Hoe de waarheid na te streven (2)
De twee beoefeningspaden om de waarheid na te streven: loslaten en zich toewijden
De barrières tussen zichzelf en God en de vijandigheid jegens God loslaten
I. Noties en verbeeldingen over God loslaten: noties en verbeeldingen over Gods werk loslaten
We bespreken nu al een tijdje het eerste hoofdpunt van de oefening van het nastreven van de waarheid, namelijk ‘loslaten’. De vorige keer hebben we gecommuniceerd over het derde punt met betrekking tot ‘loslaten’ – de barrières tussen zichzelf en God en de vijandigheid jegens God loslaten – wat gloednieuwe inhoud was. Deze inhoud bestaat niet uit slechts één aspect, maar omvat vele punten en veel inhoud. Deze inhoud is wat mensen ervaren in de loop van Gods werk, en houdt rechtstreeks verband met het leven en het streven van mensen. Het eerste aspect waarover we dus echt moeten communiceren, bestaat uit de noties en verbeeldingen van mensen over God. Dit is een onderwerp dat mensen niet kunnen vermijden wanneer ze het pad van het geloof in God bewandelen. De vorige keer heb ik over een deel van deze inhoud gecommuniceerd. Laat iemand ons vertellen waarover Ik specifiek heb gecommuniceerd. (De vorige keer communiceerde God over het loslaten van de barrières tussen onszelf en God en onze vijandigheid jegens God. God legde eerst onze noties en verbeeldingen over Gods werk bloot. We hebben bijvoorbeeld noties en verbeeldingen over Gods dag, en we geloven ook dat Gods werk heel bovennatuurlijk is en dat, zolang de Heilige Geest werkt en mensen beweegt, mensen in staat zullen zijn elk probleem op te lossen en hun verdorven gezindheden zullen worden getransformeerd. Tijdens het blootleggen van deze noties en verbeeldingen vertelde God ons dat Hij met Zijn werk wil bereiken dat Hij Zijn woorden in ons bewerkt. Zo kunnen we, wanneer ons in ons dagelijks leven dingen overkomen, praktiseren in overeenstemming met Gods woorden en de waarheidsprincipes – dit is Gods vereiste voor ieder van ons.) Wie kan daar nog iets aan toevoegen? (De vorige keer communiceerde God ook over het feit dat mensen geloven dat God een oordeel over hen velt op basis van hun tijdelijke uitingen, en ze denken ook dat ze door zich te houden aan uiterlijke regels en uiterlijk goede gedragingen God tevredenstellen en redding kunnen verwerven – dit zijn allemaal noties en verbeeldingen van mensen. Ook geloven mensen, wanneer ze zwak zijn of opstandigheid en verdorvenheid openbaren, dat God hen zal disciplineren en straffen – ook dit is een notie en verbeelding. Door Gods blootlegging van deze noties en verbeeldingen van mensen hebben we begrepen dat God niet onze uiterlijk goede gedragingen wil, of dat we ons houden aan bepaalde uiterlijke praktijken en regels. Veeleer hoopt Hij dat wanneer ons dingen overkomen, we in staat zijn de waarheidsprincipes te zoeken en de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan.) Iedereen heeft deze noties en verbeeldingen in meer of mindere mate, nietwaar? (Ja.) Voordat mensen de waarheid beginnen na te streven, of wanneer ze de waarheid niet begrijpen en de waarheid nog niet hebben verkregen, hebben ze de neiging om deze noties en verbeeldingen te gebruiken om vermoedens te uiten over hoe God werkt of om voorbarige conclusies te trekken over hoe God zal werken. Tegelijkertijd hebben ze ook de neiging om deze vermoedens te gebruiken om een oordeel te vellen over zichzelf, over hun eigen uitkomst, en over de vraag of ze in de toekomst gezegend zullen worden of rampspoed zullen lijden. Daarom zijn deze noties en verbeeldingen, in de loop van het nastreven van de waarheid door mensen, in hoge mate een belemmering geworden voor mensen bij het aanvaarden van Gods werk, het nastreven van de waarheid en het verkrijgen van de waarheid. Dat wil zeggen: als mensen deze noties en verbeeldingen niet kunnen loslaten en ze altijd beschouwen als hun motivatie en grondoorzaak om in God te geloven en Hem te volgen, dan zullen deze noties en verbeeldingen hen in grote mate belemmeren bij het nastreven en verkrijgen van de waarheid. Uiteindelijk kunnen ze hun noties en verbeeldingen alleen maar gebruiken om hun eigen waarde, identiteit en status ten overstaan van God te bepalen, en om te bepalen wat voor soort behandeling ze in Gods huis zullen kunnen krijgen, wat hun bestemming zal zijn en welke zegeningen ze in de toekomst zullen verkrijgen, hoeveel gezag ze zullen hebben en hoeveel steden ze zullen besturen, en of ze een pilaar of een steunpilaar in de hemel zullen zijn, of hoeveel ze in dit leven kunnen verkrijgen en hoeveel in de komende wereld. Omdat deze noties en verbeeldingen het leven en het streven van mensen betreffen, beïnvloeden ze de paden die mensen nemen en natuurlijk ook de uiteindelijke uitkomst en bestemming van mensen. Mensen leven en streven te midden van hun noties en verbeeldingen; zodoende bekijken, beoordelen en bepalen ze onvermijdelijk alles op basis van deze noties en verbeeldingen. Dus, ongeacht hoe God de waarheid verschaft en mensen laat weten welke gezichtspunten ze moeten hebben en welk pad ze moeten nemen: zolang mensen hun noties en verbeeldingen niet loslaten, blijven ze ernaar leven. Deze noties en verbeeldingen worden van nature het leven van mensen en de wetten waarnaar ze overleven, en ze worden onvermijdelijk de manieren en methoden waarmee mensen allerlei gebeurtenissen en dingen aanpakken. Wanneer de noties en verbeeldingen van mensen de principes en criteria worden waarmee ze mensen en dingen bekijken, en zich gedragen en handelen, dan zal alles tevergeefs zijn, ongeacht hoe ze in God geloven, of hoe ze streven, en ongeacht hoeveel ontberingen ze lijden of hoe hoog de prijs die ze betalen. Zolang iemand naar zijn noties en verbeeldingen leeft, verzet deze persoon zich tegen God en is hij Hem vijandig gezind; hij heeft geen ware onderwerping aan de door God gearrangeerde omgevingen of aan Zijn vereisten. Uiteindelijk zal zijn uitkomst dan ook erg tragisch zijn. Als je al vele jaren in God gelooft en je volledig voor Hem hebt ingezet, als je je her en der naartoe hebt gerept en een grote prijs hebt betaald, maar het uitgangspunt en de bron van alles wat je doet je eigen noties en verbeeldingen zijn, dan aanvaard je God niet werkelijk en onderwerp je je niet werkelijk aan Hem. Ongeacht of deze noties en verbeeldingen uit boeken komen, uit de maatschappij, of uit je persoonlijke verlangens en interesses: zolang het, kort gezegd, noties en verbeeldingen zijn, zijn ze niet de waarheid. En zolang ze niet de waarheid zijn, zijn ze vijandig tegenover de waarheid, een struikelblok voor de aanvaarding van de waarheid door mensen, en een vijand van God en de waarheid. Zolang je dus naar je noties en verbeeldingen leeft, zul je alles volgens deze noties en verbeeldingen afmeten en bekijken. En vanwege je noties en verbeeldingen zul je uiteindelijk zeker in opstand komen tegen de omgevingen die God voor je arrangeert, en tegen Gods begeleiding of Zijn soevereiniteit over jou. Kortom, er is hier geen sprake van ware aanvaarding en onderwerping. Hoe komt dat? Omdat, hoeveel ontberingen je ook lijdt en hoe hoog de prijs ook die je betaalt, zolang je naar je noties en verbeeldingen leeft, de ontberingen die je lijdt en de prijs die je betaalt niet in overeenstemming zijn met de waarheidsprincipes, en niets met de waarheid te maken hebben. Men kan stellen dat de ontberingen die je lijdt en de prijs die je betaalt gebaseerd zijn op menselijke noties en verbeeldingen en op jouw voorkeuren, en als doel hebben je vleselijke verlangens te bevredigen en bepaalde eigen doelen te bereiken. Het is net als wat door Paulus werd geuit: hij verzette veel werk, repte zich her en der naartoe en predikte het evangelie in het grootste deel van Europa. Maar ongeacht hoeveel ontberingen hij leed, hoe hoog de prijs die hij betaalde en hoeveel hij zich rond repte, had hij nooit gedachten en gezichtspunten die in overeenstemming waren met de waarheid. Hij aanvaardde de waarheid nooit, en hij had nooit de houding en de echte ervaring van onderwerping aan God – hij leefde altijd binnen zijn eigen noties en verbeeldingen. Wat was zijn specifieke notie en verbeelding? Dat, wanneer hij de wedloop tot het einde had gelopen en de goede strijd had gestreden, er een kroon van rechtvaardigheid voor hem in het verschiet lag – dit was Paulus’ notie en verbeelding. Wat was de specifieke theoretische basis van zijn notie en verbeelding? Dat God de uitkomst van een persoon zou bepalen op basis van hoeveel die zich heeft rondgerept, de prijs die hij heeft betaald en hoeveel ontberingen hij heeft geleden. Juist op een dergelijke theoretische basis van zijn notie en verbeelding sloeg Paulus onbewust de weg van antichristen in. Als gevolg daarvan had hij, toen hij het einde van de weg bereikte, geen enkel begrip van zijn gedrag en uitingen van verzet tegen God of zijn essentie van verzet tegen God, laat staan enig berouw. Hij hield in zijn geloof in God nog steeds vast aan zijn oorspronkelijke notie en verbeelding. Niet alleen had hij niet de minste ware onderwerping aan God, integendeel, hij geloofde dat hij er des te meer recht op had om in ruil een goede uitkomst en bestemming van God te ontvangen. ‘In ruil’ is een mooi klinkende, beschaafde manier om het te verwoorden, maar in feite was het geen ruil, of zelfs maar een transactie – hij vroeg God rechtstreeks om deze dingen, eiste ze ronduit van God. Hoe eiste hij ze van God? Net zoals hij zei: “Ik heb mijn wedloop tot het einde gelopen, ik heb de goede strijd gestreden – de kroon van heerlijkheid is nu van mij. Dit is wat ik verdien en wat god mij rechtmatig zou moeten geven.” De weg die Paulus bewandelde was een weg van verzet tegen God, wat hem naar de vernietiging leidde, en de uiteindelijke uitkomst die hem ten deel viel, was dat hij werd gestraft. Dit was onlosmakelijk verbonden met zijn notie en verbeelding over God. Hij hield altijd hardnekkig vast aan zijn eigen notie en verbeelding; hij legde wat God zei, de waarheden – de weg van het leven – die God de mensen verschafte, terzijde en negeerde deze, en hij nam zelfs een houding van minachting en verachting aan. Hij erkende of aanvaardde niet eens het feit dat Jezus Christus de incarnatie van God was. Toen hij het einde van de weg had bereikt, hield hij net als voorheen hardnekkig vast aan zijn notie en verbeelding, en bleef hij zich tegen God opstellen, om uiteindelijk af te stevenen op de onvermijdelijke uitkomst van de vernietiging. Als mensen in de loop van hun geloof in God in staat zijn al hun verschillende negatieve emoties los te laten, en enkele dingen in het werkelijke leven los te laten die hun streven naar de waarheid belemmeren, maar de barrières tussen zichzelf en God of hun vijandigheid jegens God niet kunnen loslaten, dan is dit daarom een zeer spijtige en tragische zaak. Uiteindelijk zullen mensen dan dezelfde uitkomst oogsten als Paulus, namelijk dat ze worden gestraft. Dat lijdt geen enkele twijfel. Daarom is in de praktijk van ‘loslaten’ het punt van ‘de barrières tussen zichzelf en God en de vijandigheid jegens God loslaten’ het meest cruciale en belangrijke, en dit mag niet over het hoofd worden gezien. Dit is wat je vaak moet onderzoeken: welke noties en verbeeldingen je in jouw relatie met God en bij het ervaren van Gods werk nog steeds hebt die niet in overeenstemming zijn met de waarheid, Gods verlangens, of Gods vereisten, en die tussen jou en God in staan. Deze moet je onderzoeken, toetsen aan Gods woorden en vervolgens loslaten. Het doel van loslaten is niet om een proces te doorlopen, maar om de waarheid te aanvaarden, de waarheidsprincipes dienaangaande te aanvaarden die God aan de mensen heeft aangereikt, en om deze waarheidsprincipes te gebruiken om je noties en verbeeldingen te vervangen. Het is om de zienswijze achter je streven en de richting van je streven te veranderen, zodat je verenigbaar met God kunt zijn in je leven en bij het volgen van God, in plaats van verenigbaar te zijn met je noties en verbeeldingen. Gods werk is het oplossen van de noties en verbeeldingen van mensen, en Hij voorziet de mensen van de waarheid om eveneens hun noties en verbeeldingen op te lossen. Door hun noties en verbeeldingen op te lossen, stelt God mensen in staat om correcte gedachten, gezichtspunten, standpunten en zienswijzen te hebben om elke omgeving die Hij arrangeert te benaderen, en om elke kwestie waarmee ze in het leven te maken krijgen te benaderen. God doet Zijn werk en voorziet mensen van de waarheid middels Zijn woorden, niet om hun noties en verbeeldingen te vervullen, maar om hun noties en verbeeldingen tegen te gaan, en hen uiteindelijk in staat te stellen hun noties en verbeeldingen los te laten en kennis van God op te doen.
D. De overtuiging van mensen dat Gods werk hun kaliber, instincten, persoonlijkheid enzovoort kan veranderen
Eerder hebben we gecommuniceerd over enkele van de noties en verbeeldingen van mensen over Gods werk. Naast deze noties en verbeeldingen hebben mensen ook nog enkele andere noties en verbeeldingen over Gods werk die ze moeten loslaten bij het nastreven van de waarheid. Mensen geloven bijvoorbeeld dat, nadat ze Gods werk hebben aanvaard, als ze in staat zijn de waarheid na te streven, ze volledig vernieuwd zullen worden. Ze geloven dat zodra ze Gods woorden als hun leven bezitten, ze een compleet nieuw leven zullen bezitten en herboren zullen worden als een nieuw mens. Ze geloven dat hun kaliber verbeterd zal zijn en dat ook hun instincten tot op zekere hoogte veranderd zullen zijn, en dat hen dus vaak dingen zullen overkomen die ze nooit hadden verwacht. Dat wil zeggen: ze zullen niet alleen in staat zijn dingen te doen die hun eigen kaliber en instincten te boven gaan, maar ze zullen deze ook uiterst moeiteloos en soepel kunnen doen. Sterker nog, in hun geloof in God voelen sommige mensen zelfs vaak dat, sinds ze de waarheid begonnen na te streven, hun persoonlijkheid en temperament zijn verbeterd, hun ogen helderder zijn dan voorheen en hun gehoor beter is. Af en toe kijken ze in de spiegel en hebben ze het gevoel dat ze steeds meer op engelen gaan lijken; ze vinden dat ze er steeds mooier uitzien en veel energieker zijn dan ooit tevoren. Sommige mensen voelen zelfs dat bepaalde levensgewoonten van hen zijn veranderd en hun leefpatronen anders zijn geworden – als ze vroeger te laat naar bed gingen, geeuwden ze onophoudelijk, maar sinds ze de waarheid zijn gaan nastreven, zijn deze reacties verdwenen, wat ze buitengewoon wonderbaarlijk vinden. In hun noties en verbeeldingen geloven mensen dat, zodra ze de waarheid beginnen na te streven, God werk in hen zal doen zodat ze onverwachte transformaties ondergaan. Hieronder valt een verbetering van hun kaliber van de ene op de andere dag – ze veranderen van een middelmatig of zeer slecht kaliber in uiterst scherpzinnige, bekwame en ervaren personen, en worden zo mensen van kaliber en wijsheid, en ook het domein van hun denken wordt verhoogd. Wanneer mensen voor het eerst in God gaan geloven en besluiten de waarheid na te streven, hebben ze buitensporig overdreven en onrealistische verbeeldingen over het nastreven van de waarheid. Kortom, geen daarvan stemt echt overeen met de werkelijkheid. Mensen geloven dat, zolang ze de waarheid nastreven, vele aspecten van hen verheven zullen worden en een sprong voorwaarts zullen maken, en dat ze op sommige gebieden zelfs gewone mensen zullen overtreffen. Daarom noemen sommige mensen zichzelf Lyu Chao, anderen Ma Chao, en weer anderen Niu Chao. Deze namen betekenen respectievelijk ezels, paarden en ossen overtreffen – dat wil zeggen, sneller kunnen rennen dan een paard en meer kracht hebben dan een ezel of een os. Ezels zijn over het algemeen heel sterk in het trekken van dingen, paarden hebben zeer krachtige benen, en ossen hebben een groot uithoudingsvermogen, dus noemen deze mensen zichzelf Lyu Chao, Ma Chao en Niu Chao. Je moet weten dat ze speciale aandacht besteden aan de namen die ze kiezen. Aan de namen die mensen voor zichzelf uitkiezen, is te zien dat mensen hun eigen begrip van Gods werk hebben; helaas is dit begrip niet in overeenstemming met de waarheid en is het niet positief – het is een notie en verbeelding van mensen. Ongeacht of deze notie en verbeelding verwrongen of extreem is, komt ze kort gezegd niet overeen met de feiten en met de waarheid; ze is erg hol en houdt zich bezig met bovennatuurlijke dingen. Het principe waarmee God in mensen werkt, is dit: ongeacht wat voor kaliber mensen hebben, of wat hun werkcapaciteit of vermogen om met dingen om te gaan is; ongeacht hun aangeboren instincten, en ongeacht hun persoonlijkheid, gewoonten, leefpatronen, interesses en hobby’s, of zelfs hun geslacht, is Gods werk er kort gezegd op gericht mensen in staat te stellen de waarheid te begrijpen, de waarheid te aanvaarden, zich aan de waarheid te onderwerpen en vervolgens de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan op basis van hun inherente kaliber, instincten, persoonlijkheid, gewoonten, correcte leefpatronen, evenals hun legitieme interesses en hobby’s, enzovoort. Op welke basis wordt dit resultaat dan bereikt? Op basis van het vermogen van mensen om de waarheid te begrijpen en te doorgronden, en op basis van hun normale menselijkheid. Het wordt niet bereikt op basis van een zogenaamde verheven menselijkheid, of op basis van een bovennatuurlijke menselijkheid. Daarom is alles, ongeacht over welke aspecten van de waarheid we communiceren, bedoeld om jou in staat te stellen deze binnen te gaan op basis van het feit dat je normale menselijkheid en het vermogen om de waarheid te begrijpen bezit. De noties en verbeeldingen van mensen zijn hier echter precies het tegenovergestelde van. Mensen geloven dat het resultaat dat in hen wordt bereikt door Gods werk en Zijn uitdrukking van de waarheid, indruist tegen hun inherente kaliber en instincten, alsook tegen hun persoonlijkheid, gewoonten, interesses en hobby’s. Vaak hopen mensen dat hen een wonder overkomt, dat hen iets overkomt wat bovennatuurlijk of onverwacht is en hun eigen kaliber en instincten te boven gaat, in plaats van zich in te spannen om de waarheid op een nuchtere manier te zoeken. Wat bewijst dit feit? Is het niet zo dat mensen het nastreven van de waarheid beschouwen als iets wat bijzonder bovennatuurlijk en hol is? En zien ze de manieren waarop God aan mensen werkt niet eveneens als bijzonder bovennatuurlijk en hol? (Ja.) Vaak hopen mensen dat hun kaliber hoger zal worden naarmate ze de waarheid meer nastreven, of dat hun kaliber na het beluisteren van vele preken en het aanvaarden en begrijpen van veel van de waarheid, hoger zal zijn dan voorheen. Dit is een notie en verbeelding, nietwaar? (Ja.) Neem bijvoorbeeld het leren van een vak: toen jij op school zat, moest je, als je een bepaald vak onder de knie wilde krijgen, de theorie van dit vak uit je hoofd leren. Je moest van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat studeren en je vrije tijd besteden om je in te spannen het te leren. Sinds je in God bent gaan geloven, denk je dat, zolang de Heilige Geest maar werkt, het kaliber van mensen zal verbeteren, ze getransformeerd zullen worden en anders zullen zijn dan voorheen. Je stelt dus vast dat, hoe God ook werkt, men alleen maar hoeft mee te werken en dat het niet nodig is om zich in te spannen om de waarheid na te streven en vakkennis op te doen. Je plicht doen is genoeg – ook op deze manier boekt men vooruitgang in het geloof in God. Is dit niet de manier waarop mensen het zich verbeelden? (Ja.) Zeg Mij, is dit de juiste manier van nastreven? Kan dit soort streven leiden tot een ware transformatie? (Nee.) Het is onmogelijk dat er een transformatie optreedt. Sommige mensen denken bijvoorbeeld dat ze, om goed te kunnen zingen, van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat moeten oefenen, technieken van anderen moeten stelen en naar allerlei soorten liederen moeten luisteren om van de sterke punten van anderen te leren, en dat ze alleen op die manier succes kunnen boeken. Anderen daarentegen geloven dat zingen afhangt van talent; ze denken dat iemand die een gave heeft en van zingen houdt, vanzelf goed kan zingen. Heeft iemand die gave of liefde voor zingen niet, dan moet hij erop vertrouwen dat hij door de Heilige Geest wordt bewogen om goed en met gevoel te kunnen zingen, zodat het voor anderen een plezier is om naar te luisteren. Het gevolg is dat de meeste mensen altijd deze soort illusie koesteren: ze vertrouwen erop dat de Heilige Geest hen beweegt; anders doen ze hun mond niet eens open om te zingen. Dit is een notie en verbeelding, nietwaar? Sommige mensen denken dat het niet nodig is om zoveel moeite te steken in het opdoen van vakkennis. Ze denken dat God wel zal werken zolang mensen de waarheid nastreven, en dat het voor hen nutteloos en zinloos is om zulke loze offers te brengen. Ze denken dat zodra God aan het werk gaat, dit meer oplevert dan welke menselijke inspanning dan ook. Zolang mensen dus hun plichten oprecht doen en bereid zijn hun hart aan God te wijden, zal de Heilige Geest in hen werken en zullen hun kaliber en capaciteiten onmiddellijk worden verhoogd tot buiten de grenzen van de normale menselijkheid. Dan zullen ze plotseling dingen begrijpen die ze voorheen niet snapten. En hoewel ze vroeger niet eens twee regels tekst achter elkaar konden lezen, zullen ze na hun geloof in God tien regels achter elkaar kunnen lezen en in hun geheugen kunnen prenten. Maar hoeveel ze ook oefenen, ze bereiken dit nog altijd niet. Ze vragen zich dan ook af: ‘Is God mij niet genadig? Ben ik niet ijverig en oprecht genoeg bij het vervullen van mijn plicht?’ Is dit het geval? (Nee.) Je denkt dat hoe meer je in staat bent bovennatuurlijke dingen te bereiken die de grenzen van je eigen kaliber en capaciteiten overschrijden, hoe meer dit bewijst dat het Gods werk is. Je denkt dat naarmate je oprechtheid en je bereidheid om mee te werken toenemen, God steeds meer in je zal werken en je kaliber en capaciteiten steeds groter zullen worden. Is dit niet een notie en verbeelding van mensen? (Ja.) Zijn jullie niet bijzonder geneigd om zo te denken? (Ja.) Wat is het resultaat van deze manier van denken? Loopt dit niet altijd uit op een mislukking en komt er uiteindelijk niet steeds helemaal niets van terecht? Sommige mensen worden zelfs negatief en zeggen: “Ik heb God mijn uiterste oprechtheid gegeven – waarom schenkt God mij geen goed kaliber? Waarom geeft God mij geen bovennatuurlijke krachten? Waarom ben ik nog steeds de hele tijd zwak? Mijn kaliber is niet verbeterd, ik kan niets duidelijk zien en ik raak in de war wanneer ik voor ingewikkelde zaken kom te staan. Zo was het vroeger al; waarom is het nu nog steeds zo? En bovendien, waarom kan ik bij het vervullen van mijn plicht en het aanpakken van problemen mijn vlees nooit overstijgen? Ik begrijp sommige doctrines wel, maar toch kan ik de dingen niet duidelijk zien. Als het op het afhandelen van zaken aankomt, blijf ik besluiteloos en blijf ik onderdoen voor degenen met een goed kaliber. Mijn werkvermogen is ook slecht en de manier waarop ik mijn plicht vervul is inefficiënt. Mijn kaliber is helemaal niet verbeterd! Wat is er aan de hand? Zou het kunnen dat mijn oprechtheid jegens God onvoldoende is? Of mag God mij niet? Waar schiet ik tekort?” Sommige mensen zoeken naar allerlei redenen en hebben vele benaderingen geprobeerd om dit feit te veranderen, zoals naar meer preken luisteren, meer van Gods woorden uit het hoofd leren, meer notities maken van geestelijke oefeningen, meer luisteren naar hoe mensen over de waarheid communiceren, en meer zoeken. Toch blijft het eindresultaat teleurstellend. Hun kaliber en werkvermogen blijven hetzelfde als voorheen; er is geen enkele verbetering, zelfs niet na drie tot vijf jaar in God te hebben geloofd. Vervolgens kijken ze naar hun eigen persoonlijkheid en merken ze dat ze nog steeds net zo laf zijn als voorheen, zo traag als een oude koe, of dat ze nog steeds een ongeduldige persoonlijkheid hebben en alles op een hectische manier aanpakken – er heeft geen transformatie plaatsgevonden! Anderen merken op dat hun interesses en hobby’s de laatste tijd niet lijken te zijn veranderd, en dat ook sommige van hun tekortkomingen, gewoonten en gebreken niet zijn veranderd. Weer anderen, die graag laat naar bed gaan en laat opstaan, merken dat ook deze levensgewoonten onveranderd blijven. Ze vragen zich dan ook allemaal af: ‘Wat is er aan de hand? Zou het kunnen dat de Heilige Geest niet in mij werkt? Heeft God mij verlaten? Is God niet tevreden over mij? Bewandel ik het verkeerde pad? Streef ik op de verkeerde manier na? Heb ik mijn hart niet genoeg in het vervullen van mijn plicht gelegd? Heb ik geen voldoende prijs betaald?’ Ze zoeken naar allerlei redenen, maar behalen uiteindelijk alsnog geen resultaten. Wat is de reden voor hun gebrek aan resultaten? (Dat ze altijd binnen hun eigen noties en verbeeldingen hebben geleefd. Ze denken dat, na in God te zijn gaan geloven, zolang ze maar oprecht jegens Hem zijn, hun kaliber en werkvermogen wel zullen verbeteren zodra God werkt – dergelijke ideeën van hen komen voort uit hun noties en verbeeldingen.) De noties en verbeeldingen van mensen bepalen de doelen en methoden van hun streven, de paden die ze nemen, en uiteindelijk wat ze verkrijgen en wat hun uitkomsten zijn. Wat verkrijgen mensen als ze dergelijke noties en verbeeldingen hebben? Verkrijgen ze de waarheid? Verkrijgen ze oprecht geloof in God en oprechte liefde voor God? Verkrijgen ze ware onderwerping aan God? (Nee.) Ze verkrijgen geen van deze dingen.
Bij het geloof in God moet men begrijpen wat Gods werk precies aan mensen wil veranderen, hoe God het probleem van de verdorvenheid van mensen oplost en wat Hij in mensen tot stand wil brengen – dit zijn kwesties waarover duidelijk gecommuniceerd moet worden, nietwaar? Kortom, men moet precies begrijpen welke effecten God met Zijn werk in mensen wil bereiken. Ten eerste drukt God in deze fase van Zijn werk de waarheid uit en voorziet Hij in leven. Het werk om mensen van de waarheid te voorzien, bestaat uit het duidelijk communiceren over de waarheidsprincipes waaraan mensen zich moeten houden wanneer ze in het werkelijke leven allerlei mensen, gebeurtenissen en dingen tegenkomen, zodat ze, nadat ze deze hebben begrepen, mensen en dingen kunnen bekijken, en zich kunnen gedragen en kunnen handelen op basis van deze waarheidsprincipes. Op deze basis worden hun verdorven gezindheden opgelost, en worden ze in staat gesteld deze verdorven gezindheden af te werpen en zich werkelijk en absoluut aan God te onderwerpen. Natuurlijk is dit ook een teken van gered zijn, en het is een ware uiting van gered zijn die uiteindelijk in mensen te zien is. Wat zijn de belangrijkste problemen die moeten worden opgelost in het hele proces waarin God mensen van de waarheid voorziet? Er zijn voornamelijk twee soorten problemen die moeten worden opgelost. Het eerste soort probleem dat moet worden opgelost, zijn de noties van mensen. De verschillende soorten foutieve en absurde, verwrongen en sterk verankerde gedachten en zienswijzen van mensen die van Satan komen, worden gezamenlijk de noties van mensen genoemd. Deze foutieve gedachten en zienswijzen beheersen de gedachten en gedragingen van mensen, en zijn al een basistheorie van het denken geworden op basis waarvan ze mensen en dingen bekijken, en zich gedragen en handelen, en dus moeten ze grondig worden opgelost. Dit is een probleem met betrekking tot de gedachten van mensen dat moet worden opgelost. Het andere soort probleem dat moet worden opgelost, zijn de verdorven gezindheden van mensen. Verdorven gezindheden zijn een onderwerp waarover in het kerkleven vaak wordt gecommuniceerd en gediscussieerd en dat in het kerkleven vaak wordt ontleed. Sommige verdorven gezindheden worden veroorzaakt door de foutieve en absurde gedachten en zienswijzen van mensen, terwijl andere verdorven gezindheden puur satanische gezindheden zijn. De twee dingen die God door Zijn werk en woorden in mensen wil oplossen, zijn hun noties en hun verdorven gezindheden. Het eerste heeft betrekking op hoe men mensen en dingen bekijkt, terwijl het laatste betrekking heeft op hoe men zich gedraagt en handelt. Wanneer deze twee dingen zijn opgelost en mensen de waarheid hebben verkregen en in staat zijn zich aan God te onderwerpen en verenigbaar met Hem te worden, zal Gods werk zijn effect hebben bereikt en zal Gods werk ten einde zijn gekomen. Gedurende het hele proces van Gods werk – of het nu de manier is waarop God werkt, de specifieke stappen van Zijn werk, of elk van de waarheden die door Hem worden uitgedrukt – is echter niets hiervan gericht op aspecten zoals de persoonlijkheden, kalibers, vaardigheden, instincten, levensgewoonten en levenspatronen van mensen, of hun interesses en hobby’s. Met andere woorden: het doel, de opzet en de betekenis van Gods werk zijn niet om de inherente kalibers en vaardigheden, instincten, persoonlijkheden enzovoort van mensen te veranderen. Ongeacht welk kaliber en werkvermogen je bezit, of hoe je aangeboren persoonlijkheid, levensgewoonten, instincten en diverse andere aspecten zijn, kijkt God naar geen van deze dingen. Hij kijkt alleen of je een persoon met normale menselijkheid bent, en vervolgens voorziet Hij je op deze basis van de waarheid en werkt Hij aan je. Ongeacht van welke aspecten van de waarheid God je voorziet, of wat voor soort werk Hij aan je verricht, is het uiteindelijk niet om je inherente kaliber en instincten te veranderen, om je kaliber of instincten te verhogen en beter te maken, of om ze bijzonder bovennatuurlijk te maken – geen van deze aspecten zijn de doelen die God met Zijn werk wil veranderen. Daarom zal je inherente kaliber, ongeacht hoeveel jaar je in God hebt geloofd, of naar hoeveel preken je hebt geluisterd, of hoeveel moeite je in Gods woorden hebt gestoken, hetzelfde blijven en niet veranderen. Het zal niet veranderen omdat je vele jaren in God hebt geloofd, vele jaren naar preken hebt geluisterd, en vele jaren hebt rondgerend en je hebt ingezet. Natuurlijk geldt hetzelfde voor je persoonlijkheid, instincten, levensgewoonten, interesses, hobby’s enzovoort; ze zullen niet veranderen omdat je vele jaren in God hebt geloofd en vele jaren je plicht hebt gedaan. In de noties van mensen betekent deze verandering zeker geen verlaging, maar eerder een verheffing – deze dingen hoger en beter maken dan voorheen. Dat wil zeggen dat, ongeacht in welke fase Gods werk zich bevindt of welke methode Hij gebruikt om het te doen, Zijn werk niet de inherente kalibers, werkvermogens, instincten, persoonlijkheden enzovoort van mensen verandert. Als je kaliber dus slecht is en je momenteel niet het kaliber bezit om een leider of werker te zijn, of om supervisor van een bepaald werkonderdeel te zijn, dan zul je dat over twintig of dertig jaar ook niet bezitten. En zelfs als je uiteindelijk gered wordt vanwege je nastreven van de waarheid, zul je het nog steeds niet bezitten. Je kaliber zal niet veranderen. Zullen je instincten dan veranderen? Iedereen krijgt te maken met geboorte, ouderdom, ziekte en dood, en wanneer mensen met grote gebeurtenissen worden geconfronteerd, worden ze zenuwachtig, angstig, doodsbang enzovoort – deze instincten veranderen evenmin. Wanneer mensen bijvoorbeeld een bijzonder hard geluid horen, bedekken ze allemaal hun hoofd en verstoppen ze zich op een veilige plek – dit is instinct. Wanneer je hand een vlam of iets anders wat heet is aanraakt, trek je die instinctief terug, en wanneer je slecht nieuws hoort, huiver je instinctief vanbinnen en ben je doodsbang. Wanneer je met gevaar wordt geconfronteerd, is je eerste gedachte instinctief: ‘Ben ik veilig? Komt dit gevaar mijn kant op?’ Dit is instinct. En wanneer iemand uithaalt om je te slaan, duik je instinctief weg om jezelf te beschermen; wanneer er stof of water in je ogen komt, sluit je ze instinctief; en wanneer je kiespijn hebt, voel je vaak met je hand aan je kies. Instinctief heb je een natuurlijke reflex, vertoon je een bepaalde uiting of voer je een instinctieve handeling uit. Mensen zijn met deze instinctieve reacties geboren. Niemand kan ze wegnemen, en God zal ze ook niet veranderen. Deze instinctieve reacties zijn door God voor de mens geregeld toen Hij hem schiep, en ze zijn bedoeld om mensen te beschermen. Het is iets wat een geschapen mens moet bezitten. God zal deze instincten niet wegnemen, en je zult ze ook niet verliezen vanwege je nastreven van de waarheid. Wat bedoel Ik hiermee? Ik bedoel dat het niet zo is dat je, omdat je de waarheid nastreeft, vele waarheden hebt begrepen en ware onderwerping aan God hebt, niet bang bent wanneer er brand is, of niet voelt dat je hand verbrandt wanneer je die in een pan met hete olie steekt – dit is onmogelijk. Wat zou je denken als iemand zo’n getuigenis aflegde? Zou je hem benijden en bewonderen? Wat voor beoordeling en typering zou je eraan geven? Dit is op zijn minst een bovennatuurlijk verschijnsel, en God zou zoiets niet doen. Wat betreft de instincten die God voor de mensheid heeft geschapen: God zal deze instincten van je niet wegnemen omdat je de waarheid nastreeft, en zal deze instincten evenmin transformeren in bovennatuurlijke krachten. Stel bijvoorbeeld dat je in een donkere ruimte bent en niets kunt zien; je zult instinctief je handen uitsteken om om je heen te voelen, en aandachtig luisteren om de geluiden om je heen te onderscheiden, terwijl je instinctief op de tast je weg vooruit zoekt. Je zult het vlees niet overstijgen omdat je de waarheid nastreeft – het zal niet zo zijn dat hoe donkerder het wordt, hoe helderder je ogen aanvoelen, hoe duidelijker je dingen kunt zien en hoe gemakkelijker het is om je te oriënteren – dit is bovennatuurlijk, en het is iets wat God niet doet. Zelfs als je vele waarheden hebt begrepen, je jezelf aan de waarheid kunt onderwerpen en de waarheid in praktijk kunt brengen, is het al heel wat als je instincten in dit opzicht hetzelfde blijven en niet achteruitgaan. Dat je dan toch wilt dat ze bovennatuurlijk worden – dat is onmogelijk! Daarnaast zijn iemands vermogen om dingen te bekijken en af te handelen, en zijn vermogen om problemen op te lossen, evenmin wat God met Zijn werk beoogt te veranderen. Iemands vermogen om dingen af te handelen hangt enerzijds af van zijn kaliber, en anderzijds van zijn aangeboren IQ, en zijn IQ omvat zijn gaven. Sommige mensen worden geboren met bepaalde vermogens en gaven voor het afhandelen van externe zaken; dat wil zeggen dat ze goed zijn in nadenken en socialiseren, dat ze geboren zijn met een speciale sociale vaardigheid, en dat ze weten hoe ze met mensen moeten omgaan, dingen moeten beschouwen en bepaalde zaken moeten afhandelen. In hun hoofd hebben ze de gedachtelijnen bijzonder helder als het gaat om allerlei zaken, en ze zijn ook erg logisch. Wanneer ze iets bekijken, kunnen ze de kern van de zaak doorgronden, zonder enige afwijking of absurditeit, en problemen op een relatief accurate manier afhandelen. Dit type persoon bezit het vermogen om zaken af te handelen. Sommige mensen worden niet met dit vermogen geboren, en houden er gewoon van om boeken te lezen, bloemen te kweken, planten te verzorgen, vogels te houden en dat soort dingen. Hoe noem je dit? Dit wordt een verfijnde en ontspannen levensstijl genoemd. Dit zijn mensen die elegantie en verfijning nastreven. Ze zijn niet goed in de omgang met anderen of het afhandelen van externe zaken; deze bekwaamheid hebben ze niet. Wanneer ze de deur uit moeten om zaken te regelen, een advocaat te raadplegen of met een belangrijk iemand om te gaan, worden ze erg verlegen en bang, en durven ze die persoon niet in de ogen te kijken. Wanneer hun vragen worden gesteld, hakkelen ze en weten ze niet wat ze moeten zeggen. Het zijn nietsnutten, nietwaar? Wanneer dit soort mensen niet met een probleem wordt geconfronteerd, zijn ze erg goed in opscheppen en zeggen ze: “Ik heb dit en dat gedaan, ik heb een roemrijk verleden gehad, ik ben ooit met die en die mensen omgegaan, en ik heb die en die beroemdheden gekend...” Maar wanneer ze daadwerkelijk worden gestuurd om iets af te handelen, verdwijnen ze spoorloos. Het blijkt dat ze alleen maar kunnen opscheppen, en dat ze geen echt talent of ware kennis hebben, en geen vermogen om zaken af te handelen. Kan het feit dat iemand slecht is in het afhandelen van zaken worden veranderd door het nastreven van de waarheid? Nee, dat kan helaas niet. Kijk naar die mensen die een introverte persoonlijkheid hebben en al van kinds af aan bang zijn om andere mensen onder ogen te komen. Wanneer ze in de twintig of dertig zijn, zijn ze nog steeds erg zenuwachtig wanneer ze met mensen praten of zaken afhandelen waarbij ze met mensen moeten omgaan. Tegen de tijd dat ze van middelbare leeftijd zijn, zijn ze nog steeds verlegen en blozen ze wanneer ze voor een menigte spreken. Zulke mensen zullen hun hele leven lang nooit de wijde wereld tegemoet kunnen treden. Andere mensen zijn anders; zij houden er al sinds hun tienerjaren van om te kletsen en met mensen om te gaan. Met wat voor persoon ze ook omgaan, ze zijn niet bang, en wat ze ook doen, ze raken niet overstuur of in paniek. Ze zijn pienter en hebben dus geen last van plankenkoorts. Hoe meer mensen er zijn, hoe gelukkiger en energieker ze worden, en hoe meer ze willen optreden. Kunnen iemands persoonlijkheid en vermogen om zaken af te handelen worden veranderd door het ervaren van Gods werk? (Nee.) God verandert deze dingen aan mensen niet. Sommige mensen weten dat hun gebrekkige vermogen om zaken af te handelen een gebrek in hun menselijkheid is, dus werken ze er hard aan om dit te overwinnen. Het kan zijn dat ze, wanneer ze de middelbare leeftijd bereiken of een dagje ouder zijn, na decennia van loutering te hebben doorgemaakt en uitgebreide ervaring te hebben opgedaan, ternauwernood in staat zijn om met enkele onmiddellijke zaken om te gaan; maar ze zullen nog steeds niet het vermogen hebben om kritieke zaken van leven of dood af te handelen. In het bijzonder zijn er mensen die zelf niets kunnen afhandelen wanneer ze een dagje ouder zijn; wat ze ook proberen af te handelen, ze maken er een complete puinhoop van – ze kunnen het simpelweg niet dragen – en ze kunnen niet eens de last op zich nemen van het regelen van hun eigen familiezaken. En wat doen ze? In sommige gevallen hebben hun kinderen het vermogen om zaken af te handelen, dus laten deze mensen zich door hun kinderen helpen, terwijl zij genieten van de dingen die al voor hen zijn gedaan. Ze denken: ‘Ik heb een bijdrage geleverd, ik heb het vermogen om zaken af te handelen.’ Maar in werkelijkheid hebben ze deze bekwaamheid niet. Het waren hun kinderen, nu volwassen en in staat om de leiding te nemen, die deze zaken op zich namen. Deze mensen zijn nu misschien niet meer zo zenuwachtig en bang om dingen aan te pakken als toen ze jong waren, maar dat betekent niet dat hun vermogen om zaken af te handelen is veranderd of verbeterd. Wat betekent het? Het betekent dat ze ouder zijn, ervaring hebben opgedaan en niet langer bang zijn voor dingen. Waar verwijst ‘niet langer bang zijn voor dingen’ naar? Het betekent dat ze in staat zijn om zaken meer te relativeren omdat ze veel dingen hebben meegemaakt en de patronen van dingen hebben doorgrond. Als ze dus echt in een beetje gevaar verkeren, zijn ze niet bang en denken ze: ‘Nou, hier ben ik. Als je geld wilt, dat heb ik niet; als je mijn leven wilt, hier is het – doe wat je wilt!’ Hebben zulke mensen enige vooruitgang geboekt? Ze hebben helemaal geen vooruitgang geboekt – ze zijn nog steeds erg onzorgvuldig en verward als het gaat om het afhandelen van dingen. Ze zijn net zo onbezonnen en ongeduldig als voorheen. Voorheen maakten ze dingen niet af, en zelfs nu zijn ze geen greintje veranderd. Zo zijn ze nu eenmaal. Zeg Mij, is dit in werkelijkheid niet hoe het zit? (Ja.)
Er zijn mensen van alle leeftijden onder jullie. Hebben jullie tot nu toe ooit iets bijzonders meegemaakt – is je kaliber in de loop van het nastreven van de waarheid volledig veranderd en veel beter geworden dan voorheen, of zijn je instincten veranderd? Heb je ooit zo’n ervaring gehad? (Nee.) Heeft iemand dan ooit gezegd: “Vroeger was ik behoorlijk nutteloos. Ik was niet welbespraakt, ik had geen vermogens of vaardigheden, en ik had geen sociale vaardigheden. Nu ik Gods werk heb aanvaard, kan ik me welbespraakt uitdrukken, heb ik sociale vaardigheden, en als het gaat om het afhandelen van dingen, ben ik intelligent en heb ik de slag te pakken, en weet ik hoe ik met dingen moet omgaan”? Heeft iemand dit soort ervaring gehad? (Nee.) Sommigen zeggen: “Hoewel die dingen mij niet zijn overkomen, heb ik in de loop van het ervaren van Gods werk nadat ik in God ging geloven, het gevoel dat mijn persoonlijkheid is veranderd. Ik sprak vroeger langzaam, en iedereen noemde me ‘slome’. Ik had ook nog een andere bijnaam: ‘treuzelaar’. Sinds ik in God begon te geloven, zijn mijn reacties sneller geworden dan voorheen, en ik spreek en handel sneller. Ik handel dingen ook sneller en efficiënter af.” Gebeuren zulke dingen? (Nee.) Er is één geval waarin het mogelijk zou kunnen zijn. Wanneer sommige mensen bijvoorbeeld een vreemde taal leren en voor het eerst oefenen met het spreken ervan, spreken ze heel langzaam, woord voor woord. Anderen denken dat deze mensen misschien zo langzaam spreken omdat ze met een traag temperament zijn geboren. Omdat deze mensen veelvuldig in contact zijn geweest met sprekers van die vreemde taal, spreken ze die na drie of vijf jaar uiteindelijk heel vloeiend, net zo snel als ze hun moedertaal spreken. Anderen die niet beter weten, denken dan: ‘De persoonlijkheid van die persoon is veranderd. Hij sprak vroeger langzaam en mensen werden ongeduldig als ze naar hem luisterden, maar nu spreekt hij heel vloeiend – hij is een vlotte persoon geworden. Aan de directe en duidelijke manier waarop hij spreekt, kun je zien dat hij zaken voortvarend afhandelt en een goede persoonlijkheid heeft.’ Is er in dit geval sprake van een verandering in hun persoonlijkheid? (Nee.) In feite is dit een normaal patroon. Het is het proces van normale vooruitgang bij het leren van een soort beroep – het is geen proces van het veranderen van persoonlijkheid. Of het nu gaat om kaliber, vermogen en instincten, of persoonlijkheid, gewoonten, interesses en hobby’s, geen van deze aspecten is iets wat God door Zijn werk wil veranderen. Als je altijd gelooft dat God werkt en spreekt om mensen van de waarheid te voorzien met het doel om al deze aangeboren eigenschappen van mensen te veranderen, en denkt dat men pas dan kan worden beschouwd als een volledig wedergeboren, werkelijk nieuwe persoon waar God over heeft gesproken, dan heb je het goed mis. Dit is een menselijke notie en verbeelding. Nadat je dit hebt begrepen, moet je zulke noties, verbeeldingen, vermoedens of gevoelens loslaten. Dat wil zeggen: in de loop van het nastreven van de waarheid moet je niet altijd op gevoelens of gissingen vertrouwen om deze dingen samen te vatten: ‘Iis mijn kaliber verbeterd? Zijn mijn instincten veranderd? Is mijn persoonlijkheid nog steeds net zo slecht als voorheen? Zijn mijn levenspatronen veranderd?’ Denk niet over deze dingen na; zulke reflectie is zinloos, omdat dit niet de aspecten zijn die God wil veranderen, en Gods woorden en werk zich nooit op deze dingen hebben gericht. Gods werk is er nooit op gericht geweest om het kaliber, de instincten, de persoonlijkheid enzovoort van mensen te veranderen, noch heeft God ooit gesproken met het doel deze aspecten van mensen te veranderen. De implicatie is dat Gods werk mensen van de waarheid voorziet op basis van hun inherente omstandigheden, met als doel mensen de waarheid te laten begrijpen en vervolgens de waarheid te laten aanvaarden en zich eraan te laten onderwerpen. Met andere woorden: ongeacht wat voor kaliber je hebt, en ongeacht hoe je persoonlijkheid en instincten zijn, is wat God wil doen de waarheid in je bewerken, je oude noties en verdorven gezindheden veranderen, in plaats van je inherente kaliber, instincten en persoonlijkheid veranderen. Je begrijpt het nu, toch? Wat is het dat Gods werk wil veranderen? (Gods werk wil de oude noties en verdorven gezindheden in mensen veranderen.) Nu je deze waarheid begrijpt, moet je die verbeeldingen en noties die onrealistisch zijn en betrekking hebben op bovennatuurlijke dingen loslaten, en deze noties en verbeeldingen niet gebruiken om jezelf te meten of eisen aan jezelf te stellen. In plaats daarvan moet je de waarheid zoeken en aanvaarden op basis van de verschillende inherente omstandigheden die God je heeft gegeven. Wat is het uiteindelijke doel hiervan? Het is dat je, op basis van je inherente omstandigheden, de waarheidsprincipes begrijpt, elk waarheidsprincipe begrijpt dat in praktijk moet worden gebracht wanneer je met verschillende situaties wordt geconfronteerd, en mensen en dingen kunt bekijken, en je kunt gedragen en kunt handelen volgens deze waarheidsprincipes. Als je dit doet, voldoe je aan Gods vereisten. Dit is omdat het doel van Gods woorden en werk is om waarheden in mensen te bewerken, zodat deze hun principes en criteria voor de praktijk worden, en zodat deze de basis worden op grond waarvan ze mensen en dingen bekijken, en zich gedragen en handelen, en zodat deze hun leven worden, in plaats van dat het doel is om mensen te veranderen in supermensen of mensen met bovennatuurlijke krachten. Wat bedoel Ik met ‘supermensen’ en ‘mensen met bovennatuurlijke krachten’? In staat zijn om je instincten te overstijgen, je vermogens te overstijgen, je kaliber te overstijgen, en zelfs je geslacht te overstijgen, en in staat zijn om voorbij je geslacht te leven – zijn dit geen bovennatuurlijke krachten? (Ja.) Sommige mensen spreken bijvoorbeeld meerdere of zelfs meer dan tien talen zonder gespecialiseerde taalstudies te hebben gevolgd. Is dit bovennatuurlijk? (Ja.) Deze bovennatuurlijkheid gaat het menselijk kaliber, vermogen en instinct te boven, nietwaar? (Ja.) Bovendien kunnen ze bij het spreken van de verschillende talen zelfs flexibel verschillende mannen- en vrouwenstemmen opzetten. Is dit niet nog bovennatuurlijker? (Ja.) Ongeacht hoeveel talen ze spreken, halen ze ze niet door elkaar, en zijn ze niet moe, hoe lang ze ook spreken, en zelfs als ze geen water drinken, hebben ze geen dorst. Hoe meer ze spreken, hoe helderder bovendien hun ogen worden, hoe meer hun gezicht straalt, en ze glanzen helemaal. Is dit niet bovennatuurlijk? (Ja.) Zelfs als ze tijdens het praten worden neergeschoten, mankeert hun niets en praten ze gewoon door. Dat is nog bovennatuurlijker, nietwaar? (Ja.) Wanneer ze de kogel zien, proberen ze die niet eens te ontwijken; in plaats daarvan gaan ze er recht op af. De kogel gaat door hun borst, maar ze staan stevig en wankelen niet. Ze worden op geen enkele manier beïnvloed, en er wordt geen haar op hun hoofd gekrenkt. Dit is het overstijgen van instinct, nietwaar? (Ja.) Al deze verschijnselen overstijgen het menselijk instinct. Het ernstigste van alles is dat ze een ongewoon iemand zijn geworden, dat wil zeggen: iemand die anders is dan gewone mensen, die het kaliber en de vermogens van normale mensen overstijgt, en die ook de instincten van normale mensen overstijgt. Hun uitingen in alle aspecten verschillen van die van gewone mensen en zijn bijzonder bovennatuurlijk. Dit betekent problemen. Zijn ze nog steeds een normaal iemand? (Nee.) Wat zijn ze dan? (Een kwaadaardige geest.) Ze zijn een kwaadaardige geest. Willen jullie dit nastreven? (Nee.) Niemand van jullie wil dat, dus denk je dat Gods werk mensen in die mate zou veranderen? Is het doel van Gods werk om individuen te transformeren in ongewone mensen? (Nee.) Het doel is dat je de waarheid aanvaardt en de omgevingen ervaart die Hij voor je heeft gearrangeerd binnen de reikwijdte van normale menselijkheid, zodat je hieruit de nauwgezette bedoelingen waarmee God Zijn werk doet kunt begrijpen, of je eigen tekortkomingen en gebreken, of je eigen verdorven gezindheden, en je vervolgens, op basis van dit begrip, de waarheid kunt zoeken en in praktijk kunt brengen, en er zo toe kunt komen om de waarheid geleidelijk binnen te gaan – dit proces is langzaam en helemaal niet bovennatuurlijk. Wanneer sommige mensen negatief zijn, zeggen ze graag: “Wat heb ik verkregen door zoveel jaren in God te geloven?” Je zegt dat je niets hebt verkregen, maar je zou goed over het volgende moeten nadenken. Heb je nu een heldere kijk op veel dingen, nu je al zoveel jaren in God gelooft? Is het zo dat hoe langer je gelooft, hoe vrediger en gegronder je je voelt, en hoe meer je voelt dat dit het juiste pad in het leven is? Als je je inderdaad zo voelt, betekent dit dat je wel degelijk iets hebt verkregen. Hoewel je geen materiële dingen hebt verkregen, hoewel je geen geld, status, roem en gewin hebt verkregen – dingen die je in je hand kunt vastpakken of met je ogen kunt zien – heb je niettemin in je hart enkele waarheden begrepen. Je hebt enig begrip verkregen van Gods werkelijke bestaan en Zijn soevereiniteit over alles. Daarnaast heb je ook Gods bedoelingen en Zijn vereisten voor mensen begrepen, en weet je wat een schepsel is en welke plicht je moet vervullen. En als je op dit moment geen plicht zou mogen vervullen, zou je je gekweld voelen en voelen dat je leven leeg was. Toont dit alles niet aan dat je al dingen hebt verkregen door in God te geloven? Wat je hebt verkregen is meer waard dan welk materieel ding dan ook. Dit zijn de effecten die Gods werk in mensen bereikt. Hij is niet van zins om mensen in staat te stellen enkele bovennatuurlijke, onrealistische veranderingen te ondergaan die de menselijkheid, menselijke instincten of de normale behoeften en normale uitingen van het vlees overstijgen. In plaats daarvan is Hij van zins om mensen in staat te stellen allerlei omgevingen te ervaren binnen de reikwijdte van normale menselijkheid, en in de loop hiervan geleidelijk en langzaam allerlei inzichten en ervaringen op te doen. Kortom, gedurende dit geleidelijke en langzame proces worden de gedachten en noties van mensen beetje bij beetje veranderd, veranderen de perspectieven van waaruit ze mensen en dingen bekijken, veranderen hun opvattingen over en manieren van omgaan met allerlei soorten mensen, gebeurtenissen en dingen, zijn sommige van hun verdorven gezindheden niet meer zo overduidelijk als voorheen, en worden hun geweten en verstand tot op zekere hoogte hersteld. Ze hebben deze werkelijke verworvenheden, in plaats van die onrealistische, illusoire, lege, holle of zelfs bovennatuurlijke dingen.
God voert het werk van het redden van de mensheid geleidelijk uit, en natuurlijk is er nog een ander, primairder principe, namelijk dat God bij het doen van Zijn werk de dingen hun natuurlijke beloop laat. Dit principe van ‘de dingen hun natuurlijke beloop laten’ is voor mensen misschien wat moeilijk te begrijpen. Wat betekent het om de dingen hun natuurlijke beloop te laten? Het betekent dat, of God nu in mensen werkt of tot mensen spreekt, Hij nooit iemand dwingt om dingen te doen. God arrangeert omgevingen voor je en voorziet je van de waarheid, net zoals Hij dat voor andere mensen doet. Wat betreft de vraag hoe je de omgevingen die Hij arrangeert moet bekijken en begrijpen, en met welk gezichtspunt en welke houding je ze moet benaderen, heeft God expliciete woorden en heeft Hij je duidelijke waarheidsprincipes verteld. Hoe je ze benadert, is je eigen vrije keuze. Je kunt ervoor kiezen de waarheid te aanvaarden en jezelf te kennen, of je kunt ervoor kiezen de waarheid te verwerpen; je kunt ervoor kiezen te aanvaarden hoe je wordt onthuld door de omgevingen die God orkestreert, of je kunt ervoor kiezen Gods werk te negeren – je hebt keuzevrijheid, je bent vrij om te kiezen. Als het bijvoorbeeld gaat om de plicht die je hoort te doen, kun je ervoor kiezen die met heel je hart en al je kracht te doen, of kun je ervoor kiezen die met een plichtmatige houding te doen. Dit is volledig gebaseerd op je persoonlijke keuze, en natuurlijk is het ook gebaseerd op je eigen kaliber, capaciteiten, instincten, enzovoort. God doet geen extra werk – dat wil zeggen: onder normale omstandigheden doet God geen extra werk om aan te sporen of te dwingen. Wat betekent dit? Het betekent dat God omgevingen voor je arrangeert – het is alsof Hij een banket voor je heeft aangericht, met warme en koude gerechten, rijst en soep, fruit, drankjes, enzovoort. Als het gaat om wat je kiest, geeft God je de vrijheid – je hebt de vrijheid om om het even welke keuze te maken, en God grijpt niet in. Hij richt Zich er slechts op de waarheid uit te drukken om mensen te voorzien. Sommige mensen werpen slechts een vluchtige blik op het banket, zonder zelf te proeven hoe de heerlijke gerechten werkelijk smaken. Ze geven alleen maar commentaar op het banket, spreken wat doctrines en vertrekken dan. Anderen kiezen er alleen maar voor om naar het banket te kijken, negeren het heerlijke eten en vertrekken zonder enige houding of mening te hebben. Weer anderen hebben de heerlijke gerechten persoonlijk geproefd en ervaren, en hebben ook geleerd hoe ze een van de smakelijke gerechten moeten maken. In de door God gearrangeerde omgeving, ongeacht wat je houding is – of je die nu verwelkomt, of verwerpt en ontkent, of veracht en er vijandig tegenover staat, enzovoort – zijn dit voor God allemaal houdingen. Hoe benadert God de verschillende houdingen van mensen en hoe gaat Hij daarmee om? Nadat Hij mensen van een groot aantal waarheden heeft voorzien, is Gods houding ten opzichte van hen slechts: toekijken en een verslag bijhouden. Wat betreft wat mensen kiezen of wat hun houding is, grijpt God niet in – deze zaak heeft niets met God te maken. Waar heeft deze zaak dan wel mee te maken? Met welk pad je kiest, wat je uiteindelijk verkrijgt en je eigen uiteindelijke uitkomst. In deze zaak doet God geen extra, faciliterend werk; Hij vervult alleen de verantwoordelijkheden en verplichtingen die Hij behoort te vervullen. Nadat Hij je van de waarheid heeft voorzien en je de principes heeft verteld voor de omgang met allerlei mensen, gebeurtenissen en dingen, kan Hij ook omgevingen voor je arrangeren. God grijpt echter niet in bij de precieze uiteindelijke keuzes die je maakt of het soort pad dat je neemt – Hij laat je zelf kiezen. Als je bijvoorbeeld wordt gekozen als leider of werker, kun je ervoor kiezen te handelen volgens de waarheidsprincipes en de werkregelingen van Gods huis, of om willekeurig en roekeloos te handelen volgens je eigen voorkeuren. Als je ervoor kiest alles volgens de waarheidsprincipes af te handelen en je plicht volgens de werkregelingen te doen, zal God dit waarnemen en er een verslag van bijhouden, en uiteindelijk zul je de waarheid hebben verkregen en je aan God hebben onderworpen – dit is één uitkomst. Als je dingen naar eigen wil doet, en willekeurig en roekeloos handelt, en daarmee de werkregelingen van Gods huis en de waarheidsprincipes schendt, is dit ook een keuze en vertegenwoordigt dit het pad dat je neemt. God zal dit eveneens waarnemen en er een verslag van bijhouden, en het spreekt natuurlijk voor zich wat je uitkomst zal zijn. Als je de waarheid en het leven hebt verkregen, zal dit je ook in staat stellen Gods goedkeuring te verkrijgen en zal dit je ook van een goede bestemming verzekeren.
E. De noties en verbeeldingen van mensen over Gods soevereiniteit en regelingen
Mensen geloven dat Gods werk Zijn orkestraties en regelingen omvat. Wat zijn Gods orkestraties en regelingen dan volgens de noties en verbeeldingen van mensen? Ze zijn een soort manipulatie, dat wil zeggen: God werpt in het geheim een groot net over mensen heen, manipuleert al hun gedragingen en de omgevingen waarin ze zich bevinden, en houdt toezicht op alles wat ze doen. Dit zijn noties en verbeeldingen die mensen hebben, nietwaar? (Ja.) Bijgevolg beginnen mensen in hun hart op hun hoede te zijn voor God en bang voor Hem te worden, en dit wordt veroorzaakt door hun noties en verbeeldingen over Gods orkestraties en regelingen. Dat ze op deze manier bang en op hun hoede zijn, is geen ware onderwerping aan en vrees voor God, maar eerder een vorm van opstandigheid en weerstand. Mensen denken dat God almachtig en alomtegenwoordig is, en dat, wat ze ook doen, het waar is dat ‘wanneer de mens handelt, de Hemel toekijkt’. Ze denken dat God voortdurend over hen waakt en hen in de gaten houdt, met als doel om hun hart, hun handen en hun voeten te beteugelen, hun niet de vrijheid te geven om te kiezen, en hen te dwingen de waarheid te beoefenen, hen te dwingen hun gedachten en gezichtspunten te veranderen, en hen te dwingen dingen te doen volgens Gods wensen. Dit zijn allemaal menselijke noties. Strikt genomen is dit een soort godslastering. In feite heeft God nooit de bedoeling gehad om mensen te dwingen, te binden of te manipuleren. God beperkt of verplicht mensen nooit, en nog minder dwingt Hij mensen. Wat God mensen geeft is ruimschoots vrijheid – Hij staat mensen toe het pad te kiezen dat ze moeten bewandelen. Zelfs als je in Gods huis bent, en zelfs als je door God bent voorbestemd en uitverkoren, ben je niettemin vrij. Je kunt ervoor kiezen Gods diverse vereisten en regelingen te verwerpen, of je kunt ervoor kiezen ze te aanvaarden; God geeft je de kans om vrij te kiezen. Maar wat je ook kiest, of hoe je ook handelt, of wat je gezichtspunt ook is bij het afhandelen van een zaak waarmee je wordt geconfronteerd, of welke middelen en methoden je uiteindelijk ook gebruikt om die op te lossen, je moet verantwoordelijkheid nemen voor je daden. Je uiteindelijke uitkomst is niet gebaseerd op je persoonlijke oordelen en definities, en in plaats daarvan houdt God een verslag van je bij. Nadat God een groot aantal waarheden heeft uitgedrukt, en nadat mensen dit grote aantal waarheden hebben gehoord, zal God strikt de goede en slechte daden van ieder mens beoordelen en de uiteindelijke uitkomst van ieder mens bepalen op basis van wat Hij heeft gezegd, wat Hij vereist en de principes die Hij voor mensen heeft geformuleerd. In deze zaak houden Gods nauwkeurige onderzoek en Gods orkestraties en regelingen niet in dat God mensen manipuleert, of dat Hij mensen bindt – je bent vrij. Je hoeft niet op je hoede te zijn voor God, of je bang of ongemakkelijk te voelen. Je bent van begin tot eind een vrij mens. God geeft je een vrije omgeving, een wil om vrije keuzes te maken en de ruimte om vrij te kiezen, waardoor Hij je toestaat voor jezelf te kiezen, en met welke uitkomst je ook eindigt, deze wordt volledig bepaald door het pad dat je neemt. Dit is eerlijk, nietwaar? (Ja.) Als je uiteindelijk wordt gered, en je iemand bent die zich aan God onderwerpt en verenigbaar is met God, en je iemand bent die door God wordt aanvaard, is dat wat je krijgt vanwege je juiste keuzes; als je uiteindelijk niet wordt gered, en je niet verenigbaar kunt zijn met God, en je niet door God wordt gewonnen, en je niet iemand bent die door God wordt aanvaard, dan is ook dat te wijten aan je eigen keuzes. Daarom geeft God mensen in Zijn werk veel ruimte om te kiezen, en geeft Hij mensen ook absolute vrijheid. Dit is omdat God de waarheid gebruikt om alle mensen, gebeurtenissen en dingen te meten, inclusief de uitkomsten en bestemmingen van mensen. De uitkomsten en bestemmingen van mensen worden eveneens bepaald met behulp van de waarheid – dit is het principe van Gods werk, dat nooit of te nimmer verandert. God zal je niet aanvaarden, je geen genade tonen en je niet toestaan gered te worden omdat je bang voor Hem bent, op je hoede voor Hem bent en timide en onderdanig naar het einde van de weg loopt; noch zal God je toestaan uiteindelijk gered te worden vanwege enige bijdragen die je hebt geleverd. Met andere woorden: er zullen geen uitzonderingen zijn waarbij iemand eindigt met een uitkomst of een goede bestemming die hij niet verdient – met welke uitkomst ieder mens ook eindigt, deze wordt bepaald door het pad dat hij kiest. Ik zal je een voorbeeld geven. Stel dat God een omgeving voor je arrangeert en dat je in deze omgeving behoort na te denken over je eigen overtredingen en die behoort te kennen, en je verdorven gezindheden, foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten, tekortkomingen en onvolkomenheden, of enkele van je misverstanden en klachten over God behoort te leren kennen. Je behoort ook te stoppen met het verzinnen van uitvluchten en het aandragen van slinkse argumenten om jezelf te verdedigen. In plaats daarvan moet je in staat zijn je te onderwerpen, de bijbehorende waarheden te zoeken om je huidige situatie te veranderen, te aanvaarden dat de waarheid in je komt en vervolgens te handelen in overeenstemming met de waarheidsprincipes. Op die manier bereik je het gewenste resultaat. Wanneer je weer soortgelijke dingen overkomen, zul je de dingen vanzelfsprekend in praktijk brengen volgens de waarheidsprincipes, en zal het voor God niet nodig zijn om speciale omgevingen te arrangeren om je te helpen. Dit is iets wat mensen kunnen bereiken, en als ze dat kunnen, zal God geen onnodig werk doen. Maar als het gaat om degenen die de waarheid niet nastreven, is Gods houding anders. Sommige mensen zoeken de waarheid niet of denken niet na over zichzelf wanneer hun dingen overkomen, maar blijven in plaats daarvan gewoon negatief en mopperen, en klagen over God en andere mensen. Niet alleen ontwikkelen ze noties over God, ze vellen ook een oordeel over Hem. Als iemand hen snoeit en ontmaskert, komen ze met uitvluchten om zichzelf te rechtvaardigen. Ze kunnen ook passief worden en de kantjes eraf lopen in hun werk, of zelfs de boel saboteren. Zulke mensen zijn niet meer te redden, en zij zijn degenen die God verwerpt. Als je in je geloof in God enige interesse in de waarheid hebt, bereid bent naar preken te luisteren en naar de waarheid te streven, en een enigszins positieve houding hebt, zal God je hart nauwkeurig onderzoeken. Hij zal je een beetje raken wanneer je de waarheid zoekt, en vervolgens nauwkeurig onderzoeken of je in staat bent de waarheid te beoefenen. Maar als je ervoor kiest om negatief te zijn en de kantjes eraf te lopen in je werk, om met uitvluchten te komen en jezelf te rechtvaardigen, en om overal stennis te schoppen, en er niet voor kiest om jezelf te kennen of berouw te tonen, wat zal God dan doen en hoe zal Hij met je omgaan? God zal gewoon rustig waarnemen welke veranderingen er optreden. God zal je niet raken en zal je niet aansporen om Zijn woorden te lezen en de waarheid te zoeken. God zal Zich er niet mee bemoeien en zal niet ingrijpen – Hij zal je naar hartenlust een show laten opvoeren. Wanneer je geweten ontwaakt en je denkt: ‘Ik had dit niet moeten doen’, of wanneer je af en toe een ervaringsgetuigenis hoort dat op je huidige situatie lijkt en je ontdekt hoe die persoon handelde, en dan plotseling voelt dat wat je deed ongepast, irrationeel en onfatsoenlijk was, en je een lichte pijn in je hart voelt, zul je vanaf dat moment niet langer negatief of zwak zijn. Je zult je schamen om je mond open te doen om jezelf te rechtvaardigen, en je zult steeds minder ideeën hebben of acties uitvoeren die de boel verstoren en saboteren, en deze ideeën en acties zullen steeds minder ernstig worden. Hoe ver dit zich uiteindelijk ook ontwikkelt, het is in ieder geval allemaal je eigen gedrag. God kijkt slechts in het geheim en in stilte toe, met als doel om bewijs te vinden om je uiteindelijk te beoordelen. Het is net als toen de stad Nineve op het punt stond verwoest te worden en God slechts Jona stuurde om een boodschap aan de Ninevieten over te brengen. God bewoog hen er niet toe hun zonden te belijden, berouw te tonen of hun eigen problemen te begrijpen – deze dingen deed Hij niet. God stuurde Jona alleen om de boodschap over te brengen, en observeerde tegelijkertijd in het geheim om te zien welke reeks reacties ze hadden en welke reeks acties ze ondernamen bij het horen van deze aankondiging, en om te zien wat de plannen van alle verschillende mensen van hoog tot laag waren, en wat hun houding was ten opzichte van deze aankondiging van God. Het enige wat Hij deed was in het geheim observeren. Wat betekent ‘observeren’? Het betekent dat God als een toeschouwer kijkt naar het proces van hoe de dingen zich ontwikkelen en de richting waarin de dingen veranderen, en op geen enkele manier ingrijpt. Behalve dat Hij Jona die paar zinnen liet overbrengen, deed God geen enkel extra werk, noch deed Hij enig werk om mensen aan te sporen, en sterker nog, er waren geen extra woorden om over te brengen, alleen die paar zinnen die uit Jona’s mond kwamen. Natuurlijk blijven de principes van Gods werk aan de mensen van vandaag onveranderd – Hij werkt nog steeds op deze manier, en dit is Gods houding ten opzichte van de mensheid van begin tot eind. Of Hij nu iemand wil veranderen of iets in een persoon wil bereiken, Gods houding, principes en methoden in Zijn werk veranderen niet. Waarom niet? Wat God heeft geschapen zijn levende mensen, geschapen mensen met een vrije wil, geen machines of marionetten. Wanneer God de waarheid uitdrukt of iets wil bereiken, arrangeert Hij vaak eerst een omgeving om hen in staat te stellen Zijn bedoelingen te bevatten. Soms zal Hij mensen rechtstreeks zeggen wat Zijn bedoelingen en vereisten zijn; de rest hangt af van de beslissingen die mensen nemen op basis van hun vrije wil en de verschillende voorwaarden waarover zij beschikken. Dit was Gods houding ten opzichte van de Ninevieten, en Zijn houding ten opzichte van de mensen die Hij nu wil redden blijft onveranderd. De principes van Gods werk zijn niet veranderd; God werkt altijd op deze manier, en de principes van Zijn werk aan de mensen die Hij heeft geschapen zijn altijd zo. Nadat Jona de mensen van Nineve op de hoogte had gesteld, zocht hij een plek om af te koelen en keek hij vanaf de zijlijn naar de mensen van de stad om te zien wat voor soort schokgolven en activiteit er onder de Ninevieten teweeg zouden worden gebracht zodra Gods boodschap van hoog tot laag in de stad was overgebracht, en iedereen het nieuws had vernomen dat God Nineve ging verwoesten – het enige wat hij deed was observeren. Natuurlijk kostte deze observatie tijd, en tijdens dit proces keek God naar de veranderingen in al deze dingen. Als de dingen zich in een goede richting ontwikkelden, zou God natuurlijk verheugd zijn; als de dingen zich in een slechte richting ontwikkelden, zou Hij misschien bedroefd zijn, maar dat zou afhangen van de situatie. God zou bedroefd zijn omdat menselijke wezens door God zijn geschapen, en God is bedroefd wanneer mensen met verwoesting worden geconfronteerd, of wanneer een leven op het punt staat verloren te gaan. Wanneer God echter wordt geconfronteerd met verdorven mensen die zo verdoofd en traag van begrip zijn, en zo opstandig, is Hij niet bedroefd. God zal doen wat Hij behoort te doen volgens Zijn oorspronkelijke plan, volgens de manieren waarop Hij werkt, en volgens de manieren waarop en de principes waarmee Hij omgaat met schepsels. Er zijn hier geen menselijke gevoelens of emoties, alleen de principes en criteria van de Schepper bij het doen van dingen. In dit opzicht moeten mensen dus hun eigen noties laten varen en Gods houding en methoden voor de omgang met mensen nauwkeurig begrijpen, in plaats van de bekrompenheid van geschapen mensen te gebruiken om met speculaties en gissingen te komen over Gods gedachten en ideeën. God werkt aan je, arrangeert omgevingen voor je en regelt mensen, gebeurtenissen en dingen om je te trainen en je in staat te stellen te oefenen, en Hij wil de waarheid in je bewerken – waarop is Gods oorspronkelijke bedoeling om de dingen op deze manier te doen gebaseerd? Die is gebaseerd op het principe van het respecteren en koesteren van het leven. Dit is geen gevoel dat de Schepper heeft ten opzichte van geschapen mensen – God heeft geen gevoelens. Het principe van deze oorspronkelijke bedoeling gaat de gevoelens van menselijke vleselijke verwantschap te boven, en natuurlijk is het ook niet een of andere vorm van genegenheid – het ontstaat vanuit het principe van het koesteren en respecteren van het leven. Sommige mensen zeggen: “Is dit Gods ruimdenkendheid? Is dit Zijn hoge niveau van zijn?” Denken jullie dat dit het geval is? (Nee.) Je kunt de termen ‘niveau van zijn’ en ‘ruimdenkendheid’ gebruiken om mensen te beschrijven, maar pas ze niet toe op God. Dit is noch ruimdenkendheid, noch een niveau van zijn. Enerzijds kan worden gezegd dat dit de beminnelijkheid van de Schepper is, anderzijds kan ook worden gezegd dat dit een onthulling is van Gods identiteit en essentie. God koestert en respecteert het leven van elk schepsel, maar op basis van dit koesteren en respecteren sluit God geen compromissen over Zijn principes, en deze principes zijn niet van gevoelens of van het vlees. Waarvan zijn ze dan wel? Het zijn principes van de waarheid, die alleen God toebehoren. Bedenk maar: als mensen kinderen hebben, verwennen ze hen overmatig en hebben ze erg diepe gevoelens voor hen. Ze wensen zelfs dat ze hun kinderen in hun armen zouden kunnen wiegen en de hele dag bij hen zouden kunnen zijn. God heeft niet zulke gevoelens of genegenheid voor mensen. Vanwege hun bloedbanden ontwikkelen mensen dat soort gevoelens voor hun kinderen, en dat soort gevoelens zorgen ervoor dat mensen hun verstand en principes verliezen. Het zijn geen natuurlijke of normale onthullingen van normale menselijkheid, en het is ook geen uiting van liefde. Het zijn puur gevoelens en heetgebakerdheid – het zijn gevoelens die voortkomen uit bloedbanden. Gevoelens zijn geen waarheden, en ze zijn niet wat normale menselijkheid zou moeten bezitten; het zijn negatieve dingen. God vertroetelt of verwent de mensheid niet. Wat is Gods houding ten opzichte van de mensheid? God heeft je gekozen, en is verantwoordelijk voor je, en werkt en betaalt een prijs voor je, en spreekt woorden om je te voorzien van de waarheid en het leven, gebaseerd op het principe van het koesteren van het leven van geschapen mensen en van het respecteren van het leven. Maar de manier waarop God werkt is niet zoals mensen zich voorstellen, dat wil zeggen: je stevig vastgrijpen, of om een meer alledaagse term te gebruiken, je afpersen. Zo is het niet. God perst mensen niet af; Hij dwingt mensen nooit om iets te doen. Om zegeningen te verkrijgen, willen mensen in hun geloof in God altijd God afpersen, en willen ze God altijd dwingen om zegeningen aan hen te geven, en willen ze zich ook aan God vastklampen en Hem afpersen zodat Hij hen het koninkrijk van de hemel laat binnengaan. Is dit niet het geval? (Ja.) God perst je niet af. Het is niet goed om deze spreektaalterm ‘je afpersen’ te gebruiken, maar het is enigszins beeldend en het is gemakkelijk te begrijpen voor mensen. God grijpt je niet stevig vast – je bent vrij. Als je al dit werk koestert dat God in je doet omdat Hij je leven respecteert, koestert en op prijs stelt, moet je er niet voor kiezen om op je hoede te zijn voor, misverstanden te koesteren over of weerstand te voelen tegen God, of om God te verwerpen wanneer Hij een omgeving voor je orkestreert en regelt. In plaats daarvan moet je doen wat een schepsel behoort te doen en de houding tonen die een schepsel behoort te hebben ten opzichte van de Schepper – onderwerping en aanvaarding. Is dit niet zo? (Ja.) Dit aspect is nu duidelijk gecommuniceerd.
De manier waarop mensen Gods werk benaderen, heeft al een van hun noties en verbeeldingen blootgelegd. Wat is deze notie en verbeelding? Mensen interpreteren Gods orkestraties en regelingen alsof Hij hen manipuleert en beheerst. Is dit hoe God werkt? (Nee.) Diep in hun hart zijn mensen onbestemd bang voor God. Zodra God zelfs maar wordt genoemd, voelen ze dat Hij angstaanjagend en niet beminnelijk is. Ze geloven dat als je niet naar Gods woorden luistert en je niet aan Zijn orkestraties en regelingen onderwerpt, Hij boos op je zal zijn totdat je naar Zijn woorden luistert en je aan Zijn orkestraties en regelingen onderwerpt, en dat Hij niet zal opgeven totdat Hij je compleet maakt. Is dit niet een notie die mensen hebben? Wat stellen mensen zich voor dat God is? Stellen ze zich Hem niet voor als een dictator? Ze denken dat je Zijn bestuur moet aanvaarden, Zijn beleid moet aanvaarden, eerbiedig jegens Hem moet zijn en alles moet doen wat Hij je opdraagt. Ze denken dat je niet achter Zijn rug om over Hem mag praten, en dat je de omgevingen die Hij voor je arrangeert moet aanvaarden, en dat als je die niet aanvaardt, je gestraft zult worden en vergelding zult ondergaan. Doet God de dingen werkelijk op deze manier? (Nee.) God respecteert je en neemt verantwoordelijkheid voor je. God koestert het leven van geschapen mensen. Mensen moeten niet blind zijn voor wat goed voor hen is, of ondankbaar voor Zijn vriendelijkheid. Als je Gods vriendelijkheid wel op prijs stelt, moet je de omgevingen die Hij arrangeert aanvaarden en ze van Hem aanvaarden. Zelfs als je de waarheden erin niet aanvaardt, de waarheidsprincipes erin niet begrijpt, en niet begrijpt wat je moet beoefenen of veranderen, moet je op zijn minst niet op je hoede voor God zijn en Hem niet verkeerd begrijpen – dit is wat je moet bereiken. Interpreteer Gods verlangens niet verkeerd, zelfs als je uit deze omgevingen niets verkrijgt. God probeert niets van je te verkrijgen. Je bent slechts een nietig schepsel, wat zou God mogelijk van je kunnen proberen te verkrijgen? Je leven en alles waarvan je vandaag de dag geniet, zijn je door God gegeven, en dat geldt ook voor het beetje doctrine dat je begrijpt. Je vrije wil, je kaliber, je gaven, en je grote en kleine capaciteiten en vaardigheden, zijn je allemaal door God gegeven. Wat valt er voor God van je te verkrijgen? Als God glorie verkrijgt nadat Hij de waarheid in je heeft bewerkt, en je ertoe brengt je aan Hem te onderwerpen en Hem te vrezen, en jij denkt dat dit is wat God van je probeert te verkrijgen, beoordeel je Hem dan niet naar je eigen minne maatstaven? Dit is godslastering, nietwaar? (Ja.) Welke glorie kan God van mensen verkrijgen? Uiteindelijk zijn het de mensen zelf die tastbare voordelen verkrijgen. Voordat Zijn werk is voltooid, heeft God al glorie verkregen, omdat God Zelf glorieus is – Zijn waarheid en gezag zijn het bewijs van Satans nederlaag, en ze zijn de werkelijkheid van alle positieve dingen. God Zelf is glorieus, dus heeft Hij het dan nog nodig om een klein beetje glorie te verkrijgen van een nietig schepsel zoals jij? God probeert niets van mensen te verkrijgen. Als Hij al iets probeert te verkrijgen, is het om mensen in staat te stellen uiteindelijk aan Zijn vereisten te voldoen volgens Zijn managementplan. Zodra mensen redding verkrijgen en verenigbaar met God kunnen zijn, zal Hij rusten – vanwege de redding van het menselijk ras zal God in ruil daarvoor rust krijgen; dit is wat God probeert te verkrijgen. Zijn mensen dan niet degenen die uiteindelijk tastbare voordelen verkrijgen? Mensen zullen de waarheid hebben verkregen, ze zullen zich niet langer verloren voelen in het leven – ze zullen een richting en een pad hebben – en ze zullen verenigbaar met God zijn en niet langer tegen Hem in opstand komen. Ze zullen niet langer gevangengenomen worden door enige boosaardige macht, ze zullen ware schepselen zijn, en ze zullen niet langer met de dood worden geconfronteerd – wat een grote eer is dat! Degenen die de grootste tastbare voordelen verkrijgen, zijn mensen; degenen die Gods werk en Gods redding aanvaarden. Is dit aspect duidelijk gecommuniceerd? Wat is de notie en verbeelding van mensen hierin? (Ze interpreteren Gods orkestraties en regelingen alsof Hij mensen manipuleert en beheerst.) Als we hier niet over zouden communiceren, zouden mensen altijd wel wat gedachten en gezichtspunten in hun hoofd hebben die ze niet konden uitdrukken of die zich niet tot een systematische theorie hadden gevormd. Hoewel deze dingen hen niet beperken bij het vervullen van hun plichten, en hun dagelijks leven niet op een duidelijke manier beïnvloeden, beïnvloeden ze hun nastreven van de waarheid, hun houding ten opzichte van God en hun relatie met God op ernstige wijze. Daarom zijn dit dingen die mensen moeten loslaten. Wanneer dit probleem is opgelost, zul je een barrière tussen jou en God hebben losgelaten, en zal er een soort obstakel op je pad van het nastreven van de waarheid zijn verwijderd, waardoor het gemakkelijker voor je wordt om de waarheid na te streven. Wanneer werkelijke moeilijkheden zijn opgelost, zullen de barrières en obstakels tussen jou en God zijn verminderd, zodat je in staat zult zijn je plicht te vervullen en de waarheid met veel meer gemak te beoefenen. Het is net alsof je naar een slagveld gaat – denken jullie dat het beter is om met een lichte bepakking te gaan of om een zware last te dragen wanneer je de strijd aangaat? Wat is comfortabeler? (Met een lichte bepakking de strijd aangaan.) Om met een lichte bepakking de strijd aan te gaan, is het dragen van alleen een wapen op je rug voldoende – op die manier is het eenvoudig en gemakkelijk. Als je daarbovenop potten en bagage draagt, of cosmetica en fitnessapparatuur, is de last te zwaar; het is pijnlijk om zoveel dingen mee de strijd in te dragen, en onhandig om te vechten. Deze noties en verbeeldingen zijn als verschillende soorten lasten die mensen met zich meedragen, en vormen overal waar ze gaan problemen en belemmeringen voor hen. Kortom, van tijd tot tijd zullen deze dingen je beïnvloeden en je belemmeren bij het nastreven en beoefenen van de waarheid. Wanneer er geen kritieke kwesties zijn, zal het lijken alsof je geen grote problemen hebt. Maar zodra er zich kritieke principiële problemen voordoen, zullen deze dingen een barrière vormen die jou van God scheidt. Wanneer deze dingen naar boven komen, zul je voelen dat er een probleem is in je relatie met God, dat er een conflict is tussen jou en God; je hart van geloof in God zal niet langer zo zuiver zijn, en je zult veel moeilijkheden hebben. Maar wanneer je deze dingen loslaat, zul je je geweldig voelen en zal je hart ontspannen en bevrijd zijn, en niet langer beperkt of gebonden. Hoewel deze dingen van tijd tot tijd in je onderbewustzijn of je gedachten zullen opduiken, zul je ze in wezen al hebben opgelost, en wanneer je weer dingen doet, zul je je veel meer op je gemak voelen en ze veel eenvoudiger doen. Hoewel deze noties en verbeeldingen nog steeds een subtiel effect kunnen hebben in het diepst van je geest, zul je op zijn minst in je subjectieve wil duidelijk hebben onderscheiden dat het geen positieve dingen zijn, dus zul je ze subjectief gezien loslaten en er niet door beïnvloed worden. Op deze manier zul je deze barrière tussen jou en God in wezen hebben losgelaten en opgelost.
We communiceren vaak op deze manier over het onderwerp van het nastreven van de waarheid. Kunnen jullie het belang van het nastreven van de waarheid voelen? Toen jullie zagen dat bekenden om jullie heen door de kerk werden aangepakt, en sommigen zelfs werden verwijderd of verdreven, hadden jullie daar toen gedachten over? Hebben jullie er enige ervaring of lessen uit getrokken? Wat zijn de belangrijkste problemen van degenen die naar B-groepen werden overgeplaatst en degenen die werden verwijderd? (Toen ik zag dat enkele bekenden om mij heen naar B-groepen werden overgeplaatst of werden verwijderd, bracht dat mijn hart en geest in beroering. Hoewel ze al vele jaren in God geloven, streven ze de waarheid werkelijk niet na, en als ik de waarheid evenmin nastreef en evenmin zoek telkens wanneer mij dingen overkomen, word ik uiteindelijk net als zij geëlimineerd.) Weten jullie wat de principes van Gods huis waren voor de aanpak van deze mensen? Heeft Gods huis hen alleen maar verwijderd omdat ze slechte menselijkheid hebben en de waarheid niet nastreven, en omdat ze niet bij Gods huis in de smaak vallen? (Nee.) Is het dan zo dat al degenen die niet werden aangepakt geen problemen met hun menselijkheid hebben, dat ze allemaal de waarheid liefhebben, de waarheid nastreven en zich aan de waarheid kunnen onderwerpen, en God liefhebben en vrezen? Is dat het geval? (Nee.) Werden die mensen door Gods huis verwijderd of naar B-groepen overgeplaatst louter omdat ze de waarheid niet liefhebben en er afkerig van zijn? Werden ze aangepakt omdat ze slechte menselijkheid hebben en volkomen weigeren de waarheid te aanvaarden, of vanwege hun slechte uiterlijk of een tijdelijke overtreding? Is dit het principe volgens hetwelk Gods huis mensen aanpakt? (Nee.) Is het omdat iemand de waarheid niet nastreeft dat Gods huis hem aanpakt, hem diskwalificeert voor het doen van een plicht en hem wegstuurt? (Nee.) Waarom heeft het deze mensen dan aangepakt en weggestuurd? (Omdat ze niet volgens de waarheidsprincipes handelden en ze het werk van de kerk hinderden en verstoorden, wat ernstige verliezen voor het werk van Gods huis veroorzaakte.) Was dit de belangrijkste reden? (Ja.) Welke andere redenen waren er? Is er ooit iemand weggestuurd omdat hij voortdurend loog? (Nee.) Is er ooit iemand weggestuurd omdat hij de waarheid niet liefheeft en afkerig is van de waarheid? Is er ooit iemand weggestuurd omdat hij ontrouw is bij het vervullen van zijn plicht? (Nee.) Vind je het jammer dat deze mensen zijn weggestuurd? Werd een van hen onrecht aangedaan? (Nee.) Absoluut niemand van hen werd onrecht aangedaan. Afgaande op de slechte daden die deze mensen hebben begaan, verdienen ze het om achttien keer te sterven wanneer ze naar het spirituele rijk gaan, en moeten ze allemaal worden gestraft – sterven en dan weer tot leven komen, en weer worden gestraft, en weer sterven, en weer tot leven komen, en weer worden gestraft, en weer sterven – ze verdienen het om in totaal achttien keer te sterven. Ze hebben vele slechte daden begaan en hun zonden zijn afschuwelijk! Waarom werden deze mensen dan aangepakt en verdreven? Omdat het geen optie was om hen niet aan te pakken – ze deden hun plichten niet, ze veroorzaakten hinder en verstoringen en ze waren de boel aan het saboteren! Sommigen denken zelfs dat deze mensen werden aangepakt omdat ze graag liegen en slechte menselijkheid hebben, of omdat ze wedijveren om status en macht en ontrouw zijn bij het vervullen van hun plichten; andere verwarde mensen zeggen dat het komt doordat ze de waarheid niet liefhebben en de waarheid niet nastreven. Hebben jullie de waarheid dan lief? Hebben al degenen die niet zijn weggestuurd de waarheid lief en streven ze de waarheid na? (Nee.) Dit zijn allemaal geen feiten. In werkelijkheid werden deze mensen aangepakt en verdreven omdat ze tijdens het doen van hun plichten de rol speelden van het veroorzaken van hinder en verstoringen en het saboteren van dingen. Ze deden dingen die Satan en duivels en de grote rode draak willen doen maar niet kunnen, waarmee ze de bestuurlijke decreten van Gods huis ernstig schonden en God ten zeerste vertoornden. Ze werden alleen weggestuurd omdat het simpelweg geen optie was om hen niet weg te sturen. Het is niet zo dat Gods huis liefdeloos en hard is voor mensen, en het is niet zo dat God mensen geen kansen geeft. Het is veeleer zo dat die mensen te ver gingen in hun handelingen, waardoor ze hinder en verstoringen veroorzaakten, en de verliezen die ze aan het werk van de kerk toebrachten te groot waren. Ze deden hun plichten niet, en ze waren niet eens aan het arbeiden; ze veroorzaakten hinder en verstoringen, en ze deden kwaad. Geen van Gods uitverkorenen heeft graag dit soort mensen in de kerk. Als je in de kerk iets spottends zegt of een leugen vertelt, is dat slechts je persoonlijke gedrag, het is slechts zo dat je de waarheid niet liefhebt en de waarheid niet nastreeft, en zolang het geen hinder of verstoring veroorzaakt, zal niemand je aanpakken; als je je plicht soms enigszins plichtmatig vervult, maar de meeste tijd effectief bent, zal Gods huis je, zolang je geen hinder of verstoring veroorzaakt, de kans geven om te blijven en een plicht te doen, en je volgens de principes behandelen. Deze mensen veroorzaakten echter hinder en verstoringen. Ze begingen roekeloos slechte daden en schonden in elk opzicht de principes, wat voor grote opschudding zorgde; alle aspecten van het werk van de kerk werden gesaboteerd, en de vruchten van de plichten die door veel van de broeders en zusters waren vervuld, gingen volledig verloren. De gevolgen van hun hinder en verstoringen zijn heel ernstig, en het zal talloze anderen talloze uren kosten om ze te herstellen, dus moesten deze mensen wel worden weggestuurd! Alleen zo was het mogelijk de broeders en zusters te beschermen, zodat ze hun plichten normaal konden doen en goede resultaten konden bereiken. Alleen door deze kwaadaardige mensen en antichristen te verwijderen, was het mogelijk een geschikte werk- en leefomgeving voor de broeders en zusters te creëren. Als deze kwaadaardige mensen en antichristen in de kerk bleven, zouden ze slechts een plaag zijn, en zou er overal waar ze kwamen een smerige en troebele sfeer en chaos heersen. Niets van wat ze deden voldeed zelfs maar aan de norm van het arbeiden. Het enige wat ze deden was verstoren, saboteren en afbreken. Alles wat ze deden was bedoeld om het werk van de kerk en het kerkleven te hinderen en te verstoren. Zijn zij geen dienaren van Satan? Kunnen zulke mensen in de kerk blijven? Het zijn geen gewone verdorven mensen, maar dienaren van Satan! Wat deden deze mensen? Ze verkwistten Gods offergaven en gaven ze onvoorwaardelijk aan ongelovigen – ze waren buitengewoon vrijgevig bij het schenken van geld aan ongelovigen, en drongen het hun zelfs op als ze er niet om vroegen. Wanneer ze ongelovigen vroegen om wat werk te doen en de ongelovigen zeiden dat honderd dollar genoeg zou zijn, stonden ze erop driehonderd te betalen, en wanneer de ongelovigen om driehonderd dollar vroegen, stonden ze erop vijfhonderd te betalen, en ze gaven de ongelovigen zelfs extra bonussen na hun loon uit te betalen. Ongeacht hoeveel offergaven er moesten worden uitgegeven, vroegen ze de Boven er niet naar, maar namen ze in plaats daarvan gewoon zelf de beslissing. Ongeacht welk werk ze deden, voerden ze het niet uit volgens de werkregelingen van Gods huis, of volgens de principes die door Gods huis waren gegeven, en natuurlijk voerden ze het al helemaal niet uit volgens de waarheidsprincipes. Ze volgden gewoon hun eigen verlangens en deden het zoals het hun uitkwam, zonder de belangen van Gods huis ook maar enigszins te verdedigen. Ze verdedigden liever ongelovigen dan de belangen van Gods huis, en ze verkwistten Gods offergaven overal. Was dat geld dat ze hadden verdiend? Ze hielden zich totaal niet in als het ging om het geven van bonussen en geschenken aan ongelovigen, en niemand mocht het met hen oneens zijn, en ze berispten iedereen die het wel met hen oneens was. Denk je dat dit soort mensen mensen zijn die in God geloven en God volgen? Het is uitschot, nietwaar? Moet dit soort mensen worden verwijderd? (Ja.) Welk ander kwaad hebben deze mensen begaan? Bij de prediking van het evangelie rapporteerden ze valse cijfers om Gods huis te bedriegen, en kwelden en onderdrukten ze meedogenloos iedereen die geen valse cijfers rapporteerde. Ze dwongen anderen om valse cijfers te rapporteren en lieten hun geen andere keuze dan dat te doen. Wat voor soort mensen is dit? Zijn het überhaupt wel mensen? Als je zegt dat ze louter slechte menselijkheid hebben, de waarheid niet liefhebben en de waarheid niet nastreven, snijdt die bewering dan hout? Is het geen onzin? (Ja.) Niet alleen hebben ze de waarheid niet lief en streven ze de waarheid niet na, ze bezitten niet eens normale menselijkheid, laat staan dat ze de waarheid liefhebben en nastreven – duivels zijn het! Jullie zien dit nu duidelijk, toch? (Ja.) Wat is de aard van deze mensen? (De aard van duivels.) Ze hebben de aard van duivels. Nadat ze waren verwijderd, waren deze mensen opstandig en voelden ze zelfs dat hen onrecht was aangedaan. Ze zeiden: “Ik ben onschuldig, ik heb dat niet gedaan!” De feiten lagen recht voor hun neus, maar ze weigerden het toe te geven en hielden zelfs koppig vast aan hun uitvluchten en bleven zich tot het einde toe verzetten; bewijst dit niet dat het correct was om hen te verwijderen? Wat zullen de gevolgen zijn als deze soorten mensen niet worden verwijderd? Zullen ze berouw tonen? Zelfs als je hun de kans geeft om een plicht te blijven doen en hen alleen maar snoeit, kunnen ze dan berouw tonen en zich beteren? (Nee, dat kunnen ze niet.) Het is absoluut onmogelijk dat ze berouw zouden tonen. Wat voor aard-essentie is dit? Wat voor soort mensen kan geen berouw tonen, en toont geen berouw, zelfs niet wanneer ze met de feiten worden geconfronteerd? (Duivels.) Duivels, mensen met de essentie van Satan, boze geesten en onreine geesten zullen geen berouw tonen; hoe je ook over de waarheid communiceert, ze zullen geen berouw tonen. Ze erkennen niet eens de feiten van hun slechte daden, dus kunnen ze dan de waarheid aanvaarden en zichzelf leren kennen? Absoluut niet! Als ze de feiten van hun slechte daden zouden kunnen erkennen, zouden ze een kans hebben om de waarheid te aanvaarden, maar ze geven de feiten niet eens toe, en erkennen of aanvaarden de aard van hun daden niet – zulke mensen kunnen onmogelijk berouw tonen. Ze zijn net als de inwoners van Sodom – als je tegen de inwoners van Sodom zou zeggen: “Als jullie geen berouw tonen, zal God deze stad vernietigen”, zouden ze dat dan aanvaarden? Wat zou hun houding zijn na het horen van deze woorden? Ze zouden doen alsof ze die niet hadden gehoord en dingen blijven doen volgens hun eigen voorkeuren, en doen wat ze maar wilden, zonder ook maar enigszins berouw te tonen. Daarom was hun uiteindelijke uitkomst dat ze werden vernietigd. Wat betreft deze mensen die hinder en verstoringen in de kerk veroorzaakten: God gaf hun kansen en toch koesterden ze die niet en toonden ze geen berouw, en ze stonden erop zich tot het einde toe tegen God te verzetten. Deze mensen hebben geen geweten of verstand – zijn ze medelijden waard? (Nee.) Is er iemand die het heeft opgenomen voor deze mensen die geen medelijden waard zijn? Is er iemand die hen bewondert, die het gevoel heeft dat ze vele jaren hebben geleden en een prijs hebben betaald, en dat ze buitengewoon hard en buitengewoon ijverig hebben gewerkt, en dat sommigen van hen een behoorlijk goed kaliber hebben, en een groot werkvermogen en grote leiderschapsvaardigheden bezitten, en dat het jammer is dat ze zijn weggestuurd? Is het jammer? (Nee.) Het is niet jammer, wat betekent dat het correct was om hen weg te sturen. Observeer maar eens en kijk of deze mensen de waarheid kunnen aanvaarden en welk pad ze bewandelen. Als mensen zelfs hinder of verstoringen veroorzaken tijdens het doen van hun plichten, zijn ze het uitschot van de mensheid! Het is niet meer dan juist dat schepselen hun plichten vervullen, en ongeacht wat die plicht is, moeten ze hun verantwoordelijkheid vervullen. Zelfs als hun plichtsvervulling niet aan de norm voldoet, moeten ze op zijn minst geen hinder en verstoringen veroorzaken! Hinder en verstoringen veroorzaken is iets wat Satan doet; het moet niet iets zijn wat verdorven mensen doen. Verdorven mensen zijn door Satan verdorven en ze kunnen niet anders dan God weerstaan, maar mensen met normale menselijkheid, een geweten en verstand zouden niet opzettelijk hinder en verstoringen veroorzaken tijdens het doen van hun plichten. Dit komt doordat hun geweten en verstand hen beteugelen, en dus zullen ze het werk van Gods huis niet hinderen, verstoren of saboteren tijdens het doen van hun plicht. Zelfs als men zijn plicht niet kan doen op een manier die aan de norm voldoet, is het acceptabel om het op een gemiddeld niveau te doen, en dit voldoet op zijn minst aan de norm van geweten en verstand. Maar deze mensen kunnen niet eens aan deze norm voldoen, dus kunnen ze uiteindelijk alleen maar op dit punt belanden – verwijderd of verdreven worden uit Gods huis vanwege hun vele slechte daden. Dit is het uitschot van de mensheid!
Laten we het vervolgens hebben over de problemen van noties en verbeeldingen bij ‘het loslaten van de barrières tussen jezelf en God en je vijandigheid jegens God’, wat het derde punt is van ‘loslaten’ binnen de praktijk van hoe de waarheid na te streven. We hebben het zojuist gehad over enkele van de noties en verbeeldingen van mensen over Gods werk. Als we er nu naar kijken, hebben mensen dan niet nog andere noties en verbeeldingen over Gods werk? Zullen deze noties en verbeeldingen van invloed zijn op hoe mensen Gods werk behandelen, hoe ze Gods werk ervaren en hoe ze Gods werk begrijpen en kennen? Onder de verschillende soorten mensen die in de kerk verschijnen, bestaat één type uit kwaadaardige mensen en antichristen. Ongeacht welk kwaad ze hebben gedaan waardoor ze werden aangepakt, en ongeacht welke zaken ertoe hebben geleid dat de kerk hen heeft verwijderd of verdreven, zijn er altijd mensen die bepaalde noties hebben over het feit dat Gods huis niet-gelovigen, kwaadaardige mensen en antichristen wegzuivert, en deze noties en verbeeldingen zijn te wijten aan het feit dat ze totaal geen begrip hebben van Gods werk of Gods soevereiniteit. In de noties en verbeeldingen van mensen is de kerk de plaats waar God op aarde werkt, dus is de kerk de meest directe plaats waar mensen Gods soevereiniteit zien, en kan ook worden gezegd dat het de meest directe en duidelijke plaats is waar Gods soevereiniteit wordt gemanifesteerd. Op deze plaats zien mensen echter vaak mensen, gebeurtenissen en dingen verschijnen die niet in overeenstemming zijn met hun noties. In de noties van mensen denken ze dat, aangezien de kerk een plaats is die geassocieerd wordt met Gods werk, het een kalme en rustige plaats moet zijn, gevuld met vriendelijkheid en vrede, liefde en tolerantie, en vreugde en troost. Ze geloven dat individuen zoals kwaadaardige mensen en antichristen nooit in de kerk mogen verschijnen, en dat er geen gevallen mogen zijn van kwaadaardige mensen die kwaad doen. En ze denken dat er onder Gods soevereiniteit natuurlijk geen gevallen in de kerk mogen zijn waarin de waarheidsprincipes worden geschonden, laat staan dat er wetteloze mensen of wetteloze dingen van welke aard dan ook mogen zijn, of dingen die niet in overeenstemming zijn met de menselijke wil, menselijke gevoelens en de menselijkheid. Ze geloven dat alles in de kerk heel vredig, rustig, aangenaam, positief, optimistisch en opbeurend moet zijn, en dat er zelfs geen ruzie mag zijn, of afschuwelijke of lelijke dingen mogen gebeuren die niet in overeenstemming zijn met de behoeften van de menselijkheid. Dit zijn allemaal noties van mensen. De feiten zijn echter niet in overeenstemming met de noties en verbeeldingen van mensen. Ongeacht de periode of werkfase, doen zich in de kerk altijd incidenten voor van kwaadaardige mensen en antichristen die het werk van de kerk verstoren en hinderen, waardoor bepaalde aspecten van het werk van Gods huis worden gesaboteerd, de orde van het werk van de kerk wordt ontregeld en verstoord, en dergelijke dingen. Wanneer deze dingen gebeuren, voelen mensen dat het ondenkbaar is, en is hun hart vol hulpeloosheid, onbegrip en verwarring. Ze vragen zich af: ‘Bestaat God echt? Hoe is God precies soeverein over de mensheid en bestuurt Hij Zijn kerk, bestuurt Hij Zijn huis? Houdt God Zich hier nu echt mee bezig of niet? Waar is God? Hoe komt het dat, wanneer deze wetteloze dingen gebeuren en wanneer kwaadaardige mensen verschijnen en verstoring veroorzaken, niemand naar voren stapt om hen te stoppen, en God ook niet naar voren komt en hen stopt? Wat is hier precies aan de hand? Is de kerk niet Gods huis? Zijn degenen die God volgen niet Zijn uitverkoren volk? Waarom waakt God niet over Zijn huis en beschermt Hij het niet? Waarom beschermt God Zijn uitverkorenen niet, zodat ze vredig in een cocon, in een toevluchtsoord kunnen leven?’ Deze twijfels en dit onbegrip van mensen, worden veroorzaakt door de verschillende noties van mensen, nietwaar? (Ja.) Waar gaan deze noties dan voornamelijk over? Gaan ze niet over Gods werk en Gods soevereiniteit? Omdat zaken als kwaadaardige mensen die kwaad doen en hinder en verstoringen veroorzaken in de kerk gebeuren, en omdat mensen deze zaken niet begrijpen, kunnen ze de oorsprong van deze zaken en het eindresultaat ervan lastig doorzien. Omdat mensen deze dingen niet kunnen doorzien, ontwikkelen ze allerlei ideeën en noties met betrekking tot God. Sommige mensen denken: ‘Gods huis zou liefde moeten tonen aan kwaadaardige mensen en antichristen. Als Gods huis hun geen liefde toont, is het dan niet hetzelfde als de maatschappij? In de maatschappij is er altijd wel een groep mensen die een andere groep mensen kwelt, allemaal omwille van het wedijveren om macht en invloed. Kwelt Gods huis dan niet eveneens mensen door kwaadaardige mensen te verwijderen en te verdrijven? Het is niet zo veilig om in Gods huis te blijven! Als je echt met turbulente situaties te maken krijgt, kun je onrecht aangedaan en verwijderd worden, en zal niemand je rehabiliteren! Waar is God precies? Waarom komt God niet naar voren om iets te zeggen of iets te doen? Laat ons uw bestaan zien, laat ons uw almacht zien, laat ons uw soevereiniteit met eigen ogen zien, dan zullen we ons gerust voelen, nietwaar?’ Telkens wanneer mensen in de kerk gebeurtenissen meemaken die ze onbegrijpelijk vinden, ontstaan er bij sommigen van hen gevoelens als onrust en twijfel. Sommigen willen deze gebeurtenissen zelfs vermijden en anderen vervallen in negativiteit. In het bijzonder geven sommigen, die door antichristen zijn misleid en voor de gek gehouden, de moed op, en worden sommigen, die door antichristen zijn misleid en uitgebuit en hun handlangers zijn geworden, door de kerk zelfs geïsoleerd voor zelfreflectie of verwijderd. Wanneer ze al deze dingen onbegrijpelijk vinden, gaan mensen ook twijfelen aan het bestaan van God. Dit komt doordat de voornaamste bron van het geloof in God voor veel mensen hun overtuiging is dat God soeverein is over alle dingen, over alles. Dat wil zeggen: veel mensen geloven dat God soeverein kan zijn over alles, over alle dingen en over het lot van de mensheid, en geloven daarom in Gods bestaan, en in Gods identiteit en essentie. Deze dingen die om hen heen gebeuren, zorgen er echter voor dat ze gaan twijfelen en wankelen in hun geloof in Gods soevereiniteit, en vervolgens beginnen ze te twijfelen aan het feit dat God soeverein is over alles, en hun geloof in God begint daarna ook te wankelen, en zo ontstaat deze hele reeks problemen. Mensen hebben allerlei noties en verbeeldingen over Gods soevereiniteit, en deze noties en verbeeldingen zijn absoluut niet in overeenstemming met de waarheid of met de feiten, en zijn in plaats daarvan de foutieve en absurde interpretaties of misverstanden van mensen. Vervolgens zullen we er dus over communiceren hoe God soeverein is over alle mensen, gebeurtenissen en dingen om je heen die je kunt zien en voelen, wat de principes zijn voor Gods soevereiniteit over dit alles, en wat het doel is dat Hij wil bereiken.
De principes en het doel van Gods soevereiniteit over alles
De term ‘Gods soevereiniteit’ dekt een zeer brede lading. Nog afgezien van de bredere omgeving: als het om de kerk gaat, is het feit dat God soeverein is over alles reëel. Gods soevereiniteit is geen loze kreet en ook niet louter een fenomeen; er zijn werkelijke voorbeelden van, en werkelijke resultaten. Wat zijn dan de principes van Gods soevereiniteit in de kerk? Laten we hier eerst eens over nadenken: is God soeverein over en arrangeert Hij welke mensen in de kerk worden opgenomen? (Ja.) Dit is geen loze kreet. Tot welke mensen Gods evangelie en Gods woorden komen, en welke mensen in staat zijn Gods werk te aanvaarden, en welke mensen de kerk kunnen binnengaan – dit alles wordt door God verordend. Laten we het voorlopig niet hebben over de menselijkheid van deze mensen, en over de vraag of het kwaadaardige mensen zijn; het feit dat ze de kerk kunnen binnengaan, betekent dat God dit heeft verordend. Is Gods verordening een aspect van Gods soevereiniteit? (Ja.) Allereerst is er één ding waar we zeker van kunnen zijn, namelijk dat de intrede van ieder mens in de kerk door God is verordend. De term ‘Gods verordening’ klinkt een beetje abstract, dus laten we gewoon zeggen: “God heeft het laatste woord, God bewaakt de deur.” God is de poort tot het koninkrijk en ook de poort tot de kerk. God bewaakt de deur als het gaat om wat voor soort mensen officieel lid kan worden van de kerk, van Gods huis. Ongeacht of het niet-gelovigen of kwaadaardige mensen zijn die hun weg naar de kerk hebben gevonden, of goede mensen die geïnteresseerd zijn in het geloof in God of die in staat zijn de waarheid te aanvaarden en God te volgen, als ze zich bij de kerk aansluiten en lid van de kerk worden, is dit niet iets dat door enig mens kan worden beslist; het is te danken aan Gods soevereiniteit, regelingen en verordening. Ongeacht of ze bepaalde bijbedoelingen of doelen hebben met hun geloof in God, of hoe hun menselijkheid is, of wat hun opleidingsniveau en sociale achtergrond zijn, is het God die beslist dat ze zich bij de kerk kunnen aansluiten en voor Hem kunnen komen – het is God die de deur bewaakt. Kunnen mensen de deur goed bewaken? (Nee.) Mensen kunnen deze zaak niet beslissen, het hangt niet af van de wil van mensen. Wanneer je bijvoorbeeld ziet dat iemand pienter is en status heeft in de maatschappij, denk je: ‘Het zou geweldig zijn als deze persoon naar Gods huis zou kunnen komen om kerkleider te zijn. Onze kerk heeft een gebrek aan zulke mensen.’ Maar God wil hen niet; Hij beweegt hen niet. Wanneer andere mensen het evangelie aan hen prediken en Gods woorden met hen communiceren, begrijpen ze niet wat ze hebben gehoord. Wanneer ze naar iets anders luisteren, zijn ze in staat het te bevatten; alleen wanneer ze de woorden van God horen, kunnen ze dat niet, en zijn ze als idioten – kunnen zulke mensen dan nog de kerk binnengaan? Hoewel ze geïnteresseerd zijn in het verkrijgen van zegeningen, zijn ze niet in staat hun hart stil te maken en kunnen ze niet stilzitten wanneer ze naar Gods woorden en communicatie over de waarheid luisteren, en na naar twee of drie preken te hebben geluisterd, komen ze niet meer. Zulke mensen hebben geen echt geloof; zullen jouw goede bedoelingen met hen dan enig effect hebben? Zul je hen de kerk binnen kunnen brengen? Nee. God heeft daar het laatste woord over. God zegt dat Hij zulke mensen niet wil, en of het nou is om dienst te verlenen of om een of andere rol te spelen, Hij wil hen niet. Zelfs als jij hen met goede bedoelingen meesleept, zal het dus nutteloos zijn, en uiteindelijk zullen ze toch moeten vertrekken. Ze kunnen onmogelijk lid van de kerk worden; wie hen ook meesleept, het zal nutteloos zijn. Dit is een zaak die niet door mensen kan worden beslist; het is door God verordend, en God bewaakt de deur. Sommige mensen hebben geen sociale status, het zijn geen belangrijke figuren, en ze zijn van gemiddeld kaliber en zien er onopvallend uit, maar ze zijn vrij eenvoudig en oprecht, en ze zijn geïnteresseerd in zaken die met het geloof in God te maken hebben. Welke moeilijkheden ze ook hebben, ze zijn onafscheidelijk van God, en hun enthousiasme is buitengewoon groot – deze enthousiaste energie is iets wat de broeders en zusters graag zien, en ook God ziet het graag – en in feite komt het doordat ze door de Geest van God worden bewogen dat ze zo enthousiast zijn. Nadat ze de kerk zijn binnengegaan en zien dat de mensen in de kerk allemaal goede mensen zijn, die elke dag de woorden van God eten en drinken en over de waarheid communiceren, worden ze hierdoor enorm bemoedigd en voelen ze dat dit het juiste levenspad is, dus beginnen ze het evangelie te prediken en hun plichten te doen en worden ze volgelingen van God. Wie beslist dat ze in God kunnen geloven? (Dat beslist God.) Het is God die dat beslist. Ze kunnen alleen in God geloven omdat God hun toestaat de kerk binnen te gaan. Als God niet zou werken en hen niet zou bewegen, zouden ze niet in God kunnen geloven, en als ze met geweld de kerk in zouden worden gesleept, zouden ze vroeg of laat moeten vertrekken. Mensen hebben binnen hun aangeboren eigenschappen geen vermogen om de waarheid te aanvaarden; het feit dat ze de waarheid kunnen liefhebben en de waarheid kunnen aanvaarden, bewijst dat God aan hen werkt. Als God aan hen werkt, kunnen ze lid van de kerk worden – dit is een voorwaarde voor allerlei soorten mensen om de kerk binnen te gaan; de voorwaarde is dat God hen wil. Welke rol ze in de kerk ook spelen, in ieder geval bewaakt God de deur van Zijn huis. Als Hij hun niet toestaat binnen te komen, staan ze buiten de deur; als Hij hun toestaat binnen te komen, zijn ze binnen de deur. Daarom is lid worden van de kerk niet zo’n eenvoudige zaak. Als het erom gaat welke principes specifiek als basis dienen voor Gods aanvaarding van mensen, heeft God natuurlijk Zijn eigen principes. We zullen niet communiceren over wat voor soort persoon God wil en wat voor soort persoon Hij niet wil – dat is erg ingewikkeld. Waarom zeg ik dat het ingewikkeld is? God heeft een plan voor wie de kerk binnengaat, welke rol men in welke periode speelt, en welke plicht men doet of welk belangrijk werk men op zich neemt in welke periode, en in welke periode men voldoet aan de werkbehoeften van Gods huis en de personeelsbehoeften ervan. God reguleert en controleert op een macroscopisch en algemeen niveau, in plaats van alleen maar in het huidige moment te handelen – dit is een erg ingewikkelde zaak, en kan niet in een paar woorden duidelijk worden uitgelegd, dus zullen we niet in detail treden. Kortom, of een persoon de poort van Gods huis kan binnengaan, wordt niet door enig mens beslist; God is hier soeverein over en arrangeert dit. Na het binnengaan van Gods huis doen allerlei soorten mensen allerlei soorten plichten, spelen ze allerlei soorten rollen en bewandelen ze allerlei soorten paden. Al deze verschillende soorten mensen hebben allerlei verschillende uitingen, of ze nu goed of slecht, positief of negatief, proactief of passief zijn – dit alles valt onder Gods soevereiniteit en bestuur.
Gods soevereiniteit betekent dat alles volgens zijn natuurlijke verloop onder Zijn beheer plaatsvindt en gebeurt; geen enkele gebeurtenis vindt toevallig plaats, en de ontwikkelingen en veranderingen die een gebeurtenis ondergaat, worden niet door enige persoon geïnitieerd of bepaald – God is over dit alles soeverein. Natuurlijk zijn het uiteindelijke resultaat en de typering van elke gebeurtenis ook gebaseerd op de essentie van dat soort gebeurtenis en de essentie van de soorten mensen die erbij betrokken zijn, en de basis voor het kenmerken van de gebeurtenis wordt volledig gevormd door Gods woorden en Gods vereiste principes. Geen enkel soort gebeurtenis vindt toevallig plaats, en het uiteindelijke resultaat van welk soort gebeurtenis dan ook wordt niet door mensen beslist. In feite wordt het begin van elk soort gebeurtenis die plaatsvindt door God gearrangeerd en tot stand gebracht. Wanneer God een soort gebeurtenis tot stand brengt, arrangeert Hij dat een bepaald soort persoon daarin handelt, en dat soort persoon kan de rol van dienstdoener of van contrast spelen, hij kan een negatieve rol spelen of hij kan een positieve rol spelen. Maar ongeacht welke rol hij speelt, is het begin van al deze dingen door God gearrangeerd. Er zijn twee verklaringen voor het feit dat God in dit opzicht arrangementen treft. Eén verklaring is dat God persoonlijk enkele positieve arrangementen treft en voor enige positieve instructie en toezicht zorgt, en enkele positieve figuren een gebeurtenis laat initiëren – dit is één verklaring van ‘Gods arrangementen’. Een andere verklaring is dat God een bepaald soort geest afvaardigt en stuurt om bepaalde dingen te doen. Deze dingen zijn in de ogen van mensen negatief en boosaardig, en dus zijn deze negatieve en boosaardige karakters beslist negatieve figuren, dat wil zeggen: de soorten mensen die God vanaf het begin verordent om Zijn huis binnen te komen als contrasten en negatief lesmateriaal. God laat hen deze rollen spelen, omdat dit met hun aard-essentie de enige rollen zijn die ze kunnen spelen, en Hij laat hen naar hartenlust optreden en naar hartenlust doen wat ze als contrasten behoren te doen. Gedurende het hele proces, of het nu gaat om de uitingen van positieve figuren of die van negatieve figuren, is Gods principe bij het benaderen en afhandelen van al deze zaken om ze hun natuurlijke verloop te laten hebben. Bij het bekijken en afhandelen van deze zaken hebben de positieve figuren enkele positieve gezichtspunten, en enkele gezichtspunten die in overeenstemming zijn met de menselijkheid en de norm van het geweten. Hoewel sommigen van hen enkele verdorven gezindheden openbaren – waarbij ze enkele uitingen hebben van een allemansvriend, of enkele andere verdorven gezindheden openbaren – houden ze op zijn minst vast aan het geweten en verstand van de menselijkheid; dat wil zeggen: ze houden vast aan de fundamentele uitgangswaarde voor hun zelf-gedrag. En wat de negatieve figuren betreft, God grijpt niet in en begeleidt niets van wat zij doen, maar laat hen hun natuurlijke verloop volgen; zij treden ook naar hartenlust op, en ze leggen hun afschuwelijkheid bloot en doen bepaalde dingen naar hartenlust. Ze spelen met succes de rollen van de negatieve figuren die God ontmaskert, namelijk kwaadaardige mensen en antichristen, waardoor anderen in het werkelijke leven levendig kunnen zien wat voor soort mensen duivels zijn, wat voor soort mensen kwaadaardige mensen zijn en wat voor soort mensen antichristen zijn, en hoe de afschuwelijke gelaatstrekken van de antichristen, kwaadaardige mensen, Satans en duivels die God ontmaskert er precies uitzien. Als deze negatieve figuren in het werkelijke leven niet als levend lesmateriaal zouden worden gebruikt, zouden duivels en Satans in je gedachten voor altijd ongrijpbaar zijn, en zouden ze voor altijd slechts een gissing of een plaatje zijn. Maar nu worden deze levende voorbeelden recht voor je ogen geplaatst, en deze duivels die een mensenhuid dragen leven levendig voor je eigen ogen, en hun spreken en handelen, al hun woorden en daden, hun gezichtsuitdrukkingen en zelfs hun stemgeluid, verschijnen allemaal levendig in je leven, recht voor je, en worden in je geest geprent. Dit is geen slechte zaak voor je. Dit soort dingen doet zich herhaaldelijk voor in de kerk. De eerste keer dat het gebeurt, voel je je ongemakkelijk en denk je: ‘Ik moet tot God bidden.’ De tweede keer dat het gebeurt, denk je: ‘Ik moet leren de waarheid te gebruiken om mezelf te beschermen, en de volgende keer dat ik dit soort persoon tegenkom, moet ik hem vermijden.’ Vervolgens begin je na te denken over hoe je jezelf kunt beschermen en uit de buurt van kwaadaardige mensen kunt blijven. De derde keer dat dit soort persoon verschijnt, overweeg je: ‘Waarom spreken deze mensen precies zoals de grote rode draak, zoals Satan? Zijn de dingen die ze zeggen niet misleidend? Zijn het geen kwaadaardige mensen? Het schijnt dat Gods woorden hebben gezegd dat mensen die deze uitingen vertonen antichristen zijn. Ik moet hen onderscheiden en ontmaskeren, ik mag me niet door hen laten misleiden, en ik moet uit hun buurt blijven.’ Door dit soort dingen keer op keer te ervaren, krijg je een helderder en grondiger begrip van het onderscheiden van antichristen, kwaadaardige mensen, Satans en duivels, en van wat hinder en verstoringen zijn. Je begrip blijft niet langer steken bij woorden en doctrines, en al helemaal niet bij beelden. In plaats daarvan ben je steeds beter in staat om deze dingen in het werkelijke leven te identificeren, en tegelijkertijd ben je in staat om deze mensen met gebruikmaking van de waarheid te bekijken, en om deze dingen die zijn gebeurd met gebruikmaking van de waarheid op te lossen. Natuurlijk corrigeer je, wanneer deze dingen gebeuren, ook voortdurend je gezichtspunten en standpunten, en overweeg je welk standpunt je precies ten opzichte van deze mensen moet innemen, vanuit welk perspectief je hen moet beschouwen, en wat voor soort relatie je met hen moet onderhouden. Wanneer je met deze dingen wordt geconfronteerd, zul je onbewust over deze kwesties nadenken, voortdurend de waarheid zoeken om de antwoorden te vinden en conclusies te trekken, en uiteindelijk iets verwerven. Tijdens dit proces is het enige wat God doet mensen van de waarheid voorzien en hen in staat stellen de waarheid te begrijpen, of het nu gaat om het communiceren over de waarheid of om het in staat stellen van mensen om de waarheid te begrijpen bij de dingen die hun overkomen – kortom, God smoort deze situatie niet in de kiem. Als dit ding moet gebeuren, en het bevorderlijk is voor het binnengaan van het leven van Gods uitverkoren volk en voor het werk van de kerk, zal God toestaan dat het mensen overkomt, en zal Hij het niet tegenhouden, maar zal Hij het zich volgens zijn natuurlijke verloop laten ontwikkelen. Gods doel met het werken op deze manier is enerzijds om mensen te elimineren, en anderzijds om mensen te vervolmaken. Natuurlijk richt Hij Zich bij het elimineren van mensen beslist op degenen die als contrasten dienen en het niet eens waard zijn om dienst te verlenen, terwijl Hij Zich bij het vervolmaken van mensen richt op Zijn uitverkorenen – degenen onder hen die bereid zijn de waarheid na te streven. Dit heeft een tweeledige betekenis. De ene betekenis is dat door de vertoning die ze opvoeren, kwaadaardige mensen onthuld, geëlimineerd en uit de kerk verwijderd worden. De andere is dat, naar gelang deze kwaadaardige mensen geleidelijk een vertoning opvoeren en als contrasten dienen, Gods uitverkoren volk in staat wordt gesteld te leren onderscheiden, en de waarheid in Gods woorden te begrijpen; op deze manier werkt God de waarheid op een praktische manier in mensen naar binnen – dat wil zeggen: God staat toe dat alle diverse uitingen van de boosaardige essentie van alle soorten kwaadaardige mensen, antichristen, Satans en duivels die Hij ontmaskert, in het werkelijke leven van mensen worden getoond, en dit stelt mensen in staat een duidelijk begrip en kennis te hebben van diverse soorten boosaardige, afschuwelijke en negatieve figuren, gebeurtenissen en dingen. Stel bijvoorbeeld dat God tegen je zegt: “Je kunt brandende kolen niet met je handen aanraken; je vingers zullen verbranden en ze zullen pijn doen.” Je weet niet hoe brandende kolen eruitzien, je weet niet hoe het voelt om ze aan te raken, en nadat Hij je dit heeft gezegd, is wat je begrijpt een doctrine. Sommige mensen stellen zich dan voor dat een brandende kool een bal of een lange strook is. En hoe is de kleur van brandende kolen? Hoe voelen ze aan als je ze aanraakt? Hoe zou de pijn zijn als je ze aanraakt? Je weet het niet. Jouw indruk van brandende kolen is slechts een plaatje van wat jouw geest zich kan voorstellen, en het zal nooit iets te maken hebben met het echte voorwerp. Op een dag, wanneer God een bak met brandende kolen tevoorschijn haalt en die voor je neerzet, herken je ze dus niet, en voel je alleen maar dat ze behoorlijk heet lijken. Je reikt er voorzichtig met je hand naar, om te zien of je vingers heter zullen aanvoelen wanneer je ze aanraakt. God zegt: “Je kunt het proberen, maar raak ze niet te lang aan, anders zullen ze je huid verbranden.” Sommige mensen zijn dwaas – ze strekken alle vijf vingers uit en grijpen een kool, en hun hele hand verbrandt en krijgt blaren. Anderen zijn slim en voorzichtig – ze steken slechts één vinger uit, raken lichtjes een kool aan, deinzen in minder dan een seconde terug en zeggen: “Au, het is te heet! Het brandt echt!” Of je nu vijf vingers of één vinger gebruikt om hem aan te raken, in ieder geval is wat je aanraakt het echte voorwerp in plaats van een beeld of woorden, en zul je het gevoel en de ervaring van het aanraken van brandende kolen, en wat brandende kolen voor jou betekenen, je leven lang niet meer vergeten. Wanneer je weer brandende kolen ziet, zul je tegen anderen zeggen: “Je kunt ze gebruiken om warm te blijven, en om kleren te drogen en broodjes te roosteren, maar je moet ze nooit met je handen aanraken. Je zult je branden en blaren krijgen als je ze aanraakt.” Mensen zeggen misschien: “Wat gebeurt er dan als ik me brand en blaren krijg?” En je zult antwoorden: “Op zijn minst zul je geen dingen met je handen kunnen vasthouden, en het zal ook ongemakkelijk voor je zijn om te eten en nog ongemakkelijker voor je om lichamelijk werk te doen.” Dit is spreken uit ervaring, nietwaar? Na die diepgaande ervaring zal het brandende gevoel van hete kolen diep in je geheugen gegrift staan, en dus zul je niet snel meer brandende kolen aanraken. God is soeverein over alle dingen en arrangeert dat mensen allerlei dingen overkomen, zodat ze lessen kunnen leren en er baat bij kunnen hebben, en zodat de waarheden en woorden die Hij aan mensen verstrekt werkelijk in hen naar binnen kunnen worden gewerkt. Zodoende zijn Gods woorden en waarheden niet langer doctrines, leuzen of regels in de harten van mensen, maar worden ze hun leven, en de principes en criteria waarvan ze afhankelijk zijn om te overleven, en een deel van hun leven – op deze manier zal Gods werk zijn effect hebben bereikt.
Als het gaat om de kwestie van Gods soevereiniteit, is wat mensen moeten zien dat God het begin van een gebeurtenis arrangeert, en vervolgens het verloop van de ontwikkeling ervan begeleidt en leidt; wat betreft wat uiteindelijk het resultaat van de gebeurtenis is, wat degenen die de waarheid nastreven eruit verwerven en hoeveel ze verwerven, waar deze gebeurtenis en de mensen en dingen die erbij betrokken zijn eindigen, en hoe ze uiteindelijk worden gearrangeerd, ook dit wordt natuurlijk door God bepaald – dit is een principe van Gods soevereiniteit over alle dingen. God bepaalt alleen het begin, het verloop en het resultaat van elke gebeurtenis vooraf, en Hij laat de hele gebeurtenis zich vrij ontwikkelen in de richting die Hij heeft bepaald, met het doel om alles in overeenstemming te laten zijn met de natuurlijke patronen, of om alles zijn functie te laten uitoefenen zonder enige vervorming of enige bewerking te ondergaan, om zo het effect te bereiken dat God wil bereiken. Is dit niet zo? (Ja.) Wanneer God bijvoorbeeld arrangeert dat een gebeurtenis begint en plaatsvindt, begint Hij vervolgens de houdingen te observeren van de mensen die met deze gebeurtenis in aanraking komen, en hoe ze ertegen aankijken – of ze die op een aandachtige manier bekijken of geen interesse hebben om er aandacht aan te besteden, en of ze zich er met hun hart mee bezighouden of die afwijzen, weerstaan en vermijden – God observeert de uitingen van de diverse soorten mensen. Grijpt God dan in bij de uitingen van de diverse soorten mensen? God grijpt niet in. God geeft je het recht om vrij te kiezen. Je kunt groot belang hechten aan deze gebeurtenis en er heel serieus over zijn, of je kunt een houding aannemen van het negeren ervan en er onverschillig tegenover staan, en natuurlijk kun je ook een houding aannemen van je onthouden, het vermijden en er niet aan deelnemen – God observeert slechts zwijgend. Maar het ontstaan en plaatsvinden van de hele gebeurtenis wordt door God geïnitieerd. Dit is de eerste stap van Gods soevereiniteit over een gebeurtenis. Wanneer deze gebeurtenis zich begint te ontwikkelen, wat betreft welke mensen eraan deelnemen, welke mensen erbij betrokken raken, en in welke richting de gebeurtenis zich ontwikkelt wanneer ze erbij betrokken zijn geraakt, is het natuurlijk God die al deze mensen manoeuvreert en arrangeert, zodat de gebeurtenis zich ontwikkelt in de richting en met het effect dat God wil. Op dezelfde manier, wanneer deze gebeurtenis in de openbaarheid komt en de hele zaak zich tot een hoogtepunt ontwikkelt, kijkt God nog steeds naar de houdingen, uitingen, meningen en gezichtspunten van de diverse soorten mensen. Hij kijkt of je deze gebeurtenis werkelijk ter harte neemt, of je uiterst serieus, rigoureus en ernstig bent met betrekking tot deze gebeurtenis, dan wel of je er onverschillig tegenover staat, deze negeert en er ongelooflijk verdoofd voor bent, dan wel of je een houding van vermijding en afkeer aanneemt. Hij kijkt om te zien of je iemand bent die de waarheid liefheeft, en of je iemand bent die ernstig is als het gaat om Gods woorden, Gods vereisten en de waarheid. In het ontwikkelingsproces van de hele gebeurtenis wordt je houding steeds duidelijker, en zal God met toenemende duidelijkheid je houding ten opzichte van de waarheid zien, zal Hij je houding ten opzichte van de omgevingen die Hij arrangeert zien, en zal Hij ook duidelijk je houding ten opzichte van het nastreven van de waarheid zien. Wanneer de hele gebeurtenis zich tot het einde ontwikkelt en zijn onvermijdelijke resultaat heeft, kijkt God nog altijd naar wat je uit de hele gebeurtenis hebt verworven, wat je in je geest denkt, en wat je aan het berekenen bent. Hij kijkt of je er alleen maar op gericht bent ervaring op te doen en lessen uit deze gebeurtenis te trekken om jezelf te beschermen – een allemansvriend te zijn – en of je dingen doet volgens de waarheidsprincipes en niet langer verward bent zoals je voorheen was. God zal ook bekijken wat je houding ten opzichte van deze gebeurtenis is, of je zwijgt en geen standpunten uit, en je afzijdig houdt van alles wat je niet persoonlijk raakt, en of je bij het tegenkomen van deze gebeurtenis niet alleen een zuiver begrip mist, maar in plaats daarvan je misverstanden en klachten over God ook ernstiger zijn geworden, en je nog meer noties en verbeeldingen over Hem hebt ontwikkeld, zelfs zozeer dat je het wilt vermijden. Diverse soorten mensen hebben verschillende gedachten en gezichtspunten wanneer allerlei gebeurtenissen zich afspelen, en God observeert en registreert ze allemaal. Wat je in een willekeurig jaar, op een willekeurige dag en op een willekeurig uur, willekeurige minuut of willekeurige seconde denkt, zegt, berekent, plant, welk aspect van de waarheden je hebt begrepen, wat je houding is wanneer iemand over een bepaald aspect van de waarheid communiceert, of je het weerstaat en er afkerig van bent en er niet naar wilt luisteren, of van plan bent te ontsnappen – God onderzoekt al deze dingen nauwkeurig. Er zijn ook mensen die nooit enige houding aannemen ten opzichte van de mensen, gebeurtenissen en dingen die in de kerk, Gods huis, of om hen heen verschijnen, en die verdoofd en traag van begrip zijn als een pop. Ze houden gewoon krampachtig vast aan hun eigen gezichtspunten en denken: ‘Zolang ik geen kwaad doe en geen hinder of verstoringen veroorzaak, en niet over anderen oordeel, en geen commentaar geef en geen houding of gezichtspunten heb wanneer ik mensen, gebeurtenissen of dingen tegenkom, en me gewoon als een robot gedraag en mijn plicht goed doe en goed arbeid op een manier die aan de regels voldoet, is dat genoeg.’ Ook dit is een soort gedachte en gezichtspunt. Natuurlijk zal God dit soort gedachte en gezichtspunt ook observeren en registreren. Het doel achter Gods soevereiniteit over alle dingen en gebeurtenissen en over elk specifiek ding dat om mensen heen gebeurt, is om omgevingen voor mensen te arrangeren en hen te voorzien van levend lesmateriaal, zodat de diverse soorten mensen ten overstaan van allerlei dingen hun waarste kant laten zien, en hun waarste gedachten en gezichtspunten tonen, en hun waarste houding ten opzichte van God en de waarheid. Deze houdingen die mensen hebben, worden volledig in een staat van vrijheid en ongebondenheid geuit. God grijpt nooit in, bemoeit Zich er nooit mee en manipuleert niet; Hij laat de diverse soorten mensen slechts naar hartenlust en volgens hun natuurlijke verloop hun gedachten, standpunten en houdingen uiten, en onthult en behandelt de diverse soorten mensen uiteindelijk op basis van hun uitingen. Wie zijn er inbegrepen in ‘de diverse soorten mensen’? Welke arrangementen treft God voor de diverse soorten mensen? God stelt degenen die de waarheid liefhebben in staat de waarheid te verkrijgen; Hij stelt degenen die niet in de waarheid geïnteresseerd zijn maar bereid zijn te arbeiden in staat zich te settelen om dat te doen. Wat betreft degenen die worden afgestoten door en afkerig zijn van de waarheid: Hij onthult hun houding van afkeer van de waarheid, maar als ze zich kunnen settelen om dienst te verlenen of geschikt zijn om dienst te verlenen, zal God deze beteren selecteren en hen het recht geven om dienst te verlenen, terwijl als ze niet geschikt zijn om dienst te verlenen, of in die mate afkerig zijn van de waarheid dat ze hinder en verstoringen kunnen veroorzaken, God hen zal verwijderen wanneer de tijd en de gelegenheid daar rijp voor zijn. Al dit werk dat God doet is niet verenigbaar met de noties van mensen, nietwaar? (Ja.) Kunnen mensen in dit alles Gods tolerantie en beminnelijkheid zien? (Uit deze dingen kunnen we zien dat God door dit praktische werk mensen leidt om te ervaren, en dat achter al dit werk Gods liefde voor de mens schuilt.) In dit werk liggen Gods nauwgezette bedoelingen besloten, de wijsheid van Zijn werk en Zijn verantwoordelijke houding ten opzichte van de mensen die Hij van plan is te redden. Er is nog een ander aspect, namelijk dat Gods bezittingen en wezen geen dingen zijn die mensen hebben. God is uiterst rigoureus en oprecht bij alles wat Hij doet, en nooit onzorgvuldig. Vooral als het gaat om de kwestie van het verkrijgen van de waarheid door mensen, is Hij uiterst rigoureus en ernstig; om verantwoordelijkheid te nemen voor de levens van mensen en de uitkomsten van mensen, moet God zo handelen. Natuurlijk is dit voor God precies hoe Zijn essentie en Zijn bezittingen en wezen zijn. Ongeacht welke houding je hebt ten opzichte van je leven, en ten opzichte van je uitkomst en bestemming, of het nu een serieuze en rigoureuze houding is of een plichtmatige houding, zal God in ieder geval, aangezien Hij jou heeft geselecteerd en aangezien Hij je van de waarheid voorziet en je wil redden, al je woorden en daden, en je houdingen ten opzichte van alles volledig doorgronden, en zal Hij uiteindelijk je uitkomst bepalen op basis van al je houdingen. En op basis van al je houdingen zal Hij kijken of je uiteindelijk iemand zult zijn die de waarheid verkrijgt, en iemand die in staat zal zijn zich aan God te onderwerpen en verenigbaar met Hem te zijn. Het kan zijn dat je het nooit ernstig hebt gemeend met de kwestie van het redden van mensen door God, er nooit zorgvuldig over hebt nagedacht, en niet weet hoe God mensen redt. Als de Schepper die soeverein is over geschapen mensen, is Hij echter niet verward en in de war zoals mensen dat zijn; Hij doet het werk van het redden van de mensheid op een serieuze manier. Hij heeft je geschapen en geselecteerd. Hij heeft mensen beloofd dat Hij hen grondig zou redden, dus zal Hij dit werk volbrengen en tot het einde toe verantwoordelijk zijn. Daarom zijn er echte uitingen en werkelijke werkinhoud in Gods volbrenging van Zijn werk en het op Zich nemen van verantwoordelijkheid tot het einde toe. Dit is hoe God werkt, en dit is Zijn oprechte en serieuze houding. God zal niet plichtmatig met je omgaan, of je afschepen met een of andere leus, en Gods werk in het bijzonder weerspiegelt beter de werkelijke prijs die God betaalt om mensen te redden, en Zijn verantwoordelijke houding ten opzichte van mensen.
Hoe de waarheid te verkrijgen in omgevingen die God arrangeert
Zodra mensen de principes en het doel van Gods redding van mensen en Gods soevereiniteit over alles begrijpen, zullen hun noties en verbeeldingen over God in dit opzicht dan niet tot op zekere hoogte zijn opgelost? (Ja.) Wat moeten mensen in dit opzicht begrijpen? Dat, of het nu gaat om allerlei zaken of om één specifieke zaak waarover God soeverein is, de medewerking van mensen voor tachtig of zelfs negentig procent meetelt, en hun gedachten en gezichtspunten, en hun houdingen ten opzichte van de betreffende kwestie, in de ogen van God erg belangrijk zijn. Denk niet dat als je niets zegt en je standpunt niet toont wanneer je dingen overkomen, God dan geen acht op je zal slaan en je zal negeren. Als je wilt dat God je negeert, kun je beter niet in God geloven. Aangezien je in Gods huis bent en aangezien God je heeft geselecteerd, zal God je absoluut niet negeren. Alle dingen worden in Gods ogen nauwkeurig onderzocht, en dat geldt des te meer voor jou, een nietig mens. Zelfs als je een mier was, zou God je, als je door Hem was geselecteerd, niettemin voortdurend nauwkeurig onderzoeken en leiden. Aangezien God je nauwkeurig onderzoekt, moet je de dingen die je overkomen gewoon aanvaarden. Vermijd ze niet – vermijding is geen verstandige keuze. Je moet ze onder ogen zien. Alleen wanneer je ze onder ogen ziet en een duidelijke houding hebt, zul je in de omgevingen die Hij voor je heeft gearrangeerd de kans hebben om de waarheden te verkrijgen die God je laat begrijpen, terwijl het vermijden ervan je niet in staat zal stellen om in je stilzwijgen waarheden te begrijpen. Afgezien van waarheden met betrekking tot visies, worden andere waarheden – namelijk allerlei waarheden met betrekking tot het menselijk leven en bestaan – uitgedrukt door middel van een omgeving of door de context van het gedrag van een bepaald soort persoon dat zich afspeelt. Mensen kunnen de werkelijkheden van deze waarheden pas werkelijk bevatten nadat ze echte ervaring en inzicht hebben verkregen. De meeste mensen kunnen dit punt niet duidelijk zien, en hun houding ten opzichte van de diverse soorten waarheden is lauw, en ze willen deze omgevingen ook voortdurend vermijden, en ze wensen de waarheid met betrekking tot werkelijke problemen niet te zoeken. Ze leren niet om verschillende soorten mensen en gebeurtenissen te onderscheiden op basis van de waarheid, en evenmin oefenen ze het toepassen van de waarheid om diverse problemen op te lossen. Wat hun ook overkomt, ze hebben geen houding of gezichtspunten, en ze nemen niet deel aan communicatie en discussies. Ze nemen er genoegen mee om alleen maar elke dag tot God te bidden, Gods woorden te lezen, lofzangen te leren en hun plichten goed te vervullen, en dat is het dan. Ik zal je één ding zeggen, en dat is dat de kenmerken van een arbeider zijn dat hij alleen bereid is zich in te spannen, en niet geïnteresseerd is in enig aspect van de waarheid of bereid is het ernstig te menen met betrekking tot enig aspect van de waarheid, en het lastig vindt om dat te doen – dit is een arbeider. Als je geen dienaar van Satan bent, of een of andere kwaadaardige persoon of antichrist, kun je hooguit alleen maar een arbeider zijn. Maar voor Gods volk dat redding kan bereiken, is het anders. Zij nemen geen genoegen met alleen maar arbeiden en zich een beetje inspannen, maar leren en begrijpen diverse waarheden in allerlei soorten mensen, gebeurtenissen en dingen, en bekijken en behandelen vervolgens de diverse soorten mensen en gebeurtenissen op basis van deze waarheden. Zo worden de diverse waarheden geleidelijk in hen naar binnen gewerkt, en worden ze geleidelijk hun leven en de principes voor hun handelingen en zelf-gedrag. Alleen wanneer de waarheid je leven wordt, zul je in staat zijn je aan God te onderwerpen en God te vrezen en het kwaad te mijden; anders kan dit effect niet worden bereikt. Wees niet bang om dingen te ervaren, en wees niet bang om mensen te onderscheiden. Het is geen slechte zaak dat er allerlei gebeurtenissen plaatsvinden, en God is hier soeverein over. Wat heb je te vrezen, aangezien God soeverein is en de arrangementen treft? Aangezien God soeverein is en de arrangementen treft, is het plaatsvinden van een gebeurtenis voor jou op zijn minst niet kwaadwillig of een verzoeking. Het is veeleer bedoeld om je lessen te laten leren, om je te stichten en er baat bij te laten hebben, en om je te vervolmaken. Als je je kunt onderwerpen aan Gods orkestraties en arrangementen, datgene wat je overkomt kunt benaderen als positief lesmateriaal, en de waarheid kunt zoeken en de lessen kunt leren die je behoort te leren, dan zal de waarheid op natuurlijke en onmerkbare wijze in je naar binnen worden gewerkt en je leven worden. Daarom is het verkeerd dat de meeste mensen een houding van onverschilligheid, vermijding, niet-deelname en niet-betrokkenheid aannemen, geen standpunten uiten en niet communiceren, wanneer ze met diverse gebeurtenissen worden geconfronteerd – dit is onverstandig. Waarom zeg ik dat het verkeerd en onverstandig is? Deze houding laat God zien dat je niet geïnteresseerd bent in Zijn redding of Zijn goede bedoelingen, en dat je er niet in geïnteresseerd bent door God vervolmaakt te worden, er geen acht op slaat en het afwijst. Wanneer God ziet dat dit jouw houding is, zal Hij je dan nog steeds willen redden? En zelfs als God je wel wil redden, hoe kan Hij je dan redden als je niet meewerkt? Zoals het gezegde luidt: ‘Dat is boter aan de galg gesmeerd’, en dit gezegde verwijst precies naar dit soort persoon.
Binnen Gods hele managementplan, in het bijzonder binnen deze laatste fase van Zijn werk, heeft Hij een groot aantal waarheden uitgedrukt, en je hebt ze allemaal gehoord. Ongeacht hoeveel je er hebt ervaren of begrepen, ken je ze op zijn minst, dus zal God geen extra werk van ingrijpen en faciliteren verrichten. God wacht gewoon op jouw houding, evenals op je medewerking bij alles wat je overkomt – Hij wil jouw houding zien, jouw gezichtspunten, jouw streven en het pad dat je neemt. Als God, telkens wanneer je wordt geconfronteerd met mensen, gebeurtenissen of dingen, noteert dat je geen houding en geen gezichtspunten hebt, en dat je altijd niets te zeggen hebt, vertel Mij dan, ben je dan geen dwaas? Wat voor mensen hebben altijd niets te zeggen? Zijn dat niet degenen die doof, stom, zwakzinnig of idioot zijn? Wat God noteert is dat je geen houding hebt, dus wanneer Hij je uiteindelijk een score geeft, krijg je nul punten. Wanneer je iets overkomt, vraagt God: “Ben je bereid een prijs te betalen?” en jij zegt: “Jazeker!” en Hij vraagt: “Ben je vastberaden? Heb je een eed gezworen?” en jij antwoordt: “Ja!” Als je alleen deze vastberadenheid hebt, maar niets te zeggen hebt wanneer je wordt gevraagd wat je hebt verkregen door deze omgeving te ervaren, en je niets hebt verkregen uit elke omgeving die je hebt ervaren, dan zal het uiteindelijk, wanneer God je een score geeft, slechts twee punten zijn. Waarom twee punten? Het is vanwege dat beetje vastberadenheid van je dat je twee punten zult hebben gekregen. Zeg Mij, ben je er dan niet geweest? Zul je nog hoop op redding hebben? Hoop op redding verkrijg je door er zelf naar te streven. Het is de vrucht die je krijgt in ruil voor de keuze om het pad van het nastreven van de waarheid te bewandelen. Wat je dus ook overkomt, wees er niet bang voor en ga het niet uit de weg, en bedek je hoofd niet met je handen om je als een schildpad in je schulp terug te trekken – treed het in plaats daarvan positief en proactief tegemoet. Als je timide en bang bent voor dingen, en nergens een beoordeling van durft te geven – op wie het ook betrekking heeft – uit angst om door anderen ontmaskerd en doorzien te worden als je iets verkeerds zegt, en je altijd bang bent en nooit deelneemt, betekent dit dat je je kans verspeelt! Je hebt misschien veel energie gestoken in het doen van je plicht, maar het feit is dat je je eigen uitkomst al lang geleden hebt bepaald. Uiteindelijk zul je slechts twee punten krijgen, dus ben je dan geen tweederangs dwaas? Staat het krijgen van twee punten niet gelijk aan een tweederangs dwaas zijn? En aangezien je slechts twee punten zult krijgen, zal je geloof in God tijdens dit leven dan niet tevergeefs zijn geweest? Dit is de laatste fase van Gods werk; als je geloof ditmaal tevergeefs is geweest, zal je uitkomst vaststaan. God zal nooit meer het werk van de redding van de mens doen. Dit is de laatste kans – als je er nog steeds niet naar streeft en je het voorbij laat gaan, en je geen redding kunt verkrijgen, zal dat zo jammer zijn! Ongeacht hoeveel jaar je Gods werk hebt ervaren, moet je op zijn minst een voldoende halen, dan zal er nog hoop zijn dat je overleeft. Als je arbeid niet eens aan de norm voldoet, en je ook veel hinder en verstoringen hebt veroorzaakt, dan zul je helemaal geen vruchten hebben geplukt, en zal je hoop op het verkrijgen van redding tot nul zijn gereduceerd. Wees in geen van de omgevingen die God arrangeert een toeschouwer; wees een deelnemer, maak er deel van uit. Maar er is één principe waaraan je je op zijn minst moet houden: veroorzaak geen verstoringen. Je kunt deelnemen en je eigen meningen en beoordelingen uiten, en zelfs als je als een leek spreekt en alleen maar woorden en doctrines spreekt, maakt dat niet uit. Je moet echter aan elke zaak deelnemen met het principe en de bedoeling om de waarheid te zoeken, de waarheid te beoefenen en je aan de waarheid te onderwerpen – alleen dan is er hoop dat je gered zult worden. Op welke basis is de hoop op redding gegrondvest? Die is gegrondvest op de basis dat je in staat bent om naar de waarheid te streven, over de waarheid na te denken en je in te spannen voor de waarheid bij elke zaak die zich voordoet. Alleen op deze basis kun je de waarheid begrijpen, de waarheid beoefenen en redding verkrijgen. Als je echter altijd een toeschouwer bent wanneer er dingen gebeuren – en geen beoordelingen of typeringen geeft, en geen persoonlijke meningen uit – en je nergens een standpunt over hebt, of, zelfs als je wel standpunten hebt, je ze niet uit, en je niet weet of ze goed of fout zijn, maar ze gewoon achter slot en grendel in je hoofd bewaart en erover nadenkt, dan zul je uiteindelijk de waarheid niet hebben verkregen. Denk er eens over na, dit is alsof je verhongert terwijl je aan een geweldig feestmaal zit. Ben je niet meelijwekkend? In Gods werk is het zo dat als je tien jaar hebt geloofd en al die tijd een toeschouwer bent geweest, of twintig of dertig jaar hebt geloofd en al die tijd een toeschouwer bent geweest, dan uiteindelijk, wanneer het tijd is om je uitkomst te bepalen, de score die God aan jouw verslag toekent twee punten zal zijn, en je dus een tweederangs dwaas zult zijn, en je kans om de waarheid te verkrijgen en je hoop op redding volledig door jezelf zullen zijn verpest. Helemaal aan het einde zul je als tweederangs dwaas worden bestempeld, en dat is dan je eigen schuld, nietwaar? (Ja.) Wat is het geheim om geen tweederangs dwaas te zijn? (Het geheim is om geen toeschouwer te zijn.) Wees geen toeschouwer. Je gelooft in God, dus dan moet je Gods werk ervaren om de waarheid te verkrijgen. Sommigen vragen misschien: “Vraagt U mij dan om aan alles deel te nemen? Maar mensen zeggen: ‘Maak geen opmerkingen over iets wat je niet aangaat.’” Aan jou vragen om deel te nemen betekent aan jou vragen om de waarheid te zoeken en lessen te leren uit de dingen die je tegenkomt. Wanneer je bijvoorbeeld een bepaald type persoon tegenkomt, moet je onderscheidingsvermogen verkrijgen door hun uitingen en de dingen die ze doen. Als ze de waarheid schenden, moet je onderscheiden wat ze precies hebben gedaan dat de waarheid schendt. Als anderen zeggen dat deze persoon een kwaadaardig iemand is, moet je onderscheiden wat hij precies heeft gezegd en gedaan en welke uitingen van kwaaddoen hij heeft om als een kwaadaardig iemand te worden gekenmerkt. Als anderen zeggen dat deze persoon de belangen van Gods huis niet verdedigt en buitenstaanders helpt ten koste van Gods huis, doe dan navraag naar wat deze persoon precies heeft gedaan. En na navraag te hebben gedaan, is het niet genoeg om deze dingen alleen maar te weten. Je moet ook overwegen: ‘Zou ik zulke dingen kunnen doen? Als niemand me eraan herinnerde, zou ik misschien dezelfde dingen doen, en zou ik dan niet dezelfde uitkomst hebben als die persoon? Zou dit niet gevaarlijk zijn? Gelukkig heeft God deze omgeving gearrangeerd om me een waarschuwing te geven, wat de grootste bescherming voor mij is!’ Na erover te hebben nagedacht, besef je één ding: je mag niet het pad volgen dat dat type persoon volgt, je mag niet dat type persoon zijn, en je moet jezelf vermanen. Wat je ook tegenkomt, je moet er lessen uit leren. Als er dingen zijn die je niet volledig begrijpt en die in je hart vreemd aanvoelen, moet je er vragen over stellen en erachter komen, en de ware stand van zaken vaststellen door de waarheid te zoeken. Dit is geen nieuwsgierigheid; het is serieus zijn. Serieus zijn betekent niet voor de vorm meedoen of de kudde volgen – het is een houding van verantwoordelijkheid nemen. Door duidelijkheid te krijgen over problemen en vervolgens de waarheid te zoeken om ze op te lossen, zul je, wanneer je in de toekomst met eenzelfde soort situatie wordt geconfronteerd, een beoefeningspad hebben, in staat zijn nauwkeurig te praktiseren, en een gevoel van vrede en rust hebben, en eerder niet. Je bent serieus op basis van het principe dat je de ware stand van de feiten probeert te begrijpen en daaruit de waarheid probeert te verkrijgen en leert hoe je mensen en dingen moet bekijken, in plaats van andere mensen te volgen en in alle zaken met de stroom mee te gaan. Alleen door serieus te zijn bij wat je doet kun je ertoe komen de waarheid te beoefenen en te handelen op basis van de principes. Degenen die niet serieus zijn, zijn geneigd andere mensen te volgen en met de stroom mee te gaan, en op deze manier zullen ze waarschijnlijk de waarheidsprincipes schenden. Stel bijvoorbeeld dat iemand zijn plicht consequent plichtmatig vervult en daardoor wordt gediskwalificeerd van het vervullen van zijn plicht. Je zegt: “Oppervlakkig gezien leken ze in orde. Hoe kon ik niet merken dat ze plichtmatig waren? Ben ik door hen misleid? Op welke manieren modderden ze maar wat aan bij het doen van hun plicht? Welke dingen deden ze op een plichtmatige manier?” Wanneer iemand anders je een paar manieren vertelt waarop die persoon zich plichtmatig gedroeg, zeg je: “Die persoon is echt goed in doen alsof! Aan de buitenkant leek hij in orde en zei hij echt mooie dingen. Hij zei: ‘God heeft ons zoveel genade gegeven – we mogen niet zonder geweten zijn, we moeten onze plichten naar behoren doen!’ Toen ik hem dat hoorde zeggen, dacht ik dat hij zijn plicht trouw vervulde; ik had nooit gedacht dat hij zo plichtmatig was! Ben ik niet misleid? Het ontbrak me aan het vermogen om mensen te onderscheiden, ik bekeek mensen en dingen niet en behandelde mensen niet op basis van de waarheidsprincipes. Ik ging gewoon af op hoe mooi die persoon sprak, zonder te kijken naar de resultaten die hij bij het doen van zijn plicht behaalde, of zijn specifieke gedrag en uitingen, of zijn essentie – in deze kwestie heb ik een fout gemaakt. Het blijkt dat mensen die uiterlijk goed lijken, niet noodzakelijkerwijs werkelijk goed zijn, en hoewel ze mooi klinkende dingen zeggen, doen ze misschien niet echt wat ze zeggen, en zijn ze niet noodzakelijkerwijs mensen met een geweten en menselijkheid. Vanaf nu moet ik mensen bekijken op basis van Gods woorden, en mensen leren onderscheiden. Ik mag me niet nog een keer voor de gek laten houden!” Zie je, zolang je enigszins serieus bent en de waarheid zoekt, en vervolgens conclusies trekt, zul je iets verkrijgen, wat er ook gebeurt. Als je deze vruchten plukt, is dat dan geen goede zaak? (Ja.) Je zult iets hebben geleerd van het onderscheiden van mensen, en daar een mate van voordeel uit hebben verkregen – dit is wat je verkrijgt door serieus te zijn en je in te spannen met betrekking tot de waarheid. Stel dat je niet op deze manier serieus bent. Wanneer je hoort dat iemand is weggestuurd omdat hij zijn plicht altijd plichtmatig vervulde, vraag je niet: “Waarom was hij plichtmatig? Waarom is hij weggestuurd?” In plaats daarvan denk je alleen maar: ‘Wat is er zo erg aan plichtmatig zijn? In ieder geval ben ik niet weggestuurd, dus alles is in orde.’ Zul je in dat geval een beetje een waarschuwing hebben gekregen, een beetje een les hebben geleerd, of een beetje onderscheidingsvermogen hebben ontwikkeld op basis van deze kwestie? Nee. Waarom niet? Omdat je niet geïnteresseerd bent in zulke dingen en ze niet serieus neemt, en je helemaal geen last draagt voor je eigen ingang in het leven of je eigen nastreven van de waarheid, en je niet geïnteresseerd bent in en niet deelneemt aan de communicatie van andere mensen over zaken rond het nastreven van de waarheid en de ingang in het leven, en je hooguit plichtmatig wat instemmende woorden uit, en dat is alles. Zijn er veel mensen van dit type? Wanneer hun dingen overkomen, vinden ze het bijzonder fijn om plichtmatig te zijn en voor de vorm mee te doen, en dragen ze helemaal geen last voor hun eigen ingang in het leven of hun eigen nastreven van de waarheid. Behalve dat ze graag een beetje roddelen in de omgang met anderen, hebben ze totaal geen interesse in dingen zoals die welke betrekking hebben op de ingang in het leven of de lessen die mensen moeten leren in de omgevingen die God arrangeert. Nadat ze het weinige werk dat ze voorhanden hebben, hebben afgerond, zitten ze daar maar wat voor zich uit te staren, willen ze alleen maar even wegdommelen of rusten, en dragen ze helemaal geen last voor hun eigen ingang in het leven. Afgezien van het beetje vastberadenheid en de paar wensen die ze hebben, zullen deze mensen uiteindelijk geen waarheden verkrijgen, en uiteindelijk kan hun totale score slechts twee zijn. Ze zullen niet in staat zijn om van hun tweederangs dwaasheid af te komen, en dus is het in dit leven met hen gedaan. Als het ditmaal met je is gedaan, dan is het echt met je gedaan, en is er geen hoop dat je wordt gered, omdat je uitkomst zal vaststaan. De score die een schepsel uiteindelijk krijgt, is direct gekoppeld aan zijn uitkomst. Als je een voldoende haalt, zal je uitkomst zijn dat je wordt gered. Als je geen voldoende haalt, zul je geen goede uitkomst hebben. Dit is de tijd waarin de uitkomsten van mensen definitief worden bepaald, en zodra een uitkomst vaststaat, is deze permanent en zal deze niet veranderen. Er zal geen andere kans zijn om naar een goede uitkomst te streven en geen kans om deze te veranderen – je lot zal voor eens en voor altijd worden bepaald. Heb je het begrepen? Is dit bedoeld om je bang te maken? (Nee.) Denk er eens over na – God doet het werk van het managen en redden van de mensheid, en Hij voorziet mensen van de verschillende waarheden die ze moeten bezitten – hoe vaak kan God dit soort werk doen? (Slechts deze ene keer.) Het is nooit eerder gedaan en zal nooit meer worden gedaan. Dit is de enige keer, en wanneer het is voltooid, zal Gods grote werk volledig volbracht zijn. Wat betekent ‘volledig volbracht zijn’? Het betekent dat Hij het niet nog een keer zal doen, en geen plannen heeft om dat te doen. Daarom zullen de uiteindelijke uitkomsten van mensen, wat deze uitkomsten ditmaal ook zijn, definitief vaststaan en niet veranderen. God zal mensen niet de kans geven om opnieuw op te treden of hun leven opnieuw te leven. De tijd die is verstreken zal nooit meer terugkomen, en er zullen geen veranderingen zijn. Als je deze kans niet grijpt, zul je de kans om gered te worden dus verspelen. Als je de verschillende omgevingen en de verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen die God heeft gearrangeerd negeert, er verdoofd en traag van begrip tegenover staat, en ze onverschillig behandelt, dan ben je een tweederangs dwaas. Zelfs jij neemt je eigen uitkomst en bestemming niet serieus, dus wie zal zich dan om jou bekommeren? Dit is je zo vaak gezegd, maar je neemt het niet serieus, dus wat ben je anders dan een tweederangs dwaas? Niets is zo belangrijk als de kwestie van gered worden. Is dat niet zo? (Ja.) Natuurlijk wordt, zoals ik zojuist zei, de uiteindelijke uitkomst van een persoon bepaald door zijn algehele uitingen in de verschillende omgevingen waarover God soeverein is, dus moeten mensen letten op hun algehele uitingen in het dagelijks leven. De bedoeling hier is niet om je te vragen te roddelen en in conflicten verwikkeld te raken. Het is veeleer om je, op basis van je bestaande omgeving en omstandigheden, en in de grootst mogelijke mate, de waarheid te laten begrijpen en de waarheid te laten binnengaan. Het is om je, voordat Gods werk is voltooid, het pad van het nastreven van de waarheid te laten inslaan, en ernaar te laten streven om min of meer de drie punten van ‘loslaten’ waarover we hebben gecommuniceerd binnen te gaan. Dan zul je zijn geslaagd met een score van zestig of meer, en zul je iemand zijn die gered is. Als je echter bij geen van deze drie punten ook maar in de buurt komt, of als je voor geen ervan slaagt, en als je in geen ervan werkelijke intrede hebt, zul je geen voldoende halen en zul je geen object van redding zijn. Heb je het begrepen? (Ja.)
Op het in praktijk brengen van wat moeten jullie je nu allemaal richten? Op het zoeken van de waarheid en het leren van lessen in de omgevingen die God arrangeert. Als je er elke dag genoegen mee neemt om alleen maar inspanning te verrichten en werk te doen zonder de waarheid ook maar enigszins na te streven, ben je slechts een arbeider. Als je inspanning hebt verricht, de verschillende door God gearrangeerde omgevingen hebt ervaren en enkele waarheden hebt begrepen; en je – ongeacht hoeveel waarheden je hebt verkregen – uiteindelijk dingen hebt verkregen, of die nu groot of klein en of dat er nu veel of weinig zijn; en zelfs als het je heel veel tijd heeft gekost om deze dingen te verkrijgen en je vooruitgang traag was, bevind je je op zijn minst in de stroom van Gods werk en ben je iemand die dingen heeft verkregen; dan zul je een kans hebben om gered te worden. Wat is het meest elementaire dat jullie nu moeten doen? Jullie moeten je losmaken van alle verschillende soorten ingewikkelde en betekenisloze zaken en je hart richten op het nastreven van de waarheid; jullie moeten ernaar streven om binnen een korte periode grip te krijgen op jullie verschillende gesteldheden, jullie achilleshiel, jullie zwakheden en jullie problemen leren kennen, en vervolgens de waarheid zoeken om ze op te lossen, zodat jullie een pad hebben om te volgen en een doel om na te streven, en duidelijke waarheidsprincipes om je aan te houden bij de plicht die jullie vervullen. Je moet een duidelijk doel en een duidelijke richting hebben om na te streven met betrekking tot je eigen tekortkomingen, je eigen plicht en je eigen omgeving, in plaats van rond te rennen als een kip zonder kop en maar te zien waar je voeten je blindelings brengen, wat gevaarlijk is. Je moet je ontdoen van de gesteldheid en de huidige situatie van je leven waarbij je alleen maar inspanning verricht maar de waarheid niet verkrijgt. Wees geen toeschouwer en raak niet verwikkeld in allerlei conflicten. Als je er niet in verwikkeld wilt raken, moet je je leren inspannen voor de waarheidsprincipes. Als je elk van de waarheidsprincipes begrijpt, zul je aan dit soort conflicten kunnen ontsnappen. Waarom zeg ik dat? Alleen wanneer je de verschillende waarheden hebt begrepen, kun je ze binnengaan en hoop hebben om de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan. Wanneer je dan aan verschillende dingen deelneemt, zul je principes hebben en weten hoe je deze dingen onder ogen moet zien. Als je alleen maar niet langer een toeschouwer bent, maar volkomen verward bent over elke waarheid en geen enkele waarheid begrijpt, en alles wat je begrijpt doctrines en een paar woorden zijn, en je niet weet hoe je verschillende soorten mensen moet onderscheiden, en je wanneer je tegen problemen aanloopt alleen maar praat over de gang van zaken en een oordeel velt over wie er gelijk had en wie er ongelijk had en verder niets, en je uiteindelijk de waarheid niet verkrijgt, dan is je deelname aan welke zaak dan ook waardeloos. Waar ontaardt dit soort deelname in? Het ontaardt in het uitlokken van conflicten. Daarom moet je je leren inspannen voor de waarheidsprincipes, en wanneer je eenmaal steeds duidelijker weet hoe je ze moet toepassen – en je dit met toenemende nauwkeurigheid doet – zul je hoop hebben om de waarheid binnen te gaan, en dan zul je ook hoop hebben om gered te worden.
Over hoeveel beoefeningsprincipes hebben we zojuist in totaal gecommuniceerd met betrekking tot de vraag hoe mensen de waarheid kunnen verkrijgen in de omgevingen die God voor hen heeft gearrangeerd? Wees geen toeschouwer, en wat nog meer? (Verricht niet alleen maar inspanning.) Ontdoe je van het soort gesteldheid waarin je er genoegen mee neemt om alleen maar inspanning te verrichten, maar niet bereid bent de waarheid na te streven. Wat verder nog? (Raak niet verwikkeld in allerlei conflicten.) Raak niet verwikkeld in allerlei conflicten, raak niet verstrikt in allerlei ingewikkelde zaken – vervang het naleven van de waarheidsprincipes niet door deze dingen. Aan al deze principes moeten jullie je houden. Als je eraan vasthoudt, zul je niet ver verwijderd zijn van het nastreven van de waarheid en zul je spoedig de werkelijkheid van het nastreven van de waarheid kunnen binnengaan. Is dit gemakkelijk in praktijk te brengen? Ik ga al zoveel jaren om met mensen in de kerk, maar heel weinig mensen stellen Mij vragen over de ingang in het leven of vragen die betrekking hebben op de waarheidsprincipes, en heel weinig mensen praten over hun persoonlijke gesteldheden om vervolgens beoefeningspaden te zoeken. In plaats daarvan stellen sommige mensen vragen die niets met de waarheid te maken hebben, en gebruiken ze zelfs woorden als ‘zoeken’. Wanneer Ik het woord ‘zoeken’ hoor, luister Ik heel aandachtig en serieus, en geef Ik hun mijn volledige aandacht, maar wanneer blijkt dat ze naar een triviale, externe zaak vragen, walg Ik ervan. Ik zeg: “De zaak waarnaar je vraagt, heeft niets te maken met het werk van de kerk of de ingang in het leven. Gebruik het woord ‘zoeken’ niet. Je beledigt het woord ‘zoeken’.” Mag het woord ‘zoeken’ oneigenlijk worden gebruikt? (Nee.) Iemand vroeg mij zelfs: “Mijn kind heeft een moedervlek op zijn rug. Sommige mensen zeggen dat deze moedervlek betekent dat hij een slecht lot heeft, en anderen zeggen dat er een risico op ziekte is op de plek waar de moedervlek groeit. Hoe dan ook, het kan me niet schelen of hij een slecht lot heeft of niet, maar als het echt schadelijk is voor zijn gezondheid, denkt U dan dat deze moedervlek moet worden weggehaald?” Als dit aan jullie werd gevraagd, hoe zouden jullie dan antwoorden? Denken jullie dat dit betrekking heeft op de waarheid? Heeft het betrekking op het werk van de kerk? (Nee.) Het heeft op geen van deze dingen betrekking; ben Ik dan verplicht om me met deze zaak bezig te houden? (Nee.) Daartoe ben ik geenszins verplicht. Daarom zei ik: “Het feit dat je zoon een moedervlek op zijn lichaam heeft, heeft niets met de waarheid te maken. Vraag het Mij niet, vraag het aan een dokter. Ik ben je huisarts niet.” Denken jullie dat Ik me met deze zaak zou moeten bezighouden? (Nee.) Aan wie je het ook vraagt, niemand zou bereid zijn zich met deze zaak bezig te houden. Het is niet zo dat men bang is om verantwoordelijkheid te nemen. Het is veeleer zo dat men niet verplicht is om zich met dergelijke dingen bezig te houden. Zou het weghalen of niet weghalen van de moedervlek van je zoon het werk van de kerk beïnvloeden? Zou het invloed hebben op je eigen vervulling van je plicht? Deze zaak heeft niets met Mij te maken. Vraag het Mij niet, dit is een zinloze zaak. Het heeft helemaal niets met de waarheid te maken, en toch blijf je het woord ‘zoeken’ gebruiken. Je bezoedelt het woord ‘zoeken’ – het is walgelijk! Iemand vroeg ook: “Er is een schildpad in mijn tuin gekomen, moet ik hem vangen? Ik wil bij U zoeken.” Hij stelde deze vraag om een antwoord van Mij te zoeken – denk je dat ik hem moet antwoorden? (Nee.) Hij zei: “Wat als ik de wet overtreed door hem te vangen? Als ik de wet overtreed en U mij niet tegenhoudt, bent U verantwoordelijk!” Wat zou jij zeggen? (Je hebt uit eigen vrije wil besloten hem te vangen – dat jij de wet overtreedt, heeft niets met mij te maken.) Of je de wet overtreedt of niet, is jouw zaak en heeft niets met mij te maken. Je mag Mij vragen stellen over dingen zoals de principes van het werk van de kerk en de waarheidsprincipes, maar als het om juridische zaken gaat, zoek dan een advocaat – raadpleeg een advocaat in het land waar je woont. Ik ben geen advocaat, dus vraag mij niet naar dergelijke zaken. Ik ben hier om de waarheid uit te drukken en het werk van het redden van de mensheid te doen. Ik voorzie alleen in de waarheid en communiceer over de principes. Wat betreft de vraag of je gered kunt worden, dat heeft niets met Mij te maken; dat is je eigen zaak. Om nog maar te zwijgen van de privézaken in je eigen leven – daar moet je Mij al helemaal niet naar vragen, en Ik ben niet verplicht je te antwoorden. Zo is het toch? (Ja.)
Dit onderwerp met betrekking tot Gods werk is onlosmakelijk verbonden met de uiteindelijke uitkomsten van mensen, dus mogen mensen geen noties en verbeeldingen met zich meedragen wanneer ze Gods werk aanvaarden en ervaren; ze moeten deze noties en verbeeldingen bij de wortel loslaten en mogen niet toelaten dat ze tussen henzelf en God bestaan. Alleen door Gods werk met de juiste gedachten, gezichtspunten en houdingen te benaderen, hebben mensen kans om de waarheid te begrijpen en te verkrijgen; alleen door Gods werk met de juiste houdingen en de juiste gedachten en gezichtspunten te benaderen, kunnen mensen Gods werk werkelijk begrijpen en ervaren, en uiteindelijk, vanuit Gods werk, de waarheden verkrijgen die ze behoren te verkrijgen. Daarom is het, wat je ook loslaat, kort gezegd allemaal bedoeld om je in staat te stellen op het juiste spoor te komen en het pad van het nastreven van de waarheid in te slaan, waarbij het uiteindelijke resultaat en doel niets minder is dan jou in staat stellen de waarheidsprincipes te begrijpen en de waarheid te verkrijgen. Dit is het uiteindelijke doel van onze communicatie over deze inhoud. Waar we ook over hebben gecommuniceerd, het uiteindelijke doel is om mensen in staat te stellen de waarheidswerkelijkheid binnen te gaan. Als je de waarheid begrijpt, en je in veel zaken de waarheidsprincipes als basis hebt, en je niet langer stuurloos, doelloos of verdwaald bent bij wat je doet, betekent dit niet dat je kaliber is verbeterd, maar dat je Gods waarheid, Gods woorden, als de criteria voor je handelingen en zelf-gedrag hebt. Dat wil zeggen: op basis van je inherente kaliber, vaardigheden en talenten heb je de waarheid begrepen en heb je criteria voor je zelf-gedrag, en dus ben je een geschapen mens die onafhankelijk in deze wereld en te midden van alle dingen kan leven. Alleen zo’n mens voldoet werkelijk aan de norm als geschapen mens – dit is een standaard geschapen mens. Hebben jullie het begrepen? (Ja.) Dan eindigt hier onze communicatie voor vandaag. Tot ziens!
15 juli 2023