Hoe de waarheid na te streven (16)
De drie categorieën mensen op basis van hun oorsprong
De inhoud van onze recente communicatie ging over het onderscheiden van verschillende soorten mensen – het onderscheiden van hun verschillende categorieën en classificaties op basis van hun oorsprong, en vervolgens het onderscheiden van de essentie van verschillende soorten mensen door hun diverse uitingen in het werkelijke leven. Leren om verschillende soorten mensen te onderscheiden is nuttig met betrekking tot hoe je hen correct moet behandelen en hoe je jezelf correct moet behandelen, nietwaar? (Ja.) Heeft de communicatie over deze dingen ook niet de eerdere noties en verbeeldingen van mensen over gelovigen in God opgelost? Veel mensen behandelden voorheen bijvoorbeeld alle gelovigen als broeders en zusters. Zolang iemand in de kerk was, zolang hij enthousiast zijn plicht vervulde, behandelden deze mensen hem als een broeder of zuster en hielpen ze hem met liefde, ongeacht hoeveel kwaad hij deed, hoe verschrikkelijk zijn menselijkheid was, of hoe arrogant, sluw of bedrieglijk zijn gezindheid was. Hebben zulke mensen onderscheidingsvermogen? (Nee.) Door deze afgelopen paar jaar van begieten en voeden zijn jullie zienswijzen aanzienlijk veranderd, nietwaar? (Ja.) Zijn jullie niet relatief principieel in het behandelen van verschillende soorten mensen nu jullie zienswijzen zijn veranderd? (Ja.) Zijn jullie zienswijzen en houdingen ten opzichte van verschillende soorten mensen niet anders dan voorheen? (Ja, ze zijn anders.) Voordat er over deze kwesties werd gecommuniceerd, hadden mensen geen onderscheidingsvermogen wat betreft verschillende soorten mensen, en geloofden ze dat zolang iemand in God geloofde, hij een goed mens was, een lid van Gods huis, en dat zelfs degenen met een slechte menselijkheid mensen waren die God van plan is te redden. Als we het nu bekijken, is dat dan het geval? (Nee.) Dit is nu niet het geval. Als we het nu bekijken, zijn er dan meer goede of slechte mensen? (Ik denk dat er meer slechte mensen zijn. Voorheen beschouwde ik veel mensen als behoorlijk goed, maar door Gods communicatie en door het in verband te brengen met de uitingen van verschillende soorten mensen, heb ik het gevoel dat er meer slechte mensen zijn.) Voorheen hadden jullie hooguit enig onderscheidingsvermogen wat betreft degenen die duidelijk niet-gelovigen, opportunisten, boze geesten en onreine geesten waren, en degenen die duidelijke hinder en verstoringen konden veroorzaken, wetende dat zij geen goede mensen of broeders en zusters waren. Zijn jullie nu, door dergelijke communicatie, naast het kunnen onderscheiden van degenen met duidelijke uitingen, niet in wezen in staat om alle mensen te onderscheiden op basis van hun onthullingen en uitingen? (Ja.) Voelt het nu, na dergelijke communicatie, dus niet anders dan voorheen wanneer jullie weer met mensen omgaan? (Het is een beetje anders. Wanneer ik nu met mensen omga, richt ik me op het observeren van hun onthullingen en welke zienswijzen ze uitdrukken wanneer ze dingen tegenkomen, om in te schatten of ze gereïncarneerd zijn uit mensen, dieren of duivels. Ik ben me gaan richten op het onderscheiden van mensen op basis van hun essentie en classificatie.) Dit betekent dat jullie mensen hebben leren onderscheiden. Kunnen jullie dan jezelf onderscheiden? (Een beetje.) Kortom, voor het onderscheiden van mensen is het nuttig om over dit onderwerp te communiceren. Het kan jullie helpen de gedragingen en zienswijzen van verschillende soorten mensen te onderscheiden en de essentie van deze mensen te doorzien. Op deze manier zullen jullie verschillende soorten mensen volgens principes behandelen, en wanneer jullie enkele speciale mensen, gebeurtenissen of dingen tegenkomen, zullen jullie ze niet behandelen op basis van noties en verbeeldingen, maar zullen jullie in staat zijn enkele basisprincipes te begrijpen voor het aanpakken van problemen, en zo minder dwaze dingen doen. Voorheen dachten jullie bijvoorbeeld, wanneer jullie sommige mensen met abnormaal gedrag of verwrongen gedachten en gezichtspunten zagen, misschien dat zulke mensen een slecht kaliber en geen bevattingsvermogen hadden, of dat ze weinig preken hadden gehoord en een te oppervlakkig fundament hadden, en dat jullie daarom wat inspanning moesten verrichten om hen meer te begieten en te helpen. Nu jullie door communicatie onderscheidingsvermogen hebben gekregen wat betreft degenen die gereïncarneerd zijn uit dieren en degenen die gereïncarneerd zijn uit duivels, zullen jullie die eerdere dwaze praktijken opgeven en je niet langer bezighouden met vruchteloze taken. Kunnen jullie dus mensen behandelen volgens de waarheidsprincipes? (We kunnen het enigszins.) Zullen er afwijkingen zijn in jullie beoefening? (Als ik de essentie van een persoon niet nauwkeurig kan beoordelen, zitten er misschien afwijkingen in mijn beoefening.) Onder welke omstandigheden zouden er afwijkingen in jullie beoefening zitten? Stel dat zijn uiterlijke gedrag sterk overeenkomt met de noties van de meeste mensen – hij kan een prijs betalen en dingen opgeven, zegt vaak correcte dingen, en geeft vaak aalmoezen en helpt anderen – qua menselijkheid wordt deze persoon als vriendelijk beschouwd, maar tegelijkertijd is hij gewoon niet normaal, vertoont hij vaak extreem gedrag en laat hij enkele bovennatuurlijke uitingen zien, zouden jullie zo iemand dan kunnen onderscheiden? Weten jullie hoe jullie hem moeten behandelen? (Alleen door Gods communicatie van de vorige keer weet ik dat zo iemand tot degenen behoort die gereïncarneerd zijn uit duivels.) Je kunt zijn essentie kenmerken als die van een duivel en kunt dit feit doorzien, maar kun je bepalen wat de gepaste manier is om hem te behandelen op basis van zijn uitingen in het dagelijks leven en zijn huidige gesteldheid? Dit betreft de principes van het behandelen van mensen. Wat is dus de gepaste manier om dit type persoon te behandelen? Als zijn levensgesteldheid in wezen normaal is, hij het werk van de kerk en anderen niet heeft verstoord, behandel hem dan correct – als hij dienst kan doen, laat hem dat dan doen; als hij dat niet kan, en verstoringen voor anderen heeft veroorzaakt, en de meeste mensen zijn uitingen en onthullingen hebben doorzien en kunnen vaststellen dat zijn essentie die van een duivel is, dan is het niet te laat om hem aan te pakken door hem te verwijderen. Is dit geen principe? (Ja.) Dit is een principe; je moet hier in je hart duidelijk over zijn. Ongeacht hoe hij daarna wordt aangepakt, de timing moet gepast zijn. Stel dat jij hem doorziet, maar de meeste mensen geen contact met hem hebben gehad, laat staan dat ze hem hebben doorzien, en jij hem dan direct kenmerkt en aanpakt zonder over de waarheid te communiceren en uit te leggen hoe je hem moet onderscheiden, is dat te overhaast. En stel dat je, nadat je zijn essentie hebt doorzien, een afkeer van hem begint te voelen, en vervolgens op zoek gaat naar aanleidingen om hem te snoeien, of het in je woorden en daden en bij het communiceren over de waarheid altijd op hem gemunt hebt, – is dit dan een goede manier van handelen? (Nee.) Waarom niet? (Omdat als we hem op deze manier behandelen, de meeste mensen niet zullen weten wat er aan de hand is en er misschien zelfs misverstanden bij mensen kunnen ontstaan. De essentie van deze persoon moet door middel van feiten worden onthuld en blootgelegd, en pas wanneer mensen onderscheidingsvermogen met betrekking tot hem hebben, is het gepast om hem te ontmaskeren en te ontleden of hem te snoeien – dan zal iedereen het begrijpen. Als deze persoon niet iemand is die de waarheid nastreeft, maar geen verstoringen veroorzaakt en nog steeds enige dienst kan doen, dan moeten we hem dienst laten doen. Als we weten dat hij niet iemand is die de waarheid nastreeft en hem toch voortdurend snoeien, zal dat het vervullen van zijn plicht beïnvloeden.) Op deze manier handelen is principeloos. Bij het behandelen van degenen die gereïncarneerd zijn uit duivels en degenen die gereïncarneerd zijn uit dieren, moet je, zelfs als je door langdurig contact en observatie hun essentie hebt doorzien, enige wijsheid betrachten en hen volgens principes behandelen. Het is prima om wijsheid te betrachten, maar je mag geen principes schenden. Er komen veel dingen kijken bij het volgens principes behandelen van zulke mensen. Een daarvan is dat, zelfs als je duidelijk ziet dat het mensen zijn die afkerig zijn van de waarheid, wier essentie die van duivels is, je niet moet muggenziften en ze niet altijd moet bekritiseren om hen te snoeien, en hen niet bij elke gelegenheid moet ontmaskeren. Ze zullen niet weten wat er aan de hand is; ze zullen geen flauw benul hebben en niet weten waarom je hen snoeit en het op hen gemunt hebt. Wanneer je dit doet zal dit zelfs het vervullen van hun plicht beïnvloeden. Zelfs als je in de ogen van anderen niets verkeerds zegt of doet, levert het niet alleen geen resultaten op als je op deze manier handelt, maar leidt het zelfs tot nadelige gevolgen, en het is niet in overeenstemming met de waarheidsprincipes. Daarom moet je, ongeacht met welk type persoon je te maken hebt, hen volgens principes en onpartijdig behandelen; handel niet op basis van je gevoel. Het is prima om enige wijsheid te betrachten, maar je moet hen volgens principes behandelen. Wanneer je op deze manier handelt, zorg je er enerzijds voor dat je je aan de orde en regels houdt en is het minder waarschijnlijk dat het hinder veroorzaakt; anderzijds bewijst het ook dat je een Godvrezend hart hebt, dat je geen amok maakt en slechte daden begaat, en niet moedwillig of roekeloos dingen doet volgens je eigen bedoelingen. Je moet principes hebben bij het behandelen van elk type persoon. Of het nu duivels, dieren of mensen zijn, je moet hen volgens principes behandelen. Je moet in staat zijn deze soorten mensen te onderscheiden en de principes voor het behandelen van mensen te bevatten. Jullie zouden geen verwrongen begrip moeten hebben als het om deze kwestie gaat, toch? (Dat klopt.) Doe niets wat hinder veroorzaakt. Als je iets doet dat hinder of verstoringen veroorzaakt, dan ben je te dwaas; dit is niet wat een mens zou moeten doen. Begrepen? (Begrepen.)
We hebben eerder gecommuniceerd over de uitingen van de essenties van degenen die gereïncarneerd zijn uit dieren en degenen die gereïncarneerd zijn uit duivels, die tot twee verschillende classificaties behoren. Dit hielp mensen inzien dat, hoewel alle soorten mensen een menselijk uiterlijk hebben, de verschillen in hun essentie en classificatie kunnen worden onderscheiden aan de hand van de verschillende houdingen die ze ten opzichte van de waarheid hebben. Ongeacht hoe iemands uiterlijk is – misschien heeft iemand goed geproportioneerde gelaatstrekken, ziet hij er heel verfijnd en goedhartig uit, lijkt hij goed opgeleid, welopgevoed en in het bezit van status en gratie te zijn, en lijkt hij zelfs waardigheid te hebben en heel geweldig te zijn, geen gewoon mens – geen van deze dingen vormt de basis voor het kenmerken van zijn essentie. Ongeacht hoe ze eruitzien, of ze nu lang of kort zijn, dik of dun, wat hun huidskleur is, of dat ze in welvaart of armoede leven, geen van deze dingen kan aantonen wat hun essentie werkelijk is. Bij het kenmerken van iemands essentie kun je je niet baseren op de normen van de menselijke traditionele cultuur of gezegden over moreel gedrag, noch kun je je baseren op motto’s of beroemde uitspraken van beroemde personen die door mensen in de loop van de geschiedenis zijn samengevat, noch op de misleidende uitspraken van regerende partijen. Waarop zou het dan wel gebaseerd moeten zijn? Mensen moeten Gods woorden, de waarheid die door God is uitgedrukt en Gods vereisten voor mensen gebruiken als de basis om de essentie van verschillende soorten mensen te beoordelen en te bepalen. Men mag mensen absoluut niet beoordelen op basis van hun uiterlijk, hun gaven of de kennis die ze hebben opgedaan, en zeker niet op basis van iemands status of de rol die hij speelt in de maatschappij en onder de mensen. Al dergelijke manieren om mensen te beoordelen zijn verkeerd. Men moet mensen beoordelen op basis van Gods woorden; alleen Gods woorden zijn de waarheid. Enerzijds moet het gebaseerd zijn op de waarheid; anderzijds moet het gebaseerd zijn op iemands houding ten opzichte van de waarheid en of hij de waarheid kan begrijpen. Het is het meest nauwkeurig om iemands essentie te onderscheiden en zijn classificatie te bepalen op basis van de waarheid. Dan zal er zeker geen fout worden gemaakt.
De kenmerken van mensen die gereïncarneerd zijn uit mensen
I. Het bezitten van geweten en verstand
Na te hebben gecommuniceerd over de uitingen van die twee soorten mensen – degenen die gereïncarneerd zijn uit dieren en degenen die gereïncarneerd zijn uit duivels – moeten we vervolgens communiceren over de uitingen van degenen die gereïncarneerd zijn uit ware mensen. We zijn nu bij het meest cruciale deel aangekomen. Degenen die gereïncarneerd zijn uit dieren hebben bepaalde uitingen en kenmerken die dit aantonen, en hetzelfde geldt voor degenen die gereïncarneerd zijn uit duivels. Hebben degenen die gereïncarneerd zijn uit mensen dan ook overeenkomstige uitingen en kenmerken? (Ja.) Dat is zeker. We hebben enkele van de basisuitingen en -kenmerken van menselijkheid genoemd die ware mensen bezitten. Vandaag zullen we communiceren over de specifieke uitingen en kenmerken van degenen die gereïncarneerd zijn uit mensen. Laten we, gezien het feit dat de classificatie van dit type persoon mens is, voordat we formeel communiceren, eerst nadenken over wat de basiskenmerken van het mens-zijn zijn. Of, wat zijn de kenmerken die je tijdens je vele jaren van interactie en omgang met mensen hebt waargenomen bij dit type persoon dat de classificatie van mens heeft? Wat zijn hun uitingen? Zeg het maar. (Dit type persoon dat de classificatie van mens heeft, bezit geweten en verstand. Als hij bijvoorbeeld iets verkeerds doet, of iemand onrecht aandoet, of iets doet dat de waarheid schendt, klaagt zijn geweten hem aan.) (Dit type persoon kan op zijn minst de waarheid begrijpen, heeft positieve dingen lief en verafschuwt negatieve dingen. Zijn geweten en verstand zijn gezond.) De waarheid kunnen begrijpen is een relatief hoge norm. Welke kenmerken van menselijkheid bezit dit type persoon voordat hij met de waarheid in aanraking komt? Wat zijn de kenmerken van zijn handelingen en spraak, en wat zijn de kenmerken van hoe hij zich gedraagt en met de wereld omgaan? Wat zijn de uitingen en onthullingen van normale menselijkheid die hij vertoont? Dat wil zeggen, wanneer hij met mensen omgaat en met hen optrekt, welke uitingen toont hij dan waardoor anderen kunnen zien dat hij een positief iemand is? (Hij is relatief rationeel, hij is goedhartig, hij doet geen dingen die anderen bedriegen of schaden, en hij heeft niet de bedoeling anderen te schaden.) Waar jullie aan kunnen denken zijn deze positieve uitingen die relatief in overeenstemming zijn met de menselijkheid, wat in de gedachten van mensen de uitingen van een goed mens zijn. Goedhartig zijn, anderen niet bedriegen of schaden, zich aan zijn woord houden, verantwoordelijkheidsgevoel hebben, goed met anderen kunnen opschieten, verlangen naar positieve dingen en negatieve dingen verafschuwen – dit zijn allemaal enkele positieve uitingen van menselijkheid. Zijn er nog meer? (Er is ook het hebben van geestelijk begrip – in staat zijn Gods woorden te begrijpen.) Geestelijk begrip hebben staat los van de menselijkheid die we momenteel bespreken. We hebben het voornamelijk over de diverse zienswijzen van mensen met menselijkheid bij het aanpakken van zaken, evenals uitingen van de essentie van iemands zelf-gedrag en behandeling van anderen, hun principes en minimumnormen als het gaat om hun zelf-gedrag en handelingen, enzovoort. De positieve uitingen van menselijkheid die mensen kunnen zien en leren kennen, zijn gering in aantal. Het lijkt erop dat degenen onder de mensheid die begrijpen hoe ze zich moeten gedragen werkelijk zeldzaam zijn. Het is geen wonder dat velen zeggen dat ze er niet in geslaagd zijn zich te gedragen. Kijk naar hoe acteurs in films en tv-series positieve personages spelen – als het gaat om het onthullen van een bepaalde zienswijze, uiting of houding ten opzichte van een kwestie, weten de acteurs niet hoe ze dat moeten spelen of uitdrukken, en hun begrip op dit gebied is een blinde vlek. Als je hun vraagt een hooligan, een boef, een maffiabaas, een prostituee, een losbandige vrouw, of een beroemd of groot persoon te spelen, kunnen ze die rol heel goed spelen, en beelden ze elk gebaar, elk woord en elke handeling, zelfs een enkele blik van deze mensen, met absolute levendigheid en heel specifiek uit. Sommige kijkers geloven, na hen een negatieve rol te hebben zien spelen, zelfs ten onrechte dat ze werkelijk de slechte persoon uit de serie zijn, en willen hen slaan als ze hen ooit tegenkomen. Sommigen spugen zelfs op hen. Zie hoe levendig ze hun rol speelden, ze brachten die slechte persoon echt tot leven. Hoe zit het dan met het spelen van een goed mens? Kunnen mensen enige inspiratie uit hun optreden halen, zodat ze weten hoe ze een mens met menselijkheid moeten zijn? Er zijn niet echt zulke acteurs. De mensheid kan nergens op teruggrijpen als het gaat om hoe je een mens met menselijkheid moet zijn. Niet alleen scriptschrijvers en regisseurs tasten in het duister, maar ook het publiek tast in het duister – niemand begrijpt wat het betekent om menselijkheid te hebben. En dus wordt het in films en tv-series op uiterst lege wijze geportretteerd. Wanneer een acteur bijvoorbeeld een lid van de Communistische Partij speelt dat zijn ogen sluit vlak voordat hij sterft, zeggen kijkers: “Hij is beslist nog niet dood, hij heeft zijn partijcontributie nog niet betaald!” En ja hoor, in minder dan een seconde opent hij zijn ogen, haalt bevend een paar munten uit zijn zak en zegt: “Dit is mijn partijcontributie. Ik mag de Partij niets schuldig zijn. Laat de Partij gerust zijn. Wanneer ik aan de andere kant kom, zal ik de Partij nog steeds trouw zijn, onwankelbaar, zelfs tot in de dood!” Pas dan blaast hij zijn laatste adem uit. Dit is hoe een mens met menselijkheid in films en tv-series wordt geportretteerd. In de ogen van het publiek is het eigenlijk volkomen hol. Zulke mensen bestaan niet in het werkelijke leven, en het is heel moeilijk voor mensen om dit te bereiken. Daarom begrijpt de mensheid simpelweg niet wat ware menselijkheid is en is het heel moeilijk voor de mensheid om de norm ervan te definiëren. Ofwel de lat wordt te hoog gelegd en is volkomen hol, ofwel mensen hebben geen flauw benul en stellen de norm willekeurig vast. In feite is de menselijkheid die een waar mens bezit heel eenvoudig. Hoe eenvoudig? Het is iets binnen je bereik, iets wat je kunt bereiken. Wat betekent het dat het binnen je bereik ligt? Het betekent dat het heel praktisch, heel werkelijk, heel objectief is, helemaal niet hol. Omdat het heel objectief en praktisch is, vinden mensen het heel gewoon en helemaal de moeite waard van het vermelden niet waard, laat staan dat ze het gevoel hebben dat dit uitingen zijn die de mensheid zou moeten vertonen. Deze mensheid pleit voor dingen die groots, verheven en indrukwekkend zijn. Veel mensen bezitten niet alleen de uitingen van ware menselijkheid niet, maar verachten ze ook omdat de uitingen van normale menselijkheid heel praktisch, heel gewoon en heel alledaags zijn, en in plaats daarvan jagen ze kennis na en vereren ze die. Op deze manier heeft zich in de hele maatschappij een boosaardige trend gevormd, een trend die de uitingen van een waar mens veracht en erop neerkijkt. Zelfs iemand die werkelijk menselijkheid heeft, heeft niet het gevoel dat hij een waar mens of een mens met menselijkheid is wanneer hij zich op deze manier gedraagt. Integendeel, hij streeft ernaar een van de zogenaamde nobele en buitengewone mensen te worden die door de boosaardige trends van de maatschappij worden bepleit. Dit ontkent en verhult de menselijkheidsessentie die sommige mensen met menselijkheid bezitten. Wat betekent ‘verhullen’ hier? Het betekent dat niemand je als een mens met menselijkheid beschouwt. Het betekent dat, wat je ook doet, anderen je uitsluiten en op je neerkijken, en dat je onder de mensen geen plek hebt om je talenten te gebruiken, geen plek hebt om te spreken, en geen kans hebt om je sterke punten te benutten. ‘Ontkennen’ betekent dat je normale menselijkheid onder de verdorven mensheid simpelweg niet de moeite van het vermelden waard is. Menselijkheid hebben is niet iets wat ze bepleiten. Wat bepleiten ze dan wel? Ze bepleiten dat je inspeelt op het publiek, een gladde prater bent, vleit en in de gunst probeert te komen, en dat je liegt en bedriegt, in staat bent alles te zeggen, ongeacht hoe misselijkmakend zoet of in strijd met je ware gevoelens het ook is. De waarheid spreken brengt je nergens in deze maatschappij. Hoe goed je menselijkheid ook is, deze maatschappij bepleit het niet en zal het ontkennen. Als je enkele positieve, gerechtvaardigde, of eerlijke dingen zegt, of gewetensvolle woorden, als je enkele rationele dingen zegt en tegelijk je plaats kent, zullen ze je uitsluiten, je ontkennen en je kleineren. Er zijn er zelfs die je zullen bespotten, je belachelijk zullen maken, je zullen vernederen, en vervolgens alle boosaardige krachten en machten zullen verzamelen om je aan te vallen en buiten te sluiten, waardoor je je uiteindelijk te beschaamd voelt om je gezicht te laten zien en je jezelf gaat ontkennen. Je zult uiteindelijk denken: “Ik deug niet, ik kan me niet aanpassen aan de trends van de maatschappij, noch aan deze mensen. Ik weet niet hoe ik complotten moet smeden, ik kan geen listen of trucs bedenken, het is dus heel moeilijk voor mij om onder deze mensen te overleven.” Je begint je heel minderwaardig te voelen en hebt het gevoel dat je niet in staat bent om met deze mensen te integreren. In feite ben je niet in staat hun filosofieën voor wereldlijke betrekkingen, hun methoden en middelen om zaken aan te pakken, en hun manier van overleven tot je te nemen. Nadat je door deze boosaardige trend en deze kwaadaardige mensen bent ontkend, ontken je je eigen menselijkheid, en probeer je vervolgens op alle mogelijke manieren je aan hen aan te passen, hen te volgen, in de maatschappij te integreren, met deze kwaadaardige mensen te integreren en in deze boosaardige trend te integreren. Je probeert te kopiëren hoe anderen trucs, intriges en listen gebruiken, en je probeert ook te kopiëren hoe anderen vleiende woorden, misselijkmakend zoete woorden en woorden die in strijd zijn met hun ware gevoelens spreken. Maar hoe je deze dingen ook probeert te kopiëren en hoeveel moeite je er ook in steekt, uiteindelijk heb je het gevoel dat dit niet de woorden zijn die je wilt spreken of de dingen die je wilt doen. Elk woord dat je spreekt is zo in strijd met je ware gevoelens, en bij alles wat je doet klaagt je geweten je aan; je voelt dat dit niet is wat je zou moeten zeggen of doen. Je leeft elke dag zo, met een masker op. Hoewel het lijkt alsof je qua gedrag, spraak of sommige gedachten en gezichtspunten in deze boosaardige trend bent geïntegreerd en met deze verdorven mensheid bent geïntegreerd, ben je diep vanbinnen gekweld, onderdrukt en haatdragend. Na zo’n levenservaring te hebben gehad, begin je te verlangen naar een eerlijke en gerechtvaardigde behandeling, naar positieve dingen en naar het licht. Welke kenmerken van menselijkheid bezit zo iemand dan, waardoor hij dergelijke gevoelens en dergelijke ervaringen kan hebben te midden van andere mensen en boosaardige trends? Eigenlijk is het heel eenvoudig: wanneer iemand de menselijkheidsessentie van geweten en verstand bezit, zal hij dergelijke ervaringen hebben wanneer hij onder de mensen leeft.
Geweten en verstand zijn de twee meest fundamentele dingen die degenen met menselijkheid zouden moeten bezitten. Hoewel deze twee dingen keer op keer zijn besproken, zijn ze buitengewoon belangrijk voor mensen en vormen ze ook de belangrijkste criteria om te beoordelen of iemands classificatie mens is. Waar verwijst geweten specifiek naar? Ik heb eerder gezegd dat het geweten een vermogen is dat in het hart van een mens wordt geproduceerd, dat het bepaalde eisen aan mensen stelt, en zich voornamelijk manifesteert in de principes van iemands gedrag en de minimumnormen van het zelf-gedrag. Specifiek kunnen iemands credo voor de manier waarop hij zichzelf gedraagt, zijn principes voor hoe hij zichzelf gedraagt en hoe hij met de wereld omgaat, en de onthullingen van zijn menselijkheid bewijzen of hij al dan niet een geweten heeft. Zojuist, toen Ik vroeg waar geweten specifiek naar verwijst, konden jullie geen antwoord geven. Jullie richten je alleen op wat jullie als diepgaande waarheden beschouwen, maar hebben het gevoel dat dit soort waarheden te onbeduidend, te gewoon en te onbelangrijk zijn om te vermelden, dus schenken jullie er simpelweg geen aandacht aan en nemen jullie ze niet serieus. Als iemand een geweten heeft, betekent dit dat zijn menselijkheid twee kenmerken bezit: het ene is oprechtheid en het andere is goedhartigheid. Je kunt misschien niet aan het uiterlijk zien of iemand goedhartig is of niet, maar als iemand goedhartig is, zul je dat weten zodra je met hem omgaat. Wat is de maatstaf om te beoordelen of iemand oprecht is? Dat zijn de principes voor hoe hij zichzelf gedraagt en met de wereld omgaat. Als hij onbetrouwbaar, sluw, verraderlijk, wereldwijs, en berekenend en ondoorgrondelijk is in de manier waarop hij zichzelf gedraagt en met de wereld omgaat, dan is deze persoon beslist niet oprecht. Als de manier waarop hij zichzelf gedraagt en met de wereld omgaat heel eenvoudig, heel direct, heel rechttoe-rechtaan is, als hij heel duidelijk tegen anderen spreekt, zich bij de omgang met mensen niet inlaat met valsheid of bedrieglijkheid, zonder valsheid spreekt en handelt – zwart zwart noemt en wit wit, en zulke dingen heel duidelijk onderscheidt – kan vasthouden aan positieve dingen, en geen compromissen sluit met kwaadaardige machten, dan is deze persoon zeer oprecht. Als iemand zowel oprecht als goedhartig is, dan heeft deze persoon een geweten, dan bezit hij de minimumkenmerken van menselijkheid. Een ander kenmerk van menselijkheid is verstand. Verstand is ook een term en een onderwerp dat we vaak bespreken. Toch heeft niemand ooit expliciet gedefinieerd wat verstand is. Is het jullie duidelijk wat verstand inhoudt, en wat voor soort uitingen uitingen vormen van het hebben van verstand? De meeste mensen is dit niet erg duidelijk; hun begrip op dit gebied is nog steeds relatief vaag. Wat betekent het dus om verstand te hebben? Het betekent in staat zijn te zeggen wat gezegd moet worden en te doen wat gedaan moet worden, terwijl men het juiste standpunt inneemt; dit is het hebben van verstand. Als je een mens met menselijkheid bent, dan zullen je spraak en handelingen weloverwogen zijn. Je zult weten welke woorden je moet zeggen, welke dingen je moet doen, wat je standpunt zou moeten zijn bij het spreken van deze woorden, en welke manier van spreken je zou moeten gebruiken om een bepaalde kwestie uit te drukken, binnen de actuele omgeving en op basis van je identiteit en status. Je zult in je hart normen en maatgevoel voor deze dingen hebben. Dat wil zeggen, je verstand zal in staat zijn je woorden en gedrag te reguleren, waardoor je woorden en gedrag gepast worden, zodat anderen ze uiterlijk als rationeel en weloverwogen zullen beschouwen, waarbij je spraak en handelingen precies goed zijn en in staat zijn mensen op te bouwen. Of de woorden die je zegt en de dingen die je doet wat betreft je kaliber, opleidingsniveau of leeftijd nu volkomen gepast zijn of niet, je zult op zijn minst grenzen in je hart hebben, een norm die je in toom houdt, waardoor je in staat bent in een rationele gesteldheid te spreken en te handelen. Dit is wat het betekent om verstand te hebben. Met wie een persoon met verstand ook wordt geconfronteerd – of het iemand is die rijk is of arm, iemand met status of niet – in geen enkele situatie worden zijn spraak en handelingen beperkt door of hij een goed of slecht humeur heeft, of overweegt hij of een zaak hem ten goede komt of niet; hij wordt altijd beteugeld in zijn hart, hij heeft een norm of grens die dient om hem te reguleren. Hij zal niet opzettelijk verdraaide argumenten spuien, noch zal hij onredelijk moeilijk doen. Zelfs als hij soms boos is en vanbinnen erg opgewonden, en zijn woordkeuze niet helemaal gepast is, zijn de dingen die hij zegt geen verdraaide argumenten of drogredenen; ze zijn veeleer toonbaar en houden steek. Wat betekent ‘steek houden’? Het betekent dat, zelfs als wat hij zegt niet noodzakelijkerwijs in overeenstemming is met de waarheid, deze ‘redenering’ in de ogen van de meeste mensen stand kan houden; het wordt algemeen erkend als iets corrects, en niemand verzet zich ertegen. Zo iemand is iemand met verstand.
Deze twee aspecten, geweten en verstand, zijn beide duidelijk uitgelegd. De belangrijkste uitingen van het hebben van menselijkheid zijn deze twee: het ene is het hebben van geweten, en het andere is het hebben van verstand. Zeg Mij, zijn deze twee aspecten hol of niet? (Dat zijn ze niet.) Zijn ze niet heel werkelijk? (Ja.) Ze zijn heel werkelijk en niet hol. Waarom bepleit de mensheid ze dan niet? Omdat iemand met een geweten oprechtheid en goedhartigheid bezit en omdat oprechte en goedhartige mensen te midden van kwaadaardige trends en onder de kwaadaardige, verdorven mensheid, als weerzinwekkend en uiterst onbeduidend worden beschouwd en door iedereen worden geminacht. Als je een oprecht en goedhartig mens bent, zullen ze je zelfs ondervragen: “Wat heeft het voor zin dat je oprecht en goedhartig bent? Heb je kennis? Heb je sociale status? Heb je aanzien of macht in de maatschappij?” Je zegt: “Ik heb geen aanzien of macht; ik ben gewoon een enigszins oprecht en goedhartig mens.” De mensen zullen je allemaal uitlachen en je versmaden. In hun ogen is het feit dat je een geweten hebt en dat je oprecht en goedhartig bent niet iets dat in je voordeel spreekt – zonder kennis, status, aanzien of macht kom je nergens in de maatschappij. Ze zeggen: “Je hebt een geweten, maar hoeveel is een geweten waard? Wat kun je doen? Kun je intriges en listen aanwenden, of mensen bedriegen? Kun je de harten van mensen voor je winnen en hun gunst kopen?” Je kunt geen van deze dingen doen. Als je een geweten bezit, als je oprechtheid en goedhartigheid bezit – deze twee aspecten van menselijkheid – dan zul je niet geïnteresseerd zijn in die dingen die te vinden zijn in de kwaadaardige trends van de maatschappij, je zult deze trends niet volgen. Je zult dus niets bereiken in de maatschappij en zult door mensen worden buitengesloten. Waarom zullen ze je buitensluiten? Omdat de meeste mensen kwaadaardige trends vereren en kwaadaardige trends de norm zijn geworden in de maatschappij – als je handelt volgens je geweten en de dingen altijd onpartijdig aanpakt, dan zullen anderen je als een buitenbeentje zien en je uitsluiten. Als je in de kerk op je geweten kunt vertrouwen en je aan de waarheidsprincipes kunt houden wanneer je spreekt en handelt, en kwaadaardige mensen durft te ontmaskeren en te ontleden, dan zullen degenen die van duivels zijn hun houvast verliezen en worden onthuld. Hun intriges, listen en hun satanische aard die de waarheid haat, zullen grondig worden blootgelegd. Daarom zijn deze mensen die van duivels zijn, vooral bang dat er in de kerk mensen zijn die zich aan de waarheidsprincipes houden. Telkens wanneer ze iemand zien die de waarheid begrijpt, sluiten ze hem uit en onderdrukken ze hem, uit grote angst dat degenen die de waarheid begrijpen zullen opstaan om hen te ontmaskeren, wat ertoe zou leiden dat ze worden onthuld en geëlimineerd. Ze worden door hun satanische aard gedreven om zo te handelen. In Gods huis kunnen degenen die van duivels zijn geen stand houden, precies omdat in Gods huis de waarheid de macht heeft, God de macht heeft. Maar in de ongelovige wereld is het anders. Omdat atheïsme en kwaadaardige trends in deze wereld de boventoon voeren, kunnen mensen met menselijkheid geen houvast vinden te midden van kwaadaardige trends en onder de kwaadaardige, verdorven mensheid. Ondertussen zijn degenen die meedogenloos zijn in hun tactieken, verraderlijk en sluw, vaak de leiders, de uitblinkers, de zogenaamde elite onder de mensen. Iemand met menselijkheid wordt, ongeacht zijn kaliber, gaven, sterke punten of talenten, uitgesloten en heeft geen kans om vooruit te komen. Zolang hij een paar eerlijke woorden spreekt of zaken onpartijdig aanpakt, zullen die kwaadaardige mensen en duivels hem kwellen. Het is dus zo dat deze kwaadaardige mensheid, die van duivels is, het geweten negeert; alleen degenen met menselijkheid bezitten een geweten. Wat verstand betreft, de uiting van het hebben van verstand is dat, wat iemand ook overkomt, hij het rationeel kan behandelen, rechtvaardig kan spreken en handelen, hij niet zal handelen naar zijn gevoelens of zijn aanzien of status, en hij anderen niet zal dwingen of beperken. Hij is in staat een zaak rationeel te behandelen: als het correct is, is het correct; als het incorrect is, is het incorrect; als het juist is, is het juist; als het verkeerd is, is het verkeerd. Hij beoordeelt dingen onpartijdig en handelt rechtvaardig, volgens principes, en hij overschrijdt de morele grenzen van de menselijkheid niet. Dit is de uiting van het hebben van verstand. Deze twee dingen, geweten en verstand, houden geen stand in de maatschappij, vooral niet in kwaadaardige landen en te midden van kwaadaardige trends, waar ze nog minder standhouden en onhoudbaar zijn. Geweten en verstand zijn echter precies de twee belangrijkste kenmerken van normale menselijkheid, en het zijn ook kenmerken die de mensheid zou moeten hebben. Alleen wanneer je deze twee kenmerken bezit, ben je een waar mens. Als je een mens met geweten en menselijkheid bent, dan zul je enerzijds bijzonder principieel zijn in hoe je je gedraagt en in staat zijn mensen op een relatief gerechtvaardigde manier te behandelen. Hoe je relatie met iemand ook is, of hij je heeft gekwetst of niet, je kunt hem correct behandelen en objectief beoordelen. Dit is oprechtheid, een kenmerk van menselijkheid. Bovendien, als je goedhartigheid bezit, een ander kenmerk van menselijkheid, dan zul je een bepaalde grens hanteren wanneer je met mensen omgaat of dingen doet. Deze kan je beteugelen en voorkomen dat je bij je spreken of handelen tegen je geweten ingaat. Kwaadaardige mensen spreken bijvoorbeeld altijd verdraaide woorden en spuien verdraaide argumenten, waarbij ze zwart en wit omdraaien en feiten verdraaien. Ze koesteren wrok en proberen op alle mogelijke manieren kansen te vinden om degene die hen schade berokkenen, of die hen heeft gekwetst of het op hen heeft gemunt, te kwellen en wraak op hem te nemen. Maar voor iemand met menselijkheid geldt dat hij, omdat hij oprechtheid en goedhartigheid bezit die deel uitmaken van het geweten, zelfs als iemand hem heeft bedrogen of geschaad, en hij wraak wil nemen en het hem betaald wil zetten, en hij in momenten van onstuimigheid misschien iets hards zegt als: “Ik haat hem tot op het bot!”, zijn hart verzacht en hij zich laat vermurwen wanneer zich een echte kans op wraak voordoet; hij kan het niet over zijn hart verkrijgen om het te doen, hij kan zich er niet toe brengen. En na een tijdje kan hij deze haat niet meer opbrengen. Dit is hoe een goedhartig mens is. Als iemand je heeft bedrogen of geschaad, en je hebt een gelegenheid wraak te nemen, een kans om je vijand straf en vergelding te zien ondergaan, zou je dan in staat zijn actie te ondernemen en dingen te doen om wraak op hem te nemen? Wanneer je je verontwaardigd voelt, zeg je misschien: “Ik zal zeker wraak op hem nemen! Hij is echt verschrikkelijk en meedogenloos!” Maar wanneer er echt een kans op wraak komt, kun je het niet over je hart verkrijgen om het te doen. Je zult zeggen: “Laat maar, dat is zo lang geleden. Laat het maar zitten.” Je zult het niet eindeloos nastreven, noch zul je erop staan dat je ziet hoe je vijand straf ondergaat of tot een slecht einde komt. Je zult niet voortdurend met haat in je hart leven; na een tijdje zal de haat verdwijnen. Dit is de uiting van het hebben van een goedhartig hart. Goedhartigheid is een kenmerkende uiting van iemand die een geweten heeft, en ook een kenmerk van te zijn geclassificeerd als mens. Natuurlijk is goedhartigheid in de ogen van sommigen een zwakte. Sommige ongelovigen denken misschien zelfs dat je ruggengraatloos bent en moedigen je zelfs aan door te zeggen: “Je moet meedogenloos en koelbloedig zijn. Wanneer er een kans op wraak komt, moet je oog om oog toepassen, hem zelf onderwerpen en je vijand met je eigen handen doden.” Jij overweegt echter: ‘Als ik mijn vijand met mijn eigen handen dood, zou ik dan geen kwaad doen? Dat hij leeft heeft geen invloed op mij; het is alleen dat dat ene ding dat hij deed te ver ging en me kwetste, maar dat ligt allemaal in het verleden.’ Na verloop van tijd merk je dat je hem niet meer haat. Sommige mensen zeggen dat je te laf bent, niet meedogenloos genoeg. Je vindt dit zelf ook verwarrend: waarom kan ik niet meedogenloos zijn? Waarom ben ik altijd mild voor mijn vijanden en niet in staat wrok te koesteren? In de ogen van sommigen is het hebben van een goedhartig hart een zwakte van de mens. Maar in werkelijkheid is het een kenmerk van menselijkheid, niet waar? (Ja.)
II. Goed en kwaad onderscheiden en weten wat juist en wat onjuist is
We zullen niet verder in detail treden over geweten en verstand, die twee belangrijke componenten van de kenmerken van menselijkheid. Laten we het hebben over twee andere, zeer specifieke aspecten die het gemakkelijkst over het hoofd worden gezien of waarvan mensen zich nooit bewust zijn geweest. Als we alleen maar zeggen dat iemand het geweten en verstand van menselijkheid bezit, komt dit op mensen relatief algemeen over. Het zal het heel moeilijk zijn om te bepalen welke dingen iemand heeft gedaan of welke uitingen hij heeft die aantonen dat hij werkelijk geweten en verstand heeft, en moeilijk om te beoordelen of hij werkelijk normale menselijkheid heeft. Daarom zullen we niet communiceren vanuit de invalshoek van de specifieke uitingen van geweten en verstand, maar vanuit twee andere aspecten. Dat wil zeggen, als iemand de menselijkheidsessentie bezit, dan kan hij enerzijds goed en kwaad onderscheiden, en weet hij anderzijds ook wat juist en wat onjuist is. Wanneer iemand deze twee aspecten bezit, is dit voldoende om aan te tonen dat hij geweten en verstand bezit. Dit is een specifiekere manier om te ontleden of iemands menselijkheid geweten en verstand bezit. Alleen wanneer iemand deze twee aspecten bezit – goed en kwaad onderscheiden en weten wat juist en wat onjuist is – blijkt pas echt dat hij het geweten en verstand van menselijkheid bezit. Als hij deze twee aspecten niet bezit, dan is zijn bewering dat hij geweten en verstand heeft onwaar en niet in overeenstemming met de feiten. Laten we eerst kijken naar in staat zijn goed en kwaad te onderscheiden. ‘Onderscheiden’ betekent begrijpen, weten, zich bewust zijn van en bevatten. Wat betekent ‘goed en kwaad’? Goed en kwaad verwijzen naar positieve dingen en negatieve dingen. Wat betekent het dan om te weten wat juist en wat onjuist is? Bijvoorbeeld: ‘De mensheid is door God geschapen.’ Is deze uitspraak juist of onjuist? (Hij is juist.) ‘De mensheid stamt af van apen.’ Is deze uitspraak juist of onjuist? (Onjuist.) Als je kunt onderscheiden en beoordelen welke gezichtspunten juist zijn en welke onjuist, is dit weten wat juist en wat onjuist is. Duivels zeggen: “De mensheid stamt af van apen.” Wanneer je dit hoor, zeg je: “Dat is niet juist. De mensheid is door God geschapen.” Dan ben je niet in de war over deze kwestie en weet je wat juist en wat onjuist is. Is er dan een verschil tussen juist en onjuist aan de ene en goed en kwaad aan de andere kant? (Ja.) ‘God heeft soevereiniteit over het lot van de hele mensheid.’ Is deze uitspraak juist of onjuist? (Hij is juist.) ‘De mensheid beheerst haar eigen lot.’ Is deze uitspraak juist of onjuist? (Onjuist.) ‘Hoelang iemand leeft, hangt af van hoe hij voor zichzelf zorgt en gezond blijft.’ Is deze uitspraak juist of onjuist? (Onjuist.) ‘De levensduur van een mens is door God voorbestemd.’ Juist of onjuist? (Juist.) Nu begrijpen jullie wat het betekent om te weten wat juist en wat onjuist is, nietwaar? (Ja.) Laten we dan kijken naar het onderscheiden van goed en kwaad. Waar zeiden we zojuist dat ‘goed en kwaad’ naar verwijst? (Positieve dingen en negatieve dingen.) Bijvoorbeeld, een eerlijk mens zijn – is dit een positief ding of een negatief ding? (Een positief ding.) Hoe zit het met ‘Geld houdt de wereld draaiende’? (Dat is een negatief ding.) Wie kan nog een voorbeeld geven? (Het is volstrekt natuurlijk en gerechtvaardigd dat mensen God aanbidden. Dit is een positief ding.) Hoe zit het dan met het branden van wierook en het aanbidden van Boeddha? (Dat is een negatief ding.) De waarheid zoeken in wat we doen. (Dat is een positief ding.) Zijn eigen wil volgen en eenzijdig beslissingen nemen bij alles wat men doet. (Dat is een negatief ding.) Je weet welke dingen positief zijn en welke negatief, en kunt ook beoordelen welke gezichtspunten juist zijn en welke onjuist – dit wordt in staat zijn goed en kwaad te onderscheiden en weten wat juist en wat onjuist is genoemd. Dit inzicht en begrip hebben, en het vermogen hebben om deze dingen in je hart te onderscheiden – geeft aan dat je iemand bent met de kwaliteit van menselijkheid. In staat zijn goed en kwaad te onderscheiden en weten wat juist en wat onjuist is, betekent dat er binnen iemands menselijkheid een aangeboren vermogen is om enkele positieve en negatieve dingen te identificeren. Daarnaast is er ook enig bewustzijn en gevoel in zijn hart over de vraag of bepaalde dingen juist zijn of niet. Zelfs zonder de waarheid te hebben gehoord of de waarheid te begrijpen, bezit zijn menselijkheid dit soort onderscheidingsvermogen. Zelfs als hij het niet onder woorden kan brengen, weet hij in zijn hart welke dingen positief zijn en welke negatief, en weet hij dat negatieve dingen onjuist zijn. Als hij ook een gevoel van afkeer in zijn hart heeft en deze dingen kan verwerpen en niet kan volgen, is dat nog beter. Wanneer hij de waarheid niet begrijpt, heeft hij, zelfs als hij positieve en negatieve dingen niet heel duidelijk kan onderscheiden, in zijn hart ten opzichte van de omgang met positieve en de omgang met negatieve dingen verschillende gevoelens. Als mensen met menselijkheid bijvoorbeeld bepaalde kwaadaardige trends in de samenleving zien, voelen ze een diepe afkeer in hun hart. Ze voelen dat deze dingen niet het juiste pad zijn, geen positieve dingen, en geen dingen die mensen zouden moeten nastreven of doen. Ondanks het feit dat ze, als mensen die in deze sociale omgeving leven, geen andere keuze hebben dan kwaadaardige trends te volgen, verachten ze die diep vanbinnen. En terwijl ze die verachten, zoeken ze ook elke kans om aan deze omgeving te ontsnappen of bedenken ze allerlei manieren om deze te vermijden en deze kwaadaardige trends te verwerpen.
A. Goed en kwaad onderscheiden
Goed en kwaad onderscheiden is heel belangrijk voor een mens. Aangezien goed en kwaad betrekking hebben op positieve dingen en negatieve dingen, wat zijn volgens jullie dan enkele positieve dingen en wat zijn enkele negatieve dingen? (In God geloven, God volgen, God aanbidden, je aan God onderwerpen, je plicht vervullen en een eerlijk iemand zijn – dit zijn allemaal positieve dingen. Liegen en bedriegen, God weerstaan, in opstand komen tegen God, God verraden – dit zijn negatieve dingen.) (Positieve dingen komen voornamelijk van God en stemmen overeen met de waarheid. De verschillende resultaten die door Gods werk worden bereikt en de ware kennis die mensen bezitten van Gods gezindheid en essentie, zijn bijvoorbeeld allemaal positieve dingen en stemmen allemaal overeen met de waarheid.) Beschouw positieve dingen niet als iets heel hols of verhevens. In werkelijkheid zijn positieve dingen verschillende positieve en goede mensen, gebeurtenissen en dingen die gunstig zijn voor mensen. Alles wat gunstig is voor mensen, alles wat gunstig en niet schadelijk is voor hun normale leven, is een positief ding. Zijn natuurlijke regels en natuurwetten bijvoorbeeld positieve dingen? (Ja.) Gods woorden zijn allemaal de waarheid en zijn allemaal positieve dingen; alles wat met de waarheid te maken heeft, is een positief ding. Dat God de mensheid voorziet van leven en waarheid is evenals de inhoud van Gods werk van het managen en redden van de mensheid, iets positiefs dat verband houden met de waarheid. Alle vereisten van God voor mensen, elk woord van God, de beoefeningsprincipes voor verschillende waarheden – dit zijn allemaal positieve dingen. Naast Gods werk van het managen van de mensheid, zijn er vele andere positieve dingen die gunstig zijn voor het overleven van de mens en niet schadelijk zijn voor mensen. Kunnen jullie ze zien? Kunnen jullie ze identificeren? Kunnen jullie ze vanuit het diepst van jullie hart aanvaarden en goedkeuren? Kunnen jullie erin meegaan, je eraan aanpassen en ze volgen? Zijn de wetten van de vier seizoenen bijvoorbeeld positieve dingen? (Ja.) In de lente wordt het warmer en bloeien de bloemen, alle dingen groeien en leven op, ijs en sneeuw smelten. Is dit een positief ding? (Ja.) In de zomer schijnt de zon fel, haar stralen zijn verzengend, en alle dingen groeien snel, koesterend in het zonlicht. Is dit een positief ding? (Ja.) In de herfst maakt de verzengende hitte geleidelijk plaats voor een heldere hemel en frisse lucht; verschillende planten rijpen geleidelijk, dragen zaden en vruchten, en leveren een oogst op. Is dit een positief ding? (Ja.) In de winter daalt de temperatuur, wordt het weer geleidelijk koud en soms sneeuwt het. Het is niet zo plezierig, comfortabel of vrij als andere seizoenen, maar in de winter kunnen alle dingen hun energie behouden, en ook de mensheid rust uit en herstelt zich. Is deze wet dan een positief ding? (Ja.) Bij zonsopgang zingen leeuweriken en tjilpen vroege vogels die mensen eraan herinneren dat het ochtend is en tijd om op te staan, dat ze moeten beginnen te arbeiden voor het leven, voor hun levensonderhoud en voor het voortbestaan van de mensheid. Is dit een positief ding? (Ja.) De mensheid staat op bij de roep van vroege vogels en leeuweriken en begint aan de arbeid van een dag. Dit is een positief ding. ’s Nachts houden verschillende insecten en wezens zich, in overeenstemming met hun eigen wetten, bezig met allerlei activiteiten – sommige komen tevoorschijn om te foerageren en andere beginnen te roepen. Dit is de tijd dat de mensheid tot rust komt en in slaap valt. Luisterend naar het getjilp van krekels, dat vergezeld gaat door de roep en nachtelijke activiteiten van verschillende wezens, dromen mensen weg, en slapen ze zo zoet, zo gelukzalig en vredig. Is dit een positief ding? (Ja.) Voor mensen zijn deze positieve dingen allemaal dingen die vaak voorkomen. Je kunt hun verschillende tekens en signalen waarnemen, en je kunt ook de voordelen voelen die ze in je leven brengen, evenals de verschillende veranderingen en de invloeden die ze op je hebben terwijl je je leven leidt. Als je een correcte reactie hebt op de verschillende dingen om je heen en er een correct begrip van hebt, als je deze positieve dingen op een juiste manier behandelt, toont dat aan dat je iemand bent die enig begrip heeft van goed en kwaad, dat je ontvankelijk, gevoelig en opmerkzaam bent voor de leefomgeving die bestaat uit alle dingen die door God zijn geschapen, en dat je een dankbaar hart hebt voor de invloed van al deze dingen om je heen of hun aanwezigheid in je leven. Het toont aan dat je kunt voelen dat Gods bestaan en alle dingen die Hij heeft geschapen zo onmiskenbaar echt zijn, en dat je de voordelen van alle dingen voor jou en hun invloed op jou in verschillende aspecten kunt voelen. Als je dergelijke boodschappen kunt verkrijgen en deze gevoelens hebt, dan ben je iemand die goed en kwaad kan onderscheiden en menselijkheid bezit. Je kunt positieve dingen correct begrijpen, je eraan aanpassen, erin meegaan en ermee samenleven. En het is niet alleen maar zo dat je geen afkeer van deze dingen hebt; je bent er veeleer, omdat je in God gelooft en enkele waarheden begrijpt, nog meer van overtuigd dat al deze positieve dingen van God komen, van de Schepper, en je kunt nog dankbaarder zijn voor het bestaan van deze positieve dingen. Dienovereenkomstig voel je in je hart afkeer en walging jegens negatieve dingen. Wat zijn dan enkele negatieve dingen? (Het milieu vervuilen, overmatige winning.) Het milieu verwoesten en vervuilen, ongebreidelde houtkap, buitensporige winning en exploitatie – dit zijn allemaal negatieve dingen. Wat zijn daarnaast nog andere dingen die jullie als negatief ervaren, en waar jullie in je hart een duidelijke walging voor voelen? De mensheid wil altijd de natuur overwinnen – is dit een positief of een negatief ding? (Een negatief ding.) Sommige plaatsen worden bijvoorbeeld vaak getroffen door orkanen, daarom zijn er altijd enkele mensen die overwegen: “Deze orkanen wervelen overal stof op en verwoesten huizen en velden. We moeten alles in het werk stellen om een muur te bouwen om ze tegen te houden, om te laten zien dat de menselijke technologie geavanceerd is en dat de menselijke capaciteiten zijn toegenomen.” Is dit een positief of een negatief ding? (Een negatief ding.) Hoe voelen jullie je in je hart nadat je dit hebt gehoord? (Ik heb het gevoel dat mensen hun eigen capaciteiten overschatten.) Dat is precies wat het is. Op sommige plekken zijn uitgestrekte graslanden en dus zijn er mensen die zeggen: “Herders leiden een nomadisch leven op de graslanden, en ze krijgen het hele jaar door nauwelijks een goede maaltijd. De helft van het jaar zijn ze de hele tijd buiten op de graslanden, waar ze runderen en schapen hoeden. Wanneer zullen deze zware dagen eindigen? We moeten manieren vinden om het leven van de herders te verbeteren en van de graslanden en weiden gebouwen en steden maken, zodat de herders niet langer hun kuddes hoeven te hoeden om te overleven. Dan zullen ze van een beter leven genieten en zullen ze het land en de overheid bedanken.” Is dit een positief of een negatief ding? (Een negatief ding.) Kunnen jullie aanvoelen dat dit doen een negatief ding is? Graslanden in gebouwen en steden veranderen – dit is een foutieve gedachte en een foutief gezichtspunt; deze praktijk is zo absurd! Jullie kunnen deze zaak niet doorzien, of wel? Jullie denken: dit is de zaak van de overheid, we kunnen er niets aan doen, en jullie voelen er niets bij. Ook is de mensheid constant bezig vooruitgang te boeken op het gebied van de ruimteverkenning. Ze wil altijd naar de maan en ze wil altijd Mars en Jupiter onderzoeken. De mensen willen zelfs de zon verkennen, maar omdat de temperatuur van de zon te hoog is, kunnen ze daar niet heen. Dus bouwen mensen ruimtevaartuigen om de zwaartekracht van de aarde te overwinnen en naar de maan en Mars te vliegen. Is dit een positief of een negatief ding? (Een negatief ding.) Dit is een negatief ding. Brengt de wetenschap ook positieve dingen voort? Zijn er beweringen die positief zijn en overeenstemmen met de natuurlijke wetten van alle dingen die door God zijn geschapen? (Sommige hulpmiddelen die met behulp van wetenschappelijke methoden zijn uitgevonden en vervaardigd, zoals computers, kunnen ons efficiënter laten werken. Dit zijn positieve dingen.) Dit zijn noch positieve, noch negatieve dingen. Het zijn slechts hulpmiddelen. Ze hebben geen betrekking op een specifieke gedachte, op een specifieke theorie of een specifiek standpunt. De positieve en negatieve dingen waar we het over hebben, hebben betrekking op de essentie en de fundamenten van dingen, en ook op de motieven achter verschillende wetenschappelijke onderzoeksprojecten die door de mensheid worden uitgevoerd. Op basis hiervan bepalen we of iets positief of negatief is. Welke negatieve dingen zijn er nog meer? (Momenteel houdt de mensheid zich niet aan de groeiwetten van alle dingen, maar gebruikt ze wetenschappelijke middelen om deze wetten te veranderen. Kippen krijgen bijvoorbeeld hormoonrijk voer en kunnen zo in dertig dagen slachtrijp zijn, en er worden groenten en fruit buiten het seizoen geteeld. Het lijkt alsof wetenschap en technologie vooruitgang hebben geboekt, maar dit schendt de groeiwetten van alle dingen en is bedoeld om het verlangen van mensen naar voedsel te bevredigen. Dit is een negatief ding.) Dit is een negatief ding. Sommige mensen willen tijgers en leeuwen temmen. Ze zien dat tijgers er formidabel uitzien – alleen al de geeuw van een tijger jaagt mensen weg – dus willen ze hen temmen en hun hoektanden uittrekken, ze willen de tijgers in hun tuin houden, zodat ze als honden hun huizen bewaken. Is dit een positief of een negatief ding? (Een negatief ding.) Dit is een negatief ding. Alles wat mensen doen en de verschillende dingen die ze uitvinden in hun jacht naar vleselijk genot, met behulp van verschillende wetenschappelijke middelen en in strijd met natuurlijke wetten, zijn allemaal negatieve dingen, geen positieve dingen, omdat de schade die ze de mensheid toebrengen te groot is, en de schade aan de menselijke leefomgeving te ernstig. Omdat sommige plaatsen bijvoorbeeld extreem droog zijn, gebruikt de overheid vliegtuigen om regenopwekkende middelen in wolken te verspreiden en het zo te laten regenen. Is dit een positief of een negatief ding? (Een negatief ding.) Sommige plaatsen krijgen te veel regen, wat overstromingen veroorzaakt, dus zet de overheid vliegtuigen in om de wolken te verdrijven en zo de regen onder controle te houden. Schendt en verwoest dit de natuurwetten niet? (Ja.) Natuurwetten verwoesten, natuurwetten schenden, zich niet schikken naar natuurwetten, doen wat men wil, pronken met geavanceerde menselijke technologie – dit zijn negatieve dingen. Welke ander negatieve dingen zijn er nog meer? Is het doen van onderzoek naar biologische agentia en genetische modificatie een positief of een negatief ding? (Een negatief ding.) Door het wetenschappelijk onderzoek naar genetica dat is uitgevoerd, kunnen mensen meer genetisch gemodificeerd voedsel eten. Is genetisch gemodificeerd voedsel dan een positief of een negatief ding? (Een negatief ding.) Waarom zeggen jullie dat het negatief is? Sommige mensen zeggen: “Dit is een wetenschappelijke prestatie, erop gericht om meer mensen genoeg te eten te geven en geen honger te laten lijden. Bovendien eten mensen al decennia genetisch gemodificeerd voedsel en worden ze lang en sterk – vooral jonge mensen zijn tegenwoordig langer dan de vorige generatie. Dit is allemaal te danken aan de bijdragen van de wetenschap aan de mensheid. Als genetisch gemodificeerd voedsel mensen zulke grote voordelen brengt, waarom wordt er dan gezegd dat het een negatief ding is?” Kunnen jullie dit uitleggen? (Hoewel mensen tegenwoordig langer zijn, gaat hun lichamelijke gesteldheid achteruit en lopen ze meer ziekten op – dit wordt allemaal veroorzaakt doordat mensen die wetenschappelijk bewerkte dingen eten. Het zijn dus negatieve dingen.) Oppervlakkig gezien lijkt genetisch gemodificeerd voedsel mensen ten goede te komen – mensen zijn langer en sterker – maar hun lichamelijke gesteldheid is verslechterd. Over het geheel genomen heeft het een negatieve impact op mensen, en schaadt het hen in plaats van dat het hen ten goede komt. Of mensen het nu als gunstig of schadelijk ervaren, het is een negatief ding, het is absoluut geen positief ding, omdat het de door God geschapen natuurwetten schendt en ingaat tegen de functies die de verschillende, oorspronkelijk door God geschapen levende wezens in het menselijk lichaam behoorden te hebben. De impact ervan op mensen wordt in het begin misschien niet gevoeld, maar na twintig jaar worden de nadelige gevolgen duidelijk: veel mensen ontwikkelen allerlei vreemde ziekten en zelfs hun vruchtbaarheid wordt aangetast. Dit is voldoende om te bewijzen dat dergelijk voedsel niet iets positiefs is. Hoewel genetisch gemodificeerd voedsel vanuit menselijk perspectief een product van technologie is, een bijdrage van de wetenschap aan de mensheid, is het vanuit het perspectief van positieve en negatieve dingen absoluut geen positief ding.
De mensheid probeert altijd de maan te onderzoeken en te verkennen of er andere planeten geschikt zijn voor menselijke bewoning. Is dit wetenschappelijk onderzoek, dit gezichtspunt, een positief of een negatief ding? (Een negatief ding.) Waarom is het een negatief ding? (God heeft mensen geschapen om op aarde te leven; Hij heeft nooit de bedoeling gehad dat we op andere planeten zouden leven. Mensen zijn altijd ambitieus en willen overal heen. Uiteindelijk is het verspilde moeite en kunnen ze nergens heen.) Vanuit menselijk perspectief is het heel normaal om deze dingen te onderzoeken; het is het creëren van leefomstandigheden voor de toekomst van de mensheid, wat een goede zaak is. Veel van de functies die God op aarde heeft ingesteld, zijn verwoest; er doen zich regelmatig allerlei rampen voor, de leefomgeving van de aarde is beschadigd, de lucht, het water en de bodem zijn allemaal ernstig vervuild en allerlei levende wezens worden met uitsterven bedreigd. Het is moeilijk geworden om op aarde te leven. Sommige wetenschappelijke onderzoeksinstellingen zijn daarom begonnen met het onderzoeken van andere planeten, in de hoop dat de mensheid naar andere planeten kan gaan en zich daar kan vestigen. Ze geloven dat mensen zich van tevoren moeten voorbereiden om de nakomelingen van de mensheid te laten overleven – als ze zich nu niet voorbereiden en de mensheid in de toekomst niet op aarde kan overleven, is er dan nog wel een uitweg voor het menselijk ras? Is dit gezichtspunt, dit wetenschappelijk onderzoek, dan uiteindelijk een negatief of een positief ding? (Een negatief ding.) Op basis waarvan zeggen jullie dat het een negatief ding is? (Op basis van het feit dat God simpelweg geen leefbare omstandigheden voor mensen op andere planeten heeft geschapen. Zelfs heel warme en heel koude plaatsen op aarde zijn niet geschikt voor menselijke bewoning, laat staan andere planeten. Maar mensen zijn altijd ambitieus, ze willen altijd ontsnappen aan Gods soevereiniteit en Gods orkestraties, en op andere planeten gaan leven – dit druist in tegen Gods regelingen en voorbeschikkingen. Daarom is het een negatief ding.) God schiep de aarde – een prachtige leefomgeving – voor mensen, maar mensen beheren haar niet goed. Ze blijven zich maar bezighouden met het ontwikkelen van wetenschap en moderne industrie, en hebben als gevolg daarvan de ecologische omgeving van de aarde verwoest en de lucht, het water en zelfs het land vervuild. Mensen hebben geen toegang meer tot biologische granen en groenten, en ze lopen allerlei ziekten op. Het is moeilijk geworden om op aarde te overleven, en nu denken ze erover om naar andere planeten te gaan, zonder te overwegen of hun sterfelijke vlees daar überhaupt wel heen kan gaan. Mensen, deze wezens van sterfelijk vlees, zijn alleen geschikt om de aarde te bewonen, en kunnen dat alleen op aarde doen. Dit is door God verordend. Waar kunnen mensen überhaupt heen gaan als ze alleen maar vertrouwen op hun verschillende aangeboren eigenschappen? Vogels kunnen met hun vleugels slaan en duizenden meters hoog vliegen, maar mensen kunnen daar zelf niet naartoe vliegen; ze hebben de hulp van vliegtuigen nodig. Toch is vliegen in vliegtuigen soms gevaarlijk. Daarom zijn mensen het meest geschikt om op aarde te leven. De fysieke eigenschappen van mensen zijn verenigbaar met de bodem van de aarde en met alle aspecten van de leefomstandigheden op aarde, zoals alle dingen, de vier seizoenen en de natuurwetten. Daarom kunnen mensen alleen aardbewoners worden genoemd. Deze wetten voor het overleven van de mens en deze leefomstandigheden werden op het moment dat God alle dingen schiep voor mensen voorbeschikt. Daarom is de mensheid alleen geschikt om op aarde te overleven, niet om andere planeten te bewonen. De mensheid heeft de aarde zodanig geruïneerd en beschadigd dat ze onbewoonbaar is geworden. Nu wil ze gewoon vertrekken en er klaar mee zijn, en zoekt ze altijd naar andere planeten om te bewonen. Dit is een vergeefse worsteling. Deze praktijk is niet in overeenstemming met de natuurwetten die door God voor aardbewoners zijn vastgesteld; integendeel, ze schendt de wetten van fysieke overleving voor aardbewoners en is een zeer onverstandige praktijk. Het is dus een negatief ding. Zelfs als er een paar planeten zijn die zuurstof hebben, en aardbewoners daarheen kunnen gaan om een kijkje te nemen, betekent dit nog niet dat de mensheid op die planeten kan overleven. Zelfs op aarde kun je naar de Zuidpool of de Noordpool gaan om een kijkje te nemen, je kunt er naartoe gaan, maar als je daar vele jaren zou moeten leven, zou je dat dan kunnen verdragen? Er zijn ook enkele plaatsen waar het relatief warm is, het hele jaar door meer dan zestig graden Celsius; die zijn ook niet geschikt voor menselijke overleving. Er zijn een aantal plaatsen op aarde die vanwege speciale geografische omstandigheden niet geschikt zijn voor de mens om op de lange termijn te overleven. Dit geldt nog sterker voor andere planeten. Dat maakt geen deel uit van Gods regelingen. Gebaseerd op de kenmerken van het menselijk vlees, is deze mensheid alleen geschikt om op aarde te leven; dit is gegrond. Het doel van God bij het scheppen van de aarde was om een geschikte leefomgeving voor de mensheid in te richten. Als je aan een dergelijke omgeving wilt ontsnappen en een andere uitweg wilt vinden, zal dat alleen maar tot de ondergang leiden. Daarom is dit een negatief ding. Als je weet dat het altijd onderzoeken van bewoning op andere planeten iets negatiefs is, maar je het in je hart nog steeds goedkeurt dat de mensheid wetenschappelijk onderzoek uitvoert om een manier te vinden om op andere planeten te leven, dan bewijst dat dat er een probleem is met je menselijkheid, dat je goed en kwaad niet kunt onderscheiden, en dat je niet weet wat juist en wat onjuist is. Als je duidelijk weet dat dit pad onhaalbaar is, en je er toch naar verlangt en verwacht in het volgende tijdperk op andere planeten te kunnen leven, dan ben je geen normaal persoon – je bent een zonderling.
Iemand die goed en kwaad kan onderscheiden, kan in de eerste plaats positieve dingen liefhebben en aanvaarden, en er een helder begrip van hebben. Daarnaast kan hij negatieve dingen onderscheiden, en omdat hij menselijkheid en verstand heeft, voelt hij in zijn hart afkeer en walging jegens negatieve dingen. Natuurlijk kan hij deze ook verachten, bekritiseren en ontkennen op basis van het begrijpen van enkele waarheden. Als je dit niet kunt, dan ben je niet iemand die goed en kwaad kan onderscheiden. Er kan ook worden gezegd dat je tekortschiet wat betreft menselijkheid. Als het je in je menselijkheid ontbreekt aan het vermogen om goed en kwaad te onderscheiden, dan mist je menselijkheid een zeer belangrijke voorwaarde, een zeer belangrijke component. Dit betekent dat je geen normale menselijkheid hebt, en je geen waar mens kunt worden genoemd. Sommige mensen zeggen misschien: “De zojuist gegeven voorbeelden hebben betrekking op enkele dingen die verband houden met de basisbehoeften van het dagelijks leven van mensen en ook betrekking hebben op wetenschap. Als die dingen negatieve dingen zijn die we moeten onderscheiden, moeten we ze dan ook verwerpen?” Dat is niet nodig. Goed en kwaad onderscheiden betekent dat je in je hart onderscheidingsvermogen hebt wat betreft positieve en negatieve dingen. Binnen je menselijkheid heb je een norm voor oordeelsvorming, en je weet welke dingen positief zijn en welke dingen negatief. Je hebt ook een duidelijke houding, en weet hoe je positieve en negatieve dingen moet behandelen. Je kunt positieve dingen aanvaarden, erin meegaan en je eraan aanpassen, en je hebt er in je hart geen weerstand tegen of afkeer van. Negatieve dingen kun je vanuit het diepst van je hart onderscheiden, en je kunt ze verachten, er afkerig van zijn en ze verafschuwen, en er zelfs je eigen gezichtspunten over hebben, die je gebruikt om ze te bekritiseren. Dit is de houding en uiting die iemand die goed en kwaad kan onderscheiden zou moeten hebben. Stel echter dat je dingen die duidelijk positief zijn innerlijk veracht en verafschuwt, en ze zelfs onopvallend vindt in vergelijking met negatieve dingen, te gewoon, te alledaags en te onbeduidend om te vermelden. Innerlijk bewonder je ook negatieve dingen, verlang je ernaar en jaag je ze na, en je keurt die negatieve dingen in de maatschappij en de wereld zelfs goed. En hoe er ook over de waarheid of de principes van onderscheiding wordt gecommuniceerd, je kunt ze niet in je opnemen of aanvaarden. In dat geval is je menselijkheid niet normaal. Als je geen perceptie of duidelijke gezichtspunten hebt als het gaat om positieve en negatieve dingen omdat je jong bent en het je ontbreekt aan levenservaring of inzicht, of omdat deze dingen geen betrekking op je hebben gehad of je leven niet zijn binnengekomen, dan kan er nog niet worden gezegd dat je iemand bent die goed en kwaad niet kan onderscheiden. Als je echter, na te hebben gecommuniceerd over wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn, positieve dingen nog steeds niet vanuit het diepst van je hart kunt aanvaarden of erin kunt meegaan, en er in plaats daarvan afkeer van voelt en ze veracht, terwijl je krachtig negatieve dingen najaagt en ernaar verlangt, dan ben je niet iemand die goed en kwaad kan onderscheiden. Vanuit dit oogpunt bezien, is het overduidelijk dat zo iemand geen menselijkheid heeft. Deze kwestie van het kunnen onderscheiden van goed en kwaad onthult de oriëntatie die iemand heeft ten opzichte van goede en kwade dingen. Dit maakt het mogelijk te bepalen wat de classificatie van deze persoon werkelijk is. Als hij, wat hij ook tegenkomt, geneigd is tot negatieve dingen in plaats van positieve dingen, dan is het duidelijk dat deze persoon geen menselijkheid heeft en geen geweten en verstand bezit. Waarom zeg Ik dit? Hij verlangt naar boosaardige dingen, verlangt naar de verschillende ondernemingen, onderzoeksprojecten of bepaalde aspecten van technologie die Satan en de boosaardige mensheid bepleiten, goedkeuren en waaraan ze deelnemen, in plaats van te verlangen naar de oorspronkelijke regels en wetten van positieve dingen die van God komen en die te volgen. Zulke mensen behoren dan ook beslist niet tot de mensheid. Is dit duidelijk? (Ja.)
We hebben zojuist gesproken over het vermogen om goed en kwaad te onderscheiden binnen de menselijkheid van mensen, dat wil zeggen, of mensen positieve en negatieve dingen kunnen identificeren. Er zijn niet veel mensen die dit onderscheid kunnen maken, hoewel mensen in hun leven toch vaak in contact komen met zowel positieve als negatieve dingen. Zijn de normale emoties van mensen – vreugde, woede, verdriet, geluk – bijvoorbeeld positieve of negatieve dingen? (Positieve dingen.) Hoe zit het met de opstandigheid van mensen tegen God? Is dat iets positiefs of negatiefs? (Iets negatiefs.) En hoe zit het met de buitensporige verlangens die mensen op God richten? Zijn die positief of negatief? (Negatief.) In hun dagelijks leven hebben mensen eigenlijk geen perceptie van veel van de dingen die ze tegenkomen. Er zijn altijd een aantal positieve dingen in het leven en het bestaan van mensen; ze spelen een zeer belangrijke rol in hun leven, en hun positieve impact op het overleven van de mens kan niet worden uitgewist door de impact van welk negatief ding dan ook. Mensen zien deze positieve dingen echter vaak over het hoofd, en geloven in plaats daarvan dat het juist de vele negatieve dingen zijn die altijd bij hun zijn, dat die hun in leven houden en hen vergezellen in hun bestaan. Hieruit blijkt dat veel mensen eigenlijk geen gevoel hebben voor positieve dingen. Het maakt niet zoveel uit of je geen gevoel voor deze dingen hebt. Zolang je maar, wanneer je weet dat het positieve dingen zijn, er niet afkerig van bent, en er zelfs vanuit het diepst van je hart naar kunt verlangen en ze kunt liefhebben, dan bewijst dit dat je menselijkheid verlangt naar wat positief is. Stel dat je weet wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn, maar je er nog steeds niet toe kunt komen om positieve dingen te waarderen. In plaats daarvan heb je in je hart een voorliefde voor negatieve dingen, ben je er zelfs bijzonder in geïnteresseerd, en, een stap verder gaand, zul je ze zeker najagen en proberen te verkrijgen als de omstandigheden juist zijn en je de kans hebt. Dit geeft aan dat, wat betreft je oriëntatie ten opzichte van positieve en negatieve dingen, je liefhebt wat negatief is en niet wat positief is. Als je positieve dingen niet liefhebt, toont dit aan dat je geen positieve figuur bent. Als je geen positieve figuur bent, dan ben je zeker niet iemand met geweten en verstand; je bent een negatieve figuur. Als je niet iemand met geweten en verstand bent, dan behoor je niet tot de mensheid, je bent geen mens. Iemand verbouwt bijvoorbeeld tomaten. Hij hoort dat zodra de tomaten zijn volgroeid, je van de ene op de andere dag hun groene kleur kunt laten veranderen in een rode kleur door simpelweg een chemisch middel te gebruiken, en dat ze dan meteen klaar zijn voor de verkoop. Hij denkt dan: ‘Dit is geweldig. Iedereen verkoopt ze op deze manier, dus dat zal ik ook doen. Op deze manier kan ik rijk worden, en kan ik ook eerder tomaten eten. Dit is perfect!’ Dus verkoopt hij deze tomaten, en eet hij ze zelf op. Iemand herinnert hem eraan dat tomaten die met chemische middelen zijn gerijpt schadelijk zijn voor mensen, en dat het verkopen van dergelijke dingen anderen schade berokkent, maar hij weigert dit te aanvaarden en zegt: “Hoe kan dit mensen schaden? Dit is het resultaat van wetenschappelijk onderzoek; dit is iets positiefs. Wetenschap dient de mensheid, en aangezien deze dingen door middel van wetenschap zijn uitgevonden, zouden ze op grote schaal in het leven van mensen moeten worden toegepast. Het leven van mensen kan niet zonder wetenschap; we moeten erop vertrouwen.” Sommige mensen behandelen wetenschap zelfs als de waarheid, en ze leren mensen om wetenschap lief te hebben, te leren en te gebruiken, en om alles erop te baseren. Sommige mensen hebben misschien inmiddels ontdekt dat wetenschap niet noodzakelijkerwijs correct is, en dat sommige dingen die door middel van wetenschap zijn uitgevonden schadelijk zijn voor mensen – met chemische en geavanceerde wapens kan bijvoorbeeld de mensheid worden afgeslacht, en vooral genetisch gemodificeerd voedsel is een eindeloze plaag voor de mensheid. Maar veel mensen denken daar niet zo over en zeggen: “Kan de wetenschap het bij het verkeerde eind hebben? Als de wetenschap het bij het verkeerde eind had, zou de staat haar dan steunen? De hele mensheid leert en gebruikt wetenschap – zou de hele mensheid het bij het verkeerde eind kunnen hebben?” Is deze uitspraak correct? Ze geloven dat, aangezien de hele mensheid wetenschap vereert en gebruikt, en dit de maatschappelijke trend is, wetenschap iets positiefs kan worden, hoe negatief ze ook is. Zijn dit mensen die goed en kwaad kunnen onderscheiden? (Nee.) Wat zijn deze woorden die ze spreken? (Drogredenen.) Het zijn drogredenen, ketterijen en verdraaide argumenten. Hoewel de meeste mensen onder de boosaardige mensheid het eens zijn met deze uitspraken en ze erkennen, zal wat verkeerd is altijd verkeerd zijn, zullen negatieve dingen altijd negatieve dingen zijn, en zullen kromme redeneringen altijd kromme redeneringen zijn, hoeveel mensen ze ook erkennen en goedkeuren. Het is onmogelijk dat ze positieve dingen worden, noch kunnen ze ooit de waarheid worden.
Zijn mensen die altijd maatschappelijke trends najagen en graag drogredenen bezigen niet degenen die in het bijzonder negatieve dingen liefhebben? (Ja.) Kunnen ze de waarheid en positieve dingen aanvaarden? (Nee.) Ze kunnen geen positieve dingen aanvaarden. Sommige mensen worden bijvoorbeeld ziek, en eigenlijk zou hun ziekte kunnen worden genezen door lichaamsbeweging en aanpassingen in hun dagelijkse routine, maar ze staan erop moderne, hightech middelen en behandelmethoden te gebruiken. Je zou kunnen zeggen: “Hoewel de geneeskunde tegenwoordig geavanceerd is, en die behandeling duidelijke resultaten oplevert, zal ze bijwerkingen veroorzaken, waarvan de gevolgen onomkeerbaar zullen zijn. Je zou een natuurlijke methode moeten gebruiken – zoals lichaamsbeweging, het aanpassen van je dagelijkse routine en het aanpassen van je voedingsgewoonten en -patronen – om je lichaam geleidelijk in een normaal, natuurlijk ritme te laten komen, waarna sommige symptomen geleidelijk zullen verminderen.” Sommige mensen kunnen zo’n gezichtspunt aanvaarden, maar anderen niet. Ze denken: ‘Dat is een achterhaalde benadering. Dat was de manier en de filosofie waarmee de mensheid duizenden jaren geleden ziekten behandelde. Het idee dat beter worden voor dertig procent uit behandeling en voor zeventig procent uit herstel bestaat, voldoet gewoon niet meer! De geneeskunde is tegenwoordig geavanceerd en hightech behandelingen leveren snelle resultaten op. De medicijnen genezen je in een oogwenk!’ Vanuit hun gezichtspunt bezien is de geneeskunde, nu ze geavanceerd is en de verschillende ziekten van de mensheid kan genezen en mensen een lang leven kan laten leiden, een positief ding geworden, en zouden mensen in de geneeskunde en de wetenschap moeten geloven, en de wetenschap de soevereiniteit over hun lot moeten laten uitoefenen. Ze denken dat, hoeveel ziekten mensen ook krijgen, er niets is om bang voor te zijn – met hightech middelen kan elke gecompliceerde, moeilijk te behandelen ziekte worden genezen, en dat, zelfs als er bijwerkingen zijn, het niets is om je zorgen over te maken. Zijn deze gezichtspunten accuraat? Het zijn drogredenen. Zeg Mij, als je met zo’n persoon praat over wat positieve dingen zijn, kun je dan tot hem doordringen? Kan hij het aanvaarden? (Nee, we kunnen niet tot hem doordringen.) Een reden waarom je niet tot hem kunt doordringen, is dat hij zelf niet in staat is positieve gezichtspunten te aanvaarden. En een andere is dat de hele mensheid over de hele wereld wordt meegesleept door boosaardige trends, zonder een enkele uitzondering. Hoewel hij in God gelooft, aanvaardt hij diep in zijn hart de waarheid niet, aanvaardt hij geen positieve dingen, en bekijkt hij mensen en dingen niet op basis van Gods woorden. In plaats daarvan gebruikt hij nog steeds de gezichtspunten van Satan en de boosaardige trends van Satan als basis voor het bekijken of behandelen van elke zaak. Daarom, hoewel zo’n persoon al vele jaren in God gelooft, naar enkele preken heeft geluisterd en zijn plicht heeft vervuld, en hij beweert bereid te zijn de waarheid te aanvaarden, blijven de opvattingen over dingen die hij in het werkelijke leven eropna houdt onveranderd, noch is hij veranderd in zijn keuze tussen negatieve en positieve dingen. De negatieve dingen die hij heeft aanvaard, hebben al wortel geschoten in zijn hart, en zelfs als hij weet dat deze dingen niet de waarheid zijn, zal hij er aan vast blijven houden. Hieruit blijkt heel duidelijk dat wat hij in zijn hart werkelijk liefheeft, negatieve dingen zijn, niet de waarheid. Hoewel hij Gods woorden heeft gelezen en naar preken over de waarheid heeft geluisterd, en hij qua doctrine begrijpt dat deze woorden correct en de waarheid zijn, is hij nog steeds niet bereid de negatieve dingen op te geven die hij al lang geleden in het diepst van zijn hart heeft aanvaard, en gebruikt hij Gods woorden nooit als basis om negatieve dingen te onderscheiden. Wanneer hij specifieke zaken tegenkomt, blijft hij in zijn hart vasthouden aan zijn oorspronkelijke, onjuiste gezichtspunten, en beschouwt hij negatieve dingen nog steeds als positieve dingen, en onjuiste gezichtspunten als juiste gezichtspunten. Wat positieve dingen betreft, hoewel hij niet expliciet zegt dat het negatieve dingen zijn, is hij in zijn hart niet bereid negatieve dingen op te geven en positieve dingen te aanvaarden, omdat hij voelt: ‘Positieve dingen lijken te weinig invloed te hebben, en te weinig mensen kunnen ze aanvaarden. Ze zijn niet levensvatbaar in de maatschappij – dit is een objectief feit.’ Dit bewijst dat hij in zijn hart niet het vermogen heeft om goed en kwaad te onderscheiden, en dat er een probleem is met zijn menselijkheid. Dit soort persoon is niet geïnteresseerd in positieve dingen en wil vaak de natuur veranderen, de overlevingswetten van de natuurlijke wereld veranderen, de wetten van de menselijke fysiologie veranderen en de wetten van de menselijke overleving veranderen, en wil altijd de natuur overwinnen en verschillende levende wezens overwinnen. Hij overweegt bijvoorbeeld altijd dit soort dingen: ‘Hoe kunnen we honden de genen van katten geven, zodat honden muizen kunnen vangen zoals katten dat doen? En zou het niet prachtig zijn als katten zowel muizen konden vangen als het huis bewaken zoals honden? Als hennen zowel eieren konden leggen als kraaien, dan zouden we alleen maar hennen hoeven te houden – wat zou dat geweldig zijn!’ Zie je, hij overweegt altijd ongepaste dingen. Als hij iemand zou zijn die goed en kwaad kon onderscheiden, zou hij denken: ‘De dieren die God heeft geschapen zijn zo prachtig! Hanen kunnen kraaien en hennen gezelschap houden, en hennen kunnen eieren leggen en kuikens uitbroeden, en mensen kunnen het vlees van zowel hanen als hennen eten. Honden kunnen het huis beschermen en hun baasjes gezelschap houden, en katten kunnen muizen vangen, en soms kunnen ze ook onopvallende leden van het gezin worden. Dit is allemaal geweldig, elk heeft zijn eigen functie – alles wat God heeft geschapen is goed!’ Maar degenen die positieve dingen niet kunnen begrijpen, zullen Satans gezichtspunten gebruiken om de positieve dingen te ontkennen en te veroordelen, en ze zullen zelfs proberen, gebaseerd op Satans gezichtspunten, de overlevingswetten van verschillende wezens te veranderen, de verschillende wetten van de natuurlijke wereld te veranderen, en zelfs de wetten van de menselijke overleving te wijzigen, alles om ervoor te zorgen dat de wetenschap de scepter zwaait. Zulke mensen hebben beslist geen normale menselijkheid. Hun menselijkheid mist het kenmerk goed en kwaad te kunnen onderscheiden. Daarnaast weten ze niet hoe ze hun leven moeten leiden volgens de natuurwetten, en willen ze dingen altijd volgens de menselijke wil doen, waarbij ze technologische middelen of kunstmatige methoden gebruiken om de normale wetten van het fysieke leven te veranderen. Een normaal persoon heeft bijvoorbeeld zeven of acht uur rust per dag nodig om vol energie te zijn en een dag van leven en werken te kunnen volhouden, maar dit soort persoon overweegt: ‘Zou het niet geweldig zijn als mensen elke dag normaal konden leven en werken zonder te hoeven slapen of eten? Ik vraag me af welke hightech middelen gebruikt zouden kunnen worden om dit te bereiken.’ Belachelijke en vreemde ideeën kunnen zomaar in zijn hoofd opkomen. Hij overweegt niet hoe hij zich aan deze wetten kan aanpassen en ze kan volgen vanuit het perspectief van normale menselijkheid en zodoende de verschillende behoeften en kwesties van het vlees correct kan aanpakken, maar wil in plaats daarvan altijd deze wetten veranderen, anders zijn dan gewone mensen, zijn fysieke instincten kunnen overstijgen, en in staat te zijn niet door zijn vlees beheerst of beteugeld te worden. Is dit niet angstaanjagend? Hij wil altijd opvallen in de menigte. Anderen slapen acht uur per dag, maar hij wil slechts tien minuten slapen, of hooguit een of twee uur, en toch genoeg energie voor de dag hebben. Dit is iets wat normale mensen niet kunnen bereiken. De natuurlijke wetten van het menselijk lichaam zijn al vastgelegd onder Gods verordening. Hoe groot de eetlust van een persoon is, wat de wetten van de werking van zijn inwendige organen zijn, hoeveel energie een persoon heeft, hoeveel werk hij op een dag kan doen, over hoeveel dingen zijn brein op een dag kan nadenken, en hoe lang hij erover kan nadenken – dit staat allemaal vast. Vanuit het perspectief van de menselijkheid zijn deze wetten eigenlijk normaal en positief. Alleen door bepaalde wetten te volgen kan de mensheid jaar op jaar in leven blijven, kan ze zich blijven vermenigvuldigen en generatie na generatie voortleven, en kan de mensheid blijven voortbestaan. Zo is het voor alle levende wezens. Alleen door bepaalde natuur- en levenswetten te volgen, en door perioden van zowel rust als activiteit aan te houden, kan de voortzetting van het leven worden gewaarborgd. Als mensen natuurwetten schenden, zal de voortzetting van hun leven op problemen stuiten, en zullen ze misschien niet erg lang leven. Als er een probleem ontstaat met de fysieke conditie van een persoon, zullen zijn normale leven, zijn dagelijkse maaltijden, zijn normale denken, zijn normale oordeelsvermogen en de hoeveelheid werk die hij op een dag kan doen, enzovoort, allemaal worden beïnvloed. Daarom waarborgen de natuurwetten van de mensheid het normale voortbestaan van de mensheid. Dit zijn positieve dingen en ze zouden niet door mensen veracht moeten worden, noch zouden mensen er afkerig van moeten zijn. Veeleer zouden ze deze moeten respecteren en volgen. Die niet-mensen die van Satan zijn hebben altijd het gevoel: ‘Wanneer mensen deze natuurwetten van de mensheid volgen, lijken ze volkomen onbekwaam en nutteloos lijken! We worden altijd beperkt door deze natuurwetten – als je moe bent, moet je gaan slapen; als je honger hebt, moet je gaan eten. Als je deze dingen niet doet, praat je sneller dan je kunt denken, beginnen je handen te trillen, begint je hart te bonzen en worden je benen zwak en kun je niet stevig staan. Dit is zo vervelend! Stel je voor dat je gewoon wat medicijnen zou kunnen nemen en normaal zou kunnen leven, of dat je vol energie zou kunnen zijn, zelfs nadat je een paar dagen niet hebt gerust. Dat zou je nog ongelooflijker maken dan een robot. Of stel je voor dat je, wanneer je honger hebt, gewoon op een bepaald acupunctuurpunt zou kunnen drukken en onmiddellijk geen honger meer zou voelen. Of stel je voor dat je een paar dagen niet eet en je je toch prima voelt, je vlees niet wegkwijnt, je energie niet afneemt en je lichaam normaal en gezond blijft. Dat zou geweldig zijn!’ Mensen willen deze natuurwetten altijd veranderen. Is dit niet het ontkennen van en zich verzetten tegen positieve dingen? (Ja.) Het bestaan van deze positieve dingen waarborgt het normale bestaan van de mensheid en handhaaft het normale leven van de mensheid. Mensen zouden ze dus niet alleen moeten volgen, maar ze ook rationeel moeten behandelen. Ze zouden er niet tegenin moeten gaan, ze niet moeten onderdrukken of ermee in conflict moeten komen, laat staan dat ze zich ertegen zouden moeten verzetten. Aan de andere kant zijn die dingen die de natuurwetten van de mensheid te boven gaan, de verbeeldingen van mensen, sommige van hun abnormale ideeën en ongewone gedragingen allemaal negatieve dingen. Aangezien het allemaal negatieve dingen zijn, zouden mensen ze moeten onderscheiden en verwerpen, en niet aanvaarden. Als je onderscheidingsvermogen hebt wat betreft positieve en negatieve dingen, en ze correct kunt behandelen en rationeel kunt aanpakken in je dagelijks leven, dan is je menselijkheid normaal. Als je de positieve effecten van deze positieve dingen vaak niet op je voelt, en je je er vaak tegen wilt verzetten en dingen wilt doen die ermee in strijd zijn, en je vaak probeert deze positieve dingen te veranderen op basis van enkele negatieve uitspraken en gezichtspunten, waarbij je de objectieve wetten van dingen schendt, dan bewijst dat dat je, wat je menselijkheid betreft, niet het vermogen hebt om goed en kwaad te onderscheiden. Begrijpen jullie het nu we op deze manier hebben gecommuniceerd? (Ja.)
Als iemand menselijkheid heeft, zou hij dan niet moeten begrijpen wat positieve dingen zijn en ze moeten aanvaarden? (Ja.) En zou hij ook niet in staat moeten zijn negatieve dingen te onderscheiden, en ze tegelijkertijd vanuit zijn hart te verafschuwen en te verwerpen? (Ja.) Welke andere dingen zijn er die mensen niet als positief of negatief kunnen identificeren? Is in God geloven en Hem volgen iets positiefs of negatiefs? (Iets positiefs.) Is Gods soevereiniteit over het lot van de mens iets positiefs of negatiefs? (Iets positiefs.) Gods soevereiniteit over het lot van de mens is iets positiefs. Wat zijn dan de belangrijkste gezichtspunten die ten grondslag liggen aan het verzet van de verdorven mensheid tegen Gods soevereiniteit en orkestraties? (Mensen geloven dat iemands lot in zijn eigen handen ligt, en dat kennis iemands lot kan veranderen.) Dit zijn de gezichtspunten die ten grondslag liggen aan de ontkenning van God en het verzet tegen God door de verdorven mensheid; het zijn werkelijk negatieve dingen. Hoe moeten mensen de kwestie van Gods soevereiniteit over het lot van de mens dus begrijpen? Sommige mensen geloven, hoewel ze qua doctrine erkennen dat de uitspraak ‘God is soeverein over het lot van de mens’ correct is en iets positiefs, in hun hart nog steeds dat de eigen inspanningen van de mens zijn lot kunnen veranderen, dat zijn lot in zijn eigen handen kan liggen en dat hij het laatste woord heeft. Ze hebben het gevoel dat als ze niet hard studeren en zich niet ijverig inzetten, ze niet naar een goede universiteit kunnen gaan, en geen goede baan, goede vooruitzichten of goede leefomstandigheden zullen hebben. Zijn dit het soort mensen dat goed van kwaad kan onderscheiden? (Nee.) Ze hebben twintig of dertig jaar geleefd, maar weten nog steeds niet wat de uitspraak ‘God is soeverein over het lot van de mens’ betekent. Ze geloven al vele jaren in God, maar denken nog steeds dat hun lot in hun eigen handen ligt, dat kennis hun lot kan veranderen, en dat als ze een goede bestemming willen en van mooie dingen willen genieten en een goed leven willen leiden, ze op hun eigen inspanningen moeten vertrouwen – net zoals ongelovigen zeggen: ‘Je moet alles op het spel zetten om te winnen.’ Is dit het soort persoon dat goed en kwaad kan onderscheiden? (Nee.) Is iemand die goed en kwaad niet kan onderscheiden een mens? (Nee.) Hij geniet van een goed leven, eet en kleedt zich goed, staat in hoog aanzien bij anderen in de maatschappij en heeft het gevoel dat het leven dat hij nu heeft allemaal te danken is aan zijn eigen harde werk. Daarom gelooft hij dat de uitspraak ‘Je moet alles op het spel zetten om te winnen, en het lot van de mens hangt van hemzelf af, niet van anderen’ waar is en een correct gezichtspunt is. Is dit een uiting van normale menselijkheid? (Nee.) Voordat mensen kennis verwerven, begrijpen ze deze dingen niet, maar zodra ze enige kennis hebben opgedaan, ontkennen ze de uitspraak ‘God is soeverein over het lot van de mensheid’ volledig, en denken ze in plaats daarvan: ‘Iemands lot ligt in zijn eigen handen; men kan met zijn eigen handen geluk creëren.’ Is dit het soort persoon dat goed en kwaad kan onderscheiden? (Nee.) Wat voor soort wezen is zo iemand dan? Is hij niet verstoken van menselijkheid? (Ja.) Zo iemand is iemand zonder geweten en verstand, en iemand zonder geweten en verstand kan goed en kwaad niet onderscheiden. Zelfs nadat hij de feiten van het leven werkelijk heeft ervaren, kan hij nog steeds niet werkelijk begrijpen wat positieve dingen zijn, noch kan hij werkelijk inzien wat de essentie van positieve dingen is. Dit toont aan dat hij niet in staat is goed en kwaad te onderscheiden. Zo iemand heeft geen menselijkheid; hij is absoluut geen mens. Er zijn ook sommige mensen die doctrine kunnen opdreunen en zeggen: “De wetten van alle dingen komen van God, ze zijn positief, ze zijn gunstig voor de mensheid, ze zijn wat de mensheid zou moeten volgen en ze zijn ook datgene waar de mensheid naar zou moeten verlangen en wat ze zou moeten najagen”. Nadat ze echter in contact zijn gekomen met wat hightech informatie en hightech dingen, veranderen hun gezichtspunten over deze zaken. In wat voor soort gezichtspunten veranderen ze? Ze zeggen: “Wij gelovigen in God praten altijd over de levenswetten, de wetten van alle dingen en de overlevingswetten van alle dingen, en we denken dat dit positieve dingen zijn. Dat is zo achterlijk! Dit getuigt van een gebrek aan kennis, alsof je tunnelvisie hebt! De technologie is nu zo geavanceerd; er zijn veel dingen die je niet zelf hoeft te doen, aangezien technologische producten ze voor je kunnen doen – dat is pas geavanceerd! Kijk, sommige auto’s kunnen zelf rijden. Nadat je in de auto bent gestapt, stel je de bestemming in, en dan zeg je gewoon een woord en de auto begint te rijden. Dat is pas echt hightech, het is zo bewonderenswaardig! De mensheid heeft geavanceerde technologie ontwikkeld, en we zijn de meesters van alle dingen geworden zonder iets te doen. Alleen de wetenschap is dus de absolute waarheid! Mensen die het ontbreekt aan onderwijs en kennis en die de wetenschap niet begrijpen, zijn achterlijk en onbeschaafd” Hun gezichtspunt is veranderd, nietwaar? In hun hart hebben ze het verschil tussen positieve en negatieve dingen niet onderscheiden. Er zijn ook sommige mensen die, na een bezoek aan een luchtvaartmuseum, uitroepen: “Wauw, wat een openbaring, de wetenschap is zo geavanceerd! Wij gewone mensen hebben daar het gevoel dat het ons totaal boven de pet gaat – we kunnen er niets van begrijpen. Je kunt je niet eens voorstellen hoever de wetenschap zich inmiddels heeft ontwikkeld. We hebben nog niet eens kennis gemaakt met die moderne, geavanceerde technologische dingen! En wij geloven nog altijd in God, en praten over natuurlijke regels en wetten – we zijn zo achterlijk!” Na het zien van deze oogverblindende dingen die de moderne maatschappij te bieden heeft, ontkennen zulke mensen vanuit het diepst van hun hart volledig de theorieën over positieve en negatieve dingen die ze voorheen begrepen. In plaats van duidelijker vast te stellen wat positieve dingen zijn, geloven ze dat positieve dingen achterlijk zijn en achterblijven bij de moderne technologie en het moderne tempo van de menselijke ontwikkeling. Niet alleen dat, maar ze keuren deze negatieve dingen ook in het bijzonder goed en verlangen ernaar, in de hoop een van degenen te worden die moderne, geavanceerde technologie ontwikkelen. Is dit soort persoon iemand die goed en kwaad kan onderscheiden? (Nee.) Aangezien het in staat zijn om goed en kwaad te onderscheiden een kenmerk van menselijkheid is, volgt daaruit dat het iets is dat inherent en aangeboren is aan de menselijkheid, niet iets dat zich later vormt. Dat wil zeggen, het in staat zijn om goed en kwaad te onderscheiden, dit kenmerk van menselijkheid, zal niet veranderen naarmate de tijd verstrijkt, noch door veranderingen in de geografische omgeving of in mensen, gebeurtenissen en dingen. Niemand kan het veranderen, en niets kan het veranderen of wegnemen. In het diepst van de harten van mensen die goed en kwaad kunnen onderscheiden, zijn positieve dingen altijd datgene waarnaar ze verlangen, terwijl negatieve dingen altijd datgene zijn waar ze afkerig van zijn en wat ze verafschuwen, en niet wat hun menselijkheid nodig heeft. Wat hebben ze wel nodig? Ze hebben dingen nodig die gunstig zijn voor de wetten van het fysieke leven en voor hun fysieke overleving, dingen die natuurlijk zijn, die mensen een vredig en kalm gevoel geven, en die in overeenstemming zijn met de behoeften van het geweten en verstand van normale menselijkheid, niet dingen die groots, verheven en indrukwekkend zijn. Zie je, als het gaat om hoe men zich gedraagt, hebben sommige mensen graag dat hun leven wat eenvoudiger en bescheidener is; ze houden er niet van om opmerkelijke levens te leiden, maar houden gewoon van kalmte, van vrede en vreugde, om hun leven heel rustig te leiden. Andere mensen houden hier echter niet van; ze houden ervan om opmerkelijke levens te leiden, ze houden van dingen die groots, verheven en indrukwekkend zijn, ze houden ervan om op te treden, ze houden ervan om op te vallen in de menigte en beroemd te zijn, en ze houden niet van eenvoud of natuurlijkheid. Dit toont het verschil tussen de menselijkheid van mensen aan.
Mensen die goed en kwaad niet kunnen onderscheiden, gaan misschien mee met enkele correcte en positieve uitspraken, of volgen uiterlijk misschien anderen in hun liefde voor en verlangen naar enkele positieve dingen. Nadat er echter wat tijd verstrijkt en ook de omgeving, mensen, gebeurtenissen en dingen veranderen, zullen deze positieve dingen diep in hun hart onmiddellijk negatieve dingen worden, terwijl negatieve dingen, waar ze werkelijk van houden, dan positieve dingen en de doelen van hun streven zullen worden. Dat wil zeggen, voordat ze negatieve dingen hebben gezien waar ze van houden, zijn positieve dingen voor hen slechts een doctrine, en kunnen ze met de stroom meegaan en de kudde volgen, maar naarmate ze ouder worden en de tijd verstrijkt, zullen de dingen waar ze in hun hart werkelijk van houden en hun ware gezichtspunten vanzelf naar boven komen. Sommige mensen zeggen bijvoorbeeld vaak: “In God geloven is goed; degenen die in God geloven bewandelen het juiste pad en doen geen kwaad; het zijn allemaal goede mensen.” Maar nadat ze een paar jaar in God hebben geloofd en zien dat alle preken en communicaties in Gods huis mensen vertellen om eerlijk te zijn, de waarheid na te streven en zich aan God te onderwerpen, en de plicht van een schepsel te vervullen, worden ze er afkerig van, en voelen ze dat in God geloven zinloos is, en willen ze de kerk verlaten en terugkeren naar de wereld; hun hart ligt niet bij de kerk. Zo zijn mensen die de waarheid niet liefhebben. In feite heeft dit soort persoon geen liefde voor positieve dingen en heeft hij vele kromme redeneringen en ketterijen in zijn hart. Voor hem zijn deze kromme redeneringen en ketterijen positieve dingen, terwijl hij vanuit het diepst van zijn hart afkerig is van werkelijk positieve dingen, ze verafschuwt en veracht, en ze nooit aanvaardt. Het is juist omdat hij nooit positieve dingen accepteert en omdat hij van negatieve dingen houdt, dat de menselijkheid van dit soort persoon niet het vermogen bezit om goed en kwaad te onderscheiden. Het is net als met sommige mensen die, wanneer ze net in God beginnen te geloven, het alleen maar voor de zegeningen doen. Na vele jaren naar preken te hebben geluisterd, begrijpen ze uiteindelijk dat in God geloven betekent dat van mensen wordt vereist dat ze eerlijk zijn, dat ze toegewijd moeten zijn en bereid moeten zijn een prijs te betalen bij het vervullen van hun plicht, dat ze oprecht moeten zijn jegens God, dat ze niet roekeloos en eigenzinnig mogen handelen, en dat ze de belangen van Gods huis moeten hooghouden. Dat ze vooral wanneer de belangen van Gods huis in strijd zijn met hun eigen belangen, de belangen van Gods huis moeten hooghouden en hun persoonlijke belangen moeten opgeven. Nadat ze over al de verschillende aspecten van de waarheid hebben geleerd, hebben ze er spijt van dat ze in God geloven, en zeggen ze: “Ik dacht dat in God geloven betekende dat je deel uitmaakte van een grote groep, een machtige kracht waarop je kon vertrouwen, en dat zolang mensen maar veel opgaven, leden en een prijs betaalden, ze het koninkrijk konden binnengaan, een goede bestemming konden hebben, en het volgende tijdperk konden binnenstormen, de meesters ervan konden zijn en als koningen konden heersen. Maar dat blijkt niet het geval te zijn. In God geloven draait volledig om mensen te leren hoe ze zich moeten gedragen en hoe ze zich aan God moeten onderwerpen en het kwaad moeten mijden. In het bijzonder wordt mensen, als ze in God geloven, altijd gevraagd om eerlijk te zijn en eerlijk te spreken, en wordt hun altijd gevraagd om de waarheid te beoefenen; ze mogen niet het laatste woord hebben. Wat heeft het dan voor zin om in God te geloven?” Ze ontwikkelen dan grieven in hun hart en willen zich van hun geloof afkeren. Maar dan denken ze: ‘Ik heb verscheidene jaren in God geloofd; als ik er nu mee stop, heb ik dan niet tevergeefs geloofd?’ Op dat moment willen ze het niet opgeven. Maar als ze blijven geloven, zijn ze niet geïnteresseerd in de waarheid. Gods huis praat altijd over de waarheid nastreven en de werkelijkheid binnengaan, over zich aan God onderwerpen, de waarheid zoeken en handelen volgens principes. Ze zijn het beu om over deze dingen te horen en willen er niet meer over horen. Vooral wanneer Gods huis praat over het beoefenen van de waarheid, voelen ze zich vanbinnen overstuur en gekweld; wanneer positieve dingen worden genoemd, voelen ze afkeer en verachten ze die in hun hart, en zijn ze niet bereid te luisteren. Sommige mensen stoppen gewoon met geloven wanneer ze beseffen dat ze niet de waarheid of een goede bestemming zullen verkrijgen, zelfs niet als ze tot het einde toe geloven. Sommigen van hen gaan een baan zoeken of zaken doen, en sommigen gaan terug naar huis om te trouwen. Ze stoppen met in God te geloven omdat ze de waarheid niet liefhebben. Gods huis praat altijd over de waarheid en communiceert over de waarheid, iets waar ze bijzonder afkerig van zijn. Dit toont aan dat dit soort persoon geen geweten en verstand heeft, en goed en kwaad niet kan onderscheiden. Niet in staat zijn om goed en kwaad te onderscheiden betekent dat hij in zijn menselijkheid niet de norm en het vermogen heeft om positieve en negatieve dingen te identificeren; dit is iets wat hij niet heeft. Heeft dit soort persoon dan een normale menselijkheid? (Nee.) Hij is geen mens. Als iemand werkelijk menselijkheid heeft, is er één ding dat dat kan bewijzen: hij heeft positieve dingen lief en verlangt ernaar in zijn hart. Zelfs wanneer hij de waarheid niet begrijpt, verlangt hij naar een rechtvaardige samenleving die vrij is van duisternis, verlangt hij naar positieve dingen en verlangt hij ernaar dat de waarheid de scepter zwaait. Maar deze boosaardige samenleving biedt hem deze ruimte niet, en mensen worden uitgesloten en onderdrukt als ze iets openbaren dat positief is. Onder deze omstandigheden kunnen mensen met menselijkheid de positieve dingen waar ze van houden en naar verlangen niet verkrijgen, dus voelen ze zich verstoord in hun hart. Maar nadat ze in God gaan geloven, begrijpen ze door Gods woorden te lezen en naar preken te luisteren vele waarheden, en deze waarheden zijn consistent en komen overeen met de positieve dingen die hun menselijkheid liefheeft, en voldoen precies aan hun behoeften aan positieve dingen, waardoor hun hart nog meer naar positieve dingen verlangt. Hoewel ze de waarheid nu niet volledig in praktijk kunnen brengen – vanwege beperkingen die de omgeving oplegt, hun kleine gestalte, of omdat ze worden beperkt en gebonden door bepaalde verdorven gezindheden – hebben ze niettemin de vastberadenheid en het verlangen om op een dag volledig in overeenstemming met de waarheid en Gods woorden te kunnen praktiseren, om daardoor onderwerping aan Gods woorden te bereiken en te voldoen aan hun behoeften die voortkomen uit hun liefde voor positieve dingen. Zulke mensen zijn degenen wier menselijkheid de kwaliteit bezit goed en kwaad te kunnen onderscheiden; het zijn mensen met menselijkheid. Als je alleen maar beweert dat je positieve dingen liefhebt en met je mond erkent dat alles wat God doet goed is, is dit slechts doctrines uitspreken en slogans roepen. Aangename woorden spreken en correcte theorieën te berde brengen, of hoogdravende woorden spuien – dat kan iedereen. Dit toont niet aan dat je werkelijk positieve dingen liefhebt. Maar als je, wanneer je de waarheid hoort, die kunt liefhebben en ernaar kunt verlangen, en hoe meer je de waarheid hoort, hoe meer je naar de waarheid verlangt en hoe groter je gedrevenheid is om die te zoeken, en hoe krachtiger je geloof in het volgen van God en het verkrijgen van redding wordt; en als je in het proces van het geloven in God vooruitgang boekt in je verschillende activiteiten, je verdorven gezindheden geleidelijk worden afgeworpen, en je daden van verzet en opstand tegen God steeds minder worden – dan ben je iemand die positieve dingen liefheeft, dan ben je iemand die de waarheidswerkelijkheid bezit. Zulke mensen dragen vrucht en behalen winst in hun geloof in God. Je kunt voelen dat je bent veranderd en dat je houding ten opzichte van God en de waarheid anders is dan voorheen. Vroeger kwam je in opstand tegen God en onderwierp je je niet aan God, en kon je de waarheid zelfs in hele kleine dingen niet beoefenen. Maar door deze jaren van streven, door deze jaren van het vervullen van je plicht, en door je inspanningen in alle aspecten, heb je iets van de waarheid begrepen, en wanneer je dingen overkomen, kun je de waarheid zoeken en in opstand komen tegen de verlangens van je vlees. Je kunt je ook in sommige belangrijke zaken waar principes een rol spreken aan de principes houden en niet naar eigen goeddunken handelen, en je kunt de belangen van Gods huis verdedigen en het werk van de kerk ondersteunen. Dit betekent dat je een zekere gestalte hebt, dat je enige beoefening en intrede hebt in het in opstand komen tegen jezelf en het aanvaarden van en het je onderwerpen aan de waarheid, en dat je verschillende verdorven gezindheden ook in verschillende mate zijn veranderd. Dit is de uiting van het kunnen onderscheiden van goed en kwaad bij mensen die werkelijk menselijkheid hebben.
Het kan zijn dat ook mensen die goed en kwaad niet kunnen onderscheiden, de waarheid willen aanvaarden en bereid zijn redding na te streven. Wanneer hun echter dingen overkomen, kunnen ze de waarheid niet in praktijk brengen. Ze leven nog steeds naar hun verdorven gezindheden, en komen vaak in opstand tegen God en weerstaan Hem zonder enig besef dat ze dat doen. Ze kwamen tien jaar geleden op deze manier in opstand tegen God, en tien jaar later kunnen ze dat nog steeds doen. Ze aanvaarden noch beoefenen de waarheid. Hier zijn twee redenen voor: de ene is dat ze helemaal niet begrijpen wat de waarheid is, en zich gewoon vasthouden aan hun eigen redenering, hun eigen uitspraken en hun eigen gezichtspunten. De andere is dat ze helemaal geen mensen zijn die de waarheid aanvaarden. Op welke manier ze tien jaar geleden ook in opstand kwamen tegen God, zo doen ze dat tien jaar later nog steeds, zonder dat er iets is veranderd. Ongeacht hoeveel jaar ze in God hebben geloofd, ze hebben geen getuigenis dat ze de waarheid hebben aanvaard en zich aan God hebben onderworpen, laat staan enig getuigenis dat ze in opstand zijn gekomen tegen het vlees en hun verdorven gezindheden. Dit toont aan dat ze geen mensen zijn die de waarheid aanvaarden. Zulke mensen zijn niet degenen die goed en kwaad onderscheiden. Er kan ook worden gezegd dat ze geen mensen met menselijkheid zijn – om het ronduit te zeggen, ze zijn geen mensen. Sommige mensen zijn, na het horen van deze woorden, in hun hart niet overtuigd. Ze zeggen: “Ik geloof al meer dan tien jaar in God en heb altijd mijn plicht vervuld. Het is alleen zo dat ik af en toe wat fouten maak en wat gesnoeid word. Is dat niet heel normaal? Iedereen heeft verdorven gezindheden; wie maakt er geen fouten? Hoe dan ook, ik ben een ware gelovige. Hoe kunt U nu zeggen dat ik geen menselijkheid heb?” Het is waar dat je een ware gelovige bent, maar betekent het feit dat je een ware gelovige bent dat je de waarheid kunt aanvaarden? Betekent het feit dat een ware gelovige bent dat je in opstand kunt komen tegen het vlees en dat je niet eigenzinnig zult zijn? Betekent het feit dat je een ware gelovige bent dat je je aan God kunt onderwerpen? Dat betekent het niet. Een ware gelovige zijn is niet alles, en het betekent niet dat je redding kunt verkrijgen. Bij het verkrijgen van redding is de vraag of je menselijkheid de waarheid kan aanvaarden en of je goed en kwaad kunt onderscheiden cruciaal. Een ware gelovige zijn is niet de belangrijkste voorwaarde voor mensen om uiteindelijk redding te verkrijgen, noch is het een basisvoorwaarde. Je zegt dat je een ware gelovige bent, maar hoeveel waarheid heb je begrepen en verkregen? Als het gaat om de belangen van Gods huis, bij hoeveel gelegenheden heb je die dan verdedigd? Als je denkt dat je een ware gelovige bent, dat je geweten en menselijkheid hebt, en dat je een oprecht mens bent, kun je dan in dezelfde kwestie als waarin je tien jaar geleden in opstand kwam tegen God, nog steeds in opstand komen tegen God? Ben je veranderd? Ben je in opstand gekomen tegen het vlees? Als je niet in opstand bent gekomen tegen het vlees, kun je dat dan in de komende tien jaar wel doen? Als je nog steeds niet in opstand kunt komen tegen het vlees en nog steeds in opstand kunt komen tegen God, dan toont dat aan dat er een probleem is met je menselijkheid. Je kunt de waarheid niet beoefenen, dus zelfs als je zegt dat je een ware gelovige bent, heeft dat geen zin. Je zegt dat je bereid bent te lijden en een prijs te betalen, en bereid bent toegewijd je plicht te vervullen, maar deze bereidheid heeft geen enkele waarde. Dit is slechts een voorwaarde voor jou om de waarheid te kunnen beoefenen en je aan God te onderwerpen, maar of je die uiteindelijk in praktijk kunt brengen, hangt af van de vraag of je menselijkheid hebt. Als je hart voor altijd niet in staat is je verdorven gezindheden te beteugelen en te beheersen, en je ervoor kiest je eigen belangen te verdedigen, en negatieve dingen kiest in plaats van positieve dingen, dan toont dat aan dat je menselijkheid de waarheid niet liefheeft en niet het vermogen heeft om je verdorven gezindheden te beheersen. Als je niet het vermogen had om de onthullingen van je verdorven gezindheden te beheersen toen je de waarheid niet begreep, is dat te verontschuldigen. Maar nu is het anders. Je hebt vele jaren naar de preken over de waarheid geluisterd, maar toch slaag je er nog steeds niet in je verdorven gezindheden te beteugelen zodat je volgens de waarheidsprincipes kunt praktiseren en correcte keuzes kunt maken wanneer je dingen overkomen. Je ziet duidelijk kwaadaardige mensen het werk van de kerk verstoren, en toch kun je niet opstaan om de belangen van Gods huis te verdedigen. Maar wanneer iemand je eigen belangen schaadt, kun je alles doen wat in je macht ligt om ze te verdedigen. Dit is voldoende om te bewijzen dat er geen geweten of verstand in je menselijkheid is om je te reguleren en te beteugelen en ervoor te zorgen dat je het juiste pad en de juiste beoefeningsprincipes kiest. Als je zulke onredelijke dingen doet en toch beweert dat je een mens bent, toont dat aan dat je geweten en verstand niet langer functioneren. Je bent dan geen normaal mens, want in je menselijkheid is er geen geweten en verstand, noch is er iets dat je in staat kan stellen correcte keuzes te maken. Begrijp je? Sommige mensen zeggen: “Mijn gestalte is nu klein. Vanwege mijn gezinsomgeving en opvoeding ben ik eigenzinnig, genotzuchtig en hoogmoedig. Maar in het werkelijke leven weet ik wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn, en ik weet wat ik wel en niet zou moeten doen. Het is alleen zo dat, aangezien mijn gestalte klein is en ik niemand heb gehad die de waarheid begrijpt om me te verlichten, op me toe te zien en me aan te sporen, ik de waarheid niet in praktijk heb gebracht en enkele overtredingen heb begaan, en ik daar vanbinnen een beetje spijt van heb.” In het echte leven kunnen zulke mensen hun geweten gebruiken om hun gedrag te reguleren en om zichzelf te beteugelen zodat ze het juiste pad bewandelen. Het zijn mensen die gered kunnen worden. Dit komt omdat ze de waarheid kunnen aanvaarden, iets van de waarheid in praktijk kunnen brengen en enkele veranderingen hebben ondergaan. Het is alleen zo dat ze iets minder snel vooruitgang boeken dan gemiddeld, en hun groei iets minder omvangrijk is – maar ze veranderen wel. Het is net als met sommige zaden die snel groeien in goede grond, terwijl andere langzamer en met meer moeite groeien in zand of rotsspleten; maar zolang er leven in zit, zullen ze groeien. Hetzelfde geldt voor mensen. Zolang hun menselijkheid het geweten en verstand bezit dat mensen zouden moeten hebben, bewijst dit dat ze menselijk leven hebben – nadat ze de waarheid hebben aanvaard, zullen ze veranderen. Zelfs als de verandering langzaam gaat – anderen boeken grote vooruitgang in tien jaar, terwijl zij in twintig of dertig jaar slechts een beetje vooruitgang boeken – ondanks de traagheid ontwikkelen ze zich in een positieve richting, ze veranderen en hun leven groeit voortdurend. Hoe snel of langzaam ze ook groeien, dit soort mensen bezit de kwaliteit van menselijkheid. Er is echter een ander soort persoon, een persoon die al vele jaren in God gelooft, maar helemaal geen levensgroei heeft gerealiseerd. Wie er ook over de waarheid communiceert, hij voelt afkeer en is niet bereid te luisteren. Welke omgeving God ook arrangeert, hij zoekt de waarheid niet en kan er geen lessen uit leren of positieve begeleiding en hulp uit putten. Hij is in zijn hart afkerig van positieve dingen. Zijn gezindheid en levensstijl van doen wat hij maar wil, zijn nooit veranderd. Zulke mensen zijn degenen zonder geweten en verstand. Ze zijn geen mensen – ze zijn niet menselijk. Wordt het duidelijker en begrijpelijker voor jullie nu Ik het op deze manier uitleg? (Ja.)
Er is nog een ander soort persoon: hij weet dat in God geloven goed is, maar hij begrijpt niet wat positieve en negatieve dingen zijn; bovendien is hij er nog lang niet aan toe om zijn geweten te gebruiken om zijn spreken en handelen te reguleren of te beteugelen. Zulke mensen zijn gemakkelijker te onderscheiden. Ze zijn er nog lang niet aan toe om positieve dingen lief te hebben, noch komen ze in de buurt van het begrijpen van de zin der dingen. Dit alles is voor hen een warboel. Als je hun vraagt wat positieve dingen zijn, zullen ze in termen van doctrines spreken en zeggen dat wat God zegt en doet allemaal positieve dingen zijn. Wat ze zeggen klinkt best aardig, maar wanneer ze met dingen worden geconfronteerd, kunnen ze die niet in verband brengen met Gods woorden of ze onderscheiden; hun hoofd wordt een brij, ze raken in verwarring en hebben nergens duidelijkheid over. Als je hun vraagt welke waarheden ze hebben verkregen door zoveel jaren in God te geloven, zeggen ze: “God heeft de soevereiniteit over alle dingen, alles wat Hij voor de mens doet is goed, en God heeft de mens lief. Satan weerstaat God, en Satan schaadt, vervolgt en misbruikt de mens.” Als je hun vraagt wat ze nog meer hebben verkregen, zeggen ze: “We moeten onze plicht goed vervullen, meer lijden en een grotere prijs betalen.” Als je hun vervolgens vraagt welke principes men moet volgen bij het vervullen van zijn plicht, zeggen ze: “We moeten luisteren naar wat de hogergeplaatsten zeggen en doen wat ons gevraagd wordt. Zelfs als het werk vuil en vermoeiend is, moeten we het goed doen; we mogen niet hinderen en verstoren of problemen veroorzaken. We moeten dingen doen die gunstig zijn voor iedereen en voor Gods huis.” Al deze doctrines die ze spreken zijn correct, er zit geen enkel verkeerd woord bij. Wanneer ze echter met dingen worden geconfronteerd, openbaren ze niets anders dan enkele verwrongen en dwaze gezichtspunten, en hoe vaak je ze ook corrigeert, ze kunnen niet veranderen. Wat voor soort ellendelingen zijn zulke mensen? (Het zijn verwarde mensen.) Zijn verwarde mensen menselijk? (Nee.) Wat zijn verwarde mensen? (Beesten.) Het beschaafde woord is ‘dier’, en in de spreektaal wordt ‘beest’ gezegd. Hoeveel preken ze ook horen, ze begrijpen niet wat de waarheid is, wat positieve dingen zijn of wat negatieve dingen zijn. Hoeveel dingen ze ook doen waarmee ze in opstand komen tegen God, ze hebben er geen besef van in hun hart en blijven het gevoel houden dat ze van nature goedhartig zijn en een sympathiek hart hebben. Wanneer ze iemand zien lijden, doet dat hun pijn in hun hart en wensen ze dat ze in diens plaats konden lijden. Wanneer ze iemand zien die niets te eten of te dragen heeft, willen ze hem hun eigen kleren en eten geven. Hoeveel van Gods woorden die de verdorvenheid van de mensheid blootleggen ze ook horen, ze blijven het gevoel hebben dat ze heel goed zijn, beter dan wie dan ook. Hoeveel verkeerde dingen ze ook doen, ze weten niet waar ze de fout in zijn gegaan, en ze geven nooit toe dat ze een verdorven gezindheid hebben. Als je hun vraagt: “Ben je een verdorven mens? Heb je een verdorven gezindheid?” zeggen ze: “Ja, die heb ik. Iedereen heeft verdorvenheid, hoe zou ik die niet kunnen hebben? Je spreekt dwaze woorden!” Ze noemen je zelfs dwaas. Maar wanneer ze iets verkeerds doen, geven ze het niet toe en schuiven zelfs de schuld op anderen af. Welk kwaad ze ook doen, ze geven het niet toe, en hoe ernstig de wandaden die ze begaan ook zijn, ze voeren altijd excuses en redenen aan om zichzelf te rechtvaardigen. Hebben zulke mensen enig verstand? Zijn het mensen die goed en kwaad kunnen onderscheiden? (Ze hebben geen verstand en kunnen goed en kwaad niet onderscheiden.) Ze lijken elke dag veel moeite te doen, ze luisteren van zonsopgang tot zonsondergang naar preken en lezen Gods woorden, maar ze kunnen geen enkele zin van de waarheid begrijpen, kunnen geen enkel ding doen dat in overeenstemming is met de waarheidsprincipes, en kunnen geen enkel woord spreken dat in overeenstemming is met de waarheid. Laat staan woorden die in overeenstemming zijn met de waarheid – ze kunnen niet eens een woord spreken dat in overeenstemming is met het geweten en verstand van de menselijkheid; ze spreken alleen maar verwarde en absurde woorden, en spuien alleen maar kromme redeneringen. Zulke mensen hebben bij lange na geen geweten en verstand; het zijn gewoon verwarde mensen, boordevol kromme redeneringen. Nadat ze naar talloze preken hebben geluisterd, kunnen ze enkele geestelijke woorden spreken. Wanneer je hen geestelijke woorden hoort spreken, heb je het gevoel dat ze behoorlijk bekwaam en welbespraakt zijn, maar als het gaat om het afhandelen van zaken, merk je dat ze zowel verward als absurd zijn. Wanneer ze kromme redeneringen spuien, kunnen ze je sprakeloos doen staan. Wat betekent ‘je sprakeloos’ doen staan? Het betekent dat je je niet kunt voorstellen dat iemand zulke absurde woorden zou kunnen zeggen of zo’n manier van denken zou kunnen hebben, dat het gewoon onvoorstelbaar voor je is, en dat je uiteindelijk alleen maar met stilzwijgen op hen kunt reageren, wat de beste manier is om met hen om te gaan.
Als iemand een mens is en normale menselijkheid bezit, dan is het cruciaal om goed en kwaad te kunnen onderscheiden. Wanneer hij de voorziening van Gods woorden niet heeft ontvangen en de waarheid niet begrijpt, kan hij zijn geweten en verstand gebruiken om enkele eenvoudige positieve en negatieve dingen te begrijpen. Hij heeft bepaalde onderscheidende en cognitieve capaciteiten als het gaat om enkele positieve en negatieve dingen waarmee hij in het dagelijks leven in aanraking komt. Hij is in staat enig onderscheidingsvermogen te tonen ten aanzien van de dingen die onder het fundamentele gezond verstand van de mens vallen, ten aanzien van de wetten van het menselijk overleven, en ten aanzien van sommige mensen, gebeurtenissen en dingen waar hij vaak mee te maken krijgt. Hij is niet iemand die op een verwarde manier leeft, maar iemand die onderscheidende en cognitieve capaciteiten heeft als het gaat om de positieve en negatieve dingen in de mensenwereld, en natuurlijk heeft hij ook bepaalde gedachten, standpunten en correcte houdingen ten opzichte van deze dingen. Na hun dertigste worden zulke mensen geleidelijk aan met verscheidene levenszaken geconfronteerd. Zelfs als ze Gods woorden niet hebben gelezen of de voorziening van Gods woorden niet hebben ontvangen, kunnen ze tegen de tijd dat ze in de vijftig of zestig zijn, geleidelijk onderscheiden wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn, en vervolgens leven volgens die positieve dingen die ze kunnen bevatten, en enkele van de wetten van positieve dingen volgen. Wat sommige negatieve dingen betreft, die kunnen ze niet alleen onderscheiden, maar er ook vanuit het diepst van hun hart afstand van nemen. Wanneer ze geen andere keuze hebben dan wereldse trends of enkele filosofieën voor wereldlijke betrekkingen en gezegden die onder mensen circuleren te volgen, voelen ze dat ze tegen hun geweten ingaan, en zal hun geweten hen verwijten maken. Vanuit het diepst van hun hart aanvaarden ze dergelijke gezichtspunten niet; ze handelen alleen op deze manier om te overleven of voor tijdelijke voordelen. Het is niet hun oorspronkelijke bedoeling om deze dingen te doen; het is veeleer een keuze die ze tegen hun wil hebben gemaakt. Nadat zulke mensen in God gaan geloven, houden ze zich meer bezig met wat Gods woorden precies zeggen over allerlei kwesties, zoals de woorden die betrekking hebben op het menselijk leven en overleven, wat Gods nauwkeurige uitspraken precies zijn met betrekking tot moeilijke problemen in het menselijk leven, en wat God precies van mensen vraagt wanneer ze daarmee worden geconfronteerd. Ze verlangen naar de antwoorden op deze vragen. Wanneer ze de antwoorden ontvangen, voelen ze niet dat beoefenen in overeenstemming met Gods woorden te moeilijk is of te zeer in strijd is met de behoeften van de menselijkheid. In plaats daarvan voelen ze dat alleen deze waarheden het juiste pad vormen, dat dit is wat mensen zouden moeten bezitten en bereiken, en dat dit de gelijkenis is die mensen in het leven zouden moeten hebben. Ze voelen dat als mensen op deze manier leven, dit werkelijk kan voldoen aan de behoeften van hun geweten en menselijkheid, en dat ze alleen door op deze manier te leven niet tegen hun wil ingaan, en dat ze zich alleen dan gerust kunnen voelen en vreugde en vrede kunnen hebben. Ze voelen ook dat mensen alleen dan hoop zullen hebben en bereid zullen zijn om verder te leven, en dat ze zich alleen dan kunnen losmaken van verschillende kwaadaardige machten, verschillende kwaadaardige trends, en de holle gesteldheid waarin de mensheid leeft. Onder de invloed van hun geweten diep in hun hart, hebben ze een voorliefde voor de verschillende uitspraken, leringen en voorzieningen in Gods woorden, en omarmen ze die vanuit het diepst van hun hart. Ze verlangen ernaar het verkrijgen van de waarheid na te streven. Bovendien wordt hun verlangen naar de waarheid en naar positieve dingen in toenemende mate bevredigd naarmate Gods woorden meer en meer worden uitgedrukt, en de voorziening van Gods woorden steeds praktischer en gedetailleerder wordt. Het is niet zo dat hoe meer ze luisteren, hoe onrustiger ze worden, hoe meer ze het te gedetailleerd vinden, of hoe verwarder ze zich voelen. Integendeel, hoe meer ze luisteren, hoe duidelijker de dingen lijken, en hoe meer ze voelen dat ze de dingen kunnen doorzien en een pad hebben. Ze voelen dat er hoop in het verschiet ligt, dat ze het licht zien en een pad hebben om de waarheid te beoefenen en redding te verkrijgen. Hun hart voelt zich meer en meer gegrond, en ze voelen meer en meer dat het pad van het geloven in God correct is, en dat de prijs die ze hebben betaald, de energie die ze hebben besteed aan en het hartenbloed dat ze hebben vergoten bij het geloven in God, elke dag tot nu toe, allemaal de moeite waard en zinvol zijn geweest. Dit wordt bevestigd in het diepst van hun hart. Hoewel hun wens in vervulling is gegaan en hun verlangen naar de waarheid enigszins is verzadigd, zullen mensen die werkelijk naar de waarheid verlangen vastberaden zijn en plannen maken, waarbij ze van zichzelf vereisen dat ze alle aspecten van de waarheid beoefenen en binnengaan, om Gods woorden, de verschillende waarheidsprincipes en Gods verschillende vereisten in zichzelf te implementeren. Daardoor laten ze Gods woorden de criteria worden voor hun handelingen en zelf-gedrag in het dagelijks leven, en laten ze deze hun levenswerkelijkheid worden. In het verleden, toen ze de waarheid nog niet begrepen, konden ze alleen maar enkele woorden en doctrines spreken. Wanneer ze met dingen werden geconfronteerd, hadden ze daar niet meer dan een eenzijdig beeld van, zoals in de parabel van de blinde mannen en de olifant; ze waren niet in staat de essentie van het probleem te zien en wisten niet wat ze moesten doen. Ze hadden het gevoel dat het leven erg saai was, dat ze geen doelen hadden om na te streven en geen hoop hadden, en ze leefden op een verwarde manier. Maar nu is het anders. Gods woorden worden steeds duidelijker gesproken, en de waarheid wordt steeds duidelijker gecommuniceerd. Ze voelen dat het pad helderder en duidelijker wordt, en dat er een weg vooruit is. En ze kunnen Gods woorden volgen als basis voor elk woord dat ze spreken, elk ding dat ze doen, en elk type persoon dat ze tegenkomen. Ze voelen dat Gods woorden heel praktisch en heel goed zijn, en ze hebben bevestigd dat in God geloven het juiste pad is, dat in God geloven tot redding kan leiden, dat op deze manier in God geloven hen in staat kan stellen een menselijke gelijkenis uit te leven, en dat het heel zinvol en waardevol is! Terwijl ze naar de waarheden verlangen en ze beoefenen, gaan ze deze waarheden ook voortdurend binnen en oogsten ze voortdurend goede opbrengsten. Naarmate het verlangen naar en de behoefte aan positieve dingen van hun geweten en menselijkheid worden bevredigd, verandert hun innerlijk leven ook geleidelijk. Hoewel ze vaak verdorven gezindheden onthullen en in opstand komen tegen God, en wanneer ze met dingen worden geconfronteerd vaak – onwillekeurig – handelen volgens hun verdorven gezindheden, hun vlees en hun dwaze, foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten, zien we tegelijkertijd ook een positief fenomeen: wanneer ze dit doen, voelen ze vaak ongemak in hun geweten, en voelen ze dat hun verdorven gezindheden diepgeworteld en moeilijk te veranderen zijn. Onder de invloed van hun geweten ervaren ze dan vaak verwijten in hun hart, en voelen ze zich schuldig en hebben ze spijt. Ze denken regelmatig na over waar ze precies de fout in zijn gegaan en ze tonen vaak berouw. Dit zijn allemaal de effecten van het geweten. Als mensen een geweten hebben, zullen ze deze gevoelens hebben en deze uitingen tonen; als mensen een geweten hebben, is dit hoe ze zullen leven. Ze zullen vaak over zichzelf nadenken en vaak berouw tonen en op hun schreden terugkeren. Hoewel ze vaak met mislukkingen en tegenslagen worden geconfronteerd, en hoewel ze vaak met snoeien, oordeel en tuchtiging worden geconfronteerd omdat ze verkeerd doen, blijft hun doel, omdat ze vaak berouw tonen en veranderen, hetzelfde, het nastreven van de waarheid, en uiteindelijk zullen ze een goed resultaat bereiken en een goede oogst binnenhalen. Ze voelen zich vaak bekritiseerd en schuldig, en ze keren vaak op hun schreden terug en tonen berouw. Dit is een positief fenomeen – het toont aan dat ze al op het juiste pad zijn, en uiteindelijk zullen ze werkelijke winst behalen. Om te beginnen zijn hun verdorven gezindheden enigszins afgezwakt en is hun opstandigheid tegenover God afgenomen. Voorheen klaagden ze wanneer ze met dingen werden geconfronteerd die niet overeenkwamen met hun noties, maar nu klagen ze niet langer en kunnen ze de waarheid zoeken; ze weten dat het absurd, belachelijk en onjuist is om God en Gods werk te behandelen op basis van noties en verbeeldingen. Bovendien, daar waar ze voorheen negatief waren wanneer ze met moeilijkheden werden geconfronteerd, zijn ze nu niet langer negatief; ze kunnen ze correct behandelen en zich aan Gods orkestraties en regelingen onderwerpen. Hoewel ze soms negatief kunnen zijn, heeft dit geen invloed op de vervulling van hun plicht, en zijn ze toegewijd geraakt aan het vervullen van hun plicht. Hun geweten zal hun vertellen dat het juist is om dit te doen. Wanneer ze op deze manier handelen, zullen ze vrede in hun hart hebben en zich niet beschuldigd voelen, en zullen ze steeds meer voelen dat dit is hoe ze behoren te handelen. Hoe meer ze op deze manier beoefenen, hoe meer ze het belang inzien van het zoeken en beoefenen van de waarheid in alle dingen, en hoe meer ze voelen dat ze de waarheid moeten zoeken en beoefenen volgens de waarheidsprincipes, dat dit pad juist is, en dat op deze manier beoefenen vrucht afwerpt. Wanneer mensen dergelijke successen boeken, merken ze dat hun relatie met God verandert, dat het leven in hen verandert, dat hun verdorven gezindheden steeds meer hun greep verliezen, en dat de gebondenheid en beperking die deze gezindheden over hen hebben, afnemen. Ze merken ook dat hun verlangen om de waarheid na te streven en hun hunkering ernaar sterker worden, en dat tevens hun kracht om de waarheid te beoefenen en hun verdorven gezindheden te overwinnen toeneemt. Op deze manier zullen mensen een bepaald soort gevoel krijgen, namelijk dat er hoop voor hen is om verdorven gezindheden af te werpen en redding te verkrijgen, dat het pad dat ze bewandelen juist is, en dat het aanvaarden, beoefenen van en zich onderwerpen aan de waarheid juist is. Dit is de houding die mensen die het geweten en verstand van de menselijkheid bezitten ten opzichte van de waarheid hebben. Dit is de uiting die mensen hebben naarmate ze de waarheid geleidelijk aanvaarden. Dit is de meest normale uiting. Voor degenen die deze uiting niet tonen, kan hun geweten geen enkele regulerende rol spelen – dat is het minste dat je ervan kunt zeggen. Als je een geweten hebt, zal je geweten zeker een regulerende rol spelen. Als je geweten geen regulerende rol kan spelen, dan is dat geweten van jou geen geweten – je hebt geen geweten. Als mensen een geweten hebben, zullen ze in staat zijn goed en kwaad te onderscheiden, positieve dingen van negatieve dingen te onderscheiden, en zullen ze positieve dingen kiezen en negatieve dingen opgeven. Als mensen een geweten hebben en goed en kwaad kunnen onderscheiden, zullen ze ervoor kiezen de waarheid te aanvaarden, te beoefenen en zich eraan te onderwerpen, en te handelen volgens de waarheidsprincipes. Als ze de waarheid deze keer niet beoefenen, zal hun geweten hun verwijten maken, en als ze de waarheid de volgende keer niet beoefenen, zal hun geweten hen opnieuw verwijten maken. Als je een gevoel van geweten hebt en goed en kwaad begrijpt, dan zal je geweten je, nadat je zoveel waarheden hebt gehoord, nog meer verwijten maken en beschuldigen als je herhaaldelijk verkeerd doet, en zul je je kunnen onderwerpen aan het gevoel van je geweten en de juiste keuze kunnen maken. Sommige mensen zeggen: “Ook mij maakt mijn geweten me verwijten wanneer ik verkeerd doe, maar zelfs nadat ik tien of twintig jaar verwijten heb gekregen, wil ik er nog steeds niet voor kiezen om de waarheid te beoefenen.” Dan zeg Ik dat dat geweten van jou geen geweten is. Je zegt dat je voelt dat je geweten je verwijten maakt, maar je bent al die talloze jaren niet in staat geweest op je schreden terug te keren of berouw te tonen, en je zogenaamde geweten is er niet in geslaagd je te reguleren zodat je het juiste pad kiest. Dan is je geweten geen geweten, en heb je geen menselijkheid. Je zegt: “Ik weet wat correct is en wat incorrect is – hoe kunt dan U zeggen dat ik geen geweten heb?” Dat kan alleen maar betekenen dat je hart te onbuigzaam is, en dat je geweten niet langer functioneert. Als je werkelijk het geweten van de menselijkheid bezit, dan zal, wanneer je verkeerd doet en je geweten je verwijten maakt, je menselijkheid een neiging naar het positieve hebben, en zal je geweten je vanbinnen beschuldigen en zeggen: “Dit is verkeerd, dit getuigt van zo weinig menselijkheid!” Als je geweten je altijd op deze manier verwijten maakt, wat voor soort persoon zou je dan moeten zijn om dat niet op te merken? Alleen degenen zonder geweten missen dit inzicht. Als je werkelijk een geweten hebt, kun je dan, wanneer je verwijten krijgt van je geweten, onbuigzaam blijven? Als je zegt: “Ik krijg al tien of twintig jaar verwijten en heb niets bijzonders gevoeld”, dan ben je geen persoon met een geweten. Is dit niet zo? (Ja, dit is zo.) Je hebt geen geweten, en toch beweer je menselijkheid te hebben – is dat geen misleiding? Als je menselijkheid hebt, hoe kun je dan geen geweten hebben? Als je geen geweten hebt, dan heb je geen menselijkheid. Een teken dat je geen menselijkheid hebt is dat je niet begrijpt wat positieve en wat negatieve dingen zijn. Je zegt dat je een geweten hebt, waarom ben je dan niet in staat goed en kwaad te onderscheiden? Je hebt zoveel preken gehoord, waarom verlang je er dan niet naar de waarheid na te streven? Je zegt: “Mijn hart is bereid de waarheid na te streven en bereid de waarheid te beoefenen” – welke waarheden heb je dan beoefend? Waar is het bewijs? Als je hart de waarheid liefheeft en bereid is de waarheid na te streven, waarom beoefen je de waarheid dan niet? Misleid je mensen dan niet? Is dit niet precies hetzelfde als de leugens van een bedrieger? Het is net als de grote rode draak, die altijd verkondigt dat alles wat hij doet bedoeld is om het volk te dienen en hen in staat te stellen een gelukkig leven te leiden, maar wanneer mensen in God geloven en het juiste pad bewandelen, arresteert en vervolgt hij hen als een bezetene. Hij staat mensen niet toe God te volgen, staat hen niet toe de waarheid te aanvaarden en redding te verkrijgen – hij staat hen alleen toe de Partij te volgen en haar bevelen te gehoorzamen, wat ertoe leidt dat ze in de hel belanden en gestraft worden, wat de grote rode draak verheugt. Zijn de woorden van de grote rode draak dat hij ‘het volk dient’ dus waar of onwaar? Satan zegt altijd dat wat hij doet in het belang van de mensen is, maar hij kan mensen niet voorzien van de waarheid, noch kan hij mensen op het juiste levenspad leiden. Hij prent mensen alleen maar ketterijen en drogredenen in, waardoor ze zich overgeven aan een leven van losbandigheid, het pad van het kwaad bewandelen, de wereld nastreven, roem en gewin nastreven, en met elkaar vechten en elkaar schaden. Hij staat mensen niet toe het juiste pad te bewandelen, en rukt mensen weg van Gods zijde. Uiteindelijk verkrijgen mensen roem en gewin, maar hun lichaam en geest zijn volledig geruïneerd; ze zijn vervuld van Satans ketterijen en drogredenen, God is afwezig in hun hart, en ze geloven niet langer dat de mensheid door God is geschapen. Ze gaan God verloochenen en worden vijandig jegens Hem. Doet Satan dit in het belang van de mens? Is dit niet het schaden en ruïneren van mensen? Toch kunnen mensen die niet in staat zijn goed en kwaad te onderscheiden deze dingen niet doorzien.
Sommige mensen zeggen: “Ik heb menselijkheid en kan goed en kwaad onderscheiden, en ik heb meer geweten dan de meeste mensen.” Vergelijk jezelf dan met de inhoud waarover vandaag is gecommuniceerd en kijk of je een geweten hebt, of je de waarheid kunt aanvaarden en beoefenen, of je wroeging en schuldgevoel voelt wanneer je verkeerd doet, en of je werkelijk berouw hebt getoond en bent veranderd. Als je deze uitingen van het binnengaan van het leven niet hebt, bewijst dat dat je geweten niet heeft gefunctioneerd, ondanks dat je al zoveel jaren naar preken hebt geluisterd sinds je in God begon te geloven. Wat zit er achter het feit dat je geweten niet functioneert? Er is maar één reden die dit probleem kan verklaren: je bent een persoon zonder geweten. Sommige mensen zeggen: “Hoewel ik geen intrede in het leven heb, begrijp ik alle waarheden.” Als je de waarheid begrijpt, waarom beoefen je die dan niet? Waarom heb je totaal geen intrede gehad? Hoe komt het dat je geestelijk leven zelfs nu nog niet is veranderd? Je begrijpt de waarheid maar beoefent die niet – waar is je geweten? Sommige mensen beweren zelfs: “Ik geloof al zoveel jaren in God. Als ik geen geweten had, had ik dan zoveel kunnen opgeven, zoveel kunnen lijden en zo’n grote prijs kunnen betalen? Zou ik dan bereidwillig mijn plicht kunnen vervullen?” Als je een geweten hebt, welk effect heeft dat dan gehad nadat je zoveel waarheden hebt gehoord? Kan het je beteugelen zodat je handelt volgens de waarheidsprincipes? Kan het je gedrag en je gedachten beheersen? Je hebt al zoveel jaren naar preken geluisterd, je kunt veel doctrines te berde brengen, en je hebt zoveel geleden en zo’n grote prijs betaald – waarom speelt je geweten dan geen rol bij het beheersen van je gedrag, waarom zorgt ze er niet voor dat je volgens principes handelt en weerhoudt ze je er niet van principes te schenden? Als je zoveel geweten en menselijkheid hebt, en je zoveel waarheden hebt begrepen, waarom kun je ze dan niet in praktijk brengen? Hoe kun je openlijk principes schenden en openlijk het werk van de kerk verstoren? Als je een geweten hebt, is je geestelijk leven dan veranderd nadat je al zoveel jaren je plicht hebt vervuld? Je bent niet veranderd, en je hebt helemaal geen intrede in de waarheid; dit toont aan dat je geen geweten hebt. Sommige mensen zeggen: “Zou ik mijn plicht kunnen vervullen als ik geen geweten had?” Je vervult je plicht niet; je bent aan het arbeiden. Arbeiden vereist geen geweten; een beetje inspanning verrichten is genoeg. Dit bevestigt precies de uitspraak: mensen die arbeiden zijn mensen zonder geweten; ze streven niet naar het binnengaan van het leven of de waarheid, en ze proberen alleen maar te arbeiden en zijn alleen maar bereid inspanning te verrichten. Wat zijn de kenmerken van arbeiden? Dat je bereid bent ontberingen te lijden en een prijs te betalen, dat je op zoek bent naar vreugde en het gevoel belangrijk en waardevol te zijn door de ontberingen die je lijdt en de prijs die je betaalt, dat je probeert je verlangen naar zegeningen en je ambitie om deals te sluiten met God te bevredigen, en dat je probeert zegeningen te verkrijgen in ruil voor lijden en opoffering. Als je hun vraagt inspanning te verrichten bij het werk, ontberingen te lijden en een prijs te betalen, hebben ze hier volop energie voor; maar als je hun vraagt te handelen volgens principes en de waarheid te beoefenen, worden ze lusteloos, verward, en weten ze niet hoe ze dit in de praktijk moeten brengen. Sommige mensen voelen zich zelfs in een lastig parket gebracht, en denken: ‘Het is prima als je me vraagt inspanning te verrichten, ontberingen te lijden en een prijs te betalen. Ik kan elke hoeveelheid ontbering verdragen, en ik zal niet klagen, hoe moe ik ook ben. Maar me vragen te handelen volgens principes – maak je het me dan niet onnodig moeilijk? In staat zijn om zonder te klagen inspanning te verrichten, ontberingen te lijden en een prijs te betalen is al heel goed – waarom eis je dan ook nog eens van me dat ik volgens principes handel? De eisen die je aan mensen stelt zijn te hoog! Laat mensen de dingen doen zoals ze willen; zolang het werk maar gedaan wordt, is dat goed genoeg. Als het niet goed wordt gedaan, kan het gewoon in de loop van de tijd worden gecorrigeerd! Ze zijn alleen maar bereid te arbeiden, en ze zijn erg energiek bij het arbeiden, maar ze worden lusteloos als het gaat om het beoefenen van de waarheid, en ze raken nog meer in de war als het gaat om het binnengaan van het leven. Toch denken ze nog steeds dat ze goede mensen zijn. Ze zeggen vaak: “Ik ben een persoon met een geweten en ik ben goedhartig. Ik steek al de energie die ik heb in het vervullen van mijn plicht en houd me nooit in. Ik kan mijn familie en carrière opgeven om me voor God in te zetten. Hoe ik zo gedreven kan zijn? Ik ben van nature een goed mens!” In feite begrijpen ze geen enkele waarheid, laat staan dat ze kunnen handelen volgens de waarheidsprincipes. Ze weten alleen maar brute kracht te gebruiken, en toch denken ze nog steeds dat ze goed zijn. Zelfs in dit stadium hebben ze helemaal geen gevoel in hun geweten en verstand. Als je werkelijk een geweten had, hoe had je dan zulke kromme redeneringen kunnen spuien? Hoe kon je dan geen zuiver begrip van de waarheid hebben? Als je een geweten en menselijkheid had, hoe kon je dan niet aandachtig hebben geluisterd naar Gods woorden, naar wat Gods vereiste criteria voor mensen zijn, en naar welke principes moeten worden gevolgd bij elk ding dat je doet? Als je luistert maar het niet begrijpt, en je ongevoelig bent voor de waarheid, dan ben je iemand zonder geweten en menselijkheid. Denk je dat je je brute inspanning kunt inruilen voor de waarheid en het leven, voor redding? Dit is onmogelijk; dat pad werkt niet. Zelfs als je bereid bent inspanning te verrichten, met oprechtheid te zwoegen, en een beetje kunt lijden, en in de ogen van mensen enigszins toegewijd bent, is het nog steeds moeilijk te zeggen of je tot het einde toe toegewijd kunt zijn. Het is niet te zeggen wanneer je beestachtige aard zal opvlammen en je problemen zult veroorzaken en hinder en verstoringen zult creëren, en dan zul je moeten worden weggezuiverd. Zijn er onlangs niet een paar mensen weggezuiverd uit de kerk? Mensen zoals zij spreken zeer aangenaam klinkende woorden, en iedereen die hen hoort denkt dat ze de waarheid begrijpen, maar ze beoefenen de waarheid gewoon niet. Ze zeggen aardig klinkende dingen maar verrichten geen werkelijk werk. Ze keren zich niet alleen tegen mensen, ze keren zich ook tegen Gods huis. Is dit niet God weerstaan? Kan Gods huis hen dulden? Als ze bereid zijn hun plicht te vervullen, zouden ze dat gewillig en volgens de regels doen, maar dat doen ze niet. Ze proberen de leiding te hebben en de macht in handen te houden, en ze veroorzaken zelfs verstoringen en vernietiging. In hoeverre veroorzaken ze verstoringen? Zelfs wanneer Ik iets doe, proberen ze zich ermee te bemoeien, kritiek te leveren op dit en dat, en te belemmeren en te verstoren. Ze proberen Mijn handelingen te verstoren – zou Ik hun genade kunnen tonen? Als je alleen Mijn persoonlijke leven zou verstoren, zou Ik je opzij kunnen zetten en je negeren, maar Ik doe werk in Gods huis, Ik verricht werkelijk werk voor Gods uitverkoren volk, en nog altijd probeer je het te verstoren en te ondermijnen. Wat is hier het probleem? Wat moet er met zo iemand worden gedaan? (Hij moet worden weggezuiverd.) Gods huis heeft principes voor het omgaan met mensen, en zulke mensen moeten worden weggezuiverd. Sommige mensen zeggen: “Mij is onrecht aangedaan! Ik wist niet dat dit U beledigde. Ik wist niet dat dit het trotseren van de Boven en het trotseren van God was. Ik deed het niet expres.” Het feit dat je zoiets kon doen, toont aan dat je doelbewust handelde. Hoeveel jaar heb je naar preken geluisterd? Heb je een geweten – heb je menselijkheid? Als je menselijk was, als je menselijkheid had en geweten en verstand bezat, zou je zulke dingen niet doen, of het nu opzettelijk was of niet. Ik doe werk, en ze verstoren het opzettelijk en proberen het te ondermijnen. Zijn ze überhaupt wel menselijk? Zijn het geen duivels? Als mensen werkelijk geweten en verstand hebben, en werkelijk menselijkheid hebben, weten ze, zelfs als het een gewoon persoon is die iets doet, dat ze het moeten ondersteunen en niet ondermijnen, zolang het maar gunstig is voor het werk van de kerk en voor de broeders en zusters. Hoeveel te meer als het iets is waar Ik me persoonlijk mee bezighoud. Toch staan ze erop verstoringen te veroorzaken en te proberen het te saboteren, en niemand kan hen tegenhouden. Ze zijn door en door duivels geworden, nietwaar? Ik zeg dat de slechte daden van zulke figuren ernstig zijn – we mogen niet coulant voor ze zijn; Gods huis heeft principes voor het omgaan met mensen, en ze moeten worden aangepakt door te worden verwijderd. Is dit een gepaste manier om hen te behandelen? (Ja.) Als ze alleen in hun dagelijks leven hun persoonlijke voorkeuren volgen, is dat acceptabel. Ik zou bijvoorbeeld kunnen zeggen: “Ik eet graag noedels”, waarop zij antwoorden: “Ik eet niet graag noedels. Als ik kook, maak ik wat noedels voor U, en maak ik rijst voor mezelf.” Deze kwestie heeft geen betrekking op het werk van de kerk, noch heeft het betrekking op enige waarheidsprincipes, laat staan dat het iemands menselijkheid of geweten betreft. Het is prima om hierin je persoonlijke voorkeuren te volgen, maar als het gaat om zaken die het werk van de kerk betreffen, is het niet acceptabel. Als je roekeloos wandaden begaat en hinder en verstoringen veroorzaakt, schend je de bestuurlijke decreten. Wat voor soort persoon kan schaamteloos de bestuurlijke decreten schenden? Wat voor soort persoon kan openlijk de waarheid en Gods huis trotseren? (Duivels.) Die roekeloze verwarde mensen en beesten kunnen op deze manier het werk trotseren en verstoren, en duivels zijn daar nog meer toe in staat. Wat Gods huis ook doet, duivels proberen het altijd te verstoren – ze veroorzaken verstoringen alsof ze bezeten zijn, zonder ook maar enigszins rekening te houden met de gevolgen. Ze kunnen in zo’n mate verstoring veroorzaken en het nog steeds niet beseffen, ze blijven het gevoel hebben dat ze geen verstoringen hebben veroorzaakt en dat ze volkomen onschuldig zijn. Ze verdedigen zichzelf zelfs. Het is niet nodig om met zulke mensen over wat dan ook te communiceren; hen gewoon verwijderen is het juiste om te doen. Mensen zoals zij, die geen geweten en verstand van de menselijkheid hebben, zijn regelrechte duivels; ze zullen nooit veranderen. Er wordt niet van je vereist dat je de waarheid nastreeft, noch wordt er van je vereist dat je de waarheid in alle dingen beoefent, maar je moet op zijn minst weten dat je de regels moet volgen. Als je niet eens de regels begrijpt, en je de bestuurlijke decreten van Gods huis niet begrijpt, en je het niet eens weet wanneer je bestuurlijke decreten schendt, heb je dan menselijkheid? Je hebt geen menselijkheid; je bent een duivel. Wanneer duivels kwaad doen, kunnen ze het niet laten. Hun weerstand tegen God, hun oordeel over God en hun godslastering tegen God zijn natuurlijke uitingen van hun aard. Ze kunnen van nature op deze manier kwaad doen, zonder dat iemand hen aanspoort of indoctrineert. Dit komt omdat ze worden gedomineerd door hun duivelse aard.
Vandaag hebben we gecommuniceerd over de kwestie van het onderscheiden van goed en kwaad, wat deel uitmaakt van het geweten en verstand van mensen. Zien jullie dit aspect door deze communicatie nu helder? Een waar mens heeft een geweten en kan goed en kwaad onderscheiden; zijn geweten functioneert. Welke mensen, gebeurtenissen of dingen hij ook tegenkomt, en welke kwesties zich ook voordoen, zijn geweten is op zijn minst de eerste verdedigingslinie. Om te beginnen zal je geweten je helpen oordelen te vellen over dingen en te onderscheiden welke dingen positief zijn en welke negatief; daarnaast kan het je helpen controles uit te voeren en het pad voor je in kaart te brengen, zodat je niet onder de minimumnormen van het zelf-gedrag zakt, en uiteindelijk zal het je helpen afwegingen te maken en het juiste pad te kiezen. Natuurlijk zullen mensen die de waarheid begrijpen of die al vele jaren in God geloven en een fundament in hun geloof hebben, onder de invloed van hun geweten uiteindelijk positieve dingen kiezen, en ervoor kiezen de waarheid te zoeken en te aanvaarden. Daarom speelt het geweten een leidende rol binnen de menselijkheid; het speelt de rol mensen naar het juiste pad te leiden en mensen te reguleren zodat ze positieve dingen kiezen. Als een persoon geen geweten heeft, spreekt het voor zich dat hij niet alleen niet in staat zal zijn positieve dingen en het juiste pad te kiezen, maar dat het hem bij alles wat hij doet zal ontbreken aan de minimale beteugeling en regulering van het geweten. Zo iemand verkeert in groot gevaar; het is zeer waarschijnlijk dat hij kwaad zal doen en God zal weerstaan. Als hij de reïncarnatie van een dier is, zou hij de dingen kunnen doen die kwaadaardige demonen doen, en mensen die kwaadaardige demonen en duivels zijn, kunnen nog groter kwaad doen, wat erg beangstigend is. Het bezitten van een geweten is dus erg belangrijk. Is dat duidelijk? (Ja.) Als een persoon geen geweten heeft om zijn gedrag te reguleren en hem te leiden het juiste pad te bewandelen, dan zal het pad dat hij kiest onvermijdelijk een verkeerd pad zijn, en wat hij doet zullen negatieve dingen zijn – de gevolgen zullen onvoorstelbaar zijn. Als hij schaamteloos de waarheid en de wetten van de ontwikkeling der dingen kan schenden, en ook roekeloos kan lasteren en daarbij oordeelt over de waarheid en al het werk dat God doet, en zelfs openlijk God kan weerstaan en Gods bestuurlijke decreten kan schenden, en God op onbeschaamde wijze kan vervloeken, veroordelen en lasteren, dan is hij precies hetzelfde als duivels en Satan. Hij kan al het kwaad begaan dat duivels en Satan begaan, alle dingen doen die duivels en Satan doen, en alle drogredenen, ketterijen en kromme redeneringen uiten die duivels en Satan uiten. Deze mensen zijn regelrechte duivels en Satans.
Wat hebben jullie begrepen uit de communicatie van vandaag? (Ik heb begrepen dat mensen met menselijkheid geweten en verstand bezitten, en goed en kwaad kunnen onderscheiden. Wat betreft het onderscheiden van goed en kwaad, heeft God aan de hand van verschillende voorbeelden met de uiterste helderheid uitgelegd wat positieve dingen en negatieve dingen zijn, zodat we, wanneer we met dingen worden geconfronteerd, nauwkeurige oordelen kunnen vellen en tegelijkertijd de juiste zienswijzen kunnen hanteren voor ons streven – we zouden naar positieve dingen moeten verlangen en deze moeten nastreven, en negatieve dingen moeten haten en verwerpen.) Het geweten en verstand binnen de menselijkheid zijn de meest fundamentele voorwaarden voor een persoon om redding te verkrijgen. Als je deze twee basisvoorwaarden bezit, maar de waarheid niet nastreeft, en het beetje waarheid dat je begrijpt niet beoefent, en uiteindelijk geen onderwerping aan de waarheid kunt bereiken, dan zul je nog steeds geen redding kunnen verkrijgen. Geweten en verstand zijn slechts de basisvoorwaarden voor redding; welk pad je bewandelt, hangt af van je eigen keuze. Als je een persoon bent die werkelijk geweten en verstand heeft, zul je onder de regulering van je geweten de kans hebben om ervoor te kiezen het pad van het nastreven van de waarheid in te slaan. Als je geweten je reguleert en leidt zodat je het juiste pad kiest, maar je niet bereid bent te lijden en een prijs te betalen, niet bereid bent in opstand te komen tegen het vlees en dingen los te laten die verband houden met je vleselijke belangen, en je niet het pad van het nastreven van de waarheid bent ingeslagen, dan zul je nog steeds geen hoop hebben op het verkrijgen van redding. De hoop op het verkrijgen van redding houdt enerzijds rechtstreeks verband met het geweten van je menselijkheid; anderzijds houdt het ook rechtstreeks verband met de prijs die je kunt betalen bij het nastreven van de waarheid, en je vastberadenheid en verlangen om de waarheid te beoefenen. Het geweten geeft je slechts een basisvoorwaarde om gered te worden, en het creëert ook veel kansen voor je om de waarheid te beoefenen, waardoor je de kans krijgt om onder de regulering van je geweten het juiste pad in te slaan. Dat wil zeggen, je kans om het juiste pad in te slaan zal relatief groot zijn, en je hoop op het verkrijgen van redding zal ook relatief groot zijn, meer dan vijftig procent – het zal echter niet gegarandeerd zijn. Daarom, dien je, zelfs als je voelt dat je een geweten en menselijkheid hebt, er niet zelfgenoegzaam over te zijn, denkend dat het simpelweg hebben van een geweten en verstand betekent dat je een goed mens bent en redding kunt verkrijgen, dat het een uitgemaakte zaak is. Als je op deze manier denkt, dan vertel Ik je dat je de kwestie niet helemaal begrijpt. Als je een geweten bezit en menselijkheid hebt, bevestigt dit alleen maar dat je iemand bent die God heeft gekozen en geroepen. De belangrijkste bepalende factor in de vraag of je uiteindelijk redding kunt verkrijgen is echter je eigen streven. Zelfs als je geweten doorgaans actief is, en vaak je gedrag reguleert en je reguleert zodat je het juiste pad kiest, als je vaak je geweten schendt en niet het juiste pad kiest, en er niet voor kiest de waarheid te beoefenen, maar in plaats daarvan veelvuldig je persoonlijke belangen, je persoonlijke reputatie en trots verdedigt, en vaak rekening houdt met je persoonlijke vooruitzichten, ambities en begeerten, dan zal je hoop op het uiteindelijk verkrijgen van redding zeer klein zijn – beetje bij beetje zal die door jou zijn geruïneerd. Dit zou een zeer tragische zaak zijn. Begrijpen jullie het? (Ja.) Goed, dat is alles voor onze communicatie vandaag. Tot ziens!
9 maart 2024