het.) Hij dacht: ‘Mijn broeders en zusters lijden, en ze hebben mij gerapporteerd dat deze persoon geen mededogen heeft. Hoe kan ik als leider deze mensen voor me winnen, ze sussen, ze beschermen, voorkomen dat ze onrecht wordt aangedaan of dat ze zich benadeeld voelen? Zijn eerste reactie was om die persoon te straffen, denkend dat door hem te straffen, ieders woede zou worden bedaard, en alles eerlijk en rechtvaardig zou zijn. Wilde hij dit niet doen? (Ja.) Hij dacht: ‘We eten allemaal hetzelfde voedsel, wonen op dezelfde plek, en we worden allemaal hetzelfde behandeld. Welk recht heb jij om zo snel te werken? Als jij snel werkt, waarom help je de anderen dan niet? Zeg Mij, hoe voelen mensen zich wanneer ze dit horen? ‘Snel werken is een zonde. Het lijkt erop dat we nooit snel moeten werken – het zal ons geen goed doen in de handen van deze leider. Snel werken deugt niet, en proactief zijn ook niet. Het is gerechtvaardigd om langzaam te zijn!’ De Boven vroeg de leider: “Hoe zit het met degenen die langzaam werken? Beloon jij hen?” De leider stond met zijn mond vol tanden, maar raakte niet in de war. Hij zei: “Nee, ik kan hen niet belonen. Maar die man die snel werkt, zou gestraft moeten worden. De broeders en zusters zeggen allemaal dat hij gestraft moet worden.” Dat was de uitspraak die hij deed. Zeg Mij, vertegenwoordigt deze uitspraak werkelijk de broeders en zusters, of vertegenwoordigt die de leider zelf? (Die vertegenwoordigt de leider zelf.) Laten we de broeders en zusters buiten beschouwing laten – onder hen zijn er allerlei soorten verwarde mensen: degenen die de waarheid niet liefhebben, degenen die op een valse manier spreken, degenen die egoïstisch en zelfzuchtig zijn, degenen die ruzies uitlokken, degenen die zonder principes spreken, en degenen die zonder morele basis handelen. Wat voor soort persoon is er onder hen niet te vinden? Wat was dus zijn verantwoordelijkheid als kerkleider? Was het zijn verantwoordelijkheid om voor de invloedrijke broeders en zusters te spreken, om deze boosaardige trends en slechte praktijken te verdedigen? (Nee.) Wat was dan zijn verantwoordelijkheid? Toen hij kwesties van verdraaiing en afwijking onder de broeders en zusters ontdekte, was het zijn verantwoordelijkheid om deze kwesties op te lossen met behulp van de waarheid, zodat die mensen konden begrijpen waar de problemen lagen en wat de kwesties met hun gesteldheid waren, om hen er zo toe te brengen zichzelf te kennen en de waarheid te begrijpen, en hen voor God te brengen. Is dit niet de verantwoordelijkheid van een kerkleider? (Dat is het.) Heeft hij die vervuld? Niet alleen faalde hij erin die te vervullen, hij bevorderde zelfs die boosaardige trends en slechte praktijken door hun ontstaan en verspreiding in de kerk te beschermen, aan te wakkeren en goed te keuren. Is dit niet boosaardig? (Dat is het.) Zeg Mij, nadat de Boven een persoon met dit soort boosaardige gezindheid heeft gesnoeid en blootgelegd, zal hij dan in zijn hart opstandig zijn? (Ja.) Hij zal zeker opstandig zijn. Zal hij mensen eerlijk behandelen volgens de principes die hem door de Boven zijn gegeven? Absoluut niet. Je kunt aan de woorden die hij sprak zien dat hij door en door vals was. Later dacht Ik bij Mezelf: ‘Als degenen die snel werken gestraft zullen worden, wie zal er dan nog snel durven werken? Iedereen zal zo traag worden als een schildpad die zelfs niet na drie dagen aanmodderen niet in staat is om op de rivieroever te klimmen.’ Is dat niet hoe de dingen zullen zijn? Naast zijn onvermogen om mensen eerlijk te behandelen, was het meest fatale en ernstige aspect van deze leider, en het aspect dat mensen het meest kon misleiden, dat welke slechte dingen de broeders en zusters ook deden of welke foutieve en absurde zienswijzen ze ook verspreidden, hij niet alleen faalde om ze te onderscheiden en te corrigeren, maar ze hun zin gaf, hen beschermde en hen zelfs probeerde te behagen. Was hij geen gevaarlijk individu? (Dat was hij.) Hij was buitengewoon gevaarlijk! Dit was de derde uitspraak die door die leider werd gedaan.
Laten we doorgaan naar de vierde uitspraak. Ik bezocht regelmatig de kerk waar die leider de leiding had, en ze hielden daar wat kippen. Elke keer als Ik op bezoek kwam, slachtte hij een kip. De ene dag werd een kip gestoofd in een heldere bouillon; de volgende dag werd een kip rood gestoofd; de dag daarna werd een kip gerookt. Ik dacht dat als Ik daar elke dag zou blijven komen, die toom kippen binnen een paar dagen wel eens verdwenen zou kunnen zijn. Hoe kwam dat? Als er een kip gekookt was, nam Ik soms een stukje, en soms wilde Ik niets, maar die mensen aten het hoe dan ook, en elke keer werd er een hele kip geconsumeerd. Later bedacht Ik me het volgende: als er elke keer dat Ik op bezoek kwam een hele kip werd geconsumeerd, zouden de kippen, ongeacht hoeveel ze er hadden, snel op zijn als ze in dit tempo werden opgegeten. Ik vertelde dus de leider dat hij geen kippen meer mocht slachten. Was dit niet het juiste om te doen? (Ja, dat was het.) Nu bracht dit hem echt in een lastig parket. Hij kwam met een vraag en zei: “Als we geen kippen mogen slachten, dan…” Je hebt geen idee wat hij daarna vroeg. Wat bracht hij er uiteindelijk met moeite uit? “Wat wil je dan eten?” Ik zei: “Is er niets anders te eten dan kippen? Staat de tuin niet vol met groenten? Ik vind het prima om die te eten.” Hij bedoelde dat als ze geen kippen mochten slachten, Ik toch wat vlees moest hebben. ‘Attent’, nietwaar? Ik zei: “Wat nou vlees! Als je groenten hebt, dan eet Ik geen vlees. Als Ik je niet vertel dat je de kippen moet slachten, slacht ze dan niet!” Dit had toch gemakkelijk te begrijpen moeten zijn? (Ja.) Maar in zijn geval werd het een dilemma. Het niet kunnen slachten van kippen zat hem echt dwars; hij begon zich heel vreemd te gedragen, als een bezetene. Aangezien hij die keer geen kip kon eten, stelde hij de volgende keer dat Ik op bezoek kwam een andere vraag, wat ons bij de vijfde uitspraak brengt. Luister hoe zijn vragen steeds lachwekkender werden. Wat was de vraag? Hij zei: “Aangezien we geen kippen mogen slachten, en we ook konijnen houden – zou je die in plaats daarvan eten?” Dat maakte Mij echt boos. Ik zei: “De kleine konijntjes die we houden zijn zo schattig, met hun felrode ogen en zuiver witte vacht. Ze spelen en hebben veel plezier. Waarom denk je altijd aan vlees eten? Kun je niet zonder vlees?” Ik begreep het niet. Er was in hun keuken nooit een tekort aan vlees; er waren eindeloos veel kippenpoten en varkenskoteletten. Het was niet zo dat er geen vlees voor hem te eten was, waarom bleef hij dan maar vragen stellen over het slachten van konijnen en het eten van hun vlees? Ik diende hem met de volgende woorden van repliek: “Je mag ze niet slachten! Waar is al dat slachten voor nodig?” Toen hij zag dat Ik zo reageerde, werd hij bang om gesnoeid te worden en durfde hij geen vragen meer te stellen. Wat voor maaltijden bereidde hij vervolgens? In het seizoen, in juni en juli, kon er van alles worden aangetroffen in de tuin; bladgroenten en vruchtgroenten waren er in overvloed. Op een dag bereidde die leider een tafel vol gerechten. Wat bereidde hij? Roergebakken taugé, soep van sojascheuten, tofu gestoofd met vis, roergebakken doperwten en eieren, roergebakken judasoren – er was geen enkele bladgroente op tafel. Ik wierp een blik op de tafel vol gerechten zonder ook maar iets vers. Het seizoen vroeg om iets vers, maar het voedsel dat hij bereidde was helemaal niet van het seizoen. Ik dacht: is deze persoon niet boosaardig? Er waren allerlei soorten groenten in de tuin; waarom maakte hij geen bladgroenten klaar? Uiteindelijk zei Ik dat hij snel weggestuurd moest worden. Wanneer iemand zoals hij verantwoordelijk was voor het koken, zouden mensen nooit seizoensvoedsel te eten krijgen. In plaats daarvan zouden ze altijd voedsel eten dat buiten het seizoen was. Is dat normaal? Het is beslist niet normaal!
Door de vragen die deze leider stelde en zijn manier van koken, merkte Ik ten eerste op dat zijn karakter slecht was; ten tweede dat hij een boosaardige en verraderlijke gezindheid had; en ten derde dat hij de waarheid niet nastreefde. Er was echter iets heel onverwachts; je zou het zelfs bizar kunnen noemen. In het verleden kreeg hij elke keer dat er een verkiezing in deze kerk plaatsvond de meeste stemmen, en zelfs bij herverkiezingen kreeg hij nog steeds de meeste stemmen. Wat was er aan de hand dat zo iemand herhaaldelijk het hoogste aantal stemmen kreeg? Waren daar niet aan beide kanten redenen voor? (Ja.) Daar waren aan beide kanten redenen voor. Wat waren de voornaamste redenen? Aan de ene kant streefden de meeste broeders en zusters de waarheid niet na of begrepen ze die niet, en hadden ze wat mensen betreft geen onderscheidingsvermogen. Aan de andere kant was deze kerkleider buitengewoon goed in staat om mensen te misleiden. Jullie weten niet wie deze persoon was, jullie hebben niet gezien wat hij deed, en jullie weten niet wat voor soort persoon hij achter gesloten deuren was. Maar alleen al op basis van de zaken waarover Ik heb gesproken en de vijf uitspraken die hij had gedaan, wat voor soort persoon zouden jullie zeggen dat hij was? Was hij geschikt om kerkleider te zijn? (Nee.) Waarom bleven die broeders en zusters hem dan verkiezen? Dat komt doordat hij strategieën toepaste en deze mensen misleidde. Hij was absoluut niet zo argeloos en nuchter als hij aan de oppervlakte leek; hij hanteerde beslist strategieën. Later zei Ik dat er in die kerk geen mensen waren die geschikt waren om als leider op te treden en dat er iemand anders gestuurd moest worden om deze positie te vervullen. Sommige mensen begrepen het echter niet; ze vonden dat deze leider niet door de broeders en zusters was gekozen. Hoe moeten ‘broeders en zusters’ worden gedefinieerd? Vertegenwoordigen de broeders en zusters de waarheid? Is dit hoe ze worden gedefinieerd? (Nee.) Wanneer de broeders en zusters gezamenlijk een eis, een regel, of een mening en een argument creëren, zijn deze dingen dan noodzakelijkerwijs in overeenstemming met de waarheid? Zou God hun kwesties in overweging moeten nemen en eerst voor hen moeten zorgen? Kan God dit doen? (Nee.) Dus hoe moeten ze worden behandeld? Hoe moeten deze broeders en zusters worden gedefinieerd? De meesten van hen zijn bereid hun plichten te vervullen, te arbeiden en te werken, maar streven de waarheid niet na. Ze missen het vermogen en het kaliber om de waarheid te bevatten, ze zijn dwaas, verdoofd en traag van begrip, ze zijn niet in staat mensen te onderscheiden of zaken te doorzien, en ze zijn egoïstisch en zelfzuchtig. Wat is hun fatale tekortkoming ondanks het feit dat ze enige goede bedoelingen bezitten en bereid zijn dingen op te geven, te zwoegen en zich in te zetten voor God? Ze begrijpen de waarheid niet en aanvaarden die niet. Ze houden vast aan ‘Wie mij geld geeft is mijn vader, wie mij voedt is mijn moeder’. Wie goed voor hen is of hen voordeel oplevert, wie namens hen spreekt en hen beschermt, dat is de persoon die ze kiezen. Als zulke mensen hun eigen leider mochten kiezen, zouden ze dan een goede leider kunnen verkiezen? Dat zouden ze niet kunnen. Zouden ze enige vooruitgang kunnen boeken in hun ingang in het leven? Als de Boven hen toestond zo eigenzinnig te zijn en zo roekeloos te blijven handelen, zou dat dan niet onverantwoordelijk zijn? (Ja.) Zij waren verward, maar de Boven is dat niet, en de leider die deze mensen hadden gekozen, werd verwijderd en vervangen door iemand anders. Zolang deze nieuwe leider enig werkelijk werk kon verrichten, was hij, hoewel deze mensen niet bereid waren hem te aanvaarden, veel beter dan die valse leider die mensen misleidde. Hoewel deze broeders en zusters de regeling van de Boven niet begrepen, zal er een dag komen dat ze enkele waarheden zullen bevatten en enig begrip van zaken zullen krijgen, en dan zullen ze weten wie goed was en wie slecht. Door op deze manier te handelen, nam de Boven volledig de verantwoordelijkheid voor hen. Was het gepast dit te doen? (Het was gepast.) Hoewel ze het niet begrepen, kon hen niet worden toegestaan gewoon te doen wat ze wilden en te verkiezen wie ze maar wilden. Willen ze in opstand komen? Als ze kwaad willen doen, Satans handlangers willen worden, zullen ze volledig vernietigd worden. Dus nam de Boven de beslissing voor hen en selecteerde een andere leider. Maar ze aanvaardden dit niet; ze stonden erop dat de persoon die zij hadden gekozen geschikt was. Is dit niet boosaardig? Waarom dachten ze altijd dat hij goed was? Wat was er zo goed aan hem? Waarom waren ze zo vastbesloten om hem te houden? Er was daar een probleem: ze waren misleid en geschaad door deze valse leider zonder het te beseffen. Ze waren werkelijk een roedel dwazen. Ik ben klaar met spreken over deze zaak. We nemen mensen zoals deze valse leider als een typisch geval om binnen dit onderwerp te ontleden en te analyseren – het is gepast dit te doen. De boosaardigheid in hun gezindheid is immers op zichzelf typerend.
Is dit onderwerp door onze communicatie over boosaardigheid binnen de zevende uiting van antichristen en door het integreren van deze specifieke voorbeelden, en het analyseren en vergelijken ervan, voor jullie duidelijker geworden? Of deze persoon die Ik zojuist heb besproken in de toekomst in staat zal zijn de waarheid na te streven, is onbekend, het is moeilijk te zeggen, en we zullen voorlopig geen conclusies trekken. Eén ding is echter zeker: zijn gezindheid, essentie en aard waren allemaal boosaardig. Wat had hij dus lief? Had hij eerlijkheid en rechtvaardigheid lief? Had hij de verschillende waarheden lief die door God zijn gesproken? Hield hij ervan een eerlijk persoon te zijn, anderen eerlijk te behandelen, met principes te handelen en de waarheid te zoeken? Had hij deze dingen lief? Hij had geen van deze dingen lief – dit is honderd procent zeker. Door deze paar uitspraken die hij deed en deze paar vragen die hij stelde, werden de dingen die hij diep in zijn hart en in zijn botten liefhad blootgelegd. Onder deze dingen was niets dat overeenkwam met positieve dingen. Wie waren de mensen die hij mocht en bereid was te beschermen? Hij beschermde degenen die kwaad deden, die het werk van de kerk verstoorden, die alle loyaliteit misten en veel slechte daden begingen bij het vervullen van hun plichten. Hij bekeek zulke mensen niet met woede of haat; hij nam het zelfs voor hen op en verdedigde hen. Wat geeft dit aan? Dat ze van hetzelfde soort waren: ze deelden gemeenschappelijke belangen en een gemeenschappelijke essentie. Ze waren het van nature met elkaar eens, ze waren twee handen op één buik. Hoe voelde deze leider zich toen sommige broeders en zusters noties en misverstanden bleven koesteren over Gods woorden en handelingen? Nam hij de last op zich om deze problemen op te lossen? (Nee.) Hij droeg deze last niet; hij pakte deze problemen niet aan en schonk geen aandacht aan deze zaken – hij kneep een oogje dicht. Wanneer iemand de naam van God onteerde, of het werk van Gods huis verstoorde en hinderde, wanneer iemand loyaliteit miste en plichtmatig was in het vervullen van zijn plicht, of de belangen van Gods huis schaadde en verstoring en vernietiging teweegbracht tijdens het vervullen van zijn plicht, of negativiteit uitte en noties verspreidde, kon hij dan een van deze dingen als problemen identificeren? Hij kon ze niet als problemen identificeren; hij dacht: ‘Het is normaal dat deze kwesties bestaan; wie onthult er geen verdorvenheid?’ Wat impliceerde hij? Hij impliceerde dat, omdat deze mensen niet anders dan zo konden handelen, hij zelf niet zo slecht was – hij kon zich ‘verbergen’ en ‘beschermd’ worden. Is dit niet boosaardig? Deze mensen veroorzaakten voortdurend verstoringen en hinder, en hij pakte hen niet aan. Zeg Mij op basis hiervan, had hij een gevoel van gerechtigheid? Had hij de waarheid lief? Waar zag hij Gods huis voor aan? Hij wilde niet dat Gods huis gevuld was met eerlijke mensen, mensen die trouw waren aan God, mensen die Gods weg volgden en hun plaats kenden terwijl ze hun plichten vervulden. Hij wilde niet dat iedereen zich openstelde en communiceerde over Gods woorden, zich aan God onderwierp en getuigenis van Hem aflegde. Hij hield er niet van als iedereen in Gods huis zo was. Waar hield hij dan wel van? Hij hield ervan als iedereen relaties aanknoopte voor eigen gewin, elkaars belangen beschermde, niemand anders schaadde of lijken uit de kast haalde. Hij hield ervan als iedereen elkaar wederzijds beschermde en beschutte, slechte dingen die anderen deden voor buitenstaanders verborg en als één front optrad. Daar hield hij van. Wanneer iemand andermans wandaden en ware omstandigheden in de openbaarheid bracht en deze dingen publiek maakte, door direct te spreken en iedereen ervan op de hoogte te stellen, haatte en verafschuwde hij zulke acties. Hij vond hield ervan als wandaden verborgen en verhuld bleven, als leugens niet werden blootgelegd, en als iemand zich met bedrog inliet of de belangen van Gods huis schaadde, hij niet volgens de principes werd aangepakt. Wat kwam er in de kerk waarop hij toezag terecht van Gods woorden en de bestuurlijke decreten en werkregelingen van Gods huis? Ze werden loze woorden en ze konden niet worden geïmplementeerd. Waarom konden ze niet worden geïmplementeerd? Omdat hij ze blokkeerde; hij werd een muur die ze tegenhield. Dit is de boosaardige gezindheid die antichristen openbaren door de feiten te verdraaien, bepaalde tactieken toe te passen en zich in te laten met bepaalde intriges en listen om anderen voor de gek te houden en te bedriegen en zo hun eigen doelen te bereiken.
In kerken waar antichristen de macht uitoefenen, kunnen de werkregelingen van Gods huis niet worden geïmplementeerd. Tegelijkertijd doet zich in die kerken een vreemd verschijnsel voor, waarbij het enige werk dat wordt uitgevoerd, werk is dat niets te maken heeft met de werkregelingen van Gods huis en er zelfs tegen indruist. Dit leidt tot verschillende meningen en discussies onder de broeders en zusters en creëert chaos in de kerk. Hoe handelen valse leiders? Ze werken niet volgens de werkregelingen van Gods huis; het is alsof ze niets te doen hebben, en ze reageren helemaal niet op de werkregelingen. De mensen onder deze leiders zijn stuurloos; de boel hangt als los zand aan elkaar, er is niemand die hen organiseert – iedereen doet wat hij wil, hoe hij wil. Valse leiders doen geen enkele uitspraak en nemen deze verantwoordelijkheid niet op zich. Antichristen handelen echter anders. Ze laten niet alleen na de werkregelingen te implementeren, ze komen ook met hun eigen uitspraken en praktijken. Sommigen nemen de werkregelingen van de Boven en wijzigen die, en maken er hun eigen uitspraken van, die ze vervolgens implementeren, terwijl anderen helemaal niet handelen volgens de werkregelingen van de Boven en gewoon hun eigen gang gaan. Ze houden de werkregelingen van de Boven achter en geven die niet door naar beneden. Zo houden ze degenen onder hen onwetend, terwijl ze zelf doen wat hun goeddunkt. Ze verzinnen zelfs hun eigen theorieën en uitspraken om degenen onder hen te misleiden en om de tuin te leiden. Kijk dus niet naar hoeveel antichristen uiterlijk kunnen opgeven of welk lijden ze kunnen verdragen. Zet hun oppervlakkige handelingen en gedragingen opzij en kijk naar de essentie van de dingen die ze doen. Wat voor relatie hebben ze met God? Ze verzetten zich tegen alles wat God heeft gezegd en gedaan, alles wat God van de broeders en zusters vereist te begrijpen, en alles wat Hij eist dat lager in de kerk wordt geïmplementeerd – ze verzetten zich tegen al deze dingen. Sommigen vragen zich misschien af: ‘Is het nalaten deze dingen te implementeren hetzelfde als je ertegen verzetten?’ Waarom implementeren ze deze dingen niet? Omdat ze het er niet mee eens zijn. Betekent het feit dat ze het er niet mee eens zijn, dat ze hoger staan dan Gods huis? Betekent het feit dat ze het niet met deze dingen eens zijn, dat ze een beter plan hebben? Nee, dat hebben ze niet. Waar halen ze dan het lef vandaan deze dingen niet te implementeren louter omdat ze het er niet mee eens zijn? Omdat ze de kerk willen domineren en beheersen. Ze geloven dat, als ze de dingen volledig in overeenstemming met de werkregelingen en de vereisten van de Boven zouden implementeren, hun bijdragen misschien onopgemerkt zouden blijven, niet zouden opvallen en door niemand zouden worden gezien. Voor antichristen zou dit een ramp zijn. Als iedereen getuigenis zou geven voor God en regelmatig over de waarheid zou communiceren, als iedereen de waarheid zou kunnen begrijpen, zaken volgens de principes zou aanpakken, de waarheid zou zoeken en zou bidden en God zou aanroepen wanneer ze met problemen worden geconfronteerd, wat zou hun functie dan zijn? Antichristen streven de waarheid niet na, dus zouden ze geen functie hebben; ze zouden louter decoratie worden. Als ze decoratie zouden worden en niemand meer aandacht aan hen zou besteden, zouden ze dat dan accepteren? Nee, dat zouden ze niet. Ze zouden manieren bedenken om de situatie te redden. Antichristen bezitten een boosaardige gezindheid en een boosaardige essentie – kunnen ze verwachten dat ze onthuld zouden worden als de broeders en zusters allemaal de waarheid zouden nastreven? Antichristen zijn zo slecht en ze streven de waarheid niet na. Ze zijn boosaardig, bedrieglijk, verraderlijk, en ze houden niet van positieve dingen. Als iedereen de waarheid zou begrijpen, zouden ze antichristen kunnen onderscheiden. Weten antichristen dit? Ja, dat weten ze. Ze kunnen dit in hun geest voelen. Het is alsof je ergens naartoe gaat en een kwade geest tegenkomt. Wanneer de kwade geest je aankijkt, vindt hij je onaangenaam, en met slechts één blik vind jij de kwade geest weerzinwekkend en wil je niet met hem praten. In feite heeft hij je niet beledigd of iets gedaan om je te schaden, maar je vindt het walgelijk om naar hem te kijken, en als je hem hoort praten, voel je zelfs nog meer walging. In feite kent hij jou niet, en jij kent hem niet. Wat is hier aan de hand? Je kunt in je geest aanvoelen dat jullie twee niet van dezelfde soort zijn. Antichristen zijn de vijanden van Gods uitverkoren volk. Als je je hier wanneer je met hen omgaat niet van bewust bent en er geen perceptie van hebt, ben je dan niet behoorlijk afgestompt? Stel dat je deze dingen niet helder kunt zien wanneer een antichrist niet veel spreekt en slechts een paar woorden zegt wanneer hij een argument uit, een standpunt naar voren brengt, of wanneer hij bij zijn acties een bepaalde houding vertoont. Als je lange tijd met hem omgaat en je er nog steeds niet van bewust bent, en het je pas wordt geopenbaard als de Boven hem op een dag als antichrist karakteriseert, en je enige angst voelt en denkt: ‘Hoe kon ik zo’n duidelijke antichrist niet onderscheiden! Dat was op het nippertje!’, wat moet je dan traag en afgestompt zijn!
De boosaardigheid van antichristen heeft één duidelijk kenmerk, en Ik zal het geheim hoe je die kunt onderscheiden met jullie delen: het is dat je, zowel in hun spreken als in hun handelen, hun diepten niet kunt peilen en niet in hun hart kunt kijken. Wanneer ze tegen je spreken, schieten hun ogen alle kanten op, en je hebt geen idee wat voor list ze beramen. Soms geven ze je het gevoel dat ze trouw zijn of heel oprecht, maar dat is niet zo – je kunt hen nooit doorzien. Je hebt een bepaald gevoel in je hart, een besef dat hun gedachten een diepe subtiliteit hebben, een ondoorgrondelijke diepte, dat ze sluw zijn. Dit is het eerste kenmerk van de boosaardigheid van antichristen. Het duidt erop dat antichristen een eigenschap van boosaardigheid bezitten. Wat is het tweede kenmerk van de boosaardigheid van antichristen? Het is dat alles wat ze zeggen en doen hoogst misleidend is. Waarin komt dit tot uiting? In hun bijzondere behendigheid om de psychologie van mensen aan te voelen en dingen te zeggen die passen bij de noties en verbeeldingen van mensen en gemakkelijk te aanvaarden zijn. Er is echter één ding dat je moet onderscheiden: ze belichamen zelf nooit de aangename dingen die ze zeggen. Ze prediken bijvoorbeeld doctrine aan anderen en vertellen hun hoe ze eerlijke mensen moeten zijn, en hoe ze moeten bidden en God hun meester moeten laten zijn wanneer hun iets overkomt, maar wanneer de antichristen zelf iets overkomt, brengen ze de waarheid niet in praktijk. Ze handelen alleen maar naar hun eigen wil en bedenken een ontelbaar aantal manieren om zichzelf te bevoordelen, waarbij ze zich door iedereen laten dienen en hun zaken laten regelen. Ze bidden nooit tot God en laten Hem nooit hun meester zijn. Ze zeggen dingen die aangenaam zijn voor het oor, maar hun daden komen niet overeen met wat ze zeggen. Het eerste wat ze overwegen wanneer ze een handeling verrichten, is het voordeel voor henzelf; ze aanvaarden Gods orkestraties en regelingen niet. Mensen zien dat ze niet gehoorzaam zijn wanneer ze dingen doen, dat ze altijd op zoek zijn naar een manier om zichzelf te bevoordelen en een weg vooruit te vinden. Dit is de bedrieglijke en boosaardige kant van antichristen die mensen kunnen zien. Tijdens het werken kunnen antichristen soms ontberingen doorstaan en een prijs betalen, en soms zelfs slaap en voedsel opgeven, maar ze doen dit alleen om status te verkrijgen of naam voor zichzelf te maken. Ze lijden ontberingen omwille van hun ambities en doelen, maar gaan plichtmatig om met het belangrijke werk dat Gods huis voor hen regelt, en dat ze helemaal niet uitvoeren. Zijn ze dus onderworpen aan Gods regelingen in alles wat ze doen? Vervullen ze hun plichten? Hier ligt een probleem. Er is ook een ander soort gedrag: wanneer broeders en zusters met andere meningen komen, zullen antichristen die op een indirecte manier afwijzen, eromheen draaien en mensen laten denken dat de antichristen met hen hebben gecommuniceerd en dingen hebben besproken – maar uiteindelijk moet iedereen doen wat zij zeggen. Ze zijn altijd op zoek naar manieren om de suggesties van andere mensen de kop in te drukken, zodat mensen hun ideeën volgen en doen wat zij zeggen. Is dit het zoeken naar de waarheidsprincipes? Zeker niet. Wat is dan het principe van hun werk? Het is dat iedereen naar hen moet luisteren en hen moet gehoorzamen, dat er naar niemand beter geluisterd kan worden dan hen, en dat hun ideeën de beste en de meest verhevene zijn. Antichristen willen iedereen het gevoel geven dat wat zij zeggen juist is, dat zij de waarheid zijn. Is dat niet boosaardig? Dit is het tweede kenmerk van de boosaardigheid van antichristen. Het derde kenmerk van de boosaardigheid van antichristen is dat wanneer ze van zichzelf getuigen, ze vaak getuigen van hun bijdragen, de ontberingen die ze hebben geleden en de heilzame dingen die ze voor iedereen hebben gedaan. Ze hameren het in de hoofden van mensen, zodat die mensen niet vergeten dat ze zich in het licht van de antichristen koesteren. Als iemand een antichrist complimenteert of bedankt, kunnen ze zelfs enkele zeer geestelijke woorden zeggen, zoals: “Dank god. Dit is allemaal het werk van god. De genade van god is ons genoeg,” zodat iedereen ziet dat ze heel geestelijk zijn en dat ze een goede dienaar van God zijn. In werkelijkheid verheerlijken ze zichzelf en getuigen ze van zichzelf, en is er in hun hart helemaal geen plaats voor God. In de ogen van alle anderen heeft de status van de antichrist die van God al ver overtroffen. Is dit geen werkelijk bewijs dat antichristen van zichzelf getuigen? In kerken waar een antichrist de macht heeft en de controle uitoefent, hebben zij de hoogste status in de harten van de mensen. God kan slechts op de tweede of derde plaats komen. Als God naar een kerk gaat waar een antichrist de macht heeft en iets zegt, zal wat Hij zegt dan doordringen tot de mensen daar? Zullen ze het vanuit hun hart aanvaarden? Dat is moeilijk te zeggen. Dit volstaat om te bewijzen hoeveel moeite antichristen doen om van zichzelf te getuigen. Ze getuigen helemaal niet van God, maar grijpen integendeel alle gelegenheden om van God te getuigen aan om van zichzelf te getuigen. Is deze tactiek die antichristen gebruiken niet verraderlijk? Is die niet ongelooflijk boosaardig? Aan de hand van deze drie kenmerken waarover hier is gecommuniceerd, is het gemakkelijk om antichristen te onderscheiden.
Antichristen hebben nog een kenmerk, dat ook een belangrijke uiting van hun boosaardige gezindheid is: ongeacht hoe Gods huis over de waarheid communiceert, ongeacht hoe Gods uitverkoren volk communiceert over hun zelfkennis, ongeacht hoe ze oordeel, tuchtiging en snoeien aanvaarden, antichristen slaan er geen acht op. Ze blijven roem, gewin en status nastreven, en laten hun bedoeling en verlangen om zegeningen te verkrijgen nooit los. In de gedachten van antichristen zouden ze door God gezegend moeten worden zolang ze in staat zijn een plicht te vervullen, een prijs te betalen en enige ontbering te lijden. En dus beginnen ze na enige tijd kerkwerk te hebben verricht de balans op te maken van de taken die ze voor de kerk hebben gedaan, de bijdrage die ze hebben geleverd aan Gods huis en wat ze voor de broeders en zusters hebben gedaan. Dit alles houden ze goed in gedachten en ze wachten af welke genade en zegeningen van God het ze oplevert, zodat ze kunnen bepalen of wat ze doen de moeite waard is. Waarom houden ze zich altijd bezig met dergelijke dingen? Wat is het dat ze diep in hun hart najagen? Wat is het doel van hun geloof in God? Vanaf het begin ging het in hun geloof in God om zegeningen. En hoeveel jaren ze ook naar preken luistern, hoeveel woorden van God ze ook eten en drinken, hoeveel doctrines ze ook begrijpen, ze zullen hun verlangen en intentie om te worden gezegend nooit loslaten. Als je hen vraagt een plichtsgetrouw schepsel te zijn en Gods soevereiniteit en regelingen te aanvaarden, zeggen ze: "Dat heeft niets met mij te maken. Dat is niet waar ik naar zou moeten streven. Waar ik naar zou moeten streven is: als ik de strijd heb gestreden, als ik de vereiste moeite heb gedaan en de vereiste ontberingen heb geleden – als ik dit eenmaal heb gedaan naar gods eis – moet god me belonen en toestaan dat ik overblijf en moet ik gekroond worden in het koninkrijk en een hogere positie bekleden dan het volk van god. Ik moet tenminste de leiding krijgen over twee of drie steden." Dit is waar de antichristen het meest om geven. Hoe het huis van God ook de waarheid communiceert, hun intentie en verlangen zegeningen te verkrijgen kan niet worden verdreven. Ze zijn hetzelfde soort mens als Paulus. Gaat er achter zo'n onverbloemde transactie niet een soort kwaadaardige en gemene dispositie schuil? Sommige religieuze mensen zeggen: "Onze generatie volgt god op het pad van het kruis. God heeft ons uitgekozen en dus hebben wij recht op zegen. We hebben geleden en een prijs betaald en we hebben wijn gedronken uit de bittere kelk. Sommigen van ons zijn zelfs gearresteerd en veroordeeld tot een gevangenisstraf. Als we na al deze ontberingen, zoveel preken en na zoveel te hebben geleerd over de Bijbel niet op een dag gezegend worden, gaan we naar de derde hemel om met god te redetwisten." Hebben jullie ooit zoiets gehoord? Ze zeggen dat ze naar de derde hemel gaan om met God te redetwisten – hoe brutaal is dat? Word je er niet bang van als je het alleen al hoort? Wie durft te proberen met God te redetwisten? Gelukkig is de Jezus in wie zij geloven al lang geleden naar de hemel opgevaren. Als Jezus nog op aarde was, zouden ze dan niet proberen Hem opnieuw te kruisigen? Natuurlijk zijn er sommige mensen die, wanneer ze net in God beginnen te geloven, zulke woorden in het begin misschien krachtig en indrukwekkend vinden en denken dat mensen zo’n ruggengraat en vastberadenheid zouden moeten bezitten. Maar hoe kijken jullie nu, nu jullie tot op de dag van vandaag hebben geloofd, tegen deze woorden aan? Zijn zulke mensen geen aartsengelen? Zijn het geen Satans? Je kunt met iedereen redetwisten, maar niet met God. Je behoort zoiets niet te doen, of er zelfs maar aan te denken. Zegeningen komen van God: Hij geeft ze aan wie Hij maar wil. Zelfs als je voldoet aan de voorwaarden om zegeningen te ontvangen en God ze je niet schenkt, behoor je nog steeds niet met God te redetwisten. Het hele universum en de hele mensheid staan onder Gods heerschappij; God heeft het voor het zeggen. Hoe durf jij, een nietig mensje, met God te redetwisten? Hoe kun je je capaciteiten zo overschatten? Kijk toch eens in de spiegel wie je bent! Door op deze manier tegen de Schepper tekeer te gaan en met Hem te strijden, tart je toch de dood? “Als we op een dag niet gezegend worden, gaan we naar de derde hemel om met god te redetwisten” is een uitspraak die openlijk tegen God ageert. Wat voor plaats is de derde hemel? Het is waar God verblijft. Naar de derde hemel durven gaan om met God te redetwisten, staat gelijk aan proberen God ‘omver te werpen’! Is dat niet zo? Sommigen vragen zich misschien af: “Wat heeft dit met antichristen te maken?” Het heeft veel met hen te maken, want al degenen die naar de derde hemel willen gaan om met God te redetwisten, zijn antichristen. Alleen antichristen kunnen zulke dingen zeggen. Woorden als deze zijn de stem die antichristen diep in hun hart koesteren. Dit is hun boosaardigheid. Hoewel antichristen deze woorden misschien niet openlijk uitspreken, koesteren ze deze dingen wel degelijk in hun hart; ze durven ze alleen niet te onthullen en laten niemand ervan weten. De verlangens en ambities in de diepten van hun hart branden echter als onuitblusbare vuren. Waarom is dat zo? Omdat antichristen de waarheid niet liefhebben. Ze houden niet van Gods billijkheid en rechtvaardigheid, Gods oordeel en tuchtiging, en ze houden zeker niet van Gods almacht, wijsheid en Zijn soevereiniteit over alle dingen. Ze houden van geen van deze dingen – ze haten ze. Waar houden ze dan wel van? Ze houden van status en geven om beloningen. Ze zeggen: “Ik heb gaven, talenten en capaciteiten. Ik heb voor de kerk gearbeid, god moet me dus terugbetalen en me beloningen geven!” Zitten ze niet in de problemen? Is dit niet de dood tarten? Is het geen rechtstreekse uitdaging aan God? Is het niet het uitdagen van de Schepper? Dat ze hun speren rechtstreeks op God, de Schepper, durven te richten – dat is iets waartoe alleen de aartsengel, Satan, in staat is. Als er werkelijk mensen zijn met zulke standpunten, die tot zulke daden in staat zijn, dan lijdt het geen twijfel dat zij antichristen zijn. Op aarde durven alleen antichristen zich openlijk tegen God te verzetten en zo over Hem te oordelen. Sommigen zeggen misschien: “De antichristen die wij hebben gezien, waren niet zo brutaal of schaamteloos.” Dit moet worden bezien in de context en omgeving waarin antichristen zich bevinden. Hoe zouden ze hun scherpe kantjes durven laten zien wanneer ze nog niet de volledige macht hebben verkregen en zichzelf nog niet hebben gevestigd? Antichristen weten hun tijd af te wachten, en wachten op het geschikte moment om in opstand te komen. Wanneer ze zich volledig ontplooien, zullen hun scherpe kanten volledig worden blootgelegd. Hoewel sommige antichristen hun ware aard vrij goed weten te verbergen zolang ze geen status hebben en er aan de oppervlakte geen problemen bij hen te zien zijn, worden hun boosaardigheid en lelijkheid volledig blootgelegd zodra ze status verkrijgen en zichzelf vestigen. Het is net als met bepaalde mensen die de waarheidswerkelijkheid missen. Wanneer ze geen status hebben, kunnen ze niet anders dan zich met tegenzin onderwerpen aan het snoeien en zijn ze in hun hart niet opstandig. Als ze echter leiders of werkers worden en enig aanzien verwerven onder Gods uitverkoren volk, is het zeer waarschijnlijk dat ze, wanneer ze worden gesnoeid, hun ware zelf zullen blootleggen en met God beginnen te redetwisten en tegen Hem protesteren. Het is net als met sommige mensen die onder normale omstandigheden hun plichten goed vervullen en niet klagen, maar die, als ze worden geconfronteerd met kanker en een snel naderende dood, zeer waarschijnlijk hun ware zelf zullen blootleggen. Ze zullen beginnen te klagen over God, met Hem redetwisten en tegen Hem protesteren. Antichristen, deze groep mensen, zijn afkerig van de waarheid en haten de waarheid, en ze beoefenen de waarheid nooit. Waarom zijn ze dan, zelfs nadat ze zijn ontmaskerd en onthuld, nog steeds bereid om in de kerk te arbeiden, en zelfs de geringste van de volgelingen te zijn? Wat is hier aan de hand? Ze hebben een doel: ze hebben hun bedoeling om zegeningen te verkrijgen nooit losgelaten. Hun mentaliteit is: ‘Ik grijp deze allerlaatste reddingslijn vast. Als ik geen zegeningen kan verkrijgen, zal ik god nooit met rust laten. Als ik geen zegeningen kan verkrijgen, dan is god geen god!’ Wat voor gezindheid is dit? God schaamteloos durven ontkennen en tegen Hem protesteren – dat is boosaardigheid. Zolang ze zelfs maar de geringste hoop hebben om zegeningen te verkrijgen, zullen ze in Gods huis blijven en op die zegeningen wachten. Hoe kan dit worden waargenomen? Ze zijn als de farizeeën, die altijd doen alsof ze goed zijn – is de bedoeling en het doel hierachter niet duidelijk? Hoe goed hun uiterlijke gedrag ook mag lijken, hoeveel ze uiterlijk ook lijden, ze beoefenen nooit de waarheid, ze zoeken de waarheid niet wanneer ze handelen, en ze bidden niet tot God en zoeken Zijn bedoelingen niet. Ze doen nooit dingen die God aangenaam zijn. In plaats daarvan doen ze wat ze bereid zijn te doen en wat ze leuk vinden, en streven er alleen naar hun eigen ambitie en verlangen naar zegeningen te bevredigen. Zal dit hen niet in de problemen brengen? Legt dit niet de essentie van antichristen bloot? Wat antichristen liefhebben en nastreven, vertegenwoordigt slechts hun satanische gezindheid. Ze behandelen de dingen waar ze van houden en die ze nastreven als positieve dingen die God aangenaam zijn, en proberen Hem ertoe te bewegen hen te aanvaarden en te zegenen. Is dit in overeenstemming met de waarheidsprincipes? Is dit niet je verzetten tegen God en je tegen Hem keren? Antichristen proberen bij elke gelegenheid deals met God te sluiten. Ze gebruiken hun eigen lijden en het feit dat ze een prijs betalen om beloningen en kronen van God te eisen, om ze in te wisselen voor een goede bestemming. Maar hebben ze zich niet misrekend? Hoe kunnen ze Gods straf ontlopen wanneer zich op deze manier tegen God te verzetten? Dit is wat ze voor hun zonden verdienen. Dit is vergelding.
Er was eens een antichrist die een beetje verstand had van zingen en dansen, en in die tijd werd er voor hem geregeld dat hij de broeders en zusters in het koor zou begeleiden bij het leren van het vak. Die broeders en zusters waren jong, en de meesten van hen geloofden nog niet zo lang in God; ze waren gewoon gepassioneerd en bereid om hun plichten te vervullen, meer niet. Ze begrepen echter de waarheid niet en sommigen van hen hadden zelfs nog geen fundament gelegd. Terwijl die antichrist werkte, onderwees hij hen hoe ze het gevoel van het werk van de Heilige Geest konden ervaren, en liet hij hen het verschil ervaren tussen het gevoel van Gods aanwezigheid en dat van Zijn afwezigheid – hij liet hen altijd op hun gevoelens vertrouwen. Hij begreep de waarheid niet, en had ook geen echte ervaring, maar bracht de broeders en zusters op een dwaalspoor op basis van zijn opvattingen en verbeeldingen en misleidde hen. De Boven wist dat hij de waarheidswerkelijkheid niet bezat en vroeg hem alleen maar het vak te onderwijzen en uit te leggen. Het vervullen van dit aspect van zijn plicht zou al als het voldoen aan de norm en het nakomen van zijn verantwoordelijkheden zijn beschouwd. Hij wilde echter toch ‘over de waarheid communiceren’ en mensen zover krijgen dat ze hun gevoelens begrepen en erop vertrouwden. Was het door zo te handelen voor hem niet gemakkelijk om mensen een bovennatuurlijk gevoel te geven dat het werk van een boze geest was? Dit is te gevaarlijk! Zodra een boze geest zo’n kans grijpt en bezit neemt van een persoon, is die persoon geruïneerd. Tijdens de repetities liet hij deze mensen bidden, en na het bidden liet hij hen kijken hoe de Heilige Geest werkte, en of ze zweetten, huilden of andere gevoelens in hun lichaam ervoeren. Hij benadrukte deze dingen, maar in werkelijkheid waren deze dingen al duidelijk genoeg uitgelegd. Er zijn zoveel waarheden, maar hij communiceerde er niet over, noch leidde hij die mensen om Gods woorden te eten en te drinken, en hij verzuimde zijn eigenlijke werk te doen. Hij stond de broeders en zusters niet toe om dansen te choreograferen, en liet in plaats daarvan iedereen naar hartenlust op het podium dansen en naar eigen goeddunken improviseren, en zei zelfs: “Het is oké, god leidt ons, dus we zijn niet bang, de heilige geest is aan het werk!” Deze antichrist begreep de waarheid niet, dus deed hij altijd domme dingen. De broeders en zusters hadden geen enkel onderscheidingsvermogen, dus luisterden ze naar hem en begonnen te bidden: “God, werk alstublieft, God, werk alstublieft…” Ze deden hun best om ‘met heel hun hart’ te bidden, en huilden zelfs na het bidden. Vervolgens gingen ze het podium op en improviseerden dansen. Degenen die van onderaf naar het podium keken, vonden dat de sfeer geweldig was en dat de Heilige Geest krachtig werk deed! Ze huilden terwijl ze de anderen zagen dansen, alsof ze het werk van de Heilige Geest hadden gevoeld. Uiteindelijk hebben deze mensen al deze dingen opgenomen en foto’s gemaakt die Ik te zien kreeg. Sommige mensen op de foto’s huilden met hun ogen dicht, en midden in de winter waren hun gezichten helemaal rood van de hitte. Ik zag dat er problemen op komst waren, en dat deze mensen door hem geruïneerd zouden worden. Hem was alleen gevraagd het vak te onderwijzen, en hij begreep niets van de waarheid. Hij handelde gewoon blindelings op basis van zijn verbeeldingen en wilde het gevoel van het werk van de Heilige Geest vinden. Is het werk van de Heilige Geest een kwestie van gevoelens? Je moet de waarheid begrijpen – dat is werkelijk. Gevoelens alleen zijn leeg en nutteloos. Kun je de waarheid en de bedoelingen van God begrijpen op basis van je gevoelens? Absoluut niet. Je hoeft niet naar een gevoel te zoeken, je hoeft alleen maar de principes en Gods bedoelingen te zoeken op basis van Gods woorden, en die vervolgens te vergelijken met de dingen die je overkomen – dit is heel praktisch, en je zult langzaam de waarheid gaan begrijpen. Wanneer je Gods woorden in praktijk brengt, zal de Heilige Geest vanzelf beginnen te werken. Zelfs als de Heilige Geest niet werkt, zal God je, omdat je Gods woorden in praktijk hebt gebracht, erkennen als Zijn volgeling – dit is heel praktisch, dit is het meest ware. Die antichrist communiceerde niet op deze manier, maar moedigde die mensen voortdurend aan om te zoeken naar gevoelens, naar dingen als tekenen en wonderen, en naar dromen. Dit was een leek die geestelijk begrip miste en een groep dwaze en onwetende kinderen leidde om belachelijke dingen te doen. De mensen op de foto’s huilden en weenden. Wat betekent dat? Het betekent niets, maar het verwijst naar iets dat de aard van wat hij deed verklaart. Deze antichrist maakte foto’s van al deze dingen en bestempelde ze als “details van Gods werk.” Wat waren deze ‘details’? Die mensen begrepen de waarheid niet, ze zochten naar het gevoel van het werk van de Heilige Geest en improviseerden zonder goede reden, en elke keer dat ze dansten was het anders, omdat het gevoel elke keer anders was, en Gods ‘leiding’ anders was – dat waren de ‘details’. Wat omvatten die ‘details’ nog meer? De antichrist zei ook dat het de resultaten waren van het werk van de Heilige Geest. Toen hij dit zei, raakten de broeders en zusters opgewonden, alsof hun geloof en gestalte plotseling aanzienlijk waren gegroeid. Waarom zei hij ‘details’? Waar kwam het woord ‘details’ vandaan? Ik heb ooit de details van Gods werk genoemd. Waar verwijzen deze details naar? Het zijn de resultaten van Gods werk aan mensen die door de mens kunnen worden gezien en begrepen, en ze zijn noch bovennatuurlijk, noch vaag. Ze zijn iets wat je kunt voelen. Ze ontstaan wanneer God veel werk aan je heeft gedaan, veel woorden tot je heeft gesproken, het bloed van Zijn hart heeft vergoten, en daardoor je manier van bestaan heeft veranderd, je kijk op dingen, de houding die je aanneemt bij het doen van dingen, je houding ten opzichte van God, evenals andere delen van jou. Dat wil zeggen, het zijn de opbrengsten en vruchten van Gods werk – dat is wat wordt bedoeld met details. Ook die antichrist noemde de dingen die hij deed ‘details’. Als we de aard van deze dingen voor nu even buiten beschouwing laten, wat kunnen jullie dan zien door alleen al deze uitdrukking te analyseren? God bewerkt mensen, en Hij heeft gezegd dat mensen de details zullen zien van het werk dat Hij aan hen doet. Deze antichrist liet iedereen echter amok maken en maakte er een puinhoop van, en toch noemde hij dit ‘details’ – wat probeerde hij te doen? (Hij wilde gelijk zijn aan God.) Inderdaad. Waar kwam zijn gebruik van de term ‘details’ vandaan? Het kwam voort uit zijn verlangen om gelijk te zijn aan God en God te imiteren. Door deze term te gebruiken, bedoelde hij: “God werkt in detail, en wat ik deze groep mensen laat doen, is ook in detail.” De nabepaling bij ‘details’ is ‘van Gods werk’, maar in zijn hart schreef hij in feite de resultaten van de details van het werk van de Heilige Geest aan zichzelf toe. Dat is wat antichristen doen. Telkens wanneer er een kans is om in de schijnwerpers te treden, telkens wanneer er ook maar de geringste gelegenheid is, laten ze die niet voorbijgaan; ze zullen met God wedijveren om mensen. Om wat voor mensen wedijveren ze? Sommigen van hen begrijpen de waarheid niet, ze kunnen mensen niet onderscheiden volgens de waarheidsprincipes, en ze zijn dwaas en onwetend; sommigen van hen streven de waarheid niet na, en ze lopen graag met de menigte mee en handelen uiterlijk blindelings. Er zijn ook sommigen die nieuwe gelovigen zijn en een oppervlakkig fundament hebben – ze begrijpen nog niet wat geloven in God inhoudt, en ze worden misleid door antichristen. Dit gedrag werd later net op tijd een halt toegeroepen. Het feit dat het werd gestopt is niet zo buitengewoon, maar het betekende wel dat de dwaze dingen die de antichrist deed, in één keer werden blootgelegd. Terwijl iedereen communiceerde en aan het geval terugdacht, zeiden ze: “Voordat deze antichrist kwam, konden we, hoewel we soms onze weg niet konden vinden wat betreft de professionele en technische aspecten van het zingen, het, wanneer we zongen, ter harte nemen en voelden we dat we elk woord met ons hart konden zingen. Nadat hij kwam en over professionele theorieën begon te spreken, voelden we ons allemaal dor en wilden we niet meer zingen, omdat we niet konden proeven wat God in elk woord zei – we konden God niet voelen.” Zaten deze mensen niet in de problemen? Zodra antichristen ingrijpen om te handelen, zijn de gevolgen die ze teweegbrengen dat mensen niet langer kunnen voelen waar God is, en niet weten hoe ze gepast moeten handelen. Ze verliezen hun koers. Kunnen mensen hun plichten nog vervullen wanneer ze God niet meer kunnen voelen? Kunnen ze dan nog dingen getrouw doen om getuigenis af te leggen voor God? Nadat de mens door Satan was verdorven, ontwikkelde hij een bepaald kenmerk, namelijk dat hij graag meeliep met de massa. Mensen zijn als vliegen: er hoeft geen duidelijk doel te zijn, zolang er maar een leider is zullen anderen zich bij hem voegen om blindelings wat aan te klungelen, omdat dat gezelliger is. Wanneer ze op die manier handelen, hoeven ze zich niet te beheersen, er is geen ondergrens aan hun handelen en niemand handelt volgens principes. Ze hoeven niet te bidden of te zoeken, ze hoeven niet vroom of stil te zijn; zolang ze een hoofd hebben en kunnen ademen, kunnen ze op die manier handelen. Zijn ze daarmee niet min of meer hetzelfde als dieren? Omdat verdorven mensen dit kenmerk bezitten, worden ze gemakkelijk misleid. Als je echter de waarheid begrijpt en deze dingen kunt onderscheiden, zul je niet zo gemakkelijk worden misleid. Nadat deze antichrist was ontmaskerd, ontleedde iedereen de misleidende dingen die hij had gezegd en de tactieken die hij had gebruikt om op die manier te handelen, en vergeleken ze die met Gods woorden. Ze beseften dat deze man echt goed was in het misleiden van mensen, dat hij de boel in de war had geschopt, en dat, hoewel wat hij hen had laten doen behoorlijk indrukwekkend had geleken en het leek alsof ze het krachtige werk van de Heilige Geest voelden, ze in werkelijkheid God helemaal niet hadden kunnen voelen. Aan de oppervlakte leek het alsof iedereen bezeten was van een grote ijver, en dat hun geloof en gestalte plotseling waren gegroeid; maar in werkelijkheid was dit een illusie, het werk van een boze geest. Deze bovennatuurlijke omstandigheden deden zich voor, dus werkte de Heilige Geest niet. Gedurende een periode hierna was iedereen, door te communiceren over de waarheid, in staat de antichrist te onderscheiden, en hun gesteldheden keerden beetje bij beetje terug naar normaal. Deze mensen waren misleid door de antichrist en van Mij vervreemd geraakt. Toen Ik sprak, keken deze mensen Me aan alsof Ik een onbekende was, ze wilden Mijn vragen niet beantwoorden en we werden onmiddellijk als vreemden voor elkaar. Ze wachtten tot de antichrist sprak voordat ze ook maar iets gehoorzaamden; ze luisterden naar alles wat de antichrist zei, en wat hij zei, namen ze over. Deze mensen hadden dus niets in te brengen, maar ze gingen ermee akkoord niets in te brengen te hebben; ze wachtten tot hij sprak en werden door hem beheerst. Boze geesten en antichristen doen zulke dingen om mensen te misleiden.
Sommige boosaardige dingen kunnen duidelijk in woorden worden uitgedrukt en ontleed, maar bij andere kan men alleen maar zeggen dat er boze geesten aan het werk zijn, en dat ze niet duidelijk in woorden worden uitgedrukt. Ze kunnen alleen worden onderscheiden op basis van je gevoelens of op basis van de waarheden die je begrijpt en je ervaringen. Deze antichrist werd snel onderscheiden en aangepakt, en het kerkleven keerde terug naar normaal. Naderhand voelde iedereen nog steeds angst wanneer ze over dit voorval communiceerden. Ze zeiden: “Dat was echt gevaarlijk! De zogenaamde ‘details’ van die antichrist hebben ons zo zwaar geschaad dat we bijna door hem te gronde werden gericht.” Daarom moeten jullie leren antichristen te onderscheiden. Als je het onderscheiden van antichristen nooit serieus neemt, zul je gevaar lopen, en wie weet wanneer of bij welke gelegenheid je door hen zult worden misleid. Je kunt zelfs op een verwarde manier een antichrist volgen zonder te weten wat er gebeurt. Je zult op dat moment niet het gevoel hebben dat er iets mis is, en je zult zelfs het gevoel hebben dat wat deze antichrist zegt correct is – op die manier zul je zijn misleid zonder het te beseffen. Het feit dat je bent misleid, toont aan dat je God hebt verraden, en dan zal God geen mogelijkheid hebben om je te redden. Er zijn sommige mensen die zich gewoonlijk goed gedragen, maar die een tijdlang door antichristen worden misleid, en uiteindelijk door de kerk door middel van communicatie en overreding worden teruggehaald. Er zijn er echter ook die niet terugkomen, hoezeer men de waarheid ook met hen communiceert, en die vastbesloten zijn om met de antichristen mee te gaan – zijn zij dan niet volledig te gronde gericht? Ze weigeren vastberaden terug te keren, en God werkt niet meer aan hen. Sommige mensen missen onderscheidingsvermogen en hebben medelijden met dit soort personen, en zeggen: “Die persoon is best fatsoenlijk: hij geloofde vele jaren in God, en hij heeft dingen opgegeven en zich volledig ingezet. Hij vervulde zijn plicht vroeger heel trouw, zijn geloof in God was groot, en hij was een ware gelovige – zouden we hem niet nog een kans moeten geven?” Is deze zienswijze correct? Is die in overeenstemming met de waarheid? Mensen kunnen alleen de buitenkant van een ander zien, maar niet zijn hart. Ze kunnen niet helder zien wat voor persoon iemand werkelijk is, of wat voor essentie hij heeft. Men moet een periode met hem in contact zijn of hem observeren, en die persoon moet gebeurtenissen meemaken die hem onthullen, voordat mensen hem kunnen doorzien. Bovendien is het zo dat je niet weet wat de reden erachter is als je probeert zo iemand vanuit de goedheid van je hart te helpen, maar hij toch niet terugkeert, hoeveel je ook met hem communiceert. In werkelijkheid heeft God zo’n mens al doorzien en geëlimineerd. Waarom heeft God hem geëlimineerd? De duidelijkste reden is dat sommige antichristen overduidelijk boze geesten zijn en kunnen worden gekenmerkt als antichristen waarin boze geesten werkzaam zijn. Als mensen hen een periode volgen, zal hun hart verduisteren, en zullen ze zo zwak worden dat ze instorten, wat bewijst dat God hen al lang heeft opgegeven. God heeft een rechtvaardige gezindheid en Hij haat Satan. Aangezien deze mensen Satan en boze geesten volgen, kan God hen dan nog erkennen als Zijn volgelingen? God is heilig en verafschuwt het kwaad. Hij wil degenen die boze geesten hebben gevolgd niet; zelfs als anderen denken dat het goede mensen zijn, wil Hij hen niet. Wat betekent het dat God het kwaad verafschuwt? Waar duidt ‘het kwaad verafschuwen’ op? Luister naar wat ik nu zeg, en jullie zullen het begrijpen. Vanaf het moment dat God een persoon kiest, totdat die persoon erkent dat God waarheid, rechtvaardigheid, wijsheid en almacht is, dat Hij de enige en unieke is – zodra ze deze dingen hebben begrepen, en nadat ze enkele ervaringen hebben gehad, zullen ze diep in hun hart een basisbegrip hebben van Gods gezindheid, essentie en wat Hij heeft en is, en dit basisbegrip zal hun geloof worden. Het zal hen ook motiveren om God te volgen, zich volledig voor God in te zetten en hun plicht te doen. Zodra ze ervaring hebben, de waarheid begrijpen en hun begrip van Gods gezindheid en hun kennis van God in hun hart geworteld zijn – wanneer ze deze gestalte bezitten – zullen ze God niet verloochenen. Maar als ze geen ware kennis hebben van Christus, de praktische God, en als ze geneigd zijn een antichrist te aanbidden en te volgen, dan lopen ze nog steeds gevaar. Ze kunnen Christus in het vlees nog steeds de rug toekeren om een boosaardige antichrist te volgen. Dit zou het openlijk verloochenen van Christus zijn en het verbreken van de banden met God. De onderliggende gedachte hiervan is: ‘Ik volg God niet meer – ik volg Satan. Ik heb Satan lief en ik ben bereid hem te dienen; ik ben bereid Satan te volgen. Het maakt niet uit hoe die me behandelt, hoe die me te gronde richt, vertrapt en verderft, ik ben er meer dan bereid toe. Hoe rechtvaardig en heilig God ook is, hoeveel waarheid Hij ook uitdrukt, ik ben niet bereid Hem te volgen. Ik heb een hekel aan de waarheid. Ik houd van roem, status, beloningen en kronen; zelfs als ik ze niet kan verkrijgen, houd ik ervan.’ En zo hebben ze zomaar een persoon gevolgd die niets met hen te maken heeft, zijn ze er met een antichrist vandoor gegaan die tegen God is. Zou God zo iemand nog willen? Zeker niet. Is het redelijk dat God hen niet wil? Buitengewoon redelijk. Uit de doctrine weet je dat God een God is die het kwaad verafschuwt en dat Hij heilig is. Je begrijpt deze doctrine, maar weet je hoe God zulke mensen behandelt? Als God iemand verwerpt, zal Hij diegene zonder aarzeling opgeven. Is wat ik zeg niet hoe het zit? (Jawel.) Zo is zit het. Betekent het feit dat God zo iemand opgeeft dan dat Hij een wreed hart heeft? (Nee.) God is principieel in Zijn handelen. Als je weet wie God is, maar Hem niet wilt volgen – als je weet wie Satan is, maar je er toch op staat hem te volgen – dan zal God je niet dwingen. Ga je gang en volg Satan voor altijd. Kom niet meer terug; God heeft je opgegeven. Hoe kan men Gods gezindheid begrijpen? Gods gezindheid is rechtvaardig en heilig, en er is in Zijn gezindheid een element dat het kwaad verafschuwt. Met andere woorden, als je als schepsel bereid bent verdorven te zijn, wat kan God dan nog zeggen? God dwingt mensen nooit om dingen te doen die ze niet willen. Hij dwingt mensen nooit de waarheid te aanvaarden. Als je verdorven wilt zijn, is dat je persoonlijke keuze – uiteindelijk ben jij het die de gevolgen zal dragen, en je hebt het alleen aan jezelf te wijten. Gods principes voor de omgang met mensen zijn onveranderlijk. Als je dus tevreden bent met verdorvenheid, zul je onvermijdelijk gestraft worden. Het maakt niet uit hoeveel jaar je God hebt gevolgd; als je verdorven wilt zijn, zal God je niet dwingen tot berouw. Jij bent degene die bereid is Satan te volgen, die door Satan misleid en te gronde gericht wil worden; uiteindelijk ben jij het dus die uiteindelijk de gevolgen moet dragen. Sommige mensen hebben medelijden met zulke personen en verspillen hun goedheid door hen te helpen. Hoezeer die mensen hen echter ook aansporen, ze zullen niet terugkeren. Wat is hier aan de hand? Het feit is dat God zo iemand niet redt; Hij wil hem niet. Wat kan de mens daaraan doen? Dat is de onderliggende reden. Maar wanneer mensen een situatie niet helder kunnen zien, moeten ze doen wat ze verondersteld worden te doen, en de verplichtingen en verantwoordelijkheden vervullen die ze moeten vervullen. Wat de resultaten van het uitvoeren van deze taken zullen zijn, daarvoor moeten ze vertrouwen op Gods leiding. Hebben jullie door deze details waarover ik heb gesproken niet enig begrip verkregen van de uitspraak ‘God is een God die het kwaad verafschuwt’? Dit is één aspect ervan: dat God degenen die door boze geesten zijn besmet niet wil. Wat is de reden dat God hen niet wil? Als je Satan hebt gekozen, hoe zou God je dan nog kunnen willen? Als je Satan hebt gekozen, hoe zou God dan nog genade kunnen hebben en je hart kunnen beroeren om je te laten terugkeren? Is God in staat dat te doen? Hij is er meer dan toe in staat, maar Hij kiest ervoor dit werk niet te doen, omdat Zijn gezindheid rechtvaardig is, en omdat Hij een God is die het kwaad verafschuwt.
De vorige keer was onze communicatie gericht op hoe de belangrijkste uiting van de boosaardige essentie van antichristen hun vijandigheid jegens en afkeer van alle positieve dingen en waarheden is. Vandaag communiceer ik vanuit een ander perspectief, namelijk dat antichristen alles liefhebben wat tegengesteld is aan positieve dingen. En wat zijn dat? (Negatieve dingen.) Ja, het zijn negatieve dingen, dat wil zeggen, alles wat tegen de waarheid ingaat, deze tegenspreekt en er niet mee overeenstemt. Antichristen houden niet van positieve dingen, er moet dus iets zijn waar ze wel van houden, nietwaar? En waar houden ze van? Ze houden van bedriegerij en leugens, evenals van plannen, complotten en tactieken. Zijn er antichristen die in hun vrije tijd De zesendertig krijgslisten lezen? Ik stel me zo voor van wel. Denk je dat ik De zesendertig krijgslisten lees? Ik lees het niet. Ik bestudeer het niet. Wat heeft het voor nut om het te lezen? Ik word er misselijk van en het doet me walgen. Hoe voelen jullie je na het lezen van De zesendertig krijgslisten? Voelen jullie je daardoor niet nog meer afkerig van de boosaardige mensheid? Ervaren jullie dit gevoel? Hoe meer je het leest, hoe meer afkeer je voelt. Je hebt het gevoel dat zo iemand gewoon te slecht is! Is het de moeite waard om voor elk klein dingetje listen te moeten gebruiken, zoveel moeite te doen, 's nachts niet te kunnen slapen of overdag niet te kunnen eten, en je hersens te pijnigen om uit te zoeken hoe je moet strijden? Sommige antichristen bestuderen misschien De zesendertig krijgslisten in hun vrije tijd en proberen anderen en God te slim af te zijn. Ze genieten van leugens, bedriegerij, complotten, plannen, evenals van tactieken en strategieën – maar houden ze van Gods gerechtigheid en rechtvaardigheid? Wat is het antoniem van gerechtigheid en rechtvaardigheid? (Boosaardigheid en lelijkheid.) Boosaardigheid en lelijkheid. Ze houden van lelijke dingen, alles wat onrechtvaardig en onbillijk is, alles wat onrechtmatig en ongepast is. Bijvoorbeeld, dat mensen de waarheid nastreven is een rechtvaardige zaak – hoe definiëren antichristen dit? Ze zeggen: “Degenen die de waarheid nastreven zijn dwazen! Wat is de waarde van het leven als je het niet leidt zoals je zelf wilt? Mensen moeten voor zichzelf leven, en degenen die voor de waarheid en voor gerechtigheid leven zijn allemaal dwazen!” Dat is hun zienswijze. Zijn ze dan in staat rechtvaardige dingen te doen? Dat zijn ze niet. Kunnen ze opstaan en zich uitspreken wanneer er in de kerk dingen gebeuren die het werk van de kerk hinderen en verstoren? Niet alleen staan ze niet op, ze zijn stiekem geamuseerd en scheppen genoegen in dit ongeluk – het zijn rotte appels. Ze maken zich nooit zorgen over zaken die met het werk van Gods huis te maken hebben, noch komen ze ooit op voor Gods uitverkoren volk en doen niets om hen te beschermen. Degenen die zich stiekem geamuseerd voelen en de spot drijven met Gods huis wanneer ze kwaadaardige mensen kwaad zien doen en slechte mensen de kerk zien tiranniseren – wat voor mensen zijn dat? Het zijn boosaardige individuen. Wat voor mensen zijn dan de leiders die in staat zijn deze kwaadaardige mensen te beschermen? Het zijn antichristen. Ze staan niet toe dat hun eigen belangen worden geschaad, maar ze knipperen niet eens met hun ogen wanneer de belangen van de kerk worden geschaad, en ze zijn er helemaal niet verdrietig om. Achter gesloten deuren zijn ze zelfs blij dat ze niets hebben verloren. Dit is de boosaardigheid van antichristen.
We hebben het er net over gehad hoe antichristen afkerig zijn van de waarheid, hoe ze van onrechtvaardige en boosaardige dingen houden, belangen en zegeningen najagen, hun bedoeling en verlangen om zegeningen te verkrijgen nooit loslaten, en altijd proberen deals te sluiten met God. Hoe moet deze kwestie dan worden onderscheiden en gekenmerkt? Als we het ‘alles voor de winst’ zouden noemen, zou dat te zacht uitgedrukt zijn. Het is zoals Paulus die erkende dat hij een doorn in zijn vlees had en dat hij moest werken om boete te doen voor zijn zonden, maar uiteindelijk toch een kroon van rechtvaardigheid wenste te verkrijgen. Wat is de aard hiervan? (Venijnigheid.) Het is een soort venijnige gezindheid. Maar wat is de aard hiervan? (Deals sluiten met God.) Het heeft deze aard. Hij zocht bij alles wat hij deed naar wat het hem opleverde en behandelde alles als een transactie. Er is een gezegde onder ongelovigen: ‘Voor wat, hoort wat.’ Antichristen hanteren ook deze logica en deze gedachtegang: ‘Als ik voor je werk, wat geef je mij dan terug? Welke voordelen kan ik verkrijgen?’ Hoe moet deze aard worden samengevat? Het is gedreven worden door winstbejag, alles voor de winst doen, en egoïstisch en verachtelijk zijn. Dit is de aard-essentie van antichristen. Ze geloven uitsluitend in God met het oogmerk winst en zegeningen te verkrijgen. Zelfs als ze enig lijden doorstaan of een prijs betalen, is het allemaal bedoeld om een deal te sluiten met God. Hun bedoeling en verlangen om zegeningen en beloningen te verkrijgen is immens, en ze klampen zich er stevig aan vast. Ze aanvaarden geen van de vele waarheden die God heeft uitgedrukt. In hun hart denken ze altijd dat geloven in God draait om het verkrijgen van zegeningen en het veiligstellen van een goede bestemming, dat dit het hoogste principe is en dat niets dit kan overtreffen. Ze denken dat mensen niet in God zouden moeten geloven, tenzij omwille van het verkrijgen van zegeningen, en dat als het niet omwille van zegeningen was, het geloof in God geen betekenis of waarde zou hebben, dat het zijn betekenis en waarde zou verliezen. Zijn deze ideeën er bij antichristen door iemand anders ingeprent? Komen ze voort uit het onderwijs of de invloed van iemand anders? Nee, ze worden bepaald door de inherente aard-essentie van antichristen, iets wat niemand kan veranderen. Ondanks dat de geïncarneerde God vandaag de dag zoveel woorden spreekt, aanvaarden antichristen er geen enkele van, maar weerstaan en veroordelen ze die juist. De aard van hun afkeer van de waarheid en hun haat jegens de waarheid kan nooit veranderen. Als ze niet kunnen veranderen, waar duidt dit dan op? Het duidt erop dat hun aard boosaardig is. Dit is geen kwestie van het wel of niet nastreven van de waarheid; dit is een boosaardige gezindheid, het is schaamteloos tegen God protesteren en Hem tegenwerken. Dit is de aard-essentie van antichristen; het is hun ware gezicht. Aangezien antichristen in staat zijn schaamteloos tegen God te protesteren en zich tegen Hem te verzetten, wat is dan hun gezindheid? Die is boosaardig. Waarom zeg ik dat die boosaardig is? Antichristen durven zich tegen God te verzetten en tegen Hem te protesteren omwille van het verkrijgen van zegeningen en omwille van roem, gewin en status. Waarom durven ze dit te doen? Diep in hun hart schuilt een kracht, een boosaardige gezindheid die hen beheerst, waardoor ze gewetenloos kunnen handelen, met God kunnen redetwisten en tegen Hem kunnen protesteren. Nog voordat God zegt dat Hij hun geen kroon zal geven, nog voordat God hun hun bestemming ontneemt, barst hun boosaardige gezindheid vanuit hun hart los en zeggen ze: “Als je me geen kroon en bestemming geeft, ga ik naar de derde hemel om met je te redetwisten!” Als ze niet zo’n boosaardige gezindheid zouden hebben, waar zouden ze dan zulke energie vandaan halen? Kunnen de meeste mensen zo’n energie opbrengen? Waarom geloven antichristen niet dat Gods woorden de waarheid zijn? Waarom klampen ze zich zo hardnekkig vast aan hun verlangen naar zegeningen? Is dit niet opnieuw hun boosaardigheid? (Jawel.) Juist de zegeningen die God belooft aan mensen te schenken, zijn de ambitie en het verlangen van antichristen geworden. Ze zijn vastbesloten die te verkrijgen, maar ze willen Gods weg niet volgen en ze hebben de waarheid niet lief. In plaats daarvan jagen ze zegeningen, beloningen en kronen na. Nog voordat God zegt dat Hij hun deze dingen niet zal schenken, willen ze al met God de strijd aanbinden. Wat is hun logica? ‘Als ik geen zegeningen en beloningen kan verkrijgen, zal ik met je redetwisten, zal ik me tegen je verzetten, en zal ik zeggen dat je geen God bent!’ Bedreigen ze God niet door zulke dingen te zeggen? Proberen ze Hem niet omver te werpen? Ze durven zelfs Gods soevereiniteit over alles te ontkennen. Zolang Gods handelen niet overeenstemt met hun wil, durven ze te ontkennen dat God de Schepper is, de enige ware God. Is dit niet Satans gezindheid? Is dit niet Satans boosaardigheid? Is er enig verschil tussen hoe antichristen handelen en Satans houding jegens God? Deze twee benaderingen zijn volledig aan elkaar gelijk. Antichristen weigeren Gods soevereiniteit over alles te erkennen en ze willen zegeningen, beloningen en kronen uit Gods handen rukken. Wat voor gezindheid is dit? Op welke basis wensen ze zo te handelen en zich dingen zo toe te eigenen? Hoe kunnen ze zo’n energie opbrengen? De reden hiervoor kan nu worden samengevat: dit is de boosaardigheid van antichristen. Antichristen hebben de waarheid niet lief, maar willen toch zegeningen en kronen verkrijgen en deze beloningen uit Gods handen rukken. Is dat niet de dood zoeken? Beseffen ze dat ze de dood zoeken? (Ze beseffen het niet.) Ze hebben misschien ook een vaag vermoeden dat het verkrijgen van beloningen onmogelijk is, dus doen ze eerst een uitspraak als: “Als ik geen zegeningen kan verkrijgen, ga ik naar de derde hemel om met God te redetwisten!” Ze voorzien al dat het voor hen onmogelijk zal zijn om zegeningen te verkrijgen. Immers, Satan heeft vele jaren in de lucht tegen God geprotesteerd, en wat heeft God Satan gegeven? Het enige dat God Satan heeft verteld is: “Nadat het werk is voltooid, zal Ik je in de put van de afgrond werpen. Je hoort thuis in de put van de afgrond!” Dit is Gods enige ‘belofte’ aan Satan. Is het niet verwrongen dat Satan nog steeds beloningen verlangd? Dit is boosaardigheid. De inherente essentie van antichristen is vijandig jegens God, en antichristen zelf weten niet eens waarom dit het geval is. Hun hart is uitsluitend gericht op het verkrijgen van zegeningen en kronen. Telkens wanneer iets de waarheid of God betreft, komen er weerstand en woede in hen op. Dit is boosaardigheid. Normale mensen kunnen de innerlijke gevoelens van antichristen waarschijnlijk niet begrijpen; het is behoorlijk zwaar voor antichristen. Antichristen bezitten zulke immense ambities, ze koesteren zo’n immense boosaardige energie in zich, en zo’n groot verlangen naar zegeningen. Ze kunnen worden omschreven als brandend van verlangen. Maar Gods huis communiceert voortdurend over de waarheid – het moet voor hen heel pijnlijk en moeilijk zijn om dat te horen. Ze doen zichzelf geweld aan en huichelen zozeer om het te kunnen verdragen. Is dit niet een soort boosaardige energie? Als gewone mensen de waarheid niet zouden liefhebben, zouden ze het kerkleven oninteressant vinden en er zelfs een gevoel van afkeer voor voelen. Gods woorden lezen en over de waarheid communiceren zou voor hen meer als lijden dan als genot aanvoelen. Hoe kunnen antichristen het dan verdragen? Het is omdat hun verlangen naar zegeningen zo immens is dat het hen dwingt zichzelf geweld aan te doen en het met tegenzin te verdragen. Bovendien sluipen ze Gods huis binnen om als dienaren van Satan te fungeren en wijden ze zich aan het veroorzaken van verstoringen en hinder in het werk van de kerk. Ze geloven dat dit hun missie is, en totdat ze hun taak van het weerstaan van God hebben voltooid, voelen ze zich ongemakkelijk en hebben ze het gevoel dat ze Satan in de steek hebben gelaten. Dit wordt bepaald door de aard van antichristen.
Antichristen hebben een duidelijke voorliefde voor status, dat weet iedereen. In welke mate houden ze van status? Wat zijn de uitingen hiervan? Allereerst grijpen ze elke gelegenheid aan om de ladder te beklimmen, of het nu door vleiende of bedrieglijke methoden is, of door goede dingen te doen om de harten van mensen voor zich te winnen. In ieder geval, wanneer er een kans is om te klimmen, grijpen ze die. Zodra ze status bereiken, koesteren ze die nog meer dan voorheen. Wanneer normale mensen status bereiken, hebben ze een gevoel van schaamte en houden zich een beetje in. Bovendien is de positie van een leider of werker in Gods huis een plicht. Het is geen status of een officiële titel, het is een plicht. Soms openbaren deze normale mensen misschien een beetje van hun verdorven gezindheden door op te scheppen, omdat ze denken dat ze nu een officiële functie bekleden. Normale mensen vinden het nog wel enigszins aanvaardbaar om zich af en toe zo te gedragen, maar als ze het regelmatig doen, zullen ze een afkeer van zichzelf voelen en vrezen dat hun broeders en zusters het zullen opmerken. Ze hebben waardigheid en een gevoel van schaamte, dus houden ze zich een beetje in. Nadat ze de waarheid hebben begrepen, hechten ze geleidelijk minder belang aan status. Welke positieve impact zal dit hebben, en welke goede resultaten zal het opleveren? Het zal hen in staat stellen hun plicht met een gerust hart te doen. Wat hun huidige rol ook is, ze zullen deze als een plicht beschouwen. Aangezien ze zijn gekozen om te leiden, en leiderschap tegelijkertijd een last en een plicht voor mensen is, moeten ze eerst begrijpen welke zaken onder deze plicht vallen. Wanneer je geen leiderschapsrol hebt, hoef je je over bepaalde zaken geen zorgen te maken en draag je niet echt lasten. Maar wanneer je een leiderschapsrol op je neemt, moet je uitzoeken hoe je je taken goed kunt uitvoeren en hoe je je plicht kunt doen in overeenstemming met de principes en de werkregelingen van Gods huis. Degenen die de waarheid nastreven, kunnen zo in een positieve richting vooruitgang boeken. Welk verschil is er dan in de manier waarop antichristen en degenen die de waarheid nastreven status benaderen? Antichristen zijn gepassioneerd over status, jagen deze na, en koesteren en onderhouden ze. Ze denken bij elke stap aan hun status. Status is hun levensader. Als anderen hen niet hoogachten, of als ze per ongeluk iets verkeerds zeggen en anderen op hen neerkijken, en ze hun plaats in de harten van anderen verliezen, zullen ze zich voortdurend angstig voelen over hun status en uiterst voorzichtig worden in de manier waarop ze handelen en spreken. Hoe je ook communiceert over het nastreven van de waarheid, ze zullen het niet kunnen begrijpen. Wat is het enige dat ze wel kunnen begrijpen? ‘Hoe kan ik dit “ambt” goed uitoefenen en me als een ambtenaar gedragen?’ Er zijn bepaalde specifieke uitingen hiervan. Bijvoorbeeld, wanneer een kerkleider een groepsfoto maakt met meer dan twintig broeders en zusters, waar zou iemand met waardigheid en een gevoel van schaamte dan gaan zitten? Die zou een hoekje aan de zijkant opzoeken en daar gaan zitten. Waar zitten antichristen gewoonlijk? (In het midden.) Is hun positie in het midden iets dat iedereen wil of hun persoonlijke verlangen? (Het is hun persoonlijke verlangen.) Het kan soms voorkomen dat iedereen een plek in het midden voor hen vrijlaat en hen zo dwing een centrale positie in te nemen. In hun hart voelen ze zich daar heel tevreden over: ‘Kijk eens hoeveel steun ik van iedereen krijg! Ik moet hier zitten. Hieruit kan ik opmaken dat ik een plaats in ieders hart heb. Ze zouden niet zonder mij kunnen!’ Ze voelen zich heel gelukkig en tevreden. Als ze het niet leuk vonden dat iedereen een plek in het midden voor hen vrijliet, waarom zouden ze daar dan gaan zitten? Het is duidelijk dat ze op dat specifieke moment volop genieten van hun positie en het gevoel dat het teweegbrengt. Ze hebben het gevoel van dat moment echt nodig en koesteren het, en daarom wijzen ze de positie niet af. Deze leiders zitten precies in het midden, omringd door tientallen andere mensen, en ze gebruiken zelfs een kussen om nog beter op te vallen. Ze denken: ‘Het is niet goed om even hoog te zitten als de andere mensen. Hoe kan dit mijn aanzien als leider voor het voetlicht brengen? Ik moet hoger zitten, in het midden, dan val ik op. Dit is weten waar je moet zitten. Wanneer mensen naar de foto kijken, zullen ze mij als eerste zien. Ze zullen zeggen: “Dit is onze leider die-en-die.” Wat een glorie! Deze foto zal zoveel jaren meegaan. Als mensen me niet kunnen zien en me langzaam vergeten, wat heeft het dan voor zin dat ik een leider ben? Zozeer koesteren zij hun status.
Eens nam Ik online contact op met een aantal mensen uit een kerk op om meer te weten te komen over de situatie daar. Nadat ze hun video hadden aangezet, gingen ze allemaal voor de camera zitten en lieten ze een ruimte in het midden vrij. Ik begreep niet waarom en stelde voor dat ze dichter naar het midden zouden opschuiven, omdat het kader van de camera niet zo groot was en ze er ongemakkelijk uitzagen met hun gezichten maar half in beeld. Daarna schoven ze een beetje op naar het midden, maar lieten nog steeds een lege stoel in het midden. Ik mompelde bij Mijzelf: “Waarom zit er niemand in het midden? Het is alsof daar een of andere heilige Boeddha staat – waarom durft niemand daar te gaan zitten?” Toen kwam er een vrij dikke man aan en plofte pardoes in het midden neer, en hij zag er precies uit als een heilige ‘Boeddha’, helemaal rond en mollig. Het bleek dat de middelste stoel voor hem was gereserveerd. Kunnen jullie raden wie deze persoon was? (De leider.) Juist, hij zat pal in het midden. Dat is een statussymbool. Toen deze duivel, die eruitzag als een Boeddha, arriveerde en daar ging zitten, nam hij die plek heel natuurlijk in, alsof het zijn rechtmatige plaats was. Iedereen was meer dan blij om aan weerszijden te zitten en keek hem met een bijzondere genegenheid aan, alsof ze hem immens ‘begrepen’. Het gaf met het gevoel dat ze een stel hielenlikkers waren die dachten: ‘Ah, je bent er eindelijk. We hebben zo lang op je gewacht.’ Terwijl Ik had gesproken, had niemand er iets van meegekregen; ze wachtten op de leider. Deze heilige ‘Boeddha’ moest eerst tevoorschijn komen. Als hij niet tevoorschijn zou komen, zou Ik niet verder kunnen spreken. Hoe kon hij daar zitten en er zo natuurlijk bij zitten? Heeft dit iets te maken met zijn gebruikelijke voorkeuren, prioriteiten en activiteiten? (Ja.) Wat voor tafereel zouden deze mensen gewoonlijk laten zien? Gebruik jullie verbeelding en denk erover na. Wanneer deze leider een bijeenkomst voorzit of een kamer binnenkomt waar mensen hun plicht doen, hoe behandelen ze hem dan? Het is alsof hij een voorouder of een Boeddha is: ze bieden hem snel een zitplaats aan, en de ereplaats moet voor hem worden gereserveerd. Zou het oké zijn als ze die niet voor hem reserveerden? Op basis van het verschijnsel dat ik op dat moment op mijn scherm zag, zou het waarschijnlijk niet oké zijn als ze de ereplaats niet voor hem vrijlieten – het was een regel geworden, een ongeschreven regel. Wanneer de ‘Boeddha’ arriveert, moet hem onmiddellijk de ereplaats worden gegeven. Als de ‘Boeddha’ er niet is, moet de ereplaats leeg blijven. Dat wordt status genoemd. Gedragen sommigen van jullie je zo en beschouwen jullie status als het allerhoogste? Wat kunnen jullie opmaken uit het tafereel dat ik zojuist heb beschreven? Verschillende mensen behandelen status verschillend. Degenen die de waarheid liefhebben, beschouwen hun status als een plicht en koesteren Gods opdracht in hun hart. Ze aanvaarden hun plicht, maar doen hun status niet gelden. Sommige mensen zien status als een belemmering, ze geloven dat het een extra last is die hun druk, beperkingen en zelfs problemen bezorgt. Degenen echter die status aanbidden, behandelen status alsof ze een ambtenaar zijn en genieten altijd van de voordelen ervan. Ze kunnen niet zonder status leven. Zodra ze die bereiken, zijn ze bereid alles op te offeren, inclusief hun leven en hun zelfrespect – ze zijn zelfs bereid hun lichaam ervoor te verkopen. Is dit niet boosaardig? (Dat is het) Dit wordt boosaardigheid genoemd. Wat is status in hun ogen? Het is een pad en een middel om aan de top te komen, een methode om hun identiteit, lot en aanzien onder de mensen te veranderen. Daarom hechten ze veel waarde aan status. Zodra ze die bereiken en mensen naar hen luisteren, hen gehoorzamen, hen alles toestaan en zich in alles bij hen in de gunst werken, voelen ze van dit alles geen afkeer, maar voelen ze zich er buitengewoon vergenoegd over. Net als die leider die de middelste stoel innam – zijn houding was zo ontspannen en op zijn gemak, en er straalde zo’n immens gevoel van genot en plezier uit. Is dit niet boosaardig? Als een persoon bijzonder geniet van alle gevoelens van superioriteit en alle voordelen die status met zich meebrengt, en deze dingen speciaal najaagt en koestert, en niet bereid is ze los te laten, dan is die persoon uiterst boosaardig. Waarom zeg ik dat hij uiterst boosaardig is? Wat zeggen degenen die vleien, aangename woorden spreken en complimenten geven aan mensen met status? Ze uiten valse woorden, schaamteloze woorden, walgelijke en misselijkmakende woorden en bedrieglijke woorden, en zelfs sommige dingen die ronduit stuitend zijn. Bijvoorbeeld: stel dat iemand met status een zoon heeft die echt vrij lelijk is, met een spits gezicht en aapachtige wangen – zeggen die vleiers dan dat hij lelijk is? Wat zeggen ze? (Hij is echt knap.) Is het genoeg voor hen om alleen maar te zeggen “hij is echt knap”? Ze moeten iets walgelijks zeggen, zoals: “Hij heeft een vol voorhoofd en een brede, ronde kaakpartij. Hij heeft het gezicht van iemand die rijk wordt en in de toekomst een hoge status zal bekleden!” Hoewel het duidelijk is dat dit niet het geval is, durven ze toch openlijk deze leugens te uiten. Wanneer die ambtenaar dit hoort, voelt hij zich opgetogen, hij hoort deze dingen graag – hij geniet ervan ernaar te luisteren. Hoezeer houdt hij ervan ernaar te luisteren? Als niemand deze huichelachtige woorden, vleiende woorden en bedrieglijke woorden voor hem uitsprak, als niemand valse en walgelijke woorden sprak om hem gelukkig en tevreden te maken, zou hij het leven oninteressant vinden. Is dit niet boosaardig? (Dat is het.) Dit is uiterst boosaardig. Wanneer ze zelf leugens vertellen, is dat al behoorlijk misselijkmakend, maar ze genieten er ook van om andere leugenaars als een zwerm stinkende vliegen om zich heen te hebben, en ze worden er nooit moe van. Ze houden van iedereen die goed met woorden is, die goed kan vleien en zich in de gunst kan werken, en die op een indirecte manier spreekt – ze houden deze mensen dicht bij zich en plaatsen hen op belangrijke posities. Lopen zulke leiders geen gevaar? Wat voor werk kunnen zij gedaan krijgen? Zou het niet gedaan zijn met de kerk als die onder hun controle viel? Zou die nog het werk van de Heilige Geest kunnen hebben?
Ik heb gehoord dat sommige leiders van eten houden. Wanneer ze bij broeders en zusters woonden die niet goed konden koken en geen goede maaltijden bereidden, zochten ze een gastheer op die hen naar de mond wist te praten en bij hen in de gunst probeerde te komen, en die elke dag speciaal heerlijke maaltijden voor hen bereidde. Elke dag aten en dronken de leiders naar hartenlust en zeiden: “Dank aan god, we mogen elke dag genieten van gods banket. Dit is werkelijk gods genade!” Zulke mensen lopen gevaar. Zelfs als het nog geen antichristen zijn, heeft hun gedrag al blootgelegd dat ze de aard-essentie en boosaardige gezindheid van een antichrist hebben, en ook dat ze momenteel de weg van een antichrist bewandelen. Of ze antichristen zijn, of antichristen kunnen worden, hangt af van de weg die ze in de toekomst kiezen. Het is overduidelijk dat ze momenteel de weg van een antichrist bewandelen en dat hun gezindheidsessentie overeenkomt met die van een antichrist. Dit komt doordat ze van negatieve dingen houden en een hekel hebben aan positieve dingen. Ze verachten positieve dingen, en veroordelen en verwerpen die in hun hart. Wat aanvaarden ze? Dubbelhartigheid, leugens en alles wat met negatieve dingen te maken heeft. Wanneer Ik op een bepaalde plaats aankom, zeggen sommige mensen: “U ziet er niet goed uit; rust U maar even uit.” Of Ik Me goed voel of niet en wanneer Ik moet rusten, weet Ik Zelf. Je hoeft je niet slim voor te doen, en je hoeft niet te laten zien hoe pienter je bent. Ik aanvaard dit niet; Ik verafschuw het. Van wat voor mensen houd Ik? Van degenen die direct kunnen communiceren wanneer er iets gebeurt en hun hart bij Mij kunnen uitstorten. Ik communiceer met je om je moeilijkheden op te lossen, en zo kun je een hechtere band met Mij krijgen. Doe niet je best om in een goed blaadje bij me te komen en Mij te behagen – dat is verschrikkelijk weerzinwekkend! Zulke mensen moeten uit Mijn buurt blijven, want Ik vind hen afstotelijk. Ik typeer je als een vervelende vlieg of ongedierte. Blijf uit de buurt! Sommige mensen zeggen: “Heeft U niet iemand aan Uw zijde nodig om U te dienen?” In jouw ogen zou ik moeten worden behandeld en bediend op een manier die overeenkomt met Mijn identiteit en status. Maar dat heb Ik niet nodig. Je mag deze dingen absoluut niet doen, begrepen? Ik voel walging en afschuw voor deze dingen. Als je in je hart oprecht rekening met Mij wilt houden en voor Mij wilt zorgen, zijn er genoeg gepaste manieren om dat te doen. Als Ik je bijvoorbeeld zeg iets te doen, voer je dat gehoorzaam uit, en wanneer je moeilijkheden ondervindt, kun je die direct met Mij bespreken. Maar wat je ook doet, imiteer niet de manier waarop ongelovigen in de gunst proberen te komen bij mensen met een ambt, door een hoop aardig klinkende vleierijen te uiten – Ik hoor die niet graag. Ik ben duidelijk niet groot, toch blijf je maar zeggen: “U bent misschien niet lang, maar U bent langer dan wij.” Ik hoor dat niet graag, dus wat je ook doet, zeg dat niet tegen Mij; je zegt het tegen de verkeerde persoon. Antichristen horen dit soort woorden graag. Ze vragen bijvoorbeeld aan de broeders en zusters onder hen: “Zie ik er dik uit?” En sommige mensen zeggen: “Zelfs al ben je dik, je ziet er beter uit dan wij.” “Ben ik dan dun?” “Zelfs al ben je dun, je ziet er geweldig uit. Je ziet er hoe dan ook uit als een fotomodel; alles staat je goed.” Wanneer antichristen dit horen, zijn ze verrukt en beschouwen ze je als hun kameraden en bondgenoten. Al deze dingen waar antichristen dol op zijn, zijn afstotelijk en boosaardig – hoe zou je hen anders boosaardig kunnen noemen? Houden antichristen van de elementen van normale menselijkheid, zoals een geweten, verstand, waardigheid en een gevoel van schaamte, houden ze van het onderscheidingsvermogen tussen goed en kwaad, zwart en wit, juist en onjuist, en van andere dingen in een normale menselijkheid? Houden antichristen van mensen met een gevoel van schaamte? Houden ze van mensen met waardigheid? Ze houden van degenen die schaamteloos zijn, die op een kleffe manier kunnen spreken zonder enig besef en zonder zich te schamen. Ontbreekt het hen niet aan een gevoel van schaamte? Hoe kleffer je woorden, hoe gelukkiger ze worden. Wanneer we kijken naar de voorkeuren van antichristen en hun houding ten opzichte van verschillende zaken, alsook hun keuzes en oriëntatie, is het duidelijk dat hun boosaardigheid geen grenzen kent. Vergeet degenen die de waarheid begrijpen – zelfs mensen in de samenleving met een klein beetje rechtvaardigheidsgevoel waarderen dat soort gedrag niet. Zie je, sommige mensen in ambtelijke kringen proberen wanhopig in de gunst te komen bij degenen die een ambt bekleden. Ze geven de ambtsdragers alles wat ze nodig hebben, zelfs hun eigen vrouw geven ze weg – ontbreekt het hen niet aan waardigheid? (Ja.) Bovendien gaan sommige ambtenaren homoseksuele relaties aan en sommige mensen van hetzelfde geslacht als deze ambtenaren zullen intiem met hen worden, zelfs als ze dat persoonlijk niet willen. Zouden jullie zoiets kunnen doen? (Nee, dat zouden we niet kunnen.) Maar zij wel. Ze hebben geen morele ondergrens, geen schaamtegevoel, geen besef van geweten en geen rationaliteit – daarom doen ze deze dingen. Je zou die dingen die zij zeggen niet eens kunnen uitspreken als je ze als tekst in een toneelstuk zou moeten opzeggen; deze mensen zijn nog kleffer dan toneelspelers. Wat bedoel Ik met toneelspelers? Ik bedoel degenen die het niet erg vinden en geen spier vertrekken wanneer ze poedelnaakt zijn als iemand hen ziet of bezoekt. Zulke mensen worden toneelspelers genoemd. Deze vleiers, met hun misselijkmakende en afstotelijke woorden en een voorliefde voor boosaardige dingen, zijn dus nog erger dan die toneelspelers. De laatsten verkopen slechts hun lichaam, maar wat verkoopt deze bende boosaardige lieden die bekendstaan als antichristen? Zij verkopen hun ziel. Ze zijn een stel kwaadaardige demonen, ze kunnen niet worden gered. Daarom is het parels voor de zwijnen werpen als je deze mensen de waarheid vertelt – het is onmogelijk voor hen om de waarheid lief te hebben. Dit is hoe ze met status omgaan: ze genieten van de verschillende gevoelens van superioriteit en andere goede gevoelens die ermee gepaard gaan. Wat zijn de verschillende gevoelens die uit dit genot voortkomen? Zijn het positieve of negatieve dingen? Dit zijn allemaal negatieve dingen. Wanneer ze status bereiken, verwachten ze dat mensen hen vleien, hen op hun wenken bedienen en hun belangen behartigen. Ook willen ze genieten van een speciale behandeling – hun eten, onderdak en de dingen die ze gebruiken moeten allemaal speciaal zijn, en ze moeten in alles anders zijn dan anderen. Is dat fysieke lichaam van jou werkelijk anders dan dat van anderen? Zodra antichristen status verwerven, geloven ze dat ze edel en buitengewoon zijn, alsof er op aarde geen plaats meer is die goed genoeg voor hen is – ze moeten op een troon zitten en mensen moeten aan hen offeren. Is dat niet het geval? Zeg Mij, zijn dit de ideeën die normale mensen gewoonlijk koesteren? Normale mensen kunnen er een zeker streven en verlangen naar hebben, ongeacht of ze status hebben of niet. Maar omdat ze een gevoel van schaamte, een geweten en rationaliteit bezitten, en nu bovendien enig begrip van de waarheid hebben, is hun gehechtheid aan status vermindert en vervaagd. Bovendien kunnen ze minder belang hechten aan de voordelen die status met zich meebrengt, en als ze de voordelen ervan als onbelangrijk kunnen zien, kunnen ze ook afkeer voelen voor de vleierij en de lieve woordjes van andere mensen, voor het kruiperige gedrag en andere dergelijke gedragingen, en kunnen ze afstand nemen van zulke dingen of er zelfs hun rug aan toekeren en ze opgeven. Maar kunnen antichristen deze dingen opgeven of loslaten? Absoluut niet. Als je hun vraagt deze dingen los te laten, is het alsof je om hun leven vraagt. Waarom zouden sommige mensen anders zodra ze hun status verliezen zeggen: “Ik geloof niet meer, ik wil niet meer leven, het leven is het niet waard geleefd te worden”? Is hier niet iets aan de hand? Waarom is status zo belangrijk voor hen? Ze kunnen geen rustig en gewoon leven leiden; ze moeten status hebben, ze moeten boven de massa staan en zich koesteren in de verering, aanbidding en verheerlijking van anderen, in de leugens die bedoeld zijn om hen te paaien, te bedriegen en te vleien. Ze willen hun hart ophalen aan deze dingen. Geven mensen met een normale menselijkheid zich gewillig aan zulke dingen over? Zeker niet; het maakt hen onrustig. Waarom genieten antichristen zo graag van deze dingen? Omdat ze een satanische gezindheid in zich hebben. Alleen degenen van Satans soort streven deze dingen na en hebben zulke eisen. Normale mensen genieten misschien een tijdje van deze dingen, maar gaan ze betekenisloos en zelfs vervelend vinden, en blijven vervolgens ver van al deze dingen af. Sommige mensen weigeren echter hardnekkig ze los te laten. Waarom gaan sommige sterren in de filmwereld bijvoorbeeld ondanks hun gevorderde leeftijd nooit met pensioen? Omdat ze zonder dat aureool, zonder mensen om hen heen, het leven maar saai vinden. Ze hebben het gevoel dat de hemel niet meer zo blauw is, dat hun leven geen richting heeft en dat het betekenisloos en zonder waarde is geworden. Ze voelen dat hun hele leven somber is geworden en keren daarom terug naar de filmindustrie om opnieuw het gevoel te beleven een ster te zijn. Antichristen delen dezelfde eigenschap als zij: ze bezitten een even boosaardige gezindheid en essentie. Wanneer antichristen status verkrijgen, pronken ze er overal mee. Ze nemen zelfs een autoritaire rol aan in hun huis en zorgen ervoor dat hun familieleden hen gehoorzamen. Antichristen bezitten een boosaardige gezindheid en essentie, en ze behandelen status met een bijzondere voorliefde, en doen er alles aan om deze te tonen en ermee te pronken. Wat toont dit ons? Hebben deze mensen een gevoel van schaamte? Nee. Ze verkrijgen status en denken dat hun identiteit daarmee is veranderd, en dat zelfs hun relatie met hun ouders is gewijzigd. Ligt hier geen probleem? Het is pervers! Dat ze zo’n houding ten opzichte van status kunnen hebben, is één soort bewijs dat hun boosaardige essentie blootlegt.
God is de Schepper, en Zijn identiteit en status zijn allerhoogst. God bezit gezag, wijsheid en kracht, en Hij heeft Zijn eigen gezindheid en Zijn bezittingen en wezen. Weet iemand hoeveel jaar God al werkt te midden van de mensheid en de hele schepping? Het specifieke aantal jaren dat God al werkt en de hele mensheid managet, is onbekend; niemand kan een exact cijfer geven, en God rapporteert deze zaken niet aan de mensheid. Maar als Satan zoiets zou doen, zou hij het dan rapporteren? Zeker wel. Hij wil met zichzelf pronken om meer mensen te misleiden en meer mensen bewust te maken van zijn bijdragen. Waarom rapporteert God deze zaken niet? Er is een nederig en verborgen aspect aan Gods essentie. Wat is het tegenovergestelde van nederig en verborgen zijn? Het is arrogant zijn en jezelf op de voorgrond plaatsen. Hoe groot het werk ook is dat God doet, Hij vertelt mensen alleen wat ze kunnen bevatten en begrijpen, en neemt er genoegen mee mensen kennis te laten opdoen, en hen Zijn essentie te laten kennen door het werk dat Hij doet. Welke voordelen brengt dit mensen? Welk resultaat wordt hiermee bereikt? Is het dat mensen deze dingen moeten weten om God te aanbidden? Dat is het eigenlijk niet. Dat mensen in staat zijn God te aanbidden is de uiteindelijke objectieve uitkomst, maar wat is Gods oorspronkelijke bedoeling ermee dat Hij mensen deze dingen laat weten? Het is om hen in staat te stellen, nadat ze kennis van deze dingen hebben opgedaan, nadat ze begrip hebben gekregen van de manier waarop God de mensheid managet en hoe Hij soeverein is over de mensheid en haar bestiert, zich te onderwerpen aan Gods soevereiniteit, geen zinloze weerstand meer te bieden en niet meer van het pad af te wijken – op deze manier zullen mensen veel minder lijden. Door op een natuurlijke manier te leven en te bestaan, in overeenstemming met de wegen en wetten die God verschaft en volgens Zijn vereisten en de principes die Hij geeft, zul je niet meer in Satans klauwen vallen, noch zul je een tweede keer verdorven en vertrapt worden. In plaats daarvan zul je voor altijd leven binnen de regels die door God zijn vastgesteld, leven met een menselijke gelijkenis en als een schepsel, en Gods zorg en bescherming ontvangen. Dit is de oorspronkelijke bedoeling en het doel van Gods werk. Heeft God dus ooit met het immense werk dat God heeft gedaan gepronkt? Heeft Hij mensen ooit verteld wat Hij heeft gedaan? Dat heeft Hij nooit verteld. Veel mensen weten niet wat God heeft gedaan, of welke soorten dingen door God zijn gedaan en welke niet. In werkelijkheid heeft God heel veel gedaan, maar Hij heeft deze dingen nooit aan de mensheid bekendgemaakt. God maakt ze niet aan de mensheid bekend; het enige wat je hoeft te doen, is duidelijk zijn over wat je behoort te weten. In de toekomst zal de mensheid in staat zijn normaal op aarde te bestaan en Gods leiderschap te aanvaarden, en wanneer God onder de mensheid arriveert, zullen mensen in staat zijn normale interacties met God te hebben, Hem te ontvangen, Hem te aanbidden, naar Zijn woorden te luisteren en niet langer met Satan te wandelen. Op deze manier zal Gods koninkrijk op aarde verschijnen, en op aarde zal er een groep mensen zijn die in staat is Hem te aanbidden, een groep mensen die naar Zijn woorden kan luisteren en ze in praktijk kan brengen. Gods werk zal aldus worden volbracht; het is genoeg om dit resultaat te bereiken. Wanneer God dus iets doet en je het niet begrijpt of je er niet van bewust bent, zal God het je niet uitleggen. Waarom legt Hij het niet uit? Dat is niet nodig. Er zijn veel dingen die je niet begrijpt en God zal bepaalde mysteries niet aan je openbaren om je deze dingen te laten weten of Zijn identiteit en essentie te laten begrijpen, of Zijn kracht te laten begrijpen. God doet dit werk niet. Waar richt God Zich momenteel op? Hij richt Zich erop mensen de waarheid te laten begrijpen. Zodra je de waarheid begrijpt, zul je God leren kennen, een fundament voor je leven hebben, en in staat zijn je in de toekomst aan God te onderwerpen en Hem te aanbidden. Je zult ook in staat zijn Satan te onderscheiden en te verlaten, en niet langer door hem misleid te worden of met hem mee te gaan – dan is Zijn werk voltooid. Wat die mysteries betreft, in de toekomst zal de mensheid de gelegenheid krijgen ze te begrijpen. De mysteries van Gods daden zijn echter ongelooflijk omvangrijk, en zelfs als God ze aan je openbaart, betekent dat niet noodzakelijkerwijs dat je ze zult begrijpen. Zelfs als je ermee in aanraking komt, ben je misschien niet in staat ze te begrijpen of te bevatten. Hoe komt dit? Het komt doordat er een afstand bestaat tussen schepselen en God, tussen menselijke gedachten en Gods ideeën. Je weet bijvoorbeeld misschien dat de regenboog een teken is van het verbond tussen God en de mensheid, maar weet je hoe een regenboog wordt gevormd? Als God dit mysterie aan je zou uitleggen, zou je het dan begrijpen? Je zou het niet begrijpen, dus vertelt God het je niet. Het zou belastend voor je zijn als Hij dat wel deed, aangezien je het zou moeten bestuderen en analyseren, wat veel moeite zou kosten. Daarom zegt God niet veel over mysteries. Maar kan de mens die van Satan is het stilhouden als hij van deze mysteries afweet? Absoluut niet. Hierin verschilt hun essentie. Legt God de vele dingen uit die Hij jarenlang aan de mensheid heeft geopenbaard maar die mensen nooit kunnen begrijpen? Doet Hij bovennatuurlijke dingen? Nee, dat doet Hij niet. De mensheid is door God geschapen, en God weet hoeveel mensen kunnen begrijpen en in welke mate ze het kunnen begrijpen. Deze dingen worden voor de ogen van mensen geplaatst, maar als het niet nodig is dat ze die begrijpen, is het niet nodig hen te verlichten of deze dingen aan mensen op te leggen en ze tot een last voor hen te maken, dus zo werkt God niet. Daarom zijn er principes voor Gods daden. Zijn benadering van de mensheid is er een van koestering, aandacht en liefde. God wil het beste voor mensen – dit is de bron en de oorspronkelijke bedoeling achter al Gods daden. Satan daarentegen pronkt met zichzelf, dringt mensen dingen op, zorgt ervoor dat ze hem aanbidden en door hem misleid worden, en leidt hen ertoe te ontaarden, zodat ze geleidelijk in levende duivels veranderen en op de vernietiging afstevenen. Maar wanneer je in God gelooft, als je de waarheid begrijpt en verkrijgt, dan kun je ontsnappen aan Satans invloed en redding verkrijgen – de uitkomst waar je mee geconfronteerd zal worden zal niet die van vernietiging zijn. Satan kan het niet verdragen te zien dat het goed gaat met mensen, en het kan hem niet schelen of mensen leven of sterven; hij geeft alleen om zichzelf, zijn eigen gewin en zijn eigen plezier, en het ontbreekt hem aan liefde, genade, verdraagzaamheid en vergeving. Satan bezit deze eigenschappen niet; alleen God bezit deze positieve dingen. God heeft een aanzienlijke hoeveelheid werk aan mensen verricht, maar heeft Hij er ooit over gesproken? Heeft Hij het ooit uitgelegd? Heeft Hij het ooit bekendgemaakt? Nee, dat heeft Hij niet. Hoe mensen God ook verkeerd begrijpen, Hij geeft geen uitleg. Vanuit Gods perspectief is je begrip van God, of je nu zestig of tachtig jaar oud bent, zeer beperkt, en op basis van hoe weinig je weet, ben je nog steeds een kind. God neemt het je niet kwalijk; je bent nog altijd een onvolwassen kind. Het maakt niet uit dat sommige mensen misschien al vele jaren leven en hun lichaam tekenen van ouderdom vertoont; hun begrip van God is nog steeds erg kinderlijk en oppervlakkig. God neemt het je niet kwalijk – als je het niet begrijpt, begrijp je het niet. Dat is jouw kaliber en jouw capaciteit, en dat kan niet worden veranderd. God zal je niets opdringen. God eist dat mensen van Hem getuigen, maar heeft Hij van Zichzelf getuigd? (Nee.) Satan daarentegen is al bang als mensen van het kleinste dingetje dat hij doet niet afweten. De antichristen zijn niet anders: ze scheppen tegenover iedereen op over elk klein dingetje dat ze doen. Als je hen hoort, lijkt het alsof ze van God getuigen – maar als je goed luistert, zul je ontdekken dat ze niet van God getuigen, maar met zichzelf pronken en zichzelf ophemelen. De bedoeling en essentie achter wat ze zeggen is om met God te wedijveren om Zijn uitverkoren volk, en om status te verwerven. God is nederig en verborgen en Satan pronkt met zichzelf. Is er een verschil? Pronken versus nederigheid en verborgenheid: wat zijn positieve dingen? (Nederigheid en verborgenheid.) Zou Satan als nederig kunnen worden beschreven? (Nee.) Waarom? Afgaande op zijn boosaardige aard-essentie is hij een waardeloos stuk vuilnis; het zou abnormaal zijn als Satan niet met zichzelf zou pronken. Hoe zou Satan ‘nederig’ kunnen worden genoemd? ‘Nederigheid’ wordt gezegd van God. Gods identiteit, essentie en gezindheid zijn verheven en eervol; Hij pronkt nooit met Zichzelf. God is nederig en verborgen, mensen zien dus niet wat Hij heeft gedaan. Maar terwijl Hij in het verborgene werkt, wordt de mensheid onophoudelijk voorzien, gevoed en geleid – en dit wordt allemaal door God beschikt. Is het geen verborgenheid en nederigheid dat God deze dingen nooit bekendmaakt, ze nooit noemt? God is nederig juist omdat Hij in staat is deze dingen te doen, maar ze nooit noemt of bekendmaakt, en er niet met mensen over redetwist. Wat voor recht heb je om over nederigheid te spreken als je niet tot zulke dingen in staat bent? Je hebt geen van die dingen gedaan, maar toch sta je erop de eer ervoor op te strijken – dit heet schaamteloos zijn. God leidt de mensheid, voert zulk geweldig werk uit en bestuurt het hele heelal. Zijn gezag en kracht zijn zo enorm en toch heeft Hij nooit gezegd: “Mijn kracht is buitengewoon.” Hij blijft verborgen te midden van alle dingen, bestuurt alles, voedt de mensheid en voorziet in haar behoeften, en stelt de hele mensheid in staat generatie na generatie voort te bestaan. Neem bijvoorbeeld de lucht en de zonneschijn, of alle materiële dingen die nodig zijn voor het menselijk bestaan op aarde – ze stromen allemaal onophoudelijk voort. Dat God in de behoeften van de mens voorziet, staat buiten kijf. Als Satan iets goeds zou doen, zou hij het dan stilhouden en een onbezongen held blijven? Nooit. Het is net zoals er enkele antichristen in de kerk zijn die voorheen gevaarlijk werk hebben verricht, die dingen hebben opgegeven en lijden hebben doorstaan, die misschien zelfs naar de gevangenis zijn gegaan; er zijn er ook die ooit hebben bijgedragen aan één aspect van het werk van het huis van God. Ze vergeten deze dingen nooit, ze zijn van mening dat ze daar levenslang erkenning voor verdienen, ze denken dat dit het kapitaal van hun leven is – wat laat zien hoe klein mensen zijn! Mensen zijn werkelijk klein, en Satan is schaamteloos.
Zeg Mij, als antichristen een gelijke status zouden hebben als God, wat zouden ze dan moeten eten en dragen? Ze zouden het beste voedsel moeten eten en de beste merken moeten dragen, nietwaar? Zeg Mij, stellen ze dus geen specifieke eisen aan materiële dingen? Wanneer ze ergens heen gaan, moeten ze het vliegtuig nemen. Wanneer ze daar aankomen, kunnen gewone broeders en zusters hen dan in hun huis ontvangen? Zelfs als ze dat kunnen, zullen die antichristen niet bij hen verblijven – ze moeten in een luxehotel verblijven. Zijn antichristen niet erg kieskeurig met betrekking tot hun standaarden? Kunnen ze de eer, het genot en de ijdelheid die status hun biedt opgeven? Zolang de juiste omstandigheden en gelegenheden zich voordoen, grijpen ze deze dingen met beide handen aan en genieten ervan. Wat zijn hun principes? Zolang ze status hebben, kunnen ze aan geld komen en merkkleding en merkaccessoires dragen. Ze willen geen gewone dingen dragen; ze moeten bekende merken dragen. Hun dassen, pakken, overhemden, manchetknopen, gouden kettingen en riemen – alles is van een bekend merk. Dit is geen goed teken, en lijden de broeders en zusters er niet onder? Het geld dat broeders en zusters offeren, wordt door deze antichristen gebruikt om merkartikelen te kopen. Is dit geen groot kwaad dat ze hebben gedaan? Wordt het niet veroorzaakt door hun boosaardigheid? Dit zijn het soort dingen die ze kunnen doen. Er was iemand die zich bescheiden kleedde toen hij voor het eerst een leiderschapsrol op zich nam. Hij bezat slechts drie tot vijf sets kleding, geen merkkleding of luxe kleding. Na enkele jaren in leiderschap werd hij ontheven uit zijn functie omdat hij geen werkelijk werk verrichtte. Toen hij vertrok, nam hij een auto vol spullen mee: merkkleding, tassen, allerlei mooie spullen. Hij verdiende geen geld als leider, dus waar kwamen deze spullen vandaan? Ze waren het resultaat van zijn status. Als hij deze dingen zou hebben geweigerd wanneer anderen ze voor hem kochten, zouden de broeders en zusters er dan nog steeds op hebben gestaan ze voor hem te kopen? Zou zoiets dan ook zijn gebeurd? Als hij deze dingen niet wilde, zouden de broeders en zusters ze niet voor hem hebben gekocht. Wat is hier het probleem? Hij eigende zich deze goederen onder dwang hebzuchtig toe. Enerzijds perste hij de broeders en zusters af, en anderzijds kocht hij ze actief zelf. Bovendien liet hij de broeders en zusters deze dingen voor hem kopen, en als iemand weigerde, kwelde hij hen en maakte hij het hun moeilijk. Deze verschillende redenen spelen allemaal een rol. Uiteindelijk ontving hij een ‘rijke oogst’ en werd hij rijk. Zijn jullie jaloers op dit soort leider? Als jullie de kans hadden, zouden jullie dan ook dit soort rijkdom kunnen vergaren? Laat Mij je vertellen, het is niet goed om op deze manier rijk te worden – dit heeft gevolgen! Wanneer sommige mensen leider worden, zijn ze bang dat deze dingen hun overkomen. Ze denken dat de verleidingen te groot zullen zijn, dat het moeilijk zal zijn deze verleidingen te vermijden of ermee om te gaan, en dat ze er gemakkelijk voor zullen vallen. Maar sommige mensen kan het niets schelen en denken: ‘Dit is normaal. Wie bekleedt nu een ambt zonder van zulke dingen te genieten? Waarom zou je anders überhaupt een ambt bekleden? Daar gaat het juist om!’ Wat voor stem is dit? Het is de stem van antichristen, en deze mensen lopen gevaar.
Ik werk nu al bijna dertig jaar. Heb Ik ooit iemand afgeperst? Als Ik bijvoorbeeld iemand mooie sieraden zag dragen, heb Ik die dan van haar afgeperst door een bericht te sturen als: ‘Geef Mij je sieraden; ze staan je niet. Gouden en zilveren sieraden zijn bedoeld voor mensen met status, en degenen zonder status zouden ze niet moeten dragen’? Is dit ooit gebeurd? Dat is niet gebeurd. Zelfs wanneer sommige broeders en zusters een beetje geld hadden en een leren jas of zoiets voor Mij kochten, gaf Ik het altijd terug. Dat was niet omdat Ik het niet mooi vond; dat was gewoon omdat Ik zulke dingen niet kon gebruiken. Later dacht Ik hierover na: ‘Hoe moet Ik op een gepaste manier met deze dingen omgaan? Wat moet Ik doen om te voorkomen dat de mensen die ze kochten zich gekwetst voelen?’ Ik bracht deze dingen naar de kerk zodat de broeders en zusters ze volgens de principes konden verdelen. Als iemand bereid was de waardevolle spullen te kopen, verkocht de kerk ze tegen een gereduceerde prijs. Het ging er niet om geld te verdienen; het ging erom dingen af te handelen op een manier die voor beide partijen passend was. Niemand zou deze dingen gratis moeten ontvangen, omdat ze oorspronkelijk niet voor jou bedoeld waren. Deze spullen waren beperkt en konden niet gelijkmatig onder iedereen worden verdeeld, en het was niet gepast om ze aan iemand te geven. Daarom was de enige optie dat degenen die er het geld voor hadden en bereid waren ze te kopen, ze ook daadwerkelijk kochten. Ze waren zeker goedkoper dan waarvoor ze op de markt werden verkocht, het was dus een gunst van het huis van God. Ik had het recht om zo te handelen. Dat was zo omdat zodra iets aan Mij werd gegeven, het van Mij was, en Ik het recht had ermee om te gaan zoals Me dat goeddunkte. Het had niets meer te maken met de persoon die het als eerste had gekocht. Door zaken op deze manier af te handelen, had Ik al rekening gehouden met het gevoel van eigenwaarde van die persoon. Er hadden geen bezwaren mogen zijn, aangezien deze aanpak volkomen gepast was. Veel broeders en zusters hebben dingen voor Mij gekocht. Ik heb hun niet opgedragen dingen voor Mij te kopen, laat staan geëist dat ze het deden. Ze waren bereid dit te doen, wat Ik waardeerde, maar er waren veel dingen die Ik niet kon aannemen omdat Ik ze niet nodig had. Dit is een praktische kwestie. Is wat Ik heb gezegd gepast? (Ja.) Was de manier waarop Ik het afhandelde ook gepast? (Ja.) Er waren ook enkele broeders en zusters die wisten dat Ik gevoelig was voor kou en geen koud voedsel at. Ze kochten dus wat medicijnen voor een ‘koude maag’ voor Mij. Ik voelde Me echter niet al te best nadat ik die medicijnen had ingenomen – Mijn lichaam is niet bestand tegen zulke experimenten, er zijn dus veel medicijnen waar Ik voorzichtig mee moet zijn. Jullie moeten dit begrijpen. Sommige broeders en zusters kochten ook wat gezondheidssupplementen, zoals bergginseng, rode ginseng en andere soorten versterkende middelen. Ik kon geen van alle innemen. Waarom? Omdat ze niet geschikt voor Mij waren. Het was niet dat Ik neerkeek op wat de broeders en zusters voor Mij kochten of waar het gekocht was; het was gewoon dat Ik ze niet kon gebruiken; Ik was niet in staat ze te gebruiken. Niet alle goede dingen zijn voor iedereen geschikt. Er zijn veel goede dingen, en als je iets goeds neemt en het veroorzaakt een nadelige of allergische reactie, dan is het geen goed ding voor jou. Hoe moet hiermee dus worden omgegaan? Het is het beste om degenen voor wie het geschikt is het te laten gebruiken. Daarom zeg Ik jullie: wie er ook geld uitgeeft om dingen voor Mij te kopen, onthoud deze woorden – koop ze niet. Als Ik iets nodig heb, zal Ik het je direct vertellen, en Ik zal er niet zo beleefd over zijn. Begrepen? Maar wanneer jullie Mij deze dingen brengen, en Ik zeg dat Ik ze niet nodig heb of dat ze niet geschikt zijn, dan zeg ik dat niet omdat ik beleefd wil zijn tegen jullie. Het is niet vals of hypocriet. Alles wat Ik zeg is echt; het is allemaal waar. Lees alsjeblieft niet tussen de regels door wanneer Ik spreek. Wanneer Ik zeg dat Ik het niet nodig heb, betekent het dat Ik het niet nodig heb. Wanneer Ik zeg dat Ik het niet kan gebruiken, betekent het dat Ik het niet kan gebruiken. Wat jullie ook doen, verspil je tijd niet met nadenken over het kopen van dingen en geef niet nutteloos geld uit. Denk niet dat alle goede dingen aan God gegeven moeten worden – weet je überhaupt of Ik ze nodig heb of niet? Als Ik ze niet nodig heb, heb je ze dan niet tevergeefs gekocht? Als je oprecht iets voor Mij wilde kopen, laat Mij je dan vertellen: koop niets voor Mij. Als je zegt dat je het voor Mij hebt gekocht om met iedereen te delen, dan is het prima, dan kan Ik het doorgeven. Dit is mijn houding met betrekking tot de manier waarop ik materiële bezittingen behandel die status en positie met zich meebrengen. Behandelen antichristen deze zaken op dezelfde manier? (Nee, dat doen ze niet.) Ten eerste weigeren ze beslist niets – hoe meer, hoe beter. Ongeacht wie hun geschenken stuurt of wat het is, ze nemen alles aan. Ten tweede persen ze ongetwijfeld bepaalde dingen van mensen af, en ten slotte eigenen ze sommige dingen voor zichzelf toe. Dit is waar ze naar streven en wat ze willen; dit is wat de status die ze nastreven hen oplevert.
Kunnen jullie op basis van onze communicatie van zowel de vorige keer als vandaag met betrekking tot de boosaardige essentie van antichristen een samenvatting van één zin bedenken die deze boosaardige essentie blootlegt? Het belangrijkste kenmerk van de boosaardigheid in antichristen is dit: ze veroordelen alles wat positief is, alles wat rechtvaardig is, alles wat in overeenstemming met de waarheid is en alles wat onder de mensheid als mooi wordt beschouwd. Ze haten deze dingen en zijn er afkerig van. Omgekeerd is alles wat negatief is, en alles wat wordt veroordeeld en waarop wordt neergekeken door mensen met een geweten, verstand en een gevoel van gerechtigheid, precies dat waar antichristen zich in verheugen. Dit zijn de dingen die ze nastreven en koesteren. Er is ook een andere zin die dit kan samenvatten: antichristen haten alles wat positief is dat van God komt en haten waar God van houdt, en houden in plaats daarvan precies van de dingen die God verafschuwt en veroordeelt. Dit is de boosaardigheid in antichristen. Wat is het voornaamste kenmerk van deze boosaardigheid? Het is dat ze een speciale voorliefde hebben voor alles wat lelijk en negatief is, terwijl ze alles wat mooi, positief en in overeenstemming met de waarheid is, verafschuwen en er vijandigheid jegens tonen. Dat is wat boosaardigheid is. Jullie begrijpen het, nietwaar? De communicatie van vandaag ging over het onderwerp ‘waar antichristen van houden’. We hebben ook enkele voorbeelden gegeven, waarvan sommige typischer waren dan andere, maar die allemaal als bewijs kunnen worden gebruikt om de boosaardige aard-essentie van antichristen uit te leggen. Wat jullie hierna moeten doen, is nadenken en communiceren over welke boosaardige of positieve dingen jullie zien en begrijpen, van welke negatieve dingen antichristen houden, welke positieve dingen ze haten, en wat het is dat jullie kunnen begrijpen, alsook wat jullie zien en ervaren. Antichristen en gewone verdorven mensen delen bepaalde problemen met hun gezindheden en essenties, en hoewel de ernst van deze overeenkomsten kan verschillen, zijn hun gezindheidsessenties hetzelfde. De wegen die ze bewandelen en de doelen die ze nastreven kunnen ook variëren, maar ze openbaren veel van dezelfde verdorven gezindheidsessenties. Daarom is het blootleggen van de verschillende aspecten van de essentie van antichristen nuttig voor ieder verdorven mens. Als Gods uitverkoren volk de essentie van de antichristen kan doorzien, kunnen ze ervoor zorgen dat ze niet door hen misleid zullen worden en hen ook niet zullen aanbidden of volgen.
7 augustus 2019