Hoe de waarheid na te streven (17)

De drie categorieën mensen op basis van hun oorsprong

De kenmerken van mensen die vanuit mensen zijn gereïncarneerd

II. Goed en kwaad onderscheiden en weten wat juist is en wat onjuist is

A. Goed en kwaad onderscheiden

De vorige keer hebben we gecommuniceerd over de uitingen en kenmerken van mensen die vanuit mensen zijn gereïncarneerd – dat wil zeggen, ze bezitten geweten en verstand, en ze kunnen goed en kwaad onderscheiden en weten wat juist is en wat onjuist is. Vandaag gaan we verder met de communicatie over het onderwerp van de vorige keer. Laat Mij jullie voordat we beginnen een verhaal vertellen. Een paar jaar geleden hoorde ik over iets wat er gebeurd was. Een mooie jonge vrouw deed een screentest, en iemand merkte terloops op: “Jouw benen zijn behoorlijk dik!” Deze jonge vrouw dacht bij zichzelf: ‘Je zegt dat mijn benen dik zijn, zeg je dan niet gewoon dat ik dik ben? Zal ik er goed uitzien op de camera als ik dik ben? Zal dat niet gênant zijn?’ Dus begon ze erover na te denken hoe ze haar benen minder dik kon maken, zodat ze op de camera slank en mooi zou overkomen. Om dit doel te bereiken, legde ze zich toe op het zoeken naar allerlei informatie en probeerde ze verschillende methoden uit om af te vallen. Ze at bijvoorbeeld alleen dieetvoeding in plaats van volledige maaltijden of at elke dag alleen maar fruit en groenten – kortom, ze at alles wat kon helpen bij het afvallen. Ze hoorde dat koffiedrinken een snelle en effectieve manier was om af te vallen, dus dronk ze soms alleen maar koffie. Sommige mensen zeiden dat minder slapen je helpt om snel af te vallen, dus sliep ze maar twee of drie uur per dag. Na veel gedoe en talloze pogingen zag ze inderdaad resultaat. Ze viel af, haar figuur werd slank en haar benen werden dun. Ze zag er aantrekkelijk en representatief uit, maar lichamelijk begon ze last te krijgen van enkele negatieve bijwerkingen. Wat voor negatieve bijwerkingen? Ze voelde zich vaak duizelig en had een zwaar hoofd, en overdag, bij het vervullen van haar plicht, was ze altijd suf. Ze wankelde als ze stond en voelde zich overal zwak als ze zat. Ze kwam de dag niet door en had heel veel lichamelijke pijn. Zijn de meeste mensen nieuwsgierig naar de huidige situatie van deze jonge vrouw, en of ze nog in leven is en het goed met haar gaat? Willen jullie horen over haar ervaring en gedachten over afvallen? (Nee.) Levend in deze wereld weten mensen niet hoe ze correct en met regelmaat moeten leven en hoe ze moeten omgaan met de verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen die ze tegenkomen. Wanneer ze een opmerking horen of een gebeurtenis meemaken, weten ze niet wat een gepaste manier is om ermee om te gaan en hen kan beschermen tegen schade, zodat ze op een werkelijk correcte en waardige manier leven. De meeste gelovigen weten deze dingen niet, om nog maar te zwijgen van ongelovigen. Wanneer mensen worden geconfronteerd met informatie en nieuws, met verschillende gedachten, gezichtspunten, ketterijen en drogredenen uit de buitenwereld, kunnen ze deze simpelweg niet onderscheiden en hebben ze totaal niet het vermogen om ze af te weren. Natuurlijk hebben ze ook geen correcte gedachten en gezichtspunten, laat staan een correcte manier om er vanuit een positief perspectief mee om te gaan. Daarom leven mensen heel beklagenswaardig. Neem de jonge vrouw die Ik zojuist noemde. Vertel Mij, is haar leven vermoeiend? Is het beklagenswaardig? (Het is beklagenswaardig.) Waarom is het beklagenswaardig? Waar ging ze de fout in toen ze op deze manier handelde? Streven niet alle mensen ernaar om mooi te zijn en representatief te leven? Is het verkeerd om te willen dat anderen je aantrekkelijk vinden en om geprezen en gewaardeerd te worden wanneer je hen ontmoet? Hoe kijken jullie tegen deze zaak aan? (Wat ze deed voor uiterlijke schoonheid en om geprezen te worden, schaadde haar eigen lichaam. Omdat ze de door God vastgestelde wetten niet volgde, leidde dit uiteindelijk tot de aantasting van al haar lichaamsfuncties. Haar duizeligheid en zware hoofd waren gevolgen die ze over zichzelf had afgeroepen. Ik denk dat deze persoon een verward iemand is.) Is dat het geval? (Ja.) Mensen worden geboren met hun eigen kleine beetje menselijke intelligentie, slimheid en gedachten. Vervolgens verwerven ze wat kennis, doen ze wat vaardigheden op en leren ze een beetje over hoe ze als een goed mens kunnen overkomen. Zijn deze dingen genoeg om om te gaan met de verschillende gedachten, gezichtspunten, ketterijen en drogredenen, en de verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen die uit de buitenwereld komen? Kunnen ze je in staat stellen deze dingen correct onder ogen te zien? (Nee.) Absoluut niet. Dit is hoe beklagenswaardig en tragisch mensen zijn wanneer ze de waarheid niet begrijpen; het leidt uiteindelijk tot een reeks vreselijke gevolgen. Ze hebben geen onderscheidingsvermogen ten aanzien van de ketterijen en drogredenen of gedachten en gezichtspunten uit de buitenwereld, noch hebben ze correcte gedachten en gezichtspunten als het gaat om de mensen, gebeurtenissen en dingen die ze tegenkomen. Wanneer hun dingen overkomen, raken ze in de war en toont hun dwaasheid zich op talloze manieren. Wanneer hun niets is overkomen, lijken ze enkele doctrines te begrijpen en enige menselijke gelijkenis te hebben, maar wanneer hun wel dingen overkomen, is het een ander verhaal – dan worden de verwrongen, lelijke, absurde gedachten en gezichtspunten in hun hart onthuld. Wanneer het werkelijk aankomt op zich gedragen, op overleven, of zelfs op een bepaalde gedachte of een bepaald gezichtspunt in het leven, zijn mensen zo onwetend en afgestompt, en zijn hun houdingen en gezichtspunten zo absurd. Er zijn dus veel mensen die al vele jaren in God geloven, vele jaren naar preken hebben geluisterd en ook hun taken hebben vervuld, en nooit opzettelijk iets hebben gedaan om hinder of verstoringen te veroorzaken, noch opzettelijk woorden gesproken die zich tegen God verzetten of Hem lasteren – uiterlijk is er niets op hen aan te merken, maar wanneer ze worden geconfronteerd met allerlei foutieve gedachten en gezichtspunten uit de buitenwereld, vooral die relatief populair zijn, zijn ze er diep in hun hart niet afkerig van, noch weerstaan of verwerpen ze die, maar voelen ze eerder genegenheid en goedkeuring, en zodra zich een geschikte situatie of kans voordoet, zullen ze deze dingen onbewust aanvaarden en in hun eigen leven toepassen. Is de eerder genoemde jonge vrouw niet een heel duidelijk voorbeeld? (Ja.) Is dit een vorm van het volgen van kwade trends? (Ja.) Ze volgde ze niet alleen – ze paste ze heel grondig toe. Promoot de wereld van vandaag niet om sexy, charmant en slank te zijn en een sierlijk figuur te hebben? Deze ideeën zijn populair in elke sector, onder elke groep mensen en zelfs onder gelovigen. Er waren een paar oudere vrouwen die in de Heer geloofden, en ondanks dat ze gemiddeld ouder dan 60 waren, wedijverden ze nog steeds met elkaar over wie er beter uitzag. Ze vroegen een jong meisje naast hen: “Wie van ons ziet er volgens jou het beste uit in deze jurk?” Het meisje antwoordde: “Jullie meiden zien er allemaal prachtig uit erin!” Hoewel ze in de zestig waren, moesten ze ‘meiden’ worden genoemd; ze zouden het niet accepteren en niet blij zijn als ze ‘dames’ werden genoemd. Achter hun rug om zei het meisje tegen anderen: “Ze zijn over de zestig; hoe goed kunnen ze er nog uitzien?” Maar deze groep oudere vrouwen genoot er nog steeds van. Hadden ze enig gevoel van schaamte? (Nee.) Ze geloofden zoveel jaren in de Heer, en toch richtten ze zich nog steeds op die dingen. Is hun menselijkheid niet abnormaal? Wanneer mensen geen geweten en verstand hebben, kunnen ze veel absurde dingen doen, veel dingen die mensen verachtelijk en laaghartig vinden, en veel dingen die hun lage karakter onthullen. Hoe komt het dat veel mensen geen onderscheidingsvermogen hebben ten aanzien van dingen in kwade trends, en totaal niet het vermogen hebben om ze af te weren, en er bijgevolg door worden misleid en meegesleept? Dat komt doordat ze de waarheid niet nastreven en zelfs niet een greintje van de waarheid begrijpen. Wat hun ook overkomt, ze kunnen het niet doorzien, en zodra ze met een verzoeking worden geconfronteerd, worden ze geopenbaard en raken ze erin verstrikt. Kijk naar wat er tegenwoordig in alle lagen van de samenleving wordt onderwezen en wat er populair is. Een radioreporter interviewde een klein jongetje en vroeg hem: “Wat is je favoriete kinderliedje?” Het jongetje krabde op zijn hoofd en zei: “De maan vertegenwoordigt mijn hart.” Mensen die dit hoorden wisten niet of ze moesten lachen of huilen. Waarom zouden ze niet weten of ze moesten lachen of huilen? Is dit een kinderliedje? (Nee, het is een liefdesliedje.) Het is een liefdesliedje, maar het kind dacht ten onrechte dat het een kinderliedje was. Dit incident laat ons zien wat er populair is in de samenleving. Dit is een van de verschijnselen van de kwade trends in de samenleving, en zowel ouderen als kinderen worden diep geschaad door deze trends en zijn er diep in verstrikt. Onder degenen die God volgen, zijn er verrassend genoeg heel wat die deze trends volgen, en die ook de gedachten die door deze trends worden bepleit op zichzelf toepassen. En wat gebeurt er uiteindelijk? Heeft het tot positieve of negatieve gevolgen? (Negatieve.) Het heeft negatieve gevolgen – dit is wat er voortkomt uit het volgen van kwade trends. Mensen zijn verstrikt in de seksuele begeerte van hun vlees, in vleselijke gevoelens, en in eten, drinken en feesten, en leven in een roes van genotzucht. Ze hebben geen correcte gedachten of gezichtspunten, en geen correcte houding ten opzichte van het bestaan waarmee ze het leven tegemoet kunnen treden. Ze leven in deze gesteldheid zonder enig bewustzijn en staan machteloos om zich ertegen te verzetten. Uiteindelijk kunnen ze alleen maar dieper en dieper zinken, niet in staat om zichzelf eruit te bevrijden. En wat is het eindresultaat? Ze worden volledig verslonden door Satan en worden zijn voedsel.

Voor iedereen die onder de mensheid leeft, geldt: als je niet weet hoe je moet onderscheiden wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn, dan zal het in deze chaotische wereld, deze complexe mensenwereld, heel moeilijk voor je zijn om vast te houden aan de correcte gedachten en gezichtspunten van het leven, en heel moeilijk om vast te houden aan het correcte levenspad waarnaar je verlangt; je zult nooit weten wanneer je onvrijwillig wordt meegesleept door kwade trends doordat je een bepaald woord hoort of een bepaalde gebeurtenis meemaakt. Als mensen niet het vermogen hebben om goed en kwaad te onderscheiden, kunnen ze niet eens hun eigen leven goed leiden, laat staan de verschillende grote kwesties van goed en kwaad die ze op het pad van overleven tegenkomen, die nog moeilijker voor hen zijn om mee om te gaan. Als mensen niet begrijpen wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn, zullen ze niet weten hoe ze hun leven moeten leiden en zullen ze geen correcte manier van leven hebben. Als ze allerlei informatie over gezond leven zien, zullen ze niet weten hoe ze die moeten onderscheiden of welke ze moeten aanvaarden en welke verwerpen, hoe ze correcte, positieve uitspraken in zich moeten opnemen, of hoe ze verkeerde moeten verwerpen. Er kan zelfs worden gezegd dat zulke mensen niet eens hun eigen lichamelijke gezondheid kunnen waarborgen. Sommige mensen vervallen van het ene uiterste in het andere, terwijl anderen voortdurend in één uiterste leven. Sommige mensen horen bijvoorbeeld: “Veel fruit eten is gezond. Het kan vitamines leveren en je huid gehydrateerd en glad maken, waardoor je door iedereen geliefd wordt.” Dus geloven ze het en beginnen al het fruit te eten dat ze kunnen vinden, en nemen abnormale eetgewoonten aan. Na een tijdje voelen ze zich voortdurend onwel, en een controle in het ziekenhuis wijst uit dat ze een hoge bloedsuikerspiegel hebben. Ze zijn verbijsterd: ik eet gewoonlijk heel gezond, waarom is mijn bloedsuikerspiegel dan hoog? Anderen zeiden dat veel fruit eten vitamines levert, hoe kan ik dan fout zitten als ik deze uitspraak volg en veel fruit eet? De arts zegt: “Fruit bevat vitamines, maar er zit veel suiker in. Het kan basisvoedsel niet vervangen en kan niet als een volledige maaltijd worden gegeten. Je kunt het met mate of spaarzaam eten. Zelfs als je het helemaal niet eet, zul je geen voedingsstoffen tekortkomen, want granen en groenten bevatten al deze voedingsstoffen al.” De uitspraak van de arts is gepast. Geeft dit niet aan dat hun levensstijl problematisch is? (Ja.) Dit is precies het soort fout dat sommige mensen maken. Denk je dat het er een is die ze zouden moeten maken? (Nee.) Sommige mensen zeggen: “Ik heb niet over God geklaagd, ook al is mijn bloedsuikerspiegel hoog.” Wat vind je van deze uitspraak? Is die niet verstoken van verstand? Heeft het feit dat je bloedsuikerspiegel hoog is iets met God te maken? Is dit niet iets wat je over jezelf afroept? Je eet roekeloos en zonder principes. Je vindt fruit lekker, dus kun je niet stoppen het te eten, of je vindt vlees lekker, dus eet je geen groenten. Je toont totaal geen terughoudendheid, en als gevolg daarvan ontwikkel je ziektes. Is dit niet je eigen schuld? Denk je dat het doordat je niet over God klaagt lijkt alsof je nobel bent, dat je God liefhebt, dat je puur bent? In werkelijkheid zijn sommige ziektes je eigen schuld en hebben ze niets met God te maken. Ze worden veroorzaakt door je eigen dwaasheid en onwetendheid. Er zijn ook mensen die zeggen: “Eieren, vlees en zuivelproducten zijn voedzaam en kunnen je eiwitinname aanvullen. Rijst en meel hebben weinig voedingswaarde, men zou dus meer vlees, eieren en zuivel moeten eten.” Sommige mensen zeggen, wanneer ze dit horen: “Ik hou toevallig erg van vlees. Aangezien er wordt gezegd dat vlees voedzaam is, zal ik er meer van eten. Anderen eten 100 gram per dag, maar ik eet een half pond per maaltijd, bij minstens twee maaltijden per dag!” Ze eten op deze manier zonder terughoudendheid, eten meer en meer, en consumeren dagelijks twee of drie keer zoveel voedsel als anderen, en ’s avonds laat neem ik ook nog een paar snacks. Na verloop van tijd begint hun maagcapaciteit te groeien, en hoe groter de maagcapaciteit, hoe groter de eetlust. Wat gebeurt er uiteindelijk? Ze eten zich ziek, ze worden te zwaar, en ze zijn altijd slaperig en voelen zich suf. Ze hebben geen andere keuze dan naar het ziekenhuis te gaan voor een controle, en de resultaten tonen aan dat ze een hoge bloeddruk, een hoge bloedsuikerspiegel en een hoog bloedlipideniveau hebben. Ze vragen zich af: ‘Heb ik niet gewoon elke dag een paar happen vlees extra gegeten? Zeiden ze niet dat meer vlees eten goed is voor het lichaam en ervoor zorgt dat iemand ondervoeding kan voorkomen? Waar ben ik dan de fout in gegaan? Waarom is mijn bloeddruk hoog? Het is zo lastig om voor dit oude vlees te zorgen!’ Ik kan niet eens een paar extra happen vlees nemen! Je eet een half pond vlees per maaltijd – zijn dat echt maar een paar happen extra? En je zit gewoonlijk veel en beweegt niet, en toch eet je zoveel. Uiteindelijk ontwikkel je gezondheidsproblemen en begin je ongemak in je hart te voelen. Ze denken zelfs: ‘Dit is God die me loutert. Het is niets, mettertijd komt het wel goed. Ik zal niet over God klagen!’ Welk recht zou je hebben om over God te klagen? Is jouw ziekte Gods manier om je te louteren, of is het je eigen schuld? Je wordt dik en ziek van het eten van vlees en denkt dat dit God is die je loutert, en dat God je geloof uittest. Zou God je op deze manier louteren? (Nee.) Hoe is dit resultaat dan tot stand gekomen? (Het kwam tot stand door menselijke dwaasheid.) Mensen zelf hebben geen onderscheidingsvermogen, weten niet hoe ze hun eigen leven moeten leiden, begrijpen niet wat positieve en wat negatieve dingen zijn, weten niet hoe ze correct met hun lichamelijke leven moeten omgaan, weten niet hoe ze zich moeten houden aan de overlevingswetten die God voor mensen heeft vastgesteld, en weten niet hoe ze de wetten van verschillende aangeboren eigenschappen van het lichaam moeten volgen. Ze houden zich altijd bezig met domme en absurde praktijken, zitten altijd vol noties en verbeeldingen over God, en hebben geen gebrek aan buitensporige verlangens. Wat gebeurt er uiteindelijk? Ze nemen altijd omwegen, maken altijd fouten en begrijpen God voortdurend verkeerd. Is dit niet een heel lastige kwestie? (Ja.)

Levend in het vlees en in de materiële wereld, zullen mensen in contact komen met veel informatie, veel gedachten en gezichtspunten, en ook met veel verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen. Als ze niet weten hoe ze moeten onderscheiden of verschillende mensen, gebeurtenissen en dingen positief of negatief zijn, niet weten hoe ze moeten kiezen wat ze moeten aanvaarden en wat ze moeten verwerpen, niet weten hoe ze moeten vasthouden aan positieve dingen en niet weten waarom ze correct zijn, en niet weten hoe ze negatieve dingen moeten verwerpen – laat staan dat ze zich bewust zijn van de negatieve hoedanigheid van deze dingen – is het dan niet heel gevaarlijk op deze manier te leven? (Ja.) Het is niet overdreven om te zeggen dat ze het risico lopen op elk moment hun leven erbij in te schieten. Mensen kunnen niet eens hun eigen lichamelijke leven en gezondheid, zulke eenvoudige zaken, goed managen; ze hebben anderen nodig om zich zorgen over hen te maken, ze hebben God nodig om hen te beschermen en over hen te waken, anders blijven ze fouten maken en slaan ze ofwel te ver door in de ene richting, ofwel te ver in de andere. Sommige vrouwen, die de ideeën van de kwade trends van de samenleving hebben aanvaard, breken zich het hoofd over manieren om zichzelf mooi te maken, zonder zich te bekommeren om de gevolgen. Sommigen nemen klakkeloos traditionele Chinese medicijnen, sommigen nemen klakkeloos westerse medicijnen, sommigen nemen roekeloos tonicums en sommigen eten roekeloos een bepaald soort voedsel. Als gevolg daarvan lopen ze maagproblemen op, brengen ze hun dagen zuchtend door en zien ze er ziekelijk en zwak uit. Niet alleen slagen ze er niet in zichzelf mooi te maken, maar ze worden zelfs walgelijk om naar te kijken. Sommige mensen hebben best wel een goede huid, maar zijn nog steeds niet tevreden en staan erop zichzelf in te smeren met allerlei cosmetica. Op een gegeven moment gebruiken ze cosmetica van lage kwaliteit en raken misvormt, hun gezicht komt vol vlekken te zitten en wordt ongelijkmatig van kleur, waardoor ze angstaanjagend worden om naar te kijken. Sommige mensen ondergaan zowel schoonheidsbehandelingen als plastische chirurgie – sommigen van hen proberen hun neusbrug te laten verhogen en slagen daar niet alleen niet in, maar zorgen er uiteindelijk voor dat die misvormd raakt. Sommigen krijgen kinfillers die verkeerd uitpakken en ze zien er belachelijk uit wanneer ze glimlachen of geeuwen, waardoor ze bang zijn om een van beide ooit nog te doen – dit is zo ellendig, het is zo’n vermoeiende manier van leven! Veroorzaken ze hiermee geen problemen voor zichzelf? Sommige vrouwen, ontevreden met hun lengte, laten hun onderbenen breken en vervolgens weer aan elkaar zetten en verlengen, maar de ingreep gaat mis, waardoor hun voorheen perfect gezonde benen kreupel worden. Is dat niet tragisch? (Ja.) Allerlei nadelige gevolgen hebben zich voorgedaan – met zulke mensen loopt het nooit goed af. Elke gedachte of elk gezichtspunt dat door kwade trends wordt gepropageerd, is foutief, absurd en boosaardig, het is werkelijk buitengewoon schadelijk. Het lekkere eten en de schoonheidspraktijken die ze propageren zijn niet werkelijk goed; ze zijn allemaal boosaardig en schaden en verstrikken mensen uiteindelijk. Deze onwetende vrouwen zijn bereid dit leed te ondergaan en ze hebben niet het vermogen om deze boosaardige gedachten en gezichtspunten af te weren. Ze eten wat hun wordt verteld te eten en doen wat hun wordt verteld te doen, zonder de dingen ook maar enigszins te onderscheiden, en volgen gewoon blindelings. Wat zijn ze meegaand! En wat gebeurt er uiteindelijk? Met bijna niemand van hen loopt het goed af. Tenzij ze zich halverwege bewust worden van hun fout en op tijd terugkeren om de schade te beperken, zullen ze, als ze deze kwade trends blijven volgen en deze boosaardige gedachten en gezichtspunten blijven aanvaarden, uiteindelijk steeds verder ontaarden, steeds minder in staat zijn om goed van kwaad te onderscheiden, en in hun uiterlijk steeds meer op duivels gaan lijken, verstoken van hun menselijke gelijkenis. Er kan worden gezegd dat negenennegentig procent van de mensen geen onderscheidingsvermogen heeft ten aanzien van positieve en negatieve dingen, en kwade trends bereidwillig aanvaardt. Kijk naar wat vrouwen zeggen als ze samen aan het winkelen zijn naar kleding. Sommigen zeggen: “Dit staat je niet goed; het zorgt er niet voor dat je gezicht er blank uitziet en laat je figuur niet uitkomen. Het zal geen aandacht trekken. Ik vind dat die er sexy uitziet en de aandacht zal trekken!” Anderen zeggen: “Deze is niet verleidelijk. Je moet een beetje huid laten zien, je moet sexy en aantrekkelijk zijn – alleen dat is goed genoeg. Als je altijd zo braaf en keurig bent, zal niemand je leuk vinden.” Sommige moeders staan er zelfs op dat hun dochters actrice worden. De dochter zegt: “De entertainmentindustrie is zo’n puinhoop! Ik wil geen actrice worden.” Haar moeder geeft haar vervolgens op haar kop: “Heb je geen ambitie? Met jouw lengte, uiterlijk en huid heb je van nature zulke geweldige eigenschappen! Als je geen geld verdient als actrice, hoe moeten we dan eten op tafel krijgen? Als je er beroemd mee kunt worden en er geld mee kunt verdienen, is het oké om met iedereen naar bed te gaan. Als je dat niet doet verspil je je mooie uiterlijk! We hebben je grootgebracht tot deze leeftijd, en je vader en ik hebben ernaar uitgekeken om mee te genieten van jouw succes! Als zelfs dat ons wordt ontzegd, waarvoor hebben we je dan gekregen?” Is het juist dat ouders hun kinderen op deze manier opvoeden? (Nee.) Wat zijn de gevolgen als kinderen op deze manier worden opgevoed? (De kinderen worden geschaad.) Op een dag, wanneer zo’n kind de dingen gaat begrijpen, en het zoveel lijden en pijn heeft doorgemaakt, gaat het onvermijdelijk zijn moeder haten en verwijten maken, en zegt het: “Het is allemaal jouw schuld! Je hebt me niet op het juiste pad geleid! Ik zei dat ik niet wilde acteren, maar je stond erop. Kijk nu naar me – ik ben bijna veertig, ik kan nog steeds geen man vinden en niemand wil me. Degenen die achter me aan zaten, speelden maar wat en waren nooit van plan met me te trouwen. Is mijn hele leven niet verpest?” De kinderen lijden zo erg, en de ouders zijn de schuldigen en de wortel van het probleem. Ze hebben hun kinderen schade berokkend.

Als degenen die in God geloven net als ongelovigen niet in staat zijn zichzelf van kwade trends te bevrijden, dan wijst dit op een probleem. Als je geen onderscheidingsvermogen hebt ten aanzien van kwade trends, boosaardige, negatieve uitspraken, of de verschillende praktijken waar mensen zich mee bezighouden, ongeacht wat ze zijn, en je ze zelfs volgt en ze bewust voor jezelf uitprobeert, dan zijn dit in Gods ogen allemaal tekenen van schande. Wat zal God zeggen? Hij zal zeggen dat je als mens niet het vermogen hebt om goed en kwaad te onderscheiden, dat je niet de werkelijkheid bezit van het aanvaarden van positieve dingen, en meer nog, dat je je niet hebt beziggehouden met de handelingen en praktijken van het verwerpen van negatieve dingen. Hij zal zeggen dat je geen mens bent, en dat je niet voldoet aan de basisvoorwaarde van het hebben van een menselijk geweten en verstand. Hij zal zeggen dat je geen mens bent, en dat het koninkrijk je niet zal aanvaarden. Als je geen mens bent, is het voor jou onmogelijk om de waarheid te aanvaarden, want in je hart zijn de dingen die je subjectief bereid bent te aanvaarden allemaal boosaardige dingen van Satan, en je hart weerstaat positieve dingen volledig, verzet zich er volledig tegen en wijst ze volledig af; je hebt er nooit een houding van aanvaarding tegenover gehad. Daarom zegt God dat je geen mens bent, dat je geen menselijkheid hebt. God wil geen mensen zonder menselijkheid. Denk niet: ‘Als God me niet aanvaardt, dan zal ik gewoon wat meer lijden en een wat hogere prijs betalen om God te ontroeren en Zijn houding ten opzichte van mij te veranderen.’ Wat God wil is niet een bepaalde manier van doen; wat God wil is dat je vanuit het diepst van je hart een houding hebt van het aanvaarden van de waarheid, dat je de werkelijkheid van het aanvaarden van de waarheid en bewijs van het beoefenen van de waarheid hebt. Je moet iemand zijn die werkelijk menselijkheid heeft – deze menselijkheid is niet iets dat geveinsd wordt. Als je werkelijk enkele tekenen van normale menselijkheid hebt, dat wil zeggen, als je veel uitingen vertoont van het onderscheiden van goed en kwaad, als de feiten aantonen dat je positieve dingen liefhebt, en als er voorbeelden zijn van situaties waar je positieve dingen hebt aanvaard en negatieve dingen hebt verworpen, en er kan worden gezien dat je de uiting hebt van het uitleven van de waarheid, dan zal God zeggen dat je menselijkheid hebt en je een mens noemen. Als je zegt: “Ik heb ook menselijkheid, ik kan positieve en negatieve dingen onderscheiden”, maar je hebt niet de uiting van het uitleven van de waarheidswerkelijkheid, en je woorden worden niet ondersteund door bewijs, dan is dit problematisch. Qua doctrine geef je het volgende toe: ‘Wat God zegt en doet zijn allemaal positieve dingen en waarheden, en wat Satan zegt en doet zijn allemaal boosaardige, allemaal negatieve dingen; alles wat van God komt zijn positieve dingen, alles wat van Satan komt zijn negatieve dingen, en alles wat van mensen in de samenleving komt zijn boosaardige, negatieve dingen’. Doctrinair gezien spreek je dus correct en is er geen enkel probleem, er is niets aan te merken op wat je zegt. Wanneer je echter wordt geconfronteerd met werkelijke situaties, aanvaard je nooit positieve dingen, houd je nooit vast aan positieve dingen, en houd je je niet aan de regels en wetten van positieve dingen. Dit bewijst dat je iemand bent die goed en kwaad niet onderscheidt. Mensen zelf weten in hun hart duidelijk of ze deze uitingen hebben of niet. Wanneer je een boosaardige, negatieve gedachte of een boosaardig, negatief gezichtspunt hoort, of informatie hoort over een kwade trend, wat is dan jouw houding? Wat zijn jouw gedachten en gezichtspunten? Wat is jouw neiging? Ben je het ermee eens of ben je er afkerig van? Ben je van plan het in je hart te bewaren en het te gebruiken wanneer dat nodig is, of heb je er een afkeer van en veroordeel je het in je hart, en weiger je absoluut het te aanvaarden? In je hart behoor je te weten wat jouw houding precies is. Als iemand zegt dat hij het niet weet, heeft hij dan een hart? Wanneer iemand zelfs geen duidelijkheid heeft over zijn eigen houding – is zo iemand dan een normaal mens? Als je in je hart weet dat je niet deugt, en je weet dat je erg geïnteresseerd bent in verschillende kwade trends en boosaardige uitspraken, en ze altijd wilt volgen en eraan wilt deelnemen, en je je alleen maar gedwongen voelt om jezelf een beetje in te houden omdat je wordt beperkt door de verschillende waarheidsprincipes van Gods huis en je eigen trots vanwege je geloof in God, terwijl je in feite, in het diepst van je hart, afkerig bent van positieve dingen en ze verwerpt, dan ga je, zelfs als je beweert dat je van positieve dingen houdt en een hekel hebt aan kwade trends, in tegen je ware gevoelens. Hier is een voorbeeld. Sommige mensen zeggen: “Te veel vlees eten is niet goed, het is ongezond. Je moet vlees in kleine porties eten en meer rijst, tarweproducten en groenten eten.” Sommige mensen kunnen dit aanvaarden. Ze hebben niet het gevoel dat minder vlees eten tegen hun wil ingaat; ze raken er niet overstuur van of echt gegriefd. In plaats daarvan denken ze: “Dit is de juiste keuze. Na het een tijdje te hebben ervaren, voel ik dat het goed is voor mijn lichaam. Mijn algehele mentale gesteldheid is verbeterd, en ik ben lichamelijk gezonder dan voorheen. Het is geweldig om op deze manier te eten!” Sommige mensen aanvaarden het echter tegen hun wil. Ze zijn al lang lang geleden tot de conclusie gekomen: “Wat is er ongezond aan veel vlees eten? Meer groenten eten maakt je niet noodzakelijkerwijs gezonder. Hoe je het ook bekijkt, vlees smaakt beter en ziet er lekkerder uit! Het is oké om wat groenten te eten als er geen vlees is – het is beter dan verhongeren – maar als er vlees is, moet je er veel van eten. Jullie zijn allemaal dwazen, jullie doen allemaal alsof. Ik ben de enige die niet alsof doet. Niemand van jullie is zo oprecht als ik. Ik zeg wat ik denk. Vlees is gewoon heerlijk!” Bij elke maaltijd eten ze heel weinig groenten, maar heel veel vlees. Vertel Mij, aanvaarden ze positieve uitspraken in hun hart? (Nee.) Ze aanvaarden ze niet, noch zijn ze in staat ze te beoefenen. Ze zijn er in hun hart volkomen afkerig van. Ze zeggen: “Hoe kunnen deze uitspraken positief zijn? Hoe komt het dat ik niet voel dat ze positief zijn? Wat is er goed aan? Wat is er mis mee dat ik meer vlees eet? Ik ben niet doodgegaan, en niemand van jullie leeft beter dan ik!” Ze aanvaarden de feiten niet en geven niet toe dat te veel vlees eten slecht is voor hun gezondheid. Ze kunnen niet eens correcte uitspraken aanvaarden, hoe zouden ze dan feiten kunnen aanvaarden? Dat zou nog onwaarschijnlijker zijn. Voor zulke mensen gaat het aanvaarden van positieve dingen sterk tegen hun wil in. Ze voelen dat het hen heel veel pijn en moeite kost het te aanvaarden. Dit toont aan dat er een probleem met hun menselijkheid is, en dat ze de waarheid in hun hart niet liefhebben. Sommige mensen kunnen, wanneer ze correcte woorden horen die positieve dingen zijn, deze met gemak aanvaarden en zeggen: “Ik maakte me hier net zorgen over en wist niet hoe ik het moest aanpakken, ik had geen beoefeningspad. Gelukkig heb jij hier licht op geworpen. Zodra ik je hoorde, voelde ik dat deze kijk op de dingen correct is, het gezichtspunt puur, objectief en praktisch is, en in overeenstemming is met de menselijkheid.” Nadat ze het hebben gehoord, kunnen ze het onmiddellijk in praktijk brengen. Hoewel ze af en toe genotzuchtig en eigenzinnig kunnen zijn, zullen ze snel terugkeren naar het juiste pad. Ze doen positieve dingen zonder dat anderen op hen hoeven te letten of hen in toom hoeven te houden, en ze hebben niet het gevoel dat dit tegen hun wil ingaat, noch voelen ze zich er bedroefd door. Het is net zoals schapen graag gras eten. Als je schapen vlees geeft, zullen ze het niet eten, maar als je ze gras geeft, zullen ze het met smaak opeten, omdat het herbivoren zijn, en wat ze innerlijk nodig hebben is gras. Maar wolven zijn anders. Ze zoeken specifiek naar vlees om te eten; ze eten geen gras, en ze vinden niets zo smakelijk als vlees. Dit zijn natuurlijke onthullingen van hun aard, die niemand kan veranderen. Het is niet iets wat ze later verwerven, noch is het iets wat hun wordt aangeleerd. Schapen worden geboren om gras te eten, en wolven worden geboren om vlees te eten. Niemand kan een schaap leren een vleesetend dier te worden of een wolf leren een grasetend dier te worden. Dit is de uiting van hun essentie. Wat je nodig hebt en wat je liefhebt, wordt bepaald door je menselijkheid. Als je menselijkheid geen behoefte heeft aan positieve dingen, zul je positieve dingen niet liefhebben. Als je van negatieve dingen houdt, betekent dit dat je hart negatieve dingen nodig heeft. Dit wordt bepaald door je aard-essentie, het hoeft je niet door anderen te worden ingeprent. Als iemand je wil helpen jezelf te veranderen en enkele waarheidsprincipes met je communiceert, kun je die misschien tijdelijk aanvaarden om gezichtsverlies of verlegenheid te voorkomen, en mondeling je instemming betuigen, maar hoe je achter de schermen denkt en beoefent, wordt volledig bepaald door je aard. Je kunt het niet faken, en je ouders kunnen je ook niet veranderen. Of je menselijkheid de component heeft van het liefhebben van positieve dingen en het haten van negatieve dingen is niet iets dat iemand kan beslissen; het wordt uitsluitend bepaald door je eigen essentie. Is deze zaak nu duidelijk? (Ja.) Daarom zegt het veel over iemands menselijkheid of hij goed en kwaad kan onderscheiden. Als je onderscheidingsvermogen van goed en kwaad een natuurlijke onthulling is, dan ben je geboren met een bijzondere interesse in sommige positieve dingen. Je bent heel bereid om te luisteren wanneer iemand iets corrects zegt, en je zou niets liever willen dan dat hij meer zegt, zodat je meer kunt luisteren en meer kunt verkrijgen, en minder omwegen of zelfs helemaal geen omwegen hoeft te nemen. En wanneer je enkele boosaardige, negatieve dingen tegenkomt, ben je er in je hart afkerig van, en mijd je ze en ben je niet bereid erbij betrokken te raken – je wilt er niet eens over horen. Je weet zelf de redenen hiervoor niet; je kunt jezelf er gewoon niet toe brengen om van negatieve dingen te houden, maar je bent heel bereid om te luisteren wanneer iemand iets corrects zegt, en zelfs als iemand je belachelijk maakt, kan het je niet schelen – je weet niet waar deze drang vandaan komt. Sommige mensen zien deze oprechte drang van je en verachten en bespotten je. Ze denken dat je een dwaas bent. Maar jij bent het daar niet mee eens. Je denkt: “Zolang wat iemand zegt juist is, aanvaard ik het. Wat is daar zo moeilijk aan?” Dit is een natuurlijke onthulling van menselijkheid. Dat je in je menselijkheid dit natuurlijke gevoel bezit dat je positieve dingen liefhebt en afkerig bent van negatieve dingen is een kenmerk en uiting van normale menselijkheid. Alleen wanneer je dit gevoel en dit soort menselijkheid hebt, kun je oprecht en vriendelijk zijn, en kun je zeggen wat gezegd moet worden en doen wat gedaan moet worden vanuit de correcte positie en status. Wanneer je het aspect van menselijkheid bezit waarbij je goed en kwaad kunt onderscheiden, bezit je de basisvoorwaarde om de waarheid te aanvaarden en de verschillende expliciete uitspraken van God die betrekking hebben op de waarheidsprincipes te accepteren. Als je niet het aspect van menselijkheid bezit waarbij je goed en kwaad kunt onderscheiden, dan ontbreken het geweten en verstand in je menselijkheid, en heb je niet de basisvoorwaarde om de waarheid te aanvaarden, om Gods woorden te aanvaarden, en om alle positieve leiding en correcte paden van God te aanvaarden. Je bezit niet eens de basisvoorwaarde om de waarheid en positieve dingen te aanvaarden. Elke suggestie dat je in staat zou zijn je te onderwerpen is simpelweg absurd, pure fantasie.

Als iemand niet weet wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn, en toch zegt: “Ik heb een geweten, en ik ben heel oprecht en vriendelijk”, geeft dit dan geen blijk van een gebrek aan zelfbewustzijn? Waar komt je oprechtheid vandaan? Je geest is met niets anders gevuld dan met negatieve dingen – wat kun je aanvoeren om te bewijzen dat je oprecht bent? Waar is je bewijs? Op basis waarvan zeg je dat je een oprecht persoon bent? En hoe kun je je zogenaamde vriendelijkheid in praktijk brengen? Binnenin je heb je niets anders dan boosaardige, negatieve gedachten en gezichtspunten. Kun je vriendelijk zijn? Het zou al heel wat zijn als je mensen niet zou verstrikken of schaden. Sommige mensen geven zichzelf, om te bewijzen dat ze menselijkheid hebben en oprecht en vriendelijk zijn, namen als Zheng Wang, Zheng Zhang, Zheng Zhou, Zheng Gang[a] – hoewel de namen zeker ‘oprecht’ klinken, betekenen ze dat een persoon werkelijk oprecht is? Waar komt ware oprechtheid vandaan? Die komt voort uit menselijkheid. Alleen wanneer iemands menselijkheid het vermogen of de basisvoorwaarden bezit om goed en kwaad te onderscheiden, kan hij oprecht zijn. Als je niet eens weet wat positieve dingen zijn, of als je simpelweg positieve dingen niet liefhebt en nog nooit één enkel positief ding of positieve gedachte en positief gezichtspunt hebt aanvaard, en je toch beweert oprecht te zijn, is dit dan niet schaamteloos? Op basis waarvan beweer je oprecht te zijn? Sommigen zeggen: “Mijn wereldbeeld, waarden en levensbeschouwing zijn allemaal correct.” Heeft dit iets met de waarheid te maken? Betekent het hebben van een correct wereldbeeld, correcte waarden en een correcte levensbeschouwing dat een persoon de waarheid bezit? Anderen zeggen: “Ik heb ‘positieve energie’. De dingen die ik zeg en doe zijn nuchter en stichten mensen. Ik zeg nooit dingen die mensen kleineren, ik zeg nooit iets ontmoedigends, en ik zeg geen dingen die mensen in verlegenheid brengen of hen een negatief en zwak gevoel geven, of die hen ontmoedigen. Alles wat ik zeg moedigt mensen aan, motiveert hen of inspireert hen. Telt dit als ‘positieve energie’? Deze term, ‘positieve energie’, is tegenwoordig heel populair in de samenleving. Wat een prachtig, modieus en stijlvol idee is ‘vol positieve energie zitten’!” Weer anderen zeggen: “Kijk hoe ik overloop van een geest van rechtvaardigheid. Als ik daar sta, zie ik eruit als een soldaat – mijn ogen zijn helder en mijn blik is doordringend, ik ben niet lichtzinnig. Die plaatselijke boeven, verachtelijke schurken en kwaadaardige mensen durven niet in mijn buurt te komen. Wanneer ze voor me staan, wordt hun ware aard onthuld, tonen ze hun lafheid en komen ze onbeduidend over. Wanneer de gemiddelde persoon in mijn buurt is, moet hij zich gedragen en durft hij niet roekeloos te handelen. Zie je, deze rechtvaardige geest van mij kan boosaardigheid onderdrukken!” Is dit oprecht zijn? (Nee.) Het is in de samenleving populair om van de rijken te stelen om de armen te helpen, om dapper te handelen voor een rechtvaardige zaak, om vriendelijk en liefdadig te zijn, en om een held te zijn door jonkvrouwen in nood te redden. Sommige mensen beschouwen zichzelf als helden nadat ze deze dingen hebben gedaan, en vele anderen buigen voor deze helden. Anderen zeggen: “Ik maak nooit misbruik van mensen, ik ben vervuld van een geest van rechtvaardigheid, ik ben resoluut oprecht en onpartijdig, en ik kan goed en kwaad onderscheiden. Wanneer twee mensen ruziën en mij vragen het geschil te beslechten, straf ik beide partijen op gelijke wijze en ben ik niet partijdig. Kijk naar deze rechtvaardige geest waarmee ik vervuld ben, iedereen bewondert me!” Telt dit als oprecht zijn? (Nee.) Hoewel de eerder genoemde ideeën: ‘correcte wereldbeelden, waarden en levensbeschouwing’ en ‘positieve energie’ vooral in China populaire begrippen zijn, worden deze laatste waarden: vriendelijk en gul zijn, verdiensten verzamelen en goede dingen doen, en dapper handelen voor een rechtvaardige zaak – waarschijnlijk universeel vereerd in alle landen en onder alle volkeren. Mensen beschouwen dit daarom als een geest van rechtvaardigheid, als oprechtheid. Zelfs de meeste gelovigen in God denken dat dit heel oprecht is, en zeggen: “Kijk naar onze nationale held, die-en-die. Hij gaf zijn leven voor de rechtvaardige en grootse zaak van de natie, en offerde zichzelf op om een bunker op te blazen om de natie te beschermen. Hij was vervuld van een geest van rechtvaardigheid. Dat is pas menselijkheid hebben!” Als we hier nu naar kijken, is dit gezichtspunt dan correct? (Nee.) In welk opzicht is het onjuist? Dit soort oprechtheid, die door mensen als zodanig wordt beschouwd of die mensen vereren, wordt beoordeeld aan de hand van normen die gebaseerd zijn op een menselijk verlangen naar dingen die goed en relatief positief zijn. Vanwege de vleselijke noties en verbeeldingen van mensen, en omdat ze niet begrijpen wat positieve dingen zijn, beschouwen ze degenen die hun eigen belangen voor anderen kunnen opofferen en zich goed gedragen – of degenen die anderen niet actief verstrikken of schaden, geen bedreiging voor anderen vormen en geen slechte gevolgen teweeg hebben gebracht – als goede mensen, ze vereren hen en typeren hen als oprecht. Deze definitie van ‘oprecht’ is gebaseerd op de noties van mensen over oprechtheid, evenals op hun haat voor kwade trends en de boosaardige mensheid, en hun verlangen naar prachtige dingen. Omdat de meerderheid van de mensen van het menselijk ras anderen onderdrukt, pest, verstrikt en schaadt, en omdat deze wereld zo kwaad en duister is, en er geen spoor van eerlijkheid of rechtvaardigheid te bekennen is, zijn mensen wanneer zulke helden of zogenaamde barmhartige Samaritanen en weldoeners verschijnen, geneigd hen te vereren en hen met de meest positieve termen te definiëren. Zijn de principes van deze definitie nauwkeurig? (Dat zijn ze niet.) De principes en basis van de definitie zijn op zichzelf al onnauwkeurig. Er is bijvoorbeeld iemand in een groep die door de meesten anderen wordt gepest, maar er is een bepaald individu dat hem niet pest. De persoon die gepest wordt zegt: “Degene die me niet pest is een goed mens.” Is deze uitspraak nauwkeurig? (Nee.) Is het logisch? (Dat is het niet.) Vertel Mij eens, wat is er mis mee? (Misschien vindt de persoon die hem niet pest hem gewoon niet onsympathiek, of pest hij hem niet omdat de objectieve situatie en omstandigheden daar geen aanleiding toe geven. Het betekent niet dat dit een goed mens is.) Zijn opvatting bevat een logische fout. Het idee dat mensen die je pesten slechte mensen zijn, en dat mensen die je niet pesten dus goede mensen moeten zijn, is een logische fout, nietwaar? (Ja.) De meeste mensen die anderen pesten zijn geen goede mensen, maar jouw norm om te definiëren wat het betekent om anderen te pesten is niet noodzakelijkerwijs nauwkeurig. Jouw definitie dat mensen die je pesten slechte mensen zijn, is dus ook niet noodzakelijkerwijs nauwkeurig, en het is ook niet nauwkeurig om te zeggen dat mensen die je niet pesten goede mensen moeten zijn. Er kunnen verschillende scenario’s zijn waarin iemand je niet pest. Misschien wil hij geen aandacht aan je besteden en neemt daarom niet de moeite om je te pesten. Misschien kent hij je niet en kan je daarom niet pesten. Misschien heeft hij het gevoel dat je sterker bent dan hij en durft hij je daarom niet te pesten. Er zijn verschillende scenario’s mogelijk. Jouw basis om hem als een goed mens te definiëren is gebouwd op het fundament dat hij je niet heeft gepest. De basis van deze definitie is dus op zich al foutief. Wat is de ware basis om iemand als een goed mens te definiëren? Als deze persoon positieve dingen liefhebt, anderen eerlijk en met principes behandelt, en ook principes hanteert voor hoe hij dingen doet, dan pest hij je niet, zelfs als hij soms bot, op harde toon tegen je spreekt, of je bekritiseert. Hij handelt volgens principes en beoordeelt zaken op basis van de feiten. Zodoende is hij werkelijk een goed mens, en is hij in staat mensen volgens principes te behandelen. Maar sommige mensen zijn niet zo. Wanneer ze zien dat je status hebt en sterk bent, kruipen ze voor je. Wanneer ze zien dat je geen status hebt en in het nadeel bent, pesten ze je, vertrappen ze je en kwetsen ze je altijd wanneer ze spreken. Als je iets goed doet, zijn ze jaloers op je. Als je iets verkeerd doet, bespotten en kleineren ze je. Zulke mensen zijn slechte mensen. Als je goed en slecht meet op basis van positieve dingen en de waarheidsprincipes, dan zullen je normen waarmee je dingen meet en de resultaten van je metingen correct zijn. De evaluatie of definitie van positieve en negatieve dingen in de wereld en in de samenleving is op zich al omgekeerd. De meeste mensen in de samenleving verafgoden leiders van wie ze houden, beroemde mensen of sterren. Wat deze beroemde mensen, sterren en leiders ook zeggen, ze denken dat het correct is, en niemand ontmaskert het of verzet zich ertegen. Hoezeer die mensen ook de baas spelen over gewone mensen en hen tiranniseren, de armen discrimineren of afpersen, of zelfs moedwillig mensenlevens verwoesten alsof ze waardeloos zijn, niemand staat op om te protesteren of tegen hen te demonstreren. Als ze een paar goede dingen doen om politieke punten te scoren, dan zullen velen hen de hemel in prijzen en verheerlijken. Als er een persoon verschijnt die voor gerechtigheid vecht en het satanische regime, of beroemde mensen en grote figuren ontmaskert, dan zal de massa hem collectief aanvallen, in de wanhopige hoop hem te elimineren en te laten verdwijnen. Wat toont dit aan? Dat de samenleving alles op een onrechtvaardige, perverse manier doet; ze keert goed en kwaad om. De normen waarmee de verdorven mensheid goed en kwaad, en positief en negatief definieert, zijn allemaal verkeerd. Daarom zijn de conclusies die ze trekken ook onredelijk.

Laten we naar een voorbeeld kijken. Er zijn mensen die inbreken en huizen beroven – van de rijken stelen om de armen te helpen. Nadat ze de rijken van hun bezittingen hebben beroofd, bieden ze hulp aan het gewone volk. Wanneer het gewone volk hiervan profiteert en er zijn voordeel mee doet, zijn ze blij en prijzen ze deze mensen als helden en oprechte, deugdzame mensen. Maar als je de dingen analyseert die door deze zogenaamde oprechte, deugdzame mensen worden gedaan, zijn ze dan werkelijk oprecht? Sommige rijke mensen hebben hun rijkdom verworven door zorgvuldig beheer en inspanning, en er zijn er zelfs die hun rijkdom pas hebben vergaard door het beheer en de inspanning van meerdere generaties. Met welk recht beroof je hen van hun spullen? Je hebt hen van hun privé-eigendom beroofd – dat is verkeerd. Als je capabel bent, moet je zelf geld gaan verdienen. Geld dat je hebt verdiend gebruiken om de armen te helpen – dat kan als liefdadig worden beschouwd. Maar je berooft de rijken van hun bezittingen, eigent je het bezit van anderen toe als je eigen bezit, en helpt vervolgens de armen. In de ogen van de armen wordt dit als oprecht beschouwd. Is dit niet een volstrekt absurd gezichtspunt? De armen en het gewone volk vereren zulke mensen als helden, en deze ‘helden’ genieten van deze titel en deze eer alsof ze er recht op hebben. Is dit niet schaamteloos? Is dit niet volstrekt absurd? (Ja.) Omdat ze zelf niet hebben wat vereist is om geld te verdienen en ze wrok koesteren jegens de rijken, gebruiken ze geweld om de rijken van hun rijkdom te beroven en die onder het gewone volk te verdelen, zodat het gewone volk hen prijst. De dingen die ze stelen zijn helemaal geen dingen die ze door hun eigen arbeid hebben verdiend, en waar de armen van genieten zijn geen dingen die aan deze rovers toebehoren, maar dingen die aan de rijken toebehoren. Waarom zou het dan zo moeten zijn dat, alleen maar omdat deze dingen door hun handen zijn gegaan, het gewone volk en de armen hun diep dankbaar moeten zijn? En is het juist dat het gewone volk met een gerust geweten van deze dingen geniet? Verdien je deze dingen? Heb je ze door je eigen arbeid verdiend? Je geniet met een gerust geweten van geroofde dingen die je niet hebt verdiend, en je vindt zelfs dat de rijken beroofd moeten worden en dat jij van de geroofde dingen zou moeten genieten. Je krijgt deze dingen gratis zonder enige prijs te betalen, en je geniet ervan met een gerust geweten. Is dit niet schaamteloos? (Ja.) Deze zogenaamde helden genieten van deze bewondering van mensen en deze eer. Ze doen deze dingen om hun eigen ijdelheid te bevredigen. Hoe meer mensen hen prijzen en verafgoden, hoe uitzinniger ze worden. Ze beroven zelfs paleizen, stelen de schatten die zich daar bevinden, verkopen die en strooien het geld vervolgens rond in de binnenplaatsen van de armen. Ze helpen de armen door de rijken te beroven. Is dit niet volstrekt absurd? (Ja.) Nog afgezien van de vraag of je door anderen van hun bezittingen te beroven de wet schendt, is het vanuit het oogpunt van moraliteit en menselijkheid onaanvaardbaar, en is het geen zogenaamde oprechtheid. Die dingen die ze hebben geroofd, zijn helemaal geen dingen die ze zouden moeten bezitten. Het zijn dingen die zijn verkregen via laaghartige, smerige, duistere, illegale en onorthodoxe middelen. Ze wisselen ze in voor wat geld en helpen dan degenen die in de eerste plaats geen hulp nodig hebben of degenen van wie zij vinden dat ze geholpen moeten worden, en vervolgens ontvangen ze lof van deze mensen en genieten ze van deze eer. Is dit niet schaamteloos? Toch zijn ze erg trots op zichzelf en noemen ze zichzelf helden die van de rijken stelen om de armen te helpen. Zulke mensen zijn bijzonder populair in de maatschappij. In de oudheid waren er enkele zogenaamde ‘helden’ zoals deze, en hun verhalen doen tot op de dag van vandaag de ronde. Is dit niet absurd? (Ja.) Onder de hele mensheid zijn er maar heel weinigen die werkelijk begrijpen wat positieve dingen zijn en wat negatieve dingen zijn. Mensen kunnen deze dingen niet onderscheiden. Hoeveel dagen kan het gewone volk genieten van de dingen die door de ‘helden’ zijn geroofd? Is dat wat je verdient? Is het wat je hebt verdiend? Het is noch wat je hebt verdiend, noch wat je verdient – dat heet onverdiende voordelen aannemen. Is het eervol voor je om van deze dingen te genieten? Je bent arm omdat je lui bent of niet voldoende capabel. Iemand met geweten en verstand zou tevreden moeten zijn met voedsel en kleding, en hij zou alleen moeten genieten van wat hij kan verdienen. God geeft je een middel om rond te komen, je zou dus tevreden moeten zijn. Is het redelijk om elke keer dat je iemand ziet die rijk is, die veel dingen heeft, die welvarend is, een gelijk deel van wat hij heeft te willen? Dit idee is op zichzelf niet rationeel. Satan beheerst de maatschappij en oefent er macht over uit, dus natuurlijk is er geen eerlijkheid. In de maatschappij zijn de armen met velen, terwijl de rijken met weinigen zijn – wat dit ook heeft veroorzaakt, het is een feit dat sommige mensen rijk zijn en sommige arm. De maatschappij is nu eenmaal zo – je wordt zelfs als je capabel bent misschien niet rijk, en je zou zelfs als je niet capabel bent zomaar het leven van een rijk persoon kunnen leiden. Niemand kan deze dingen duidelijk uitleggen. Maar hoe het ook zij, ook dit is Gods voorbeschikking. Dingen die van anderen zijn geroofd, behoren je niet toe, en zelfs als je ze verkrijgt, zijn ze niet van jou, en vroeg of laat zul je ze verliezen. Kijk naar degenen die, onder het voorwendsel van ridderlijkheid en gerechtigheid, inbreken en huizen beroven, en van de rijken stelen om de armen te helpen. Ze doen achter de schermen allerlei slechte dingen, ze geven zich bijvoorbeeld over aan eten, drinken, hoereren en gokken, ze gebruiken drugs en sommigen plegen zelfs moord of verkrachting. Vervolgens worden ze, alleen maar omdat ze een paar keer van de rijken hebben gestolen om de armen te helpen, door het gewone volk als helden vereerd. Is dit niet een geval waarin laaghartige figuren het voor de wind gaat? Het gewone volk – het verachtelijke gespuis, de lagere massa’s en het gepeupel – is elke keer dat het een klein voordeel behaalt blij, en prijst degene die het voordelen verschaft. En hoe zit het met die ‘helden’? Het gewone volk geeft hun wat eer en beloont hen, en hemelen ze op als helden. Daarom denken ze dat dit als het ware een lauwerkrans vormt, dat ze werkelijk helden zijn en dat ze weergaloos zijn. Dus blijven ze roven, met als resultaat dat ze uiteindelijk met één enkele kogel worden doodgeschoten wanneer ze een koninklijk paleis beroven. Ze dachten werkelijk dat ze uitzonderlijk bekwaam en bovenmenselijk waren, dat ze verheven waren en boven het gewone stonden, maar in feite hadden ze niet eens het vermogen om een kogel te ontwijken, en kwamen uiteindelijk om het leven. Was dit niet verdiend? (Ja.) Roven is op zichzelf niet eervol. Het is laag. Je toevlucht nemen tot roven om de lof van het gewone volk te verwerven, om een goede reputatie te verwerven, om een beetje eer te verwerven – wat is dit een verachtelijke zaak. Uiteindelijk prijzen ze zelfs zichzelf: “Het gewone volk kan niet rondkomen en de mensen verkeren in grote nood, allemaal door toedoen van de ambtenaren. Kijk eens hoezeer ik de geest van rechtvaardigheid bezit; ik heb medelijden met het gewone volk uit de lagere klasse!” Zijn zulke mensen oprecht? (Nee.) Gewone mensen spreken ook met een valse tong en glimlachen wanneer ze een voordeeltje krijgen. Als ze echter geen enkel voordeel uit je kunnen halen, zullen ze, in wat voor benarde situatie je je ook bevindt, geen enkele aandacht aan je schenken. Maar als je hun gunsten verleent, waardoor ze iets tastbaars kunnen verkrijgen, zullen ze blij zijn en zeggen: “Je bent zo’n goed mens! Een uitzonderlijk liefdadig persoon!” Ze zeggen heel mooi klinkende dingen, maar geen enkel woord van wat ze zeggen is waar. Ze kunnen niet eens juiste woorden spreken. Hoe zijn ze überhaupt oprecht? In feite is alles wat ze zeggen bedrieglijk.

Sommige mensen beschouwen zichzelf als vervuld van een geest van rechtvaardigheid, als mensen met geweten en menselijkheid. Maar is deze rechtvaardige geest van hen überhaupt het vermelden waard? Sterker nog, het is absoluut helemaal geen geest van rechtvaardigheid; het is een soort oprechtheid die ze in hun fantasie voor zichzelf hebben bedacht, die niets te maken heeft met de positieve dingen waarover God spreekt of met enige van de waarheidsprincipes. Dit is geen oprechtheid; het zijn kromme redeneringen, ketterijen en drogredenen. Er kan worden gezegd dat de ideeën die ze promoten, zoals positieve energie, een correct wereldbeeld, waarden en levensbeschouwing, en een uniek, scherpzinnig inzicht, ogenschijnlijk oprecht en correct zijn, maar dat in werkelijkheid niet zijn. Om precies te zijn, het zijn allemaal schadelijke trends en kwade invloeden, kromme redeneringen en ketterijen; het zijn allemaal negatieve dingen, en het zijn allemaal ketterijen en drogredenen die het exacte tegenovergestelde zijn van positieve dingen. Als je het dus eens bent met deze ideeën van ongelovigen en in je hart altijd vasthoudt aan deze gezichtspunten, bewijst dat dat je net als ongelovigen geen oprecht persoon bent, en dat er geen oprechtheid in je menselijkheid is. Je wilt je voordoen als een oprecht persoon, net zoals Satan zich probeert voor te doen als een engel van het licht. Satan zegt een aantal mooi klinkende dingen en wil zich voordoen als God, als een oprecht, deugdzaam persoon en als iets positiefs. Je doet je ook voor als iets wat je niet bent; je zegt altijd dat je een correct wereldbeeld, waarden en levensbeschouwing hebt, dat je positieve energie en een rechtvaardige geest hebt, dat je een held bent, een persoon met een scherpzinnig en uniek inzicht, of dat je oprecht bent en niets te vrezen hebt, dat waar je ook gaat, je een rechtvaardige geest met je meedraagt wanneer je spreekt en met mensen omgaat – je meet jezelf altijd deze stijl aan. Welnu, Ik zeg dat je een persoon bent met überhaupt weinig geweten, iemand die zich wil voordoen als iemand met een geest van rechtvaardigheid, als oprecht en als iemand met menselijkheid. Aangezien je deze dingen veinst, betekent het dat je ze niet bezit – zou je ze anders hoeven te veinzen? Als je werkelijk menselijkheid had, zou je die niet hoeven te veinzen, en zou je onmogelijk ideeën kunnen aanvaarden als een zogenaamd ‘correct wereldbeeld, waarden en levensbeschouwing’, ‘positieve energie’, ‘het hebben van een geest van rechtvaardigheid’ en ‘het hebben van een heroïsche geest’; je zou deze negatieve dingen niet aanvaarden – het spreekt voor zich dat je, na tot op de dag van vandaag zoveel preken te hebben gehoord, onderscheidingsvermogen ten aanzien van deze dingen zou moeten hebben. Als je menselijkheid had, zou je deze negatieve dingen al lang hebben verworpen. Als iemand deze uitspraken en argumenten daadwerkelijk naar voren zou brengen, zou je ze, zelfs als je geen onderscheidingsvermogen had, niet vanuit het diepst van je hart aanvaarden. Je zou denken dat die dingen te vals zijn, dat de dingen die worden bepleit door zogenaamde sociologen, pedagogen en denkers, zogenaamde beroemde mensen en grote figuren, en die demonen en duivelskoningen van de wereld, allemaal dingen zijn die mensen vertellen dat ze een façade moeten ophouden. Het is als een gezegde dat populair is in de maatschappij: ‘Als iedereen een klein beetje liefde geeft, zal de wereld een prachtige plek worden.’ Zie je, kwaadaardige duivels zeggen dat iedereen een beetje liefde moet geven, met andere woorden, dat het gewone volk allemaal liefde moet geven, dat iedereen kwaadaardige duivels moet liefhebben, dat iedereen volgzaam naar de partij moet luisteren en die moet gehoorzamen, en dat niemand onrust moet stoken of problemen moet veroorzaken voor het land en de partij, en dat er dan vrede zal heersen op de wereld. Maar wanneer zijn het eigenlijk ooit de gewone mensen die onrust stoken? Het is duidelijk dat het duivels zijn die onrust aanwakkeren en strijden om macht en gewin. De mensheid is door Satan misleid en verdorven; ze volgen allemaal duivels en Satan, en ze mijden en weerstaan God allemaal. Kan deze maatschappij dan vrede kennen? Zeg Mij, snijdt de uitspraak “Als iedereen een klein beetje liefde geeft, zal de wereld een prachtige plek worden” hout? Dit zijn allemaal woorden om kinderen te bedriegen. Als je geen onderscheidingsvermogen ten aanzien van deze woorden hebt, en je gelooft dat er nog hoop is voor de wereld, dat dit menselijk ras nog altijd uit meer goede dan slechte mensen bestaat, dat de wereld in de toekomst een prachtige plek zal worden, en dat dit menselijk ras op weg zal gaan naar een mooie toekomst, dan verschillen je gedachten en gezichtspunten niet van die van het grote publiek, en ben je simpelweg een onmens. Een kenmerk van onmensen is dat ze zich bijzonder graag vermommen, waarbij ze mooi klinkende, bloemrijke, hypocriete uitspraken gebruiken om hun uiterlijk te verhullen, terwijl het diepst van hun hart bijzonder smerig en duister is, en hun verachtelijke, smerige tactieken elkaar opvolgen. Ze hebben helemaal geen liefde voor eerlijkheid en rechtvaardigheid; ze houden er gewoon van om tactieken te gebruiken. Ze zeggen heel mooi klinkende dingen; ze verbergen venijn achter hun glimlach en begaan elke slechte daad die je je maar kunt voorstellen. Zulke mensen zijn verstoken van menselijkheid. Dit zijn precies de uitingen van degenen die verstoken zijn van menselijkheid. Is dit een uiting van oprechtheid? (Nee.) Aangezien deze mensen niet oprecht zijn, denk je dat ze vriendelijk zouden kunnen zijn? (Nee.) Nog afgezien van vriendelijkheid; het zou al een reden tot feestvieren zijn als ze ook maar één slechte daad minder zouden begaan, een zegen voor iedereen op aarde. En toch noemen ze zichzelf oprecht! Dat is gewoon de loftrompet over zichzelf steken! Ze weten niet eens wat positieve dingen zijn, en zelfs nadat ze over positieve dingen hebben gehoord, houden ze er in hun hart niet van en zijn ze er zelfs afkerig van en walgen ze ervan. En toch zeggen ze nog steeds dat ze oprecht en vriendelijk zijn. Wie denken ze nou voor de gek te houden? De zogenaamde oprechtheid, vriendelijkheid en het verstand van de mensheid zijn niet gebaseerd op positieve dingen, noch zijn ze gebaseerd op de waarheidscriteria. Zodoende zijn de oprechtheid, de vriendelijkheid, de rationaliteit, het geweten en het verstand van mensen zoals gedefinieerd door de mensheid allemaal onnauwkeurig, hebben ze geen basis in de waarheid, en zijn het allemaal kromme redeneringen en ketterijen.

Als iemand geweten en verstand heeft, dan is hij ten eerste iemand die goed en kwaad kan onderscheiden. Ten tweede weet hij wat juist is en wat onjuist is. We hebben zojuist gecommuniceerd over het onderscheiden van goed en kwaad. Beoordeel jezelf, en beoordeel dan je ouders en je broers en zussen – is een van jullie iemand die goed en kwaad kan onderscheiden? Ben jij zo iemand? Als je iemand bent die goed en kwaad kan onderscheiden, dan zal het vanzelfsprekend zijn dat je in de toekomst de waarheid zult aanvaarden en je eraan zult onderwerpen. Door enige inspanning te leveren, wat ontberingen te doorstaan en een zekere prijs te betalen, zul je in staat zijn het te bereiken – dan is er hoop voor je redding. Als je niet iemand bent die goed en kwaad kan onderscheiden, en je in het verleden afkerig was van de waarheid, die niet kon aanvaarden en niet bereid was die te beoefenen, en je wanneer het aanvaarden en beoefenen van de waarheid ter sprake werd gebracht grondig geïrriteerd raakte en het gevoel had alsof je hoofd in een bankschroef zat, gekweld en verstoken van vrijheid, dan zul je in de toekomst hetzelfde gevoel hebben over het aanvaarden en beoefenen van de waarheid; je zult de waarheid niet aanvaarden. Je onvermogen om de waarheid te aanvaarden en je afkeer ervan komen niet doordat je nog maar kort in God gelooft, noch doordat God je niet heeft gedisciplineerd of geen verantwoordelijkheid voor je heeft genomen. Dit zijn niet de werkelijke oorzaken. Wat is de werkelijke oorzaak? Je mist deze basisvoorwaarde, namelijk het vermogen om goed en kwaad te onderscheiden. In de toekomst zul je dus nog steeds niet in staat zijn de waarheid te aanvaarden, en zul je geen onderwerping aan de waarheid kunnen bereiken. Sommige mensen zeggen: “Als ik de waarheid niet kan aanvaarden of me er niet aan kan onderwerpen, kan ik dan nog wel redding verkrijgen?” En wat zouden jullie zeggen – kunnen ze dat? (Nee.) Mijn antwoord is: “Dat is heel moeilijk te zeggen.” Waarom is dat heel moeilijk te zeggen? Nu Ik zoveel heb gezegd en zoveel uitingen heb opgesomd, is het niet zeker of je jezelf daaraan kunt spiegelen of ze in jezelf kunt herkennen. Bovendien is het ook niet zeker of je deze zaken en deze aspecten van de waarheid waarover Ik heb gesproken, kunt bevatten. Daarom kan ieder van jullie, zelfs als Ik jullie niet vertel of jullie gered kunnen worden, dit vaststellen op basis van jullie houding ten opzichte van de waarheid en ten opzichte van positieve dingen. Het is niet nodig dat Ik het jullie zo duidelijk en zo openhartig vertel; jullie weten het allemaal al diep in jullie hart.

B. Weten wat juist is en wat onjuist is

Nu we klaar zijn met communiceren over het onderscheiden van goed en kwaad, is het nu tijd om het te hebben over weten wat juist is en wat onjuist is, nietwaar? (Ja.) Weten wat juist is en wat onjuist is, is beslist iets anders dan goed en kwaad onderscheiden; anders zou het niet nodig zijn om ze afzonderlijk te bespreken. Weten wat juist is en wat onjuist is, betekent dat men vanuit het perspectief van menselijkheid moet weten welke gezichtspunten en welke woorden juist zijn, en welke onjuist zijn. Wat juist is, moet worden gehandhaafd, en wat onjuist is, moet worden losgelaten. In de hoofden van normale mensen zijn er enkele gedachten, gezichtspunten en grondslagen om te onderscheiden wat juist is en wat onjuist is. Ze zullen vasthouden aan wat juist is en zich verzetten tegen wat onjuist is, of het zelfs verwerpen. Als iemand zelfs dit niet kan, toont dat aan dat er iets ontbreekt aan zijn menselijkheid; er kan ook stellig worden gezegd dat zo’n mens verstoken is van menselijkheid. Als je als mens zegt dat je menselijkheid hebt, maar je niet eens weet wat juist is en wat onjuist is, hoe kun je je dan gedragen? Hoe kun je je dan op de juiste manier gedragen? Hoe kun je dan elk woord spreken en elke handeling verrichten binnen de menselijkheid? Als je niet weet wat juist is en wat onjuist is, dan wordt geen van je woorden en handelingen binnen de menselijkheid gesproken en verricht. Wat betekent het om niet binnen de menselijkheid te handelen of te spreken? Het betekent dat je deze woorden niet op rationele wijze spreekt en deze dingen niet rationeel doet, op basis van de correcte gedachten en gezichtspunten die de menselijkheid zou moeten hebben – dit is wat het betekent om niet binnen je menselijkheid te spreken of te handelen. Sommige mensen zeggen: “Als iemand niet binnen zijn menselijkheid spreekt of handelt, op welke grondslag spreekt en handelt hij dan?” Grofweg zijn er twee grondslagen. De ene is spreken en handelen vanuit een demonische aard, en leven volgens een satanische gezindheid. Mensen die de waarheid begrijpen, kunnen zien dat de gedachten, gezichtspunten en houdingen van deze mensen in hun woorden en handelingen hetzelfde zijn als die van duivels, en dat deze dingen mensen misleiden, schaden, verzoeken en op een dwaalspoor brengen, en niet positief zijn. Dit is één grondslag: spreken en handelen vanuit iemands demonische aard. De andere is spreken en handelen als een beest, en beesten zijn nog meer verstoken van menselijkheid. Verstoken zijn van menselijkheid betekent spreken en handelen zonder geweten of verstand; zo simpel is het. De woorden die beesten spreken zijn een hoop verwarde, dwaze, verdraaide woorden; ze uiten alleen maar wat verwrongen doctrines. Zie je, de woorden die ze spreken zijn dezelfde als de gedachten en gezichtspunten van dieren – ze zijn verdraaid en dwaas, dom en verward. Nadat je naar hen hebt geluisterd, weet je niet of je moet lachen of huilen, en zeg je: “Hoe kan hij dat nou zeggen? Hij lijkt wel op een kind van drie, vier of vijf, absurd en niet beter wetend. Dit zijn geen woorden die een volwassene zou moeten zeggen! Zijn woorden snijden geen hout, ze zijn lachwekkend – ze zijn te gênant om in het bijzijn van mensen uit te spreken!” Dat is een dier, een beest, dat spreekt. Ze spreken en handelen vanuit de aard van een beest, zonder enig noemenswaardig verstand of enige redelijkheid, laat staan enig geweten en verstand. Dat wil zeggen, hun spraak is uiterst irrationeel, er zit geen enkele logica achter. Je weet niet waar de dingen die ze zeggen vandaan komen, en nadat je ze hebt gehoord, ben je volledig in de war en weet je niet wat je moet zeggen. Hoe meer je naar hun woorden en hun relaas van de dingen luistert, hoe chaotischer het op je overkomt, en kun je het onmogelijk begrijpen. Wanneer ze spreken, draaien ze altijd in cirkels rond, halen ze dingen door elkaar en vallen ze in herhaling; ze ratelen maar door over hetzelfde en kunnen maar niet tot een afronding komen. Dit is een beest, een dier dat spreekt. Zulke mensen hebben een kenmerk, namelijk dat ze zelf niet eens weten of iets juist of onjuist is, wat ze ook doen, wat ze ook zeggen, welke gedachte of welk gezichtspunt ze ook bezitten, of welke gedachte of welk gezichtspunt ze ook in zich opnemen. Dit is een kenmerk van hun menselijkheid. Uiteindelijk kan worden vastgesteld dat het kenmerk van hun menselijkheid op het volgende neerkomt: zulke mensen hebben geen menselijkheid, dat wil zeggen, ze hebben geen geweten en verstand. Ze weten niet eens wat juist is en wat onjuist is, dus denk je dan dat ze met een geweten kunnen spreken en handelen? Kunnen ze het geweten en verstand van een normaal persoon bezitten als ze niet weten wat juist is en wat onjuist is? Kunnen ze het denken van een normaal persoon hebben als ze niet kunnen onderscheiden wat juist is en wat onjuist is? Dat zullen ze nooit hebben. Normale mensen kunnen niet met zulke mensen communiceren. Waarom zeg Ik dit? Is het omdat je liefdeloos bent? Nee, het is omdat je geen raakvlakken hebt, omdat je geen enkele gedachte of gezichtspunt met hen deelt. Met hen communiceren is als communiceren met een dier, met een duivel; het is onmogelijk. Zeg Mij, als je met duivels en Satans over de waarheid praat, kun je dan tot hen doordringen? Als je tegen duivels en Satans zegt: “Je zou in God moeten geloven. God heeft de mensheid geschapen. Als schepselen is het niet meer dan juist en gepast dat mensen God aanbidden”, wat zullen ze dan zeggen? “God aanbidden? Ik wil dat mensen mij aanbidden! Hoeveel geld krijg ik voor het aanbidden van god? Ik doe het als ik betaald krijg.” Wat voor woorden zijn dit? Kun je met duivels communiceren? (Nee.) En met dieren, kun je met hen communiceren? (We kunnen ook niet met hen communiceren.) Zie je, sommige dieren zijn heel bezitterig als het over hun voedsel gaat. Nadat ze hun eigen voedsel op hebben, proberen ze zelfs het voedsel van andere dieren af te pakken. Als je tegen hen zegt: “Vecht niet om voedsel, eet gewoon je eigen voedsel”, kunnen ze dit dan tot zich laten doordringen? (Nee.) Wanneer het voertijd is, zullen ze nog steeds voedsel van elkaar afpakken, en zelfs met elkaar beginnen te vechten en elkaar bijten. Je kunt simpelweg niet met hen communiceren. Om hen te beschermen en te voorkomen dat ze om voedsel vechten, moet je maatregelen nemen en ze streng behandelen door ze wanneer het etenstijd is apart te voeren. Dit is de enige juiste manier om ze te behandelen. Waarom? Omdat het dieren zijn, ze hebben geen rationaliteit, laat staan zelfbeheersing, en ze kunnen niet beoordelen of wat ze doen juist of onjuist is. Hoe juist het ook is wat je zegt en hoezeer het ook hout snijdt, hoe voordelig het voor hen ook is, ze zullen het niet snappen. Mensen die vanuit dieren zijn gereïncarneerd, zijn ook zo. Hoe duidelijk er ook over de waarheid wordt gecommuniceerd, ze begrijpen het niet. Ze handelen dus nooit volgens correcte principes. Zelfs als ze iets verkeerds doen, denken ze niet dat het verkeerd is en zullen ze erin blijven volharden, ze zullen dat zelfs een leven lang doen. Zijn het geen dieren? Zulke mensen die de menselijke taal niet kunnen begrijpen, zijn net als dieren – nauwelijks beter, als ze al beter zijn.

Laten we het nu niet hebben over de dierlijke en demonische aard, maar ons alleen richten op het aspect van menselijkheid van het weten wat juist is en wat onjuist is. Weten wat juist is en wat onjuist is, is een uiting die iemand met menselijkheid zou moeten vertonen, In werkelijkheid ontbreekt het echter veel mensen daaraan. Mensen uiten vaak kromme redeneringen, spreken kromme woorden en doen zelfs foutieve en absurde dingen, en ze doen dat met bijzondere hardnekkigheid. Ze kunnen hun kromme redeneringen zelfs onder anderen verspreiden en aan hen doorgeven. De redeneringen die ze uiten zijn heel erg krom en ondanks dat geven ze deze door aan anderen, waarmee ze niet alleen zichzelf schaden, maar ook anderen. Als ze bijvoorbeeld niet van rijst houden, zullen ze zeggen: “Rijst is niet voedzaam. We moeten noedels, gestoomde broodjes en brood eten.” Ze zeggen dat rijst niet voedzaam is. Is deze uitspraak juist? (Nee.) Ben jij een voedingsdeskundige? Heb je het getest? Op welke basis zeg je dat rijst niet voedzaam is? Er zijn bijvoorbeeld plaatsen waar ze alleen rijst verbouwen en geen tarwe, en de mensen daar eten hun hele leven rijst en leven heel goed, en velen bereiken een hoge leeftijd. Mensen kunnen echter op basis van hun eigen smaak deze kromme redeneringen uiten en zeggen dat “rijst niet voedzaam is”, en dit zelfs zeggen alsof het een gegronde redenering is. Is dit daadwerkelijk een gegronde redenering? (Nee.) Laten we er niet op ingaan of deze uitspraak in overeenstemming is met de waarheid – het is niet eens een gegronde redenering. Hoe krijgen ze het voor elkaar om zulke kromme redeneringen te uiten? Zijn het mensen? (Nee.) Deze uitspraak is overduidelijk foutief; het is duidelijk een uitspraak die wordt gedaan vanuit egoïstische begeerten en vooroordelen, een uitspraak van iemand die op een kromme manier spreekt. Hij weet zelf niet eens of het juist is of niet, en toch verkondigt hij het heel openlijk en bazuint hij het overal rond. Sommige mensen eten graag rijst en houden niet van tarweproducten. Wanneer ze iemand tarweproducten zien eten, zeggen ze: “Tarweproducten zijn niet voedzaam, rijst is voedzaam. Mensen die tarweproducten eten zijn waardeloos, terwijl mensen die rijst eten nobel zijn!” Ze gebruiken deze theorie als basis om allerlei soorten mensen te beoordelen. Als jij graag tarweproducten eet, beschouwen ze je als minderwaardig en niet zo nobel als zij. Ondanks dat deze uitspraak overduidelijk verkeerd is, kunnen ze dit op de een of andere manier niet inzien en verkondigen ze deze uitspraak zelfs overal. Zeg Mij, hebben zulke mensen menselijkheid? (Nee.) Wanneer ze niet langer van rijst houden en tarweproducten beginnen te waarderen, zeggen ze: “Rijst is niet voedzaam, tarweproducten wel. Kijk eens hoe stevig gebouwd mensen zijn die vaak tarweproducten eten; we zouden meer noedels en gestoomde broodjes moeten eten! Rijst is verkoelend[b] voedsel, het is niet goed voor het lichaam!” Is deze uitspraak juist? (Nee.) Is dit geen vooroordeel? (Ja.) Dit is een vooroordeel; het is geen feit. Op welke basis zeggen ze dit? Op basis van hun eigen voorkeuren en vooroordelen, op basis van hun foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten. Maar ze weten niet dat dit onjuist is, en zeggen en verkondigen het zelfs alsof het juist is. Als iemand een andere mening naar voren brengt, zullen ze deze tegenspreken en blijven vasthouden aan hun foutieve en absurde gezichtspunt. Is dit niet een kwestie van niet weten wat juist is en wat onjuist is? (Ja.) Zelfs bij zo’n eenvoudige kwestie weten ze niet eens wat juist is en wat onjuist is – zeg Mij, is hun geweten in staat om te functioneren? Kunnen ze oprecht zijn? Een oprecht persoon moet weten wat juist is en wat onjuist is om gerechtigheid en principes te kunnen hooghouden; alleen dan is wat hij hooghoudt juist. Als iemand niet weet wat juist is en wat onjuist is en hardnekkig vasthoudt aan een foutieve uitspraak of een foutieve gedachte en foutief gezichtspunt, is zijn zogenaamde oprechtheid dan ware oprechtheid? Het is geen oprechtheid; het is een verdraaiing, het is een absurditeit en het zijn kromme redeneringen. Dus, zeg Mij, bestaat het geweten van zulke mensen? (Nee.) Ze hebben geen geweten om van te spreken. Sommige mensen kunnen, wanneer hun iets overkomt en er egoïstische begeerten in hen opkomen, dit in hun hart beseffen en zichzelf door hun rationaliteit in bedwang houden. Ze weten dat egoïstische begeerten onjuist zijn, dus kunnen ze in opstand komen tegen het vlees en ze loslaten. Maar sommige mensen zijn anders; in het bijzonder zullen degenen die niet weten wat juist is en wat onjuist is en die geneigd zijn kromme redeneringen te uiten, dwaas en koppig vasthouden aan foutieve gezichtspunten. Sommige mensen kunnen bijvoorbeeld niet goed dansen; wanneer ze dansen, zijn ze ongecoördineerd, hebben ze geen evenwichtsgevoel en kunnen ze de maat niet houden, waardoor ze zichzelf altijd voor schut zetten. Dus zeggen ze: “Mensen die niet van dansen houden, zijn stabiele personen. Mensen die van dansen houden zijn allemaal onstabiel, ze hebben een slechte persoonlijkheid en zijn losbandig. Als je met zo iemand trouwt, zal je leven zeker onstabiel zijn.” Is deze uitspraak juist? (Nee.) Waarom is die onjuist? (Van dansen houden heeft niets te maken met al dan niet stabiel zijn.) Zonder erop in te gaan of ze dit zeggen uit egoïsme of jaloezie of dat het een poging is tot laster, en ongeacht wat hun bedoeling is, komen hun woorden overeen met objectieve feiten? Zijn mensen die kunnen dansen en die goed zijn in dansen noodzakelijkerwijs onstabiel? Zijn zulke woorden gebaseerd op de essentie van de menselijkheid van deze mensen? Is het een feit dat ze onstabiel zijn? (Nee.) Bovendien, waar verwijst stabiel zijn naar? Betekent stabiel zijn dat men een goed mens is? Is stabiel zijn een uiting van oprecht en goedhartig zijn, van het hebben van menselijkheid? Op zijn best is het een verdienste van iemands menselijkheid of een sterk punt; het kan niet aantonen dat iemand normale menselijkheid heeft. Ze uiten hun gezichtspunt alsof het een gegronde redenering is, alsof het een juiste uitspraak is. Is dit niet het uiten van kromme redeneringen? (Ja.) Het feit dat ze die woorden kunnen uiten, bewijst dat ze niet weten of wat ze zeggen juist is of niet. Zeg Mij, hebben zulke mensen menselijkheid? (Nee.) Zijn ze niet erg lastig? (Ja.) Als het iemand met normale menselijkheid was, zou hij, zelfs als hij jaloers was op iemand die goed danst, hooguit zeggen: “Kijk eens hoe soepel zijn handen en voeten zich bewegen wanneer hij danst. Ik wil ook dansen, maar ik heb deze gave, deze kracht niet; ik ben niet goed in dansen. Ik ben echt jaloers dat hij zo goed kan dansen! Had ik maar zijn armen en benen!” Wanneer het op deze manier wordt verwoord, is het nog net aanvaardbaar; dit wordt de simpele waarheid spreken genoemd. Hooguit zit hier iets van een verdorven gezindheid in, maar het is geen uiting van het hebben van een gebrekkige menselijkheid. Kromme redeneringen uiten is echter een ernstig probleem. Ze zeggen: “Mensen die dansen zijn allemaal onstabiel en lichtzinnig. Je kunt in één oogopslag zien dat het geen mensen zijn die grote dingen kunnen doen.” Het feit dat ze deze woorden kunnen zeggen, legt bloot dat er een groot probleem is met hun menselijkheid. Welk groot probleem? Het ontbreekt hun menselijkheid aan de basisvoorwaarde van het weten wat juist is en wat onjuist is. Ze kunnen verkeerde dingen, verwrongen dingen en kromme dingen zeggen alsof het gegronde redeneringen en juiste woorden zijn. Dit is voldoende om aan te tonen dat ze geen menselijkheid hebben. Ze zeggen wat ze maar willen, zonder door hun geweten te worden gereguleerd. Ze zijn zelfs in staat om op zo’n openlijke manier kromme redeneringen te uiten, zo vol overtuiging van hun eigen gelijk, terwijl ze niet eens weten wat de aard van deze woorden is of wat de gevolgen zijn wanneer ze deze uitspreken. Dit is een uiting van het niet hebben van menselijkheid. Mensen zonder menselijkheid zeggen vaak openlijk zulke foutieve dingen en absurde dingen. Dit is hun natuurlijke onthulling. Ze zeggen dit niet alleen als het om een of twee zaken gaat – ze spreken zo over alle zaken en uiten foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten, en in hun hart geloven dat ze echt waar zijn. Ze aanvaarden nooit juiste of positieve uitspraken, noch zoeken ze ooit naar juiste of positieve uitspraken, maar blijven in plaats daarvan op deze manier spreken en zich op deze manier gedragen. Zulke individuen zijn dus zeker mensen zonder menselijkheid. Ze staan erop om op deze manier te spreken, wat een probleem, een feit, volledig blootlegt: ze weten niet wat juist is en wat onjuist is, en ze denken dat alle ketterijen en misvattingen juist zijn. Als je hun vraagt: “Wat is onjuist?”, zullen ze zeggen: “Alles wat in strijd is met deze uitspraken is waarschijnlijk onjuist.” En als je hun verder vraagt: “Hoe zit het dan met die woorden die in overeenstemming zijn met de waarheidsprincipes, die in overeenstemming zijn met objectieve feiten? Zijn die juist?”, zullen ze zeggen: “Wat maakt het uit? Wie weet of ze juist zijn of niet? Hoe dan ook, de woorden die ik zeg zijn juist!” Niet weten wat juist is en wat onjuist is – is dit een uiting die iemand die werkelijk geweten en verstand bezit zou moeten hebben? (Nee.) Het antwoord is heel overduidelijk: dat is het zeker niet.

Iemand die graag zaken deed, kocht eens wat kleding in de uitverkoop van ongelovigen en verkocht die vervolgens door aan de broeders en zusters om er wat winst op te maken. Later kocht iemand anders wat rayon, gaas en andere dergelijke stoffen voor zomerkleding en sloeg die op in het magazijn. Ik zei: “Het is niet geschikt om ze daar te bewaren. Als ze daar te lang liggen, kunnen ze door ratten worden aangevreten of beschimmelen door het vochtige weer, wat erg zonde zou zijn. Als we er kleding van zouden maken die de broeders en zusters kunnen dragen zouden we ons daar geen zorgen over hoeven te maken, nietwaar?” Later begon Ik dit te organiseren. Terwijl we dat deden, stond de persoon die kleding verkocht op om bezwaar te maken: “Nee, dit kunnen we niet doen! Zwarte stof absorbeert warmte. De broeders en zusters werken vaak in de zon; ze zullen het te warm hebben als ze zwarte kleding dragen. Wie neemt de verantwoordelijkheid als de broeders en zusters ziek worden door de hitte of een zonnesteek oplopen?” Klinkt dit juist? Jullie weten het niet, of wel? Er is hier een objectief feit: deze stoffen waren heel dun en ademend, ze waren heel koel om te dragen. Zelfs als zwarte stof iets warmer is om te dragen, als de kleding maar wat losser werd gemaakt, zou het er niet toe leiden dat mensen ziek werden van de hitte, zoals deze persoon beweerde. Bovendien waren deze stoffen niet allemaal zwart; sommige waren in lichte kleuren. In werkelijkheid had de persoon die dit zei bijbedoelingen. Waarom zeg Ik dit? Als je de context niet kent, zou je echt kunnen denken dat hij rekening hield met de broeders en zusters. Maar als je de context kende, zou je weten dat hij dit zei omdat hij een verborgen agenda had. Als de broeders en zusters die koele kleding van rayon zouden dragen, zou hij de kleding die hij had gekocht niet kunnen verkopen; de broeders en zusters zouden die niet kopen. De kleding die hij kocht kwam allemaal van straatkraampjes en uit de uitverkoop, en was van slechte kwaliteit; je zou eruitzien als een bedelaar als je die droeg. Het belangrijkste was dat zijn prijzen niet laag waren. Kunnen jullie nu jullie de context kennen, aanvoelen of wat hij zei juist was of niet? (Ja.) Waarom zei hij dit? (Hij was bang dat zijn goederen niet zouden verkopen.) Hij zei niet dat hij egoïstische motieven had; hij gebruikte de façade dat hij om de broeders en zusters en gaf en zich zorgen maakten dat ze ziek zouden worden door de hitte, om het maken van die kleding te belemmeren, om dit werk te belemmeren. Er is nog een objectief feit, namelijk dat hij zelf in de zomerhitte een zwarte spijkerbroek en zwarte kleding droeg en nooit zei dat hij het warm had. Wat was er aan de hand? Wat hij zei kwam niet overeen met de feiten! We wilden wat kleding voor de broeders en zusters maken van rayon, en hij zei: “Nee, zwarte stof is te warm, het zal ertoe leiden dat de broeders en zusters ziek worden door de hitte.” De zwarte spijkerbroek die hij droeg was veel dikker dan rayon, hoe kwam het dan dat hij het niet warm had? Was zijn uitspraak dat zwarte kleding te warm was en ertoe zou leiden dat de broeders en zusters ziek zouden worden door de hitte, dus juist? Was hij oprecht toen hij dit zei? Hij was niet oprecht; hij ging in tegen hoe hij zich werkelijk voelde. Was wat hij zei dus juist of niet? Kwam het overeen met de feiten? (Het kwam niet overeen met de feiten.) Waarom zei hij dit dan? Het was precies omdat deze zaak slecht was voor zijn handel. Hij maakte zich vanbinnen zorgen maar kon dat niet ronduit zeggen. Het enige wat hij dus kon doen was deze woorden gebruiken om de zaak te saboteren. Daarmee zou hij zijn doel bereiken, namelijk het beschermen van zijn eigen belangen. Ik was degene die dit organiseerde, en hij hinderde het op deze manier openlijk. Als hij bezwaren had tegen wat Ik organiseerde, had hij die rechtstreeks aan Mij kunnen voorleggen, maar dat deed hij niet. Uiterlijk voerde hij een geweldig toneelstukje op en leek hij helemaal geen bezwaren te hebben, maar achter de schermen ondermijnde hij het werk en hield hij zich totaal niet in. Wat zei hij? “De broeders en zusters hebben allemaal kleding om te dragen, en ze zijn heel goed gekleed. Is het nodig om zoveel mensen in te zetten en zoveel moeite te doen om deze kleding te maken?” Hij sprak geen woord in Mijn bijzijn; hij ondermijnde het werk op deze manier gewoon achter de schermen. Toen hij deze woorden sprak, wist hij toen in zijn hart of ze juist waren? Als hij dit bij een gewoon mens had gedaan, en hij in zijn hart wist of het juist was of niet, en het alleen maar deed omdat hij verblind was door hebzucht en werd gedreven door persoonlijke motieven en doelen, zou dit slechts een probleem met zijn karakter zijn. Maar hij richtte zich met deze actie op Mij, en nadat hij deze dingen om het werk te ondermijnen had gezegd, wist hij niet of ze juist waren of niet, hij had hier geen besef van in zijn hart, noch voelde hij enig zelfverwijt, en hij kende de aard van zijn handelingen niet. Wat voor soort persoon is dit? Heeft hij menselijkheid? (Nee.) Hij beging zo’n ernstige daad en voelde toch niets in zijn hart. Zeg Mij, had hij een geweten? (Nee.) Het is duidelijk te zien dat hij geen geweten had. Zelfs als het een gewoon mens is die zich bezighoudt met gepaste zaken en iets doet wat voordelig is voor de broeders en zusters in Gods huis, dan zou je dat moeten steunen en niet ondermijnen – iedereen zou harmonieus moeten samenwerken om het voor elkaar te krijgen. Om nog maar te zwijgen van dit werk dat Ik initieerde. En toch durfde hij het achter de schermen te ondermijnen en durfde hij zijn demonische klauwen uit te strekken. De aard hiervan is te ernstig! Nadat hij het werk had ondermijnd, deed hij nog steeds alsof hij een goed mens was, alsof er niets was gebeurd. Zeg Mij, had hij ook maar een greintje geweten? Hij beweerde ook nog eens dat hij in God geloofde. Is dat de gedaante die een gelovige in God zou moeten hebben? Is dat het geweten en de menselijkheid die een gelovige in God zou moeten hebben? Hij wist niet eens in wie hij geloofde en kon geen onderscheid maken tussen wat juist en wat onjuist is. Welke plicht kon hij vervullen? Zo iemand die nog steeds hoopt gezegend te worden – is dat geen grap? Als hij zich met zijn opmerkingen over Mij persoonlijk tegen Mij had gericht, en Ik had gezien dat hij het werk van de kerk niet opzettelijk verstoorde en hinderde, en dat zijn plichtsvervulling aanvaardbaar was, zou Ik het voorlopig hebben getolereerd en hem zijn blijven observeren. Maar Ik deed iets wat gedaan behoorde te worden voor Gods huis en voor Gods uitverkoren volk, iets wat voor iedereen voordelig was, en hij kwam tevoorschijn om het te verstoren en te ondermijnen, waardoor hij Mij verhinderde het werk voort te zetten. Zeg Mij, zou Ik hem met fluwelen handschoenen moeten aanpakken? Als hij iemand van kleine gestalte was die niet beter wist, maar zijn plichtsvervulling doorgaans vruchten afwierp, dan zou Ik het kunnen tolereren en hem een kans geven om berouw te tonen. Als hij bereid was berouw te tonen en bereid was dienst te doen voor Gods huis, zou Ik hem kunnen sparen en hem niet aanpakken. Als hij niet wist wat goed voor hem was en doorging met het uiten van ketterijen en misvattingen, en doorging met het verstoren en ondermijnen van dingen, dan zou Ik hem geen enkele beleefdheid tonen en hem volgens de principes aanpakken. Het enige wat men met kwaadaardige mensen kan doen, is hen volgens de principes aanpakken. Wanneer alle verschillende soorten ongedierte die de kerk verstoren zijn weggezuiverd, zal het veel vrediger zijn in de kerk. Wanneer deze onmensen worden aangepakt, zal het zo vredig zijn! Vee zoals varkens, runderen en paarden is niet geschikt om binnen te worden gehouden. Wat zal het gevolg zijn als je dat wel doet? Het zal het huis zeer zeker tot een smerige plek maken, een plek van chaos. Als je zegt dat je dit zou kunnen tolereren, zou Ik weleens willen zien hoeveel dagen je het zou volhouden. Dingen die niet geschikt zijn om binnen te worden gehouden, moeten naar buiten worden gestuurd. Ze moeten daar blijven waar het voor hen het meest geschikt is. Daarmee is het probleem opgelost. Tolereren is geen oplossing; alleen het oplossen van het probleem is een oplossing, nietwaar? (Ja.) Hoe duidelijk je ook met deze onmensen communiceert, ze zullen er gewoon niets van in praktijk brengen. Ze mogen dan wel tien of twintig jaar in God hebben geloofd, maar wanneer hun dingen overkomen, zijn ze nog steeds als ongelovigen; ze aanvaarden of beoefenen de waarheid helemaal niet, ze hebben geen ingang in het leven, en wanneer hun dingen overkomen, verstoren en saboteren ze de boel alleen maar. Wanneer zulke mensen hun ware gezicht niet hebben laten zien, verlenen ze met tegenzin enige dienst. Maar zodra hun ware gezicht wordt onthuld, moeten ze snel worden weggezuiverd – wees niet beleefd tegen ze. Als je dat wel doet, ben je wreed tegen degenen die werkelijk menselijkheid hebben, de waarheid nastreven en toegewijd zijn in het vervullen van hun plicht.

Een duidelijk kenmerk van mensen die verstoken zijn van menselijkheid is dat ze niet weten wat juist is en wat onjuist is wanneer ze handelen en spreken; ze uiten altijd kromme redeneringen. We zeggen dat ze niet weten wat juist is en wat onjuist is, en toch zeggen of doen ze gewoon nooit wat juist is. Ze zeggen alleen onjuiste dingen; ze kunnen van alles zeggen, hoe onjuist het ook is. Er was bijvoorbeeld eens iemand die een kledingstuk kocht dat hem niet paste. Hij zag dat de kleding van iemand anders diegene wel goed paste, dus werd hij boos en zei: “Dit past me niet – hoe komt het dat jouw kleding jou zo goed past?” Hij wilde wanhopig dat ook de kleren van anderen hen niet zouden passen – dan zou hij gelukkig zijn. Hij was zelfs in staat om zulke dingen te zeggen – is dit geen kromme redenering? (Ja.) Als hij ’s nachts niet in slaap kon vallen en zag dat jij heel vast sliep, maakte dat hem ongelukkig en zei hij: “Ik kan niet in slaap vallen, hoe kun jij dan wel slapen? Dit is niet redelijk! Je slaapt zo vast, komt dat doordat je je niet belast voelt over het vervullen van je plicht? Ik moet dit melden aan de kerkleider, aan de Boven!” Is dit geen kromme redenering? (Ja.) Ik maak geen grapje, dit is precies hoe degenen spreken die geen menselijkheid hebben en niet weten wat juist is en wat onjuist is. Waarom zeg Ik dat hij niet wist wat juist was en wat onjuist was? Hij meldde dit aan Mij. Toen Ik hoorde wat hij zei, dacht Ik: “Er is iets mis met wat deze persoon zegt; het is geen gegronde redenering! Iemand met menselijkheid zou zoiets niet moeten zeggen. Hij is al lang niet meer jong en hij gelooft al meer dan tien jaar in God. Toch weet hij niet eens of wat hij zegt juist is of niet; hij beschouwt het zelfs als een gegronde reden die persoon aan te geven. Deze man is niet alleen niet in staat om goed en kwaad te onderscheiden – hij weet niet eens wat juist is en wat onjuist is. Hij deugt niet.” Als hij deze zaak aan jullie had doorgegeven, hadden jullie het misschien echt niet kunnen onderscheiden, en sommigen van jullie waren misschien in zijn woorden getrapt en hadden geloofd dat zijn redenering juist was. Kunnen jullie me vertellen of het juist is of niet nu Ik het op deze manier heb beschreven? (Ja.) Zijn zulke mensen niet verwrongen en absurd? (Ja.) Ze weten niet of wat ze zeggen juist is of niet, en toch zeggen ze het. Ze beschouwen onjuiste uitspraken, gedachten en gezichtspunten duidelijk als positieve gedachten en gezichtspunten die ze moeten uiten en overbrengen. Dit is niet weten wat juist is en wat onjuist is. Hun onwetendheid is niet geveinsd, noch gebruiken ze deze woorden om mensen te misleiden, om kinderen voor de gek te houden – het is duidelijk dat ze niet weten wat juist is en wat onjuist is. Daarom zeg Ik dat ze geen menselijkheid hebben. Ze kunnen in zo’n fundamentele kwestie niet eens onderscheiden wat juist is van wat onjuist is – hebben ze waar verstand? Kunnen ze dan nog steeds oprechte mensen zijn? Ze zeggen onjuiste dingen alsof ze juist zijn, wat gelijkstaat aan zeggen dat zwart wit is. Kunnen ze nog steeds oprecht zijn in hun handelingen? Kunnen ze mensen eerlijk behandelen? Als ze mensen niet eerlijk kunnen behandelen, schaden ze mensen dan niet? (Ja.) Is dat goedhartig zijn? (Nee.) Misschien willen ze geen kwaadaardige mensen zijn en willen ze ook vriendelijk zijn tegen anderen, maar ze weten niet eens wat juist is en wat onjuist is, ze kunnen niet eens zwart van wit onderscheiden, hoe zouden ze dan vriendelijk kunnen zijn tegen anderen? Dit ligt buiten hun bereik. Alleen wanneer iemands geweten en verstand gezond zijn, en men het vermogen heeft om te onderscheiden en in staat is de juiste beoefeningsprincipes te kiezen, kan men goedhartig zijn. Als je zegt dat je oprecht en goedhartig bent, waar zijn dan de uitingen hiervan? Als je niet eens weet wat juist is en wat onjuist is, hoe kun je dan oprecht en goedhartig zijn? Houd jezelf niet voor de gek! Toch? Dit noemen we jezelf en anderen bedriegen. Zulke mensen hebben ook bijzonder veel bewondering voor zichzelf, en denken dat hun karakter oprecht is, dat ze goedhartig zijn en geen gezag vrezen, en dat ze, telkens wanneer ze iemand zien die iets verkeerds heeft gedaan, diegene onmiddellijk kunnen bekritiseren. Wat is jouw basis voor dergelijke kritiek? Als je hen bekritiseert op basis van je eigen onjuiste gedachten en gezichtspunten, zul je uiteindelijk goede mensen kwellen en de waarheidsprincipes van Gods huis verdraaien. Is dat niet het misleiden van mensen? Als zo iemand de macht heeft in de kerk, betekent dat dat Satan de macht heeft. Als Satan de macht heeft, hebben de meeste mensen daar dan baat bij of lijden ze eronder? (Ze lijden eronder.) De meeste mensen zullen ernstig worden geschaad en geen mogelijkheid hebben om te overleven.

De onderwerpen die we hebben besproken, hebben allemaal betrekking op enkele veelvoorkomende uitingen in het dagelijks leven van mensen. Hoe voelen jullie je na het horen van de communicatie over deze onderwerpen? Hebben deze onderwerpen iets met de waarheid te maken? Zijn jullie bereid om te luisteren? (Ja.) Is dit alleen maar geroddel? Is het kwaadspreken over mensen achter hun rug om? (Nee, het is bedoeld om ons te helpen leren hoe we mensen kunnen onderscheiden.) Zijn jullie nu jullie deze communicaties hebben gehoord in staat om mensen te onderscheiden? (Ik heb het gevoel dat ik mensen iets beter kan onderscheiden dan voorheen.) Jullie zouden nu enigszins in staat moeten zijn om mensen te onderscheiden. Nu ik de waarheid heb gecommuniceerd en op deze manier voorbeelden heb besproken, en jullie nog steeds niet in staat zijn om mensen te onderscheiden, dan is jullie kaliber te slecht en de waarheid voor jullie te hoog gegrepen. Natuurlijk, er zijn zeker zulke mensen. Hoe ze ook luisteren, ze begrijpen het niet, en denken zelfs: “U bespreekt alleen maar zaken uit het dagelijks leven – daar luister ik niet naar! Ik wil over de diepzinnige waarheden van de derde hemel horen. Wat U communiceert is niet de waarheid, het is allemaal slechts geroddel. Daar luister ik niet naar!” Als je echt niet wilt luisteren, hoeft dat niet. Maar de onderwerpen die we bespreken zijn allemaal noodzakelijk. Wie de waarheid erin kan begrijpen, zal in staat zijn mensen te onderscheiden. Als je het maar niet begrijpt, hoe vaak je ook luistert, en hoe vaker je luistert, hoe verwarder je raakt en hoe meer hoofdpijn je ervan krijgt, dan is deze uiting geen goed teken of voorteken voor je.

Zojuist spraken we over het kenmerk in de menselijkheid van het weten wat juist is en wat onjuist is. Er zijn veel verschillende uitingen van mensen die niet weten wat juist is en wat onjuist is. Als mensen zouden weten wat juist is en wat onjuist is, zou dat goed zijn, en zouden we het niet over dit onderwerp hoeven te hebben. Maar veel mensen weten niet wat juist is en wat onjuist is, dus is het de moeite waard om enkele voorbeelden aan te halen om te onderscheiden waarom dit type persoon niet weet wat juist is en wat onjuist is, waarom hij dingen die zo overduidelijk juist of onjuist zijn niet kan onderscheiden. Dit type persoon is daadwerkelijk in staat om zulke absurde woorden te spreken en zulke belachelijke dingen te doen – wat is hier werkelijk aan de hand? Dit is het waard om over te communiceren en te onderscheiden. Weten wat juist is en wat onjuist is, is een eigenschap die iemands menselijkheid zou moeten bezitten. Niet weten wat juist is en wat onjuist is, is iets wat niet bij een mens zou mogen voorkomen. Als iemand werkelijk niet weet wat juist is en wat onjuist is, is dat heel jammer; het betekent dat hij verstoken is van de eigenschappen die een mens zou moeten hebben. We hebben het zojuist gehad over enkele specifieke voorbeelden en uitingen, en voor sommige mensen geldt werkelijk dat ze overduidelijk niet weten wat juist is en wat onjuist is. Als iemand alleen maar wat onredelijke, provocerende dingen of foutieve en absurde woorden tegen mensen zegt, of mensen enkele kromme redeneringen voorlegt, hoeft dit niet speciaal te worden aangehaald om er over te communiceren en het te onderscheiden, omdat die uitingen gericht zijn op gewone verdorven mensen. De uiting van het niet weten wat juist is en wat onjuist is van sommige mensen is echter gericht op God, op de waarheid en op positieve dingen. Voor dit type persoon dat niet weet wat juist is en wat onjuist is, geldt dat als Ik geen voorbeelden aanhaal om over te communiceren, het nog altijd mogelijk is dat niet iedereen hem kan onderscheiden en de essentie en de ernst van dit soort probleem zal doorzien. Het is dus noodzakelijk dat Ik erover spreek. Er zijn veel dingen gebeurd – als ze betrekking hebben op de waarheid, moet Ik het zeggen zoals het is, en deze negatieve voorbeelden aanhalen om mensen te helpen de waarheid te begrijpen en onderscheidingsvermogen te verkrijgen, en ook om iedereen er lessen uit te laten trekken. Als een bepaalde zaak betrekking heeft op een bepaald persoon, moet de betrokkene zich niet schamen. Als je je nu schaamt, dan had je die dingen destijds niet moeten doen. In welke ernstige mate weten sommige mensen niet wat juist is en wat onjuist is? De dingen die ze doen – die het gevolg zijn van het niet weten wat juist is en wat onjuist is, en die van zeer ernstige aard zijn – zijn niet tegen zomaar iemand gericht, maar tegen Mij. Ik ben niet bekend met de meeste mensen in de kerk en ken ze niet, en er zijn enkele leiders en werkers die Ik slechts een of twee keer heb ontmoet. Ik heb zelden openhartige één-op-één gesprekken met mensen, van aangezicht tot aangezicht, omdat Ik niet zoveel vrije tijd heb. Van deze mensen kan Ik met sommigen prima opschieten, maar met sommigen valt niet te communiceren. Hoe komt dit? Laten we nu naar een paar voorbeelden kijken.

Op een herfstdag werden de aardappelen die op een boerderij werden verbouwd geoogst, en de persoon die verantwoordelijk was voor het koken ging naar de boerderij en bracht er een mand van mee terug. De aardappelen bovenop leken ongeveer de grootte van een vuist te hebben, wat er acceptabel uitzag. Degenen daaronder waren echter allemaal klein, en sommige waren rot. Ik was verbaasd: “Hoe konden ze ons zulke aardappelen geven? Zouden zulke aardappelen niet als veevoer moeten worden gebruikt? Heeft de persoon op de boerderij ze per ongeluk zo ingepakt?” Als het echt een vergissing was, waarom waren de aardappelen bovenop dan goed en normaal, maar de aardappelen daaronder klein of rot? Dit incident heeft een diepe indruk op Mij gemaakt. Uiterlijk keek de persoon die de aardappelen inpakte niet scheel en was zijn uiterlijk heel gewoon. Ik had hem een paar keer gezien en een paar woorden met hem gewisseld, maar we hadden geen echte interactie. Ik zou bijna kunnen zeggen dat Ik hem niet kende, er was dus geen sprake van bekritiseren, berispen of snoeien. Dus waarom zou deze persoon Mij op deze manier behandelen en Mij zulke kleine en rotte aardappelen geven? Als hij niet wist dat ze voor Mij waren, waarom zou hij dan de goede bovenop leggen en de rotte onderop? Het was duidelijk dat hij het wel wist. Waarom zou hij, wetende dat ze voor Mij waren, er dan toch rotte aardappelen in doen? Was hij op dat moment in de war? Of beheerste een duivel zijn handen? Of was hij bezeten door een boze geest? Dit is niet erg waarschijnlijk. Als hij werkelijk bezeten was door een boze geest, zou hij geestelijk gestoord zijn geraakt en zou hij Mij simpelweg geen aardappelen hebben gebracht. Als hij dus niet bezeten was door een boze geest, waarom zou deze persoon, die heel normaal leek, dan zoiets doen? Wist hij niet dat dit een daad van bedrog was? Als hij in zijn hart haat jegens Mij koesterde, dan had hij Gods huis moeten verlaten in plaats van hier zijn plicht te vervullen. Bovendien, als hij werkelijk haat jegens Mij koesterde, wat was daar dan de reden voor? Welke reden was er om Mij te haten? Wat kunnen we vaststellen als we het bekijken in termen van menselijkheid? Ten eerste had Ik hem slechts een paar keer gezien; Ik wist niet hoe hij was. En ten tweede had Ik nooit echt contact of bemoeienis met hem gehad. Ik wist alleen dat hij op het land werkte. Waarom behandelde hij Mij dan op deze manier? Er is slechts één mogelijkheid: hij kon zoiets alleen doen als hij hele sterke noties over Mij had en veel vooroordelen tegen Mij koesterde, of als iemand hem had opgehitst. Dat deze persoon zoiets kon doen, dat hij het over zijn hart kon verkrijgen om het te doen – vinden jullie dat niet onvoorstelbaar? Zelfs als je met een gewoon mens te maken had, zou je het dan over je hart kunnen verkrijgen om zoiets te doen? Zelfs als je een supermarkt zou runnen, zou je mensen niet kunnen bedriegen en oplichten; je zou betrouwbaar moeten zijn om je klanten te behouden en je eigen pad niet te saboteren. Bovendien vervul je nu je plicht, en om dan zoiets te doen, vooral tegenover Mij – zeg Mij, is dit te rechtvaardigen? (Nee.) Wat is dan de aard van zo iemand? Wist hij wat juist is en wat onjuist is toen hij dit deed? Hij had er totaal geen besef van. Als hij werkelijk besef had gehad, zou hij, toen hij op het punt stond de rotte aardappelen te pakken, hebben gedacht: nee, ik kan de rotte niet nemen, ik moet een paar goede nemen. Moet niet iedereen goed voedsel eten? En dan nog te zwijgen van het feit dat ze voor Mij waren om te eten – de gedachte om rotte aardappelen te nemen had niet eens in hem mogen opkomen, laat staan dat hij ernaar zou handelen. Is het antwoord nu niet heel duidelijk? Waarom was hij hiertoe in staat? Het is omdat, ongeacht of zulke mensen gereïncarneerd zijn uit duivels of uit beesten, ze in hun menselijkheid niet begrijpen wat juist is en wat onjuist is. In hun menselijkheid is er niets dat kan onderscheiden of toetsen wat juiste handelingen en gedachten zijn en wat onjuiste handelingen en gedachten zijn. Als ze niet gereïncarneerd zijn uit dieren of duivels, dan zijn het wandelende lijken. Wat is dan de betekenis van het geloof in God van zo iemand? Hij zegt: “Het is god waarin ik geloof. Je bent maar een mens, wat kun je me maken?” Zit er enig verstand in deze woorden? Is dit waar geloof in God? Is het in overeenstemming met Gods bedoelingen om God op deze manier te behandelen? God wil dit soort geloof niet. Misschien zal hij ook zeggen: “Of god mij wil of niet, is niet aan jou om te bepalen!” Ik zeg: “Wat je zegt is niet juist. Als de woorden die Ik spreek Gods woorden zijn, dan is er een probleem met de manier waarop je Mij behandelt. Je uitkomst wordt bepaald door Gods woorden.” Hij zegt: “Ik zal naar de derde hemel gaan en je aangeven!” Ik zeg: “Als je echt naar de derde hemel kunt gaan, schiet dan op en doe dat.” Zeg Mij, zijn zulke mensen niet angstaanjagend? Wie zou er nog met zo iemand willen omgaan? Laten we er voorlopig niet op ingaan op wie hij het gemunt had. Als hij het niet op Mij had gemunt, maar op een mens, zouden zijn daden dan hebben voldaan aan de norm van het geweten? (Nee.) Wat voor probleem is het dat hij in staat was Mij zoiets aan te doen? Aangezien hij in staat was zoiets zelfs Mij aan te doen, zou hij het dan ook een gewoon mens kunnen aandoen? Hoe moet deze zaak worden beoordeeld? Ik was zeer verbaasd dat deze persoon zoiets kon doen. Waarom kon hij het doen? Als hij dit een gewoon mens zou aandoen, zou Ik ook een typering voor hem hebben. Het was verkeerd van hem om dat te doen. Het is niet zo dat dit juist is als het bij anderen wordt gedaan en het onjuist is als het bij Mij wordt gedaan – zo’n bewering is niet eerlijk en houdt geen stand. Als hij Mij dit kon aandoen, dan kan hij het ook anderen aandoen, wie dan ook. Wat is hiervan de reden? Dit is het waard om diep over na te denken. Hij zei dat hij in God geloofde en dat hij een lid van Gods huis was. Waarom kon hij Mij dan toch op deze manier behandelen? Hoe kon hij zoiets laaghartigs doen? Hoe kon hij zoiets onbegrijpelijks doen? Hij vond zichzelf heel vriendelijk, hoe kon hij dan anderen rotte aardappelen te eten geven? Waarom at hij ze zelf niet op? Die rotte aardappelen, kleine aardappelen en onvolgroeide aardappelen zijn bedoeld om dieren te voeren, waarom gaf hij ze dan aan mensen te eten? Zelfs als Ik hem niet aan de waarheid afmeet, waren zijn daden alleen al vanuit moreel oogpunt onacceptabel. Ik zeg dus dat hij een onmens is. Is deze typering nauwkeurig? Is die eerlijk? (Ze is nauwkeurig en eerlijk.) Hij heeft iets gedaan wat zo overduidelijk verkeerd was en had het nog steeds niet in de gaten. Hij voelde zich zelfs op zijn gemak en had geen greintje zelfverwijt in zijn hart. Hoe komt dit? Hij had geen geweten, hij had niet eens een ziel; als een duivel of een beest had hij geen besef. Hij was geen mens, dus had hij geen geweten. Hij wist niet wat juist is en wat onjuist is, en hoe ernstig de fout ook was die hij beging, hij had altijd het gevoel dat zijn daden volkomen gerechtvaardigd waren. Hij gaf zijn fouten nooit toe en stond erop op dezelfde manier te blijven handelen. Toen anderen hem typeerden en zeiden dat wat hij deed verkeerd was, bleef hij denken dat hij volkomen in zijn recht stond en voelde hij zich verongelijkt. Ik zeg dat je daarmee helemaal geen onrecht wordt aangedaan. Het is niet zo dat je zonder dat de feietn bekend zijn wordt veroordeeld of getypeerd als iemand die geen menselijkheid heeft. Integendeel, wie zou er bij zulke ernstige feiten die voor iedereen zichtbaar zijn nog kunnen zeggen dat je menselijkheid had? Met deze feiten als bewijs zou niemand het kunnen ontkennen. Ik had graag willen zeggen dat je menselijkheid had, dat je vriendelijk en oprecht was, maar de aard van wat je deed is te verachtelijk; het is van dezelfde aard als Satan die God bespot, het is zwart en wit omdraaien, net zoals Satan deed door God de rijkdommen en glorie van de wereld te tonen en tegen Hem te zeggen: “Dit alles zal ik u geven als u voor mij neervalt en mij aanbidt.” Alles in de wereld en alle dingen zijn door God geschapen. God heeft alles wat er is en alle dingen geschapen; God zou van dit alles moeten genieten, jij niet, jij bent daarvoor niet gekwalificeerd. Jij geniet van wat God je heeft geschonken. Jij zou God moeten aanbidden, niet God jou laten aanbidden. Deze kerel begreep niet eens zo’n overduidelijk en eenvoudig concept, en dacht zelfs dat Ik zijn humeur had moeten peilen en had moeten kijken of hij zich gelukkig voelde of niet, alleen maar om een paar aardappelen te krijgen. Als hij in een slecht humeur was, zou hij Mij wat rotte aardappelen geven, alsof hij met een bedelaar te maken had. Ik werd verondersteld een slechte behandeling van hem te verdragen – is dat mogelijk? Zou Ik dat kunnen verdragen? (Nee.) Hoe moet zo iemand worden aangepakt? (Hij moet onmiddellijk worden weggezuiverd.) Zo iemand moet door een bestuurlijk decreet worden aangepakt. En dit is zeker niet het enige incident van deze aard. Sommigen zeggen: “Zijn er nog ernstigere incidenten dan dit?” Natuurlijk zijn die er, waarom zou Ik anders zeggen dat mensen van elkaar verschillen? Als iedereen die in God gelooft God zou kunnen aanbidden, dan zou het niet nodig zijn dat ieder naar zijn soort wordt ingedeeld. Het is omdat veel mensen niet oprecht in God geloven, en omdat er kwaadaardige mensen en verwarde mensen zijn die het werk van de kerk verstoren en in staat zijn elke slechte daad te begaan, dat naarmate het werk van de kerk ten einde loopt, iedereen wordt onthuld en naar zijn soort wordt ingedeeld.

Laten we het over een ander voorbeeld hebben. De maïs op een boerderij was rijp en iemand zou Me wat maïs brengen. Een persoon in de buurt zei tegen hem: “Er hebben ratten over die maïs gekropen, neem die niet mee!” Hij dacht erover na en zei: “Wat maakt het uit als er ratten over hebben gekropen? Is het niet nog steeds eetbaar? Het is geen probleem als ik het meeneem!” Hij wist duidelijk dat er ratten over de maïs hadden gekropen en dat die niet geschikt was om door mensen te worden gegeten, maar toch stond hij erop die naar Mij te brengen. Wat is de aard hiervan? Heeft zo iemand menselijkheid? (Nee.) Wat voor soort persoon is dit dan? (Geen mens, maar een duivel.) Zeg Mij, zou hij ermee instemmen om de maïs waar ratten over hadden gekropen aan zijn ouders of kind te eten te geven? (Nee.) Waarom niet? (Hij wist dat het niet schoon was, hij wist dat het slecht voor hun gezondheid zou zijn om er van te eten. Hij zou zijn familie niet van de maïs laten eten.) Hij wist dat hij het niet aan zijn familie kon geven, maar toch stond hij erop het naar Mij te brengen, en anderen konden hem niet tegenhouden. Wist hij dus of dit juist of onjuist was? (Hij wist het niet.) In feite wist hij in zijn hart dat dit onjuist was. Waarom wilde hij de maïs dan toch naar Mij brengen? Ben Ik zijn vijand? Had Ik hem gekweld of hem kwaad gedaan? Nee, Ik had geen van deze dingen gedaan. Ik kende hem niet, maar toch stond hij erop Mij maïs te brengen waar ratten over hadden gekropen. Zeg Mij, wat is de aard hiervan? Dit was iets dat daadwerkelijk werd gedaan door iemand die in God geloofde. Het opent echt je ogen en verbreedt je horizon, het zorgt er echt voor dat je onderscheidingsvermogen verkrijgt, en laat je zien dat er werkelijk geen einde komt aan het bizarre in deze uitgestrekte wereld. Zeg Mij, toen hij die maïs voor Mij klaarmaakte, had hij toen enig besef in zijn hart? Wist hij dat wat hij deed onjuist was, dat hij eigenlijk wat goede maïs had moeten brengen, op zijn minst maïs waar geen ratten over hadden gekropen? Dacht hij zo? (Hij had dit besef niet.) Wat betreft zulke dingen had hij dit besef niet. Als zulke besmette maïs naar zijn moeder of zijn kind zou worden gebracht, zou hij dit besef wel hebben. Hij had niet het besef van het geweten dat de menselijkheid zou moeten hebben. Had hij dus geen menselijkheid? Wat voor soort wezen was hij? (Geen mens.) Zie je, in zijn geloof in God vervulde hij zijn plicht, hij leed en betaalde een prijs, hij kon fysieke arbeid verrichten en hij woonde ook bijeenkomsten bij en las Gods woorden. Waarom was hij dan zo onvriendelijk tegen Mij? Waarom had hij zo’n afkeer van Mij? Ik had nooit meer dan een paar woorden met hem gewisseld, op welke manier had Ik hem dus beledigd? Sommige van de mensen met wie Ik contact heb gehad zijn heel goed, en ze zijn heel vriendelijk tegen Mij. Niet iedereen is zoals hij. Maar Ik had hem niet beledigd, noch had Ik hem kwaad gedaan, dus waarom haatte hij Mij zo erg? Jullie hebben het antwoord hierop in jullie hart. Hij haatte niet alleen Mij; hij behandelt iedereen op deze manier. Dit is precies het soort wezen dat hij is. Als hij zaken zou doen, zou hij zeker bedriegen en oplichten, en allerlei slechte daden begaan. Zijn geweten stelt hem geen grenzen en hij hanteert geen principes in zijn omgang met mensen; zijn hart wordt verteerd door deze duistere dingen. Het is heel duidelijk dat dit zijn consequente methode en principe was bij zijn omgang met mensen; dit was zijn middel en manier om dingen aan te pakken. Sommige mensen zeggen: “Het feit dat hij dit kon doen, betekent dat hij God niet als God behandelde.” Is deze bewering juist? (Nee.) Waarom is die onjuist? Zelfs als je Mij als een gewoon mens zou behandelen, had je Mij dit niet mogen aandoen. Zelfs als je je alleen maar aan de moraal zou houden, had je dit niet mogen doen. Als er echt ratten over voedsel hebben gekropen of als er door een dier aan is geknaagd en het bacteriën bevat, kan het niet eens in de supermarkt worden verkocht. Wat als iemand het eet en hem iets overkomt? Of anderen het nu weten of niet, het zou je geweten belasten. Aangezien je het weet, zou je mensen het niet moeten laten eten. Dit heeft betrekking op iemands aard en het heeft betrekking op de principes van de manier waarop je jezelf gedraagt. Je bezit niet eens de meest elementaire morele normen van zelf-gedrag, en toch denk je dat je een mens bent. Je bent helemaal geen mens. Zelfs een beest weet dat het degene moet beschermen die het voedt en grootbrengt. Neem bijvoorbeeld een hond – als je hem altijd voert, zal hij goed voor je zijn. Als er een vreemde je huis binnendringt en iets wil meenemen, zal hij hem tegenhouden en je bij elke stap beschermen. Als zelfs een hond trouw kan zijn aan zijn meester en hem kan beschermen, hoe was het dan mogelijk dat die persoon dit niveau niet kon bereiken? Is hij niet erger dan een hond? (Ja.) Als je zegt dat hij een duivel is, weigert hij dat misschien echt te aanvaarden. Laten we het nu dus objectief stellen: zo iemand heeft geen menselijkheid, want ondanks dat hij zoiets absurds heeft gedaan, zoiets moreel verwerpelijks, heeft hij toch geen gewetenswroeging, en heeft hij er ook nooit spijt van en voelt zich er niet door gekweld. Zelfs als iemand een gewoon mens op deze manier behandelt, zou hij het besef van het geweten moeten hebben, zou hij zich vanbinnen gekweld moeten voelen, en zou hij moeten weten dat wat hij deed onjuist was en ermee moeten stoppen. Dit zou des te meer het geval moeten zijn wanneer hij Mij op deze manier behandelt, wat nog onverdedigbaarder is. Natuurlijk was Ik niet gekwetst omdat hij Mij op deze manier behandelde. Mijn hart is niet zo gemakkelijk gekwetst. Het is alleen zo dat Ik zag dat het principe waarmee hij de dingen aanpakte te verachtelijk was. Niet alleen voldeed het niet aan de norm van het geweten, maar het was ook te laaghartig en te walgelijk. Deze persoon had absoluut geen menselijkheid! Hij beging zo’n verkeerde daad op zo’n zelfingenomen, openlijke manier, en niemand kon hem tegenhouden. Dat Ik zeg dat hij geen menselijkheid heeft, doet hem helemaal geen onrecht aan, want dit is precies het soort daad – een daad verstoken van menselijkheid – dat degenen zonder menselijkheid begaan. Dit is maar al te zeer in overeenstemming met zijn essentie en zijn identiteit. Als iemand de dingen op de juiste manier doet, en hij menselijkheid en een geweten heeft, dan doet het hem onrecht aan om te zeggen dat hij geen menselijkheid heeft. Maar als hij werkelijk daden begaat die verstoken zijn van menselijkheid, dan komt de bewering dat hij geen menselijkheid heeft zeer sterk overeen met zijn essentie. Het doet hem geen onrecht aan hem dat te vertellen, nietwaar? (Dat klopt.) Sommige mensen hebben, wanneer ze Mij deze woorden horen zeggen, zo hun gedachten en zeggen: “Je praat altijd over deze dingen en dat leidt ertoe dat we gezichtsverlies lijden. Wie maakt er nu geen fouten?” Is het juist om zo te denken? (Nee.) Iedereen maakt fouten, maar de aard van de fouten is echt verschillend. Veel fouten hebben betrekking op problemen met de menselijkheid, en veel fouten hebben betrekking op de aard-essentie van een persoon. Sommige fouten zijn slechts onthullingen van de verdorven gezindheid van een persoon en betekenen niet dat er een probleem is met de essentie van de persoon.

Laten we het over een ander voorbeeld hebben. Op een dag ging Ik naar een boerderij, en het toeval wilde dat de mensen daar peren aan het plukken waren. Iemand bracht Mij er een paar. In één oogopslag zag Ik dat deze peren behoorlijk groen en niet erg rijp waren. De persoon die de peren had geplukt zag ik echter een felgele peer vasthouden en opeten. Terwijl hij aan het eten was zei hij: “Lekker zoet, deze peer is heerlijk!” Hij hield de rijpe voor zichzelf zodat hij deze op kon eten, en de peren die hij voor Mij plukte waren in feite allemaal onrijp. Laten we het even niet hebben over de vraag of de peren rijp waren of niet, maar over het feit dat degene die ze plukte niet dom was. Hij bracht dag in dag uit door tussen die perenbomen, en hij wist welke peren rijp waren en welke niet. Ik kwam daar toevallig langs, en hij plukte de onrijpe peren van de boom en gaf ze aan Mij. Eigenlijk eet Ik niet graag rauw fruit of fruit dat verkoelend is, en Ik kan al helemaal geen onrijp fruit eten omdat Ik daar buikpijn van krijg. Hij gaf Mij echter onrijpe peren terwijl hij zelf een rijpe peer tevoorschijn haalde en er een hap van nam. Dit incident heeft een diepe indruk op Mij achtergelaten. Ik wist dat hij het verschil tussen onrijpe en rijpe peren kon zien. Hij nam aan dat anderen dom waren en het niet konden zien, en dacht: ‘Het is al aardig van me dat ik je een onrijpe peer geef. Ik geef je er zelfs een paar. Je weet niet of de peren rijp zijn of niet, je hebt die kennis niet! Je predikt de waarheid dan wel helder en logisch, maar je blijft er ook nadat ik zoveel onrijpe peren voor je heb geplukt vast van overtuigd dat ik goed ben en ik je goed behandel.’ De persoon die dit deed dacht dat anderen dom waren, en in het bijzonder dat Ik dom was. Was hij er zich in zijn hart ook maar enigszins van bewust toen hij deze dwaze daad beging? (Nee.) Hij was zich dit totaal niet bewust. Hij dacht dat hij anderen voor de gek had gehouden en dat hij heel slim was. Was hij slim? (Nee.) Als hij werkelijk slim was, hoe kon hij dan zoiets volslagen dwaas doen en zich er niet bewust van zijn? Dit bewees dat hij niet slim was, maar juist kleingeestig. Hij plukte de onrijpe peren en gaf ze aan Mij om op te eten, terwijl hij zelf een rijpe peer vasthield en opat. Zou deze handeling er niet belachelijk uitzien? Ik liet het rusten, maar wat hij deed maakte een diepe indruk op Me. Het feit dat deze persoon Mij dit kon aandoen – is de aard hiervan niet heel ernstig? Hoe was zijn menselijkheid wat betreft zijn gezichtspunt, zijn principe voor het aanpakken van dingen en zijn benadering van deze kwestie? Wist hij dat wat hij deed onjuist was, dat het onjuist was om mensen op deze manier te behandelen? (Hij wist dit niet.) Hij dacht dat hij heel slim was: ‘Kijk eens hoe slim ik ben, ik heb je onrijpe peren gegeven en je had het niet eens door! Ik heb alle rijpe voor mezelf gehouden, en jij zult niet één rijpe peer te eten krijgen! Als je nog eens langs komt, zal ik nog steeds geen rijpe voor je plukken, dan geef ik je gewoon de onrijpe!’ Alleen al de kwestie van het peren plukken onthulde hem. Is deze persoon niet een nietsnut? (Ja.) Hij is een nietsnut en weet niet wat juist is en wat onjuist is. Zeg Mij, wat voor soort menselijkheid is dit? In Mijn ogen is hij een beest, en heeft hij alleen het uiterlijk van een mens. In werkelijkheid is hij het niet waard om mens genoemd te worden. Wat hij deed en deze fout die hij maakte waren volslagen verachtelijk, niet beter dan wat een dier zou doen. Mensen zeggen altijd dat mensen hogere dieren zijn, maar zoals Ik het zie, zijn veel mensen nog erger dan dieren! Alleen al afgaande op wat hij deed, op de principes en de benadering van zijn handelingen, heeft hij niet alleen geen menselijkheid, hij is zelfs niet even trouw als een waakhond aan zijn meester. We hebben thuis een hond. Op een keer was hij een varkensoor aan het eten, en Ik plaagde hem en zei: “Je geniet daar echt van, hè? Waarom geef je Mij geen hapje?” Hij legde het varkensoor neer en duwde het naar Mij toe, alsof hij wilde zeggen: “Ga je gang.” Vlees en botten zijn de heerlijkste dingen voor een hond. Zelfs als zijn pup het varkensoor zou willen, zou hij het niet aan hem geven, maar toen Ik zei dat Ik het wilde eten, bood hij het Mij onmiddellijk aan. Zie je, als je een hond hebt, kun je aan hem zien wat honden zo lief maakt. Je zorgt ervoor en behandelt hem goed, en voor hem ben jij zijn familie. Als je hem om het beste wat hij heeft vraagt, zal hij het je geven. Hij heeft genegenheid voor je. Mensen zijn hiertoe niet in staat – hoe zijn ze dan hogere dieren? Duivels zeggen dat mensen hogere dieren zijn. Dit is een pure misvatting, het is een kromme redenering en ketterij. Als iemand geen menselijkheid heeft en in deze satanische wereld leeft, kan hij elke slechte daad begaan – hij kan zo slecht zijn als maar mogelijk is, zo laag als maar mogelijk is, zo lelijk als maar mogelijk is, en zo verachtelijk als maar mogelijk is. Als hij de functie van het geweten niet heeft en niet weet wat juist is en wat onjuist is, kan hij elke slechte daad begaan, en alle onjuiste woorden, kromme redeneringen en ketterijen uit zijn mond laten komen. Mensen zijn verschrikkelijker dan dieren. Dieren zijn eigenlijk niet verschrikkelijk; ze zijn heel eenvoudig, heel puur en heel oprecht. Het hondje dat Ik heb, was toen hij jong was en een varkensoor at, zo blij als hij Mij zag dat hij met zijn kop begon te schudden en met zijn staart begon te kwispelen. Hij wist hoe hij Mij blij moest maken. Maar als Ik hem plaagde en om zijn eten vroeg, gaf hij het Mij niet, en verstopte hij zich snel om pas tevoorschijn te komen nadat hij klaar was met eten. Sinds hij twee of drie jaar oud is, gedraagt hij zich anders, hij is nu verstandig. Wanneer Ik hem om iets vraag wat hij lekker vindt, geeft hij het aan Mij. Hij is oprecht wanneer hij het Mij geeft, hij stelt Mij geen eisen en koestert geen bijbedoelingen jegens Mij. En wanneer hij het Mij niet geeft, is hij ook oprecht, zonder enige kwaadwilligheid jegens Mij. Of hij het Mij nu geeft of niet, hij is oprecht. Dit zijn zijn aangeboren eigenschappen en instincten. Dieren hebben geen verdorven gezindheden. Ze bezitten niets dat door Satan is bewerkt, en wat ze openbaren is allemaal natuurlijk, heel direct en eenvoudig. Je hoeft niet naar hun bedoelingen te gissen en je hoeft niet voor hen op je hoede te zijn. Als een dier je iets geeft, geeft het het aan je, en als het dat niet doet, dan niet. Als het blij is, is het blij, en als het dat niet is, dan niet. Het zal niet door zijn emoties worden beheerst en zal geen slechte bedoelingen jegens je koesteren. Mensen zijn anders. Mensen zijn verschrikkelijk. Als ze, hoewel ze in mensenhuid gehuld zijn, geen geweten of verstand bezitten, kunnen ze onmogelijk beter zijn dan dieren, maar ze kunnen wel zo slecht zijn als maar mogelijk is. Hoe slecht kunnen ze zijn? Zo slecht dat je het gevoel zult hebben dat je een levende demon hebt gezien, waardoor je het onvoorstelbaar zult vinden, je geweten zal worden geschokt en het diepste van je hart zal worden geraakt en gekweld. Wanneer Ik deze dingen voel, zucht Ik innerlijk en denk Ik: ‘Is dit iets wat een mens zou moeten doen? Hoe kunnen mensen zo slecht zijn? Hij gelooft in God, hoe kan hij dan nog steeds deze dingen doen?’ Zodra iemand zijn geweten en verstand verliest, kan hij zo slecht zijn als maar mogelijk is. Hij kan niet alleen zo slecht blijven als hij nu is, hij kan nog slechter worden, en hij kan blijven degenereren. Dat mensen niet weten wat juist is en wat onjuist is, is het begin van de degeneratie van de mensheid, het begin van de val van de mensheid.

Als iemand niet weet wat juist is en wat onjuist is, heeft hij geen geweten of verstand. Hij heeft dus geen menselijkheid en het is het mogelijk dat hij een demonische aard heeft. Wat hij daarna ook openbaart of wat hij in zijn leven ook uitleeft, hij zal kort gezegd niet worden verlost, hij zal nooit worden verlost. Als iemand geen geweten en geen verstand heeft – om precies te zijn, geen menselijkheid – dan is hij onverbeterlijk en kan hij niet worden verlost. Zo is het werkelijk. Als hij niet eens weet wat juist is en wat onjuist is, hoe kan hij dan iets doen dat in overeenstemming is met geweten en verstand? Het zou absurd zijn om dat te beweren. Sommige mensen zijn vatbaar voor jaloezie en conflicten. Als het een conflict met andere mensen betreft, denk je misschien dat de aard hiervan niet erg ernstig is, maar sommige mensen raken met Mij in conflict. In wie geloven deze ‘gelovigen in God’ dan eigenlijk? Het feit dat ze met Mij in conflict raken, maakt dit probleem ernstig. Sommige mensen vergeten het nooit wanneer Ik een probleem van hen aankaart, ze gaan meteen nadenken welke methode ze kunnen gebruiken om een drukmiddel te vinden en wraak te nemen. Ik zei bijvoorbeeld eens tegen zo iemand: “Je kookt altijd zoveel, waarom maak je niet precies de juiste hoeveelheid?” Hij dacht erover na: ‘Je zegt dat ik niet goed kan inschatten hoeveel eten ik moet maken. Impliceert dit niet dat ik niet scherpzinnig ben, dat ik niet deug? Waarom kook jij dan niet een maaltijd!’ Nadat Ik had gekookt en er ook een klein beetje over was, zei hij er niets van hardop, maar vanbinnen dacht hij: ‘Je kunt ook niet precies de juiste hoeveelheid koken, hè? Ik heb een kans gevonden om wraak op je te nemen. Je hebt mijn probleem blootgelegd, ik zal jou dus ook blootleggen!’ Hij probeerde altijd manieren te vinden om Mij op de korrel te nemen. Sommige mensen zeggen: “Is het zo dat U wrok koestert tegen degene die U op de korrel neemt? Het is dus oké als anderen op de korrel worden genomen, maar U niet?” Hebben ze gelijk als ze dat zeggen? (Nee.) Bij een andere gelegenheid vroeg Ik iemand om de tafel op te ruimen, en hij zei: “Ik ben niet degene die er een rommel van heeft gemaakt!” Ik zei: “Zelfs als jij niet diegene bent, kun je het nog steeds opruimen.” Hij zei: “Zelfs als ik het opruim, moet ik duidelijk maken dat ik niet degene ben die er een rommel van heeft gemaakt.” Ik vroeg hem om de spullen in de kast op te ruimen, en hij zei: “De spullen in de kast zijn niet door mij gekocht!” Ik zei: “Jij bent niet degene die ze heeft gekocht, maar kun je ze niet toch opruimen? Hoe komt het dat wanneer Ik iets zeg, het zo weinig gewicht in de schaal legt? Moet je echt eerst uitzoeken wie de spullen heeft gekocht voordat je ze kunt opruimen?” Wist hij dat wat hij zei juist of onjuist was? Hij uitte een kromme redenering, nietwaar? (Ja.) Ik zei dat hij een kromme redenering uitte, maar in zijn hart liet hij zich niet overtuigen en dacht dat het vanwege Mijn speciale status was dat anderen alles maar moesten pikken wat Ik zei, alsof Ik Mijn status gebruikte om de baas te spelen. Was zijn denkwijze juist? (Nee.) Later zag Ik dat hij de waarheid helemaal niet aanvaardde, en wat Ik ook zei, hij het in zijn hart niet zou aanvaarden. Dus verspilde Ik verder Mijn woorden niet meer aan hem – hij kon doen wat hij wilde, en Ik zou hem verontschuldigen en tolereren. Hoewel Ik deze identiteit en status heb, zijn er te veel mensen die niet naar Mij luisteren en zich tegen Mij verzetten. Ik heb persoonlijk veel broeders en zusters gezien die zich tegenover Mij respectloos gedragen. Er zijn veel mensen die opstandig jegens Mij zijn en wrok jegens Mij koesteren, veel mensen die jaloers op Mij zijn en Mij in hun hart haten, veel mensen die op Mij neerkijken en Mij kleineren, veel mensen die achter Mijn rug om over Mij oordelen, en veel mensen die Mij in het openbaar belachelijk maken en bespotten. Hoe heb Ik hen behandeld? In de ruim dertig jaar dat ik Mijn werk heb gedaan heb Ik op niemand wraak genomen. Ik heb niemand gehaat, noch heb Ik hen gekweld nadat Ik Mijn status had aangenomen omdat ze respectloos tegen Mij waren toen Mijn identiteit nog niet openlijk was onthuld. Zelfs niet één keer heb Ik zoiets gedaan. Bovendien hebben deze mensen Mij een aantal onbeleefde en kwetsende dingen aangedaan, en Ik heb hen nooit ter verantwoording geroepen. Ik moet echter wel over dit soort problemen communiceren door ze in verband te brengen met de waarheid, zodat iedereen wordt geholpen onderscheidingsvermogen te ontwikkelen – dit is in ieders voordeel. Maar veel mensen hebben geen onderscheidingsvermogen met betrekking tot de dingen die deze mensen hebben gedaan. Ze nemen zulke dingen niet serieus, alsof ze niet de moeite waard zijn om te vermelden. Is dit niet een probleem? Het is dus maar al te noodzakelijk om over zulke zaken te communiceren zodat iedereen wordt geholpen onderscheidingsvermogen te krijgen. Aangezien je zegt dat je in God gelooft, behandel Ik je als een gelovige. Ik stel eisen aan je op basis van de plicht die je vervult. Zou je die dus niet moeten vervullen? Zou je je niet moeten onderwerpen? (Ja.) Ik heb deze identiteit, en Ik stel eisen aan je met deze identiteit en status, je zou dus wat Ik zeg moeten benaderen vanuit de houding van een schepsel. Je vervult je plicht; je zou geen andere opmerkingen moeten maken, je zou geen kromme redeneringen moeten uiten, en je zou Mij niet moeten tegenspreken. Dit is de minimale rationaliteit en uiting van menselijkheid die je als schepsel zou moeten hebben. Deze persoon miste echter niet alleen zo’n houding, hij hanteerde ook een kromme redenering. Wist hij wat juist was en wat onjuist was? Dat wist hij niet. Mensen die niet weten wat juist is en wat onjuist is, zijn verstoken van menselijkheid, nietwaar? (Ja.) Er kan met zekerheid worden gezegd dat ze geen menselijkheid hebben. Als een gewoon persoon je vraagt om de tafel op te ruimen en de kast te ordenen, en je wilt het niet doen of je vindt dat de andere persoon een gewoon persoon is en niet het recht heeft om je te vragen het te doen, dan kun je ervoor kiezen om het niet te doen. Maar de twee dingen die je zei: “Ik ben niet degene die er een rommel van heeft gemaakt!” en “De spullen in de kast zijn niet door mij gekocht!” – is dit wat iemand met geweten en verstand zou zeggen? Is dit niet overdreven onredelijk? (Ja.) Je gedraagt je opstandig wanneer een gewoon persoon op deze manier tegen je spreekt, maar nu ben Ik het die tegen je spreekt, en je durft nog steeds kromme redeneringen tegen Mij te gebruiken en jezelf met drogredenen te verdedigen. Wat zegt het over je karakter dat je op deze manier kromme redeneringen kunt uiten? Je zei: “Ik ben niet degene die er een rommel van heeft gemaakt”, waarmee je bedoelt: “Degene die er een rommel van heeft gemaakt, moet het maar opruimen; ik doe het in ieder geval niet!” Je weigerde de taak te doen die je had moeten doen, en je uitte zelfs een kromme redenering. Is dit de manier waarop iemand met normale menselijkheid de dingen zou moeten aanpakken? Als dit een taak is die je behoort te doen, zou je dit dan niet voor je moeten houden? Betekent het feit dat je in staat bent dit te zeggen niet dat je niet weet wat juist is en wat onjuist is? Om dit te weigeren en dit niet te doen, reageerde je zelfs je persoonlijke woede af door te zeggen dat jij niet degene was die er een rommel van had gemaakt, en ook niet degene die de spullen had gekocht – dat jij het dus niet zou opruimen. Je bedacht excuses en gebruikte kromme redeneringen om het niet te hoeven doen. Is je redenering niet te krom? Je kon zo’n kromme redenering uit je mond laten ontsnappen, en je deed dat met schaamteloze zelfverzekerdheid en zelfs aanmatigend. Zo iemand weet niet wat juist is en wat onjuist is, of wel? Hij heeft geen menselijkheid, of wel? (Ja.) Het is niet omdat Ik deze identiteit en status heb en je Mij op de korrel nam dat Ik je zo heb gekenmerkt. Zelfs als iemand anders je had gevraagd dit te doen en je had geweigerd en geprobeerd in discussie te gaan, zou Ik je als omstander nog steeds op deze manier beoordelen, omdat wat je zei niet in overeenstemming is met de menselijkheid, het is onjuist, het is een kromme redenering, het is ketterij en een misvatting. Je dacht niet dat het onjuist was, en je beschouwde het zelfs als een deugdelijke redenering; dit is genoeg om aan te tonen wat er in je menselijkheid zit. Je kon het op dat moment niet inhouden en flapte het eruit. Dit is een natuurlijke openbaring, en een natuurlijke openbaring geeft iemands menselijkheid en essentie weer. Waarom zeg Ik dat het iemands essentie weergeeft? Dat je dergelijke gedachten en gezichtspunten koestert, is niet iets tijdelijks, en ze werden niet teweeggebracht door iets wat Ik zei; veeleer zijn dit gedachten en gezichtspunten die je al lange tijd, dagen- en maandenlang, hebt gekoesterd – bovendien ontwikkelde je, omdat sommige dingen niet naar je zin waren, noties, en zwol je hart op van ontevredenheid en opstandigheid. Je verloor even de controle en de inhoud van je hart werd blootgelegd. Wat werd er blootgelegd? Dat je geen geweten en verstand hebt, en dat je menselijkheid te kwaadaardig, te angstaanjagend is. Als je de bovengenoemde persoon zou vragen de waarheid te aanvaarden, zou hij dat niet kunnen. Als je hem zou vragen zijn verdorven gezindheden te kennen, zou dat nog minder mogelijk voor hem zijn. Iemand die geen menselijkheid heeft, staat op hetzelfde niveau als een beest. Het is niet omdat hij per ongeluk iets verkeerds tegen Mij deed of iets foutiefs en absurds tegen Mij zei, dat Ik hem op deze manier heb gekenmerkt; het is omdat dit simpelweg de aard is van wat hij deed. Hem op deze manier kenmerken is niet oneerlijk of onrechtvaardig. Zelfs als hij met deze woorden iemand anders op de korrel had genomen, zou Ik hem nog steeds op deze manier beoordelen als Ik het zou zien. Dit is een objectieve, eerlijke uitspraak. Hij kon zulke absurde dingen zeggen, zo’n belachelijke redenering uiten, en dat hij dat deed was een natuurlijke onthulling. Zeg Mij, wordt hiermee niet zijn aard-essentie blootgelegd? Wordt hiermee niet zijn ware menselijkheid blootgelegd? Dit heeft hem onthuld. Wat heeft het onthuld? Het heeft onthuld dat hij geen menselijkheid heeft. Mensen zonder menselijkheid weten niet wat juist is en wat onjuist is, en ze kunnen met elke kromme redenering en ketterij op de proppen komen, en deze dingen met zo’n schaamteloze zelfverzekerdheid zeggen. Nadat ze hebben gesproken, weten ze nooit dat hun woorden onjuist zijn, en ze geven nooit toe wat er verkeerd was aan hun woorden. Ze denken nooit over zichzelf na en aanvaarden niet dat ze worden gesnoeid. En wat zeggen ze uiteindelijk? “Ik zei dat niet opzettelijk. Was het niet gewoon zo dat ik het er in een moment van woede uitflapte?” Moet het überhaupt opzettelijk zijn geweest? Je hebt het al op natuurlijke wijze onthuld, en hoe je menselijkheid is, is al blootgelegd. Het feit dat je het kunt zeggen zonder erover na te denken, bewijst dat deze woorden al heel lang in je hart leven, en wanneer je in zo’n situatie terechtkomt, worden ze op natuurlijke wijze onthuld. Dit kan je karakter volledig weergeven. Als je erover had nagedacht voordat je het zei, was het misschien niet noodzakelijkerwijs waar, en kon het zelfs een voorwendsel zijn, terwijl dit je karakter meer blootlegt. Mensen zonder menselijkheid weten niet wat juist is en wat onjuist is, ze draaien zelfs goed en kwaad om en uiten kromme redeneringen alsof het deugdelijke redeneringen zijn. Hoe je de feiten ook presenteert en met hen redeneert, ze willen gewoon niet toegeven dat ze verkeerd hebben gehandeld. “Hoe kan ik nou ongelijk hebben? Jullie hebben ongelijk! Jullie kijken op me neer, jullie zien dat ik zachtmoedig ben, geen gaven heb en geen invloed of status in de maatschappij heb, en jullie pesten me!” Ze spuien een heleboel kromme redeneringen en ketterijen, maar benoemen nooit de aard van de verkeerde dingen die ze hebben gedaan en de kromme redeneringen die ze hebben geuit. Hoeveel verkeerde dingen ze ook doen, ze geven ze nooit toe. Zou iemand met normale menselijkheid dit soort uiting hebben? We hoeven het niet eens te hebben over mensen van wie het geweten en verstand heel gezond zijn – iedereen met ook maar een beetje geweten en verstand zal zich zeker realiseren dat mensen in hun leven veel fouten maken. In het bijzonder is het zo dat sommige mensen dingen zeggen of doen die ze niet zouden moeten zeggen of doen, en zich er vervolgens hun hele leven spijtig en bedroefd over voelen, met een gevoel van zelfbeschuldiging en zelfverwijt in hun geweten. Naarmate zo iemand een leeftijd bereikt waarop hij meer verstand heeft en volwassener is, weet hij steeds beter welke woorden gezegd moeten worden en welke dingen gedaan moeten worden, en welke woorden niet gezegd moeten worden en welke dingen niet gedaan moeten worden. Zijn geweten en verstand zullen voortdurend zijn gedrag en gedachten reguleren. Vooral als iemand de waarheid kan aanvaarden, zullen, nadat hij enkele waarheden heeft aanvaard, zijn geweten en verstand zich in een positieve richting ontwikkelen, en zullen de onjuiste woorden die hij ooit sprak, de foutieve en absurde gezichtspunten die hij ooit uitte, en de verkeerde dingen die hij ooit deed, beetje bij beetje in zijn gedachten blijven opkomen. Hij zal er voortdurend over nadenken, erbij stilstaan en ze overdenken, en vervolgens Gods woorden zoeken en zichzelf afmeten aan Gods woorden. Hij zal steeds meer het gevoel hebben dat hij slechts een gewoon mens is, dat hij in het verleden veel fouten heeft gemaakt en veel onjuiste woorden heeft gezegd, dat hij veel foutieve en absurde gedachten en gezichtspunten heeft, en dat hij veel dwaze, onwetende en stomme dingen heeft gedaan, en dingen die mensen weerzinwekkend vinden. Zelfs als hij het niet bekijkt vanuit het niveau van Gods woorden en de waarheid, en het slechts beziet met het inzicht dat hij door vele jaren van ervaring heeft opgedaan, kan hij deze problemen in zijn menselijkheid, en deze fouten en overtredingen, ook voortdurend destilleren. Dit is normaal, en dit zijn de ervaring en de verworvenheden die iemand met menselijkheid die weet wat juist is en wat onjuist is uiteindelijk zou moeten hebben wanneer hij een bepaalde leeftijd heeft bereikt en enkele waarheden heeft aanvaard. Maar degenen die niet weten wat juist is en wat onjuist is, blijven, zelfs als ze zestig of zeventig worden, zulke dwaze, onwetende, koppige mensen, en ze zullen niet veranderen. Als je verwacht dat zulke mensen veranderen, dan kun je net zo goed verwachten dat een varken gaat vliegen. Het zal simpelweg nooit gebeuren. Zulke mensen zullen nooit veranderen, omdat ze niet eens weten wat juist is en wat onjuist is. Als je iemand die niet weet wat juist is en wat onjuist is zou vragen de waarheid te aanvaarden, zou je het hem moeilijk maken, omdat het simpelweg zijn pet te boven gaat, en hij niet weet wat de waarheid is. Het is voor hem onmogelijk om de waarheid te aanvaarden. Het zou zijn alsof je een kleurenblind persoon vraagt een schilderij te maken. Zou hij een schilderij met normale kleuren kunnen maken? (Nee.) Als je een toondoof persoon zou vragen te zingen, zou hij altijd vals zingen. Hoe hij ook zingt, hij kan niet zuiver zingen, en toch blijft hij ervan overtuigd dat zijn gezang zuiver is en dat anderen vals zingen. Zijn maatstaf is niet correct, dus zal hij nooit weten wat juist is en wat onjuist is. Begrijpen jullie het nu? (Ja.)

Welk feit vertelt deze gecommuniceerde inhoud mensen? Het vertelt hun dat, omdat mensen die verstoken zijn van menselijkheid geweten en verstand, deze basisvoorwaarde, missen, ze niet de basisnorm hebben voor het meten en reguleren van hun menselijkheid. Als gevolg daarvan lijken hun uitingen heel vreemd voor degenen die geweten en verstand hebben. Ze uiten altijd kromme redeneringen en ketterijen, en uiten ongegronde gezichtspunten. Je bent niet in staat te begrijpen wat er precies aan de hand is. Jullie hebben het antwoord nu gevonden, nietwaar? (Ja.) Als dit type persoon het punt bereikt waarop het onmogelijk is om met hem om te gaan, dan moet je niet langer met hem omgaan. Als hij dit punt nog niet heeft bereikt en je nog steeds redelijk met hem om kunt gaan, probeer dan zo min mogelijk met hem te spreken en te praten om te voorkomen dat je er genoeg van krijgt. Momenteel is er een zware werkdruk op alle werkterreinen, met veel taken die energie vergen. Sommige mensen hebben het gevoel dat ze het te druk hebben en geen tijd hebben om zich bezig te houden met deze ketterijen en misvattingen. Dit gezichtspunt is ook onjuist, aangezien het niet bevorderlijk is voor het verkrijgen van onderscheidingsvermogen. Wanneer je een ketterij of misvatting hoort en voelt dat er iets niet aan klopt, zou je er een notitie van moeten maken. Zoek daarna de waarheid, zodat je het helder kunt onderscheiden en precies weet wat er mis is met deze misvatting. Als je op deze manier traint en oefent, zul je onderscheidingsvermogen verkrijgen. Maar wat betreft dit type persoon is het niet nodig om de waarheid met hem te communiceren om zijn gezichtspunten te corrigeren, omdat hij het simpelweg niet kan begrijpen. Het is als iemand die een ei uit een boom ziet vallen en vervolgens zegt dat eieren aan bomen groeien. In werkelijkheid zat er een kip in de boom die een ei legde. Hij zag de kip niet, alleen het vallende ei, dus kwam hij tot deze conclusie. Wat je ook tegen hem zegt, hij snapt het niet en houdt vol dat eieren aan bomen groeien. Is dit niet dwaas? (Ja.) Kun je tot zo iemand doordringen? (Nee.) Als je niet tot hem kunt doordringen, zeg dan niets meer. Verspil je adem niet. Door de jaren heen heb Ik te veel absurde mensen gezien. De meesten van deze mensen zijn best wel enthousiast; ze kunnen een of andere plicht vervullen, en zijn niet diep verraderlijk of kwaadaardig. Ik zeg dus terloops iets tegen hen, en wat is het resultaat? Als Ik een paar woorden van waarheid spreek, gaat dat hun pet te boven. Als Ik over uiterlijke zaken praat, kunnen ze het niet verdragen ernaar te luisteren. Dus wil Ik niets meer tegen deze mensen zeggen, omdat praten met hen te vermoeiend is, en Ik te veel werk te doen heb, te veel gepaste onderwerpen om te bespreken. Ik kom niet eens door alle gepaste onderwerpen heen, hoe zou Ik dan nog de puf hebben om me met deze mensen bezig te houden? Nu er in deze mate over de waarheid is gecommuniceerd, zijn veel dingen duidelijk geworden, zijn de ware feiten aan het licht gekomen, en zullen verschillende soorten mensen werkelijk worden ingedeeld naar hun soort. Wat dit type absurde persoon betreft, laat hem gewoon worden ingedeeld en laten we het daarbij laten. We hebben geen tijd om met hem te redeneren of zijn foutieve en absurde gezichtspunten te corrigeren, toch? (Ja.) Laten we onze communicatie voor vandaag dan hier beëindigen. Tot ziens!

16 maart 2024

Voetnoten:

a. De naam ‘Zheng’ heeft in de oorspronkelijke Chinese tekst connotaties van morele oprechtheid.

b. ‘Verkoelend’ wordt gebruikt in de context van de traditionele Chinese geneeskunde. In deze context verwijst ‘verkoelend’ niet naar een lage temperatuur, maar naar een eigenschap van bepaalde voedingsmiddelen waarvan wordt aangenomen dat ze de inwendige hitte verminderen, de yang-energie beteugelen en de functies van de maag en milt beïnvloeden als ze in overmaat worden geconsumeerd.

Vorige:  Hoe de waarheid na te streven (16)

Gerelateerde inhoud

Aan wie ben jij precies trouw?

Op dit moment is elke dag die jullie doormaken cruciaal en van groot belang voor jullie bestemming en jullie lot, dus jullie moeten alles...

Instellingen

  • Tekst
  • Thema's

Effen kleuren

Thema's

Lettertype

Lettergrootte

Regelruimte

Regelruimte

Paginabreedte

Inhoud

Zoeken

  • Zoeken in deze tekst
  • Zoeken in dit boek

Connect with us on Messenger